Toneel: Het Stuk der Stukken

Als Hamlet blowt

Pieter Kramer haalt Shakespeare’s meesterstuk naar het heden: Hamlet en zijn vrienden zijn een groep surfers die graag op het strand hangen. Een familievøørstelling.

Campagnebeeld Hamlet, de familievøørstelling © Violina Jeliazkova en Rene Castelijn

In ouderwetse prinsenkledij is een jongeman aan het windsurfen. Met een maillot en een pofbroekje aan hangt hij schuin in de wind op de hoge golven. Eén hand aan het zeil, stuurse blik in de verte. Achter hem een dreigend grijze wolkenlucht. Het beeld is de aankondiging van de Hamlet die Theater Rotterdam half december uitbrengt. En de ondertitel vertelt dat er bij deze versie van Shakespeare’s beroemde toneelstuk wel meer ongerijmd zal zijn dan het affiche. Wat eraan komt is Hamlet, de familievøørstelling.

Sinds hij in 2007 met zijn familievoorstellingen begon, heeft regisseur Pieter Kramer dit jaarlijkse spektakel uitgebouwd tot een compleet nieuw theatergenre. Een feest van een voorstelling voor publiek van acht tot tachtig dat de schouwburg op z’n kop zet met een voortrazende vertelling vol travestierollen, snelverkledingen, decortrucs, (meezing)liedjes, publieksinteractie en actuele grappen. Kramer baseerde zijn eersteling Lang en gelukkig op de Engelse Christmas Pantomime: een mix van bekende sprookjes met al deze vaste elementen. En hoewel dit meteen een enorm publiekssucces was dat maandenlang langs uitverkochte zalen toerde, is de bedenker en regisseur de formule blijven vernieuwen door er niet alleen sprookjes mee te remixen, maar ook andere verhalen uit de populaire en de hoge cultuur. Zorro, het kerstverhaal, West Side Story en vier jaar geleden een heuse klassieke komedie: Cyrano de Bergerac.

Maar Hámlet? Van Shákespeare? ‘Daar een familievoorstelling van maken is alsof je de Mona Lisa gaat overschilderen waar je dan een snorretje op tekent’, erkent Don Duyns die de tekst van het spektakel aan het schrijven is. ‘Het is toch het Stuk der Stukken.’ Pieter Kramer, geamuseerd: ‘De vraag naar het waarom krijg je nou nooit als je Repelsteeltje doet. Maar stiekem houd ik wel van een beetje schenenschopperij.’ Dus krijgen we straks een Hamlet die zijn mysterieuze Zin der Zinnen, waarvan de betekenis al eeuwen leidt tot diepgaand gefilosofeer, als een yell met het publiek instudeert. ‘Als ik zeg: “To be or not to be”, roepen jullie: “Zets de kwestion!”’

Wie bekend is met Kramers familievoorstellingen weet dat de uitgelaten brutaliteit ervan slechts een deel is van de charme. Er schuilt ook een enorme ontroering in. Door de overgave van de spelers, de combinatie van bordkartonnen decorstukken met overrompelende illusies, de aandoenlijke bijdrage van kindertjes van de plaatselijke balletschool, de saamhorige opwinding in de zaal. En door het feit dat Kramer niet zomaar een eind weg lolbroekt. Hij creëert al zijn spektakels rondom een thematische kern: de vrijheid om jezelf te kunnen zijn, om te durven dromen, om je angsten te overwinnen. ‘Elke familievoorstelling begint bij iets wat Pieter heel graag wil vertellen’, zegt Duyns. ‘Het is onze wens om Hamlet écht te doen. Vanuit een grote liefde voor het stuk, en de droom om jong en oud, en alles ertussenin, daarin mee te slepen.’

