Hoofdcommentaar

Als haat het licht ziet

Een verhaal van liefde en duisternis is geen boek voor in bed of tuin. De verpletterende, rijke roman van Amos Oz, geboren in 1939, is zo actueel dat de lezer er meer aan heeft dan aan een weekje Journaal, Netwerk, Twee Vandaag en Nova bij elkaar. Ware het niet dat de roman eigenlijk alleen geschikt is voor mensen die van nature zo goed slapen dat ze zich een nerveus uurtje minder nachtrust kunnen veroorloven. Want uitzicht op een doorbraak in het Midden-Oosten biedt ook Amos Oz, ondanks de ontroerende grappen en verhalen, amper.

Een verhaal van liefde en duisternis speelt zich grotendeels af in het Israël van de jaren veertig: de constituerende jaren van de staat. Nog voordat die staat bestond, was de nieuwe natie al verdeeld over haar verhouding tot de buren. De volgelingen van de nationalistische zionist Jabotinsky keken neer op de socialisten. Die waren te mild jegens de Arabieren en lieten hun oren naar Europa hangen. De personages van Oz leefden in Jeruzalem weliswaar in bibliotheken tot de nok gevuld met Goethe, Schiller en Tolstoj, maar Europa zelf was Janus: hoogwaardige cultuur én moorddadig antisemitisme. Europa was een ander woord voor verraad. Zie de geschiedenis van het straatbeeld in Europa. Voor de Tweede Wereldoorlog stond daar gekalkt: «Joden naar Palestina». Dertig jaar later werd het: «Joden uit Palestina».

Over de indrukkwekkende en compromisgevoelige schrijver valt veel meer te zeggen. Hoe dan ook, zestig jaar later wint het Jeruzalem uit zijn boek. Kritiek op de eigen natie is alleen in de marge van de marge te horen. Maar zo eenvoudig zal het niet blijven, dat moge ook blijken uit de hierna volgende dertien pagina’s die we hebben vrijgemaakt voor het herfsttij van 2006.

Israël is geen staat met een leger, maar een leger met een staat, aldus de Israëlische historicus Ilan Pappe zaterdag in NRC Handelsblad. Vice-premier Peres ervoer dat vorige week. Toen hij de stafchef zei dat hij de eerste twee stappen begreep maar de derde en vierde nog niet, kreeg hij te horen: de derde stap hangt van de tweede af, en de vierde van de derde. Dat antwoord illustreert dat militaire strategie geen politiek primaat meer is.

Tegelijkertijd is Israël sinds een paar jaar weer booming. Rond Tel Aviv verrijst een soort Silicon Valley. Die moderniteit spoort niet met oorlog. «Als de doelen niet worden bereikt en de katoesja’s blijven komen, zal de kritiek oplaaien. Niet om ideologische redenen, maar om redenen van comfort», voorspelt Pappe. Het gebrek aan comfort voor de Libanezen kan wel eens als een boemerang terugkomen.

Comfort: een vlijmscherp woord. Iran, relatief veilig omdat het alleen via de lucht is te raken, ligt comfortabel op ramkoers. De naaste buren reageren om raison d’état terughoudend – hoewel, in Riyad klinkt sinds dinsdag ook ketelmuziek – maar de tweede cirkel van de buitenwereld faalt of draalt bijna naar hartelust. De top van de G8 in Sint-Petersburg was een oefening in comfortabele verdeeldheid. Gastheer Rusland wekt niet eens de schijn een makelaarsrol te kunnen spelen. Rusland is namelijk alleen met zichzelf in de olie. Europa, dat in het Midden-Oosten sinds het fiasco van de Suezcrisis in 1956 nooit een beslissende positie heeft gehad, is niet in staat een diplomatiek breekijzer te zetten in de regering van «Yo» Bush. Vandaar dat minister Bot van Buitenlandse Zaken gewoon naar de Tour de France gaat voor een dagje wielercomfort. En de VS spelen ongegeneerd op tijd omdat ze sinds 2001 alleen comfortabele gesprekspartners zien staan.

De recente geschiedenis in het Midden-Oosten heeft kennelijk weinig voet aan de grond gekregen. Dat oorlogen om Afghanistan en Irak een ideologische lading (democratisering van het hele Midden-Oosten) hadden, is vergeten. Dat het Libanese volk in 2005 nog als gemeenschap van dappere democraten de hemel in werd geprezen, schept nu geen verplichtingen meer. En dat het «bevrijde» Irak «onze» olieprijs zou stabiliseren, wordt verzwegen. Deze week kost een vat olie circa 75 dollar, 45 dollar meer dan begin 2003 ten tijde van de operatie Iraqi Freedom, oftewel een stijging van 150 procent in drie jaar.

Die kille materialistische kant moet niet worden onderschat. Het sterke argument dat Israël een democratisch eldorado is te midden van een zee van politiek drijfzand kan bij de pomp wel eens sneller eroderen dan men denkt. Ook de cynische redenering dat in het Midden-Oosten de mens de mens nu eenmaal een wolf is, biedt geen soelaas. Hezbollah, Hamas of Jihad zijn het daarmee van harte eens. De grote mogendheden niet. Ze proberen nu het vliegwiel wat af te remmen. Maar als ze te laat zijn? Áls de regimes in Egypte of Saoedi-Arabië tuimelen, omdat zij last krijgen van islamitische broederschappen zoals de plo dat heeft van Hamas is de anarchie compleet.

Er was sinds het einde van de Koude Oorlog maar één optie: twee staten. Het idee is intussen uitgewoond. Eén keerpunt in de vicieuze cirkel was er in 1995, toen Yigal Amir op klaarlichte avond premier Rabin vermoordde. Dat was een van de invloedrijkste politieke terreurdaden uit de jongste geschiedenis. Zijn haat ziet nu alom het licht. Hezbollah zit daar niet mee, zoals Amir er elf jaar geleden ook geen last van had dat hij Israël schade berokkende.

Elk oordeel over recht en onrecht in het Midden-Oosten is in het gunstigste geval niet veel meer dan spandoektaal. En in een realistischer scenario zelfs gedoemd tot dodelijk verderf. Louter tactisch en strategisch gepraat is evenzeer zinloos geworden. De onvermijdelijke herijking van de verhouding tussen Israël, Palestina en de Arabische wereld is politiek van hogere orde, een gebod voor politici die nu juist node worden gemist.

Wie de slaap daarom niet kan vatten, leze het magnum opus van Oz. Het helpt niet, maar het bestrijdt de duisternis ten minste in literaire zin.