Arthur Japin, Een schitterend gebrek

Als gelijke liefde niet bestaat

Arthur Japin

Een schitterend gebrek

Uitg. De Arbeiderspers, 239 blz., € 17,95

Over de grens tussen feit en fictie, zo’n tien jaar geleden nog een hete kwestie, maken weinigen zich nog druk in letterenland. Biografie, autobiografie, historische roman: ook in de documentairegenres is de verbeelding steeds meer aan de macht gekomen. Vroeger was men (Hélène Nolthenius, Hella Haasse) erop gericht om met behulp van de historische roman iets van toen beter te begrijpen en dus nauwgezet andere tijden in kaart te brengen. Een modern schrijver als Thomas Rosenboom maakt gebruik van de sterk verhalende mogelijkheden die het genre biedt, om des te pregnanter het eeuwige drama te kunnen verbeelden van de mens die ergens tussen droom en daad sneeft.

«Veel dat aanvankelijk alleen in de verbeelding bestaat, wordt werkelijkheid» luidt het motto van de nieuwe, historische, roman van Arthur Japin, Een schitterend gebrek. De regels, ondertekend met de vooralsnog mysterieuze initialen G.C., vormen de perfecte illustratie van het type historische-roman-kunst dat Japin bedrijft, en dat zich ergens tussen de traditionalisten en de nieuwlichters in bevindt. Hij creëert een nieuwe, eigen, wereld, maar heeft zich tegelijkertijd zodanig gedocumenteerd dat hij dicht bij een tijdgeest blijft. Eerlijk gezegd denk ik dat Arthur Japin gewoon de reïncarnatie van Louis Couperus is. Deze gedachte vat des te steviger post na lezing van Een schitterend gebrek. Het sierlijke taalgebruik, het verfijnde oog voor de uiterlijke zaken des levens, de behendigheid waarmee een intrige tot leven wordt gewekt én, heel belangrijk, in leven wordt gehouden, en dan ook nog de vrouwelijke preoccupatie met liefde, schoonheid en verval doen denken aan Neerlands enige echt tijdloze schrijver met internationale allure.

Wat begint als «zomaar» het verhaal van een prostituee genaamd Lucia, in het Amsterdam van 1758, ontrolt zich allengs als een geschiedenis waarin een verrassend licht wordt geworpen op handel en wandel van een beruchte historische figuur: Giacomo Casanova. Op veertienjarige leeftijd ontmoet Lucia, een meisje van eenvoudige komaf, de dan zeventienjarige Giacomo in een dorpje in Italië. Als Giacomo naar Venetië vertrekt, beloven ze elkaar trouw. Die belofte verbreekt Lucia als ze als gevolg van de pokken een mismaakt uiterlijk heeft gekregen. Giacomo blijft onkundig van haar ziekte en veranderde uiterlijk; hij voelt zich verraden als hij terugkeert om haar op te halen, en Lucia gevlogen blijkt. De rusteloze minnaar Casanova is geboren. Jaren later kruisen hun wegen elkaar in Amsterdam, waar Lucia inmiddels gesluierd door het leven gaat. Het is het begin van een ingewikkeld wederzijds spel van afstoten, aantrekken en bedrog.

Casanova’s jeugdliefde Lucia heeft echt bestaan, zo blijkt uit het nawoord van Japin. Hij refereert aan haar in zijn memoires, en noteert dat hij haar later in zijn leven onverwacht treft in een bordeel in Amsterdam, «niet alleen lelijk geworden, maar weerzinwekkend». Vanuit deze gegevens ging Japins verbeelding aan het werk. In Een schitterend gebrek vult hij vanuit Lucia’s perspectief de historische leemte op, op zo’n manier dat je denkt: zo is het gegaan, dit is de werkelijkheid. Tegelijkertijd vergeet je geen moment met een roman van doen te hebben. Allereerst omdat Japins boek smakelijker en spannender leest dan welke feitelijke reconstructie ook. Daarnaast omdat Een schitterend gebrek een romantische verklaring aanreikt voor Casanova’s schuinsmarcheerderschap. Bovenal echter omdat het boek uiteindelijk een dieper, Casanova overstijgend thema aansnijdt zoals alleen een roman dat kan.

Sterker dan in zijn voorlaatste roman, De droom van de leeuw (2002), geeft Arthur Japin in Een schitterend gebrek blijk van stilistische beheersing. Hier geen kitscherige uitglijers meer, of opeenhopingen van al te zweverige adjectieven, maar duidelijke taal die in zijn lichte gedragenheid op een natuurlijke manier in de achttiende-eeuwse context past. Vanaf bladzijde 1 hang je aan de lippen van een vrouw met een geheim en wil je álles van haar weten. Door de keuze voor háár perspectief wordt Casanova een kleinere figuur, onwetend en in zekere zin om de tuin geleid. De onverzadigbare vrouwenman is bij Japin een gekwetste minnaar, een romantische doler die vastbesloten is zich nooit meer zó door de liefde te laten beschadigen en dus van het beminnen min of meer zijn beroep maakt. Van Casanova’s jeugdliefde Lucia maakt Japin een prachtige tragische heldin, gedoemd om verscholen door het leven te gaan. Zij is geknakt door het verlies van haar uiterlijke schoonheid, maar is uiteindelijk bevrijd en in staat liefde te geven in plaats van lief te hébben.

Misschien biedt juist het genre van de historische roman Arthur Japin de mogelijkheid om op een ernstige, niet-ironische en toch absoluut niet-kwezelachtige manier over de liefde te schrijven. Of misschien is het gegroeid schrijverschap dat een roman voortbrengt waarin alles klopt, die gaaf is als een klassiek gedicht en eenzelfde aangijpend inzicht biedt. W.H. Auden dichtte: «if equal loving cannot be/ let the more loving one be me». Arthur Japin schreef Een schitterend gebrek.