Kramer erkent dat hij er flink over heeft moeten nadenken. Het gerommel en de onzekerheid bij het voormalige Ro Theater, waar hij al zijn familievoorstellingen heeft gemaakt, was een reden om zijn Hamlet een jaar uit te stellen – vorig seizoen werd de Woef Side Story hernomen. Het stuk roept ook problemen op. Het loopt bijvoorbeeld niet goed af, terwijl de familievoorstellingen, ook om wille van de jongste bezoekers, altijd een happy end hebben. Duyns: ‘Op het eind gaat zo ongeveer iedereen dood, door vergiftigde wijn en een vergiftigd zwaard, en je wil niet ineens zeggen: haha, het was nepgif, iedereen leeft weer.’

‘Het is onze wens om Hamlet écht te doen. Uit grote liefde voor het stuk, en de droom om jong en oud erin mee te slepen’

Een dilemma dat aangeeft hoe serieus de makers Shakespeare’s vertelling nemen. ‘We hebben er deze keer ook geen grappige titel voor verzonnen’, zegt Duyns, ‘zoals bij Snorro en De zere neus van Bergerac. Alleen: de familievøørstelling met Scandinavische streepjes door de o.’ Met de herkomst van de prins van Denemarken wordt vrolijk de draak gestoken door iedereen aan het hof smørrebrød te laten eten, door Hamlet een hondje genaamd Sören te geven en de ‘Stätsminister’ op te voeren die we uit het Deense Borgen kennen, net als de Deense groet ‘tag!’. Het stuk is naar het heden gehaald: Hamlet en zijn vrienden zijn een groep blowende surfers die graag op het strand hangen en als Laërtes naar het buitenland vertrekt gaat hij naar Ibiza. Er zijn figuren aan toegevoegd. Omdat je bij Hamlet niet om de dood heen kunt – het stuk gáát over de vergankelijkheid, verbeeld in de iconische pose van Hamlet die spreekt tegen een schedel in zijn hand – komt de Dood van Pierlala zich samen met zijn vriend Ger Geraamte verheugen op het gezelschap van alle doden die gaan vallen. Maar Shakespeare’s personages dragen hun originele namen, en het verloop van de gebeurtenissen in kasteel Elsinoor wordt behoorlijk nauwgezet gevolgd.

‘Het kan ook mislukken’, zegt Kramer. Dat hij dit waagstuk toch aandurft, bewijst hoeveel vertrouwen hij heeft in zijn eigen genre, zijn intensieve manier van werken en zijn medewerkersteam. Tot dat team behoren kostuumontwerpster Sabine Snijders en decorontwerper Niek Kortekaas die zich steevast uitleven in de uitzinnige aankleding en het kijkspel met bordkartonnen illusies en geschilderde achterdoeken. En cabaretier Alex Klaasen, soms als acteur en meestal als schrijver van de liedjes: hilarische parodieën of tranentrekkende hartenkreten van dolende personages. En toneelschrijver Duyns, die al eerder bewees geknipt te zijn voor de dialoogscènes met zijn eigen idioom van straattaal en verheven bewoordingen. Hij heeft de flexibiliteit om een jaar lang aan de tekst van zo’n familievoorstelling te sleutelen, want het is een enorme puzzel waarin praktische kwesties als de vele dubbelrollen soms zwaarder wegen dan literaire ambitie. ‘Ik herschrijf het wel honderd keer. Krijg ik het script weer van Pieter terug met de opmerking: Dick kan hier niet Ger Geraamte zijn, want hij is al op als Claudius. Of Alex schrijft een prachtig liedje dat een scène van mij overbodig maakt. Je moet rekening houden met spektakelscènes, er zitten altijd shownummers in. Eigenlijk is het heel ambachtelijk.’

Duyns werd al op zijn vijftiende gegrepen door Hamlet, dat hij las op een doorwaakte nacht in Gent. Met een stel schoolvrienden had hij een toneelgroepje, en ze speelden Koning Arthur op een plein tijdens de Gentse Feesten. ‘Toen zijn we ’s nachts door de Rijkswacht uit ons hotel gezet, omdat we het met z’n negenen in twee kamers nogal gezellig hadden gemaakt. Ik kon nergens terecht, en dus zwierf ik in m’n eentje door de stad. Je had toen nog geen mobiele telefoon om je mee te vermaken, en ik had één boekje bij me. Dat was Hamlet in de vertaling van Willy Courteaux uit 1958. Dat ben ik maar gaan lezen, op een bankje. En ik vond het zo spannend! Een beetje eng ook, heel sferisch en spooky. Die beginscène met de wachters bij de kasteelmuur, als de geest van Hamlets vader opduikt in de mist: “Wie daar?” “Dat vraag ik jou.” “Maak je bekend.” Ik kon niet ophouden met lezen, maar ik had ook geen idee hoe het afliep. Dat vergeet je helemaal als je het stuk eenmaal kent: eigenlijk is het een thriller. De geest van Hamlets overleden vader vertelt zijn zoon dat hij vermoord is, en Hamlet moet uitzoeken wie de dader is. Of dat Claudius is, de man die nu met zijn moeder is getrouwd en die in plaats van Hamlet koning is geworden. En of die geest eigenlijk de waarheid heeft gesproken.’

De nachtelijke Hamlet-ervaring van Duyns sluit aan bij de nieuwe bewerking, want in de familievøørstelling is de Deense prins heel jong. Een puber nog. Zoals meer hoofdpersonen in deze serie spektakels, want Kramer gebruikt publiek in de puberleeftijd als richtpunt. ‘Als je je richt op kinderen van acht, wordt het al gauw te kinderachtig. Zij vinden het mooi om iets te ervaren wat ze niet helemaal snappen. Vanuit het idee van Hamlet als puber bestookte Dirkje Houtman, onze dramaturge, me met artikelen over pubers. Die gingen vaak over de problemen die pubers hebben met al die samengestelde gezinnen van tegenwoordig; met de nieuwe vriend van hun moeder waar ze ineens papa tegen moeten zeggen. Daar heeft Hamlet ook mee te maken. En toen dacht ik: als Hamlet nou blowt, dan kan hij nog meer dan bij Shakespeare twijfelen over of hij die geest wel echt heeft gezien.’ Toen hij bij de audities in acteur Mattias Van de Vijver de perfecte puber-Hamlet vond, was Kramer pas zeker van zijn onderneming.

In de cast keren vertrouwde familievoorstellingacteurs terug als Wart Kamps, Dick van den Toorn en Han Oldigs, die de uitvergrote personages hart en ziel weten te geven en bij de repetities vast weer met invallen zullen komen die verwerkt worden in het script. Er doet maar één actrice mee: Sofie Porro die Ophelia speelt. Zij wordt een steviger type dan in het origineel. Duyns: ‘Shakespeare’s Ophelia is een nogal seksistisch portret van vrouwenwaanzin: omdat Hamlet naar tegen haar doet, wordt ze gek. Dat vonden we niet meer kunnen. Het enige meisje in onze voorstelling wordt geen aftreksel van een mannelijke fantasie.’

De andere vrouwen in deze Hamlet worden door mannen gespeeld, wat bij de familievoorstelling hoort. En wat in Shakespeare’s tijd ook de gewoonte was. Goed beschouwd is Kramers formule niet eens zo ongerijmd voor het Stuk der Stukken. Niet toevallig begon Kramers liefde voor Hamlet bij de versie van het Footsbarn Theatre die hij in 1975 zag op het Festival of Fools. ‘Dat was een hippiecommune uit Cornwall, die rondtrok met een tent. Zij speelden weliswaar de originele tekst, maar met pantomime en clownerie. Zelfs Hamlet was zó grappig, zoals hij in de weer was met de zaal. Alle latere versies die ik heb gezien vond ik mooi hoor, maar mij te serieus. Ik heb contact gezocht met de Footsbarn-acteur die Hamlet speelde en hij bezorgde me een vergrijsde video van hun voorstelling. Toen ik dat terugzag, dacht ik: dat komt misschien wel dicht in de buurt van hoe het in Shakespeare’s tijd werd opgevoerd. Het leek wel een familievoorstelling.’


Première op 18 december in de Rotterdamse Schouwburg. Tournee tot half april: theaterrotterdam.nl