Als hechtingen die loskomen

Kevin Canty, Een vreemde in deze wereld. Vertaling Rien Verhoef, uitgeverij De Harmonie, 206 blz., f32,50
‘De telefoon ging terwijl hij aan het stofzuigen was.’ Zo luidt de beginzin van een verhaal van de Amerikaanse schrijver Raymond Carver. Een onopgesmukte, zelfs prozaische opening. In zijn bundel essays, gedichten en verhalen Fires (1983) schrijft Carver dat hij zijn proza met minimale middelen een maximale dreiging wil meegeven. De spanning in zijn verhalen ontstaat vooral omdat de personages - in op drift geraakte huiselijke situaties en vertroebelde relaties - niet weten wat of waarom ze iets doen of nalaten. Waarom slaat iemand er plotseling op los? Waarom zet iemand zijn inboedel in de voortuin en biedt die te koop aan? De drijfveren van het menselijk handelen blijven duister in Carvers verhalen, al licht hij tipjes van de sluier op. De lezer vangt soms een glimp op van stille wanhoop of redeloze radeloosheid. Carver schrijft glashelder, rudimentair, tot op het bot afgeschraapt proza over het duister innerlijk van hopeloos vastgelopen, alcoholische en desperate individuen.

In grove lijnen maar met uitzondering van de laatste zin kan ik hetzelfde zeggen over het debuut van Kevin Canty. Waarom misbruikt een puber een verstandelijk gehandicapt meisje? Waarom let een moeder niet goed op haar tweejarig zoontje? Hoe onverschillig is de zoon die met zijn dronken vader op de achterbank naar zijn zieke moeder rijdt? Wat is er aan de hand met de onoplettende badmeester? Waarom kan iemand niet weglopen van een liefde die allang is doodgebloed? In zijn verhalendebuut Een vreemde in deze wereld heeft Canty zeker de Carver-leerschool doorlopen (Carver zelf heeft weer veel opgestoken van John Cheever en John Gardner). Daar is niets op tegen. Canty schrijft zorgvuldig gecomponeerde verhalen over vrouwen en mannen die allemaal lijden aan eenzelfde soort ‘schizofrenie’: de geest leidt een leven dat losstaat van het lichaam. Er is een constante in die geest en dat is geilheid, die tot hopeloze misverstanden leidt, of, om het literairder te zeggen: tot vervreemding.
Misschien is dat ook wel het bezwaar dat ik heb tegen Kevin Canty’s verhalen, hoe alarmerend ze ook zijn. Ze zijn me te mooi geschreven, zodat er hoe dan ook een wollen deken over de wanhoop van de personages wordt gegooid. Vorm en inhoud, stijl en thema staan te zeer los van elkaar. Carver gaat tot op het bot; Canty dempt de wanhoop.
Het titelverhaal van de bundel heeft een representatief slot. Een vrouw die het verlies van haar echtgenoot, een piloot, niet heeft verwerkt en zich min of meer laat verleiden door de alcoholische vader van haar nieuwe vriend, in wie zij haar vroegere man meent te herkennen, gaat er op het laatste nippertje vandoor in zijn auto: 'Wat wilde ze nu? Dit was het verborgene. Ik wil niets, eigenlijk, niets voor mij, de beleefde niemendal.’ Een abrupt einde dat ongetwijfeld het begin van een nieuwe pijniging inluidt voor iemand die de liefde voelt 'als hechtingen die loskwamen’.
Alles lijkt los te komen in Canty’s verhalen. Zijn personages zijn 'een huls, een lege plek waar eens iets was gebeurd, als een slagveld’ en drijven doelloos, willoos maar zeker niet zonder lust door het leven. Het slechtste verhaal uit de bundel, met pseudo-literaire tussentitels, is 'Slachtoffer’. In die vertelling over een moord uit zelfverdediging bedient Canty zich van de grofste effecten, effecten die de C-films uit Hollywood aan een groot publiek moeten helpen. (Canty maakt uberhaupt te veel goedkope vergelijkingen tussen film en literatuur.)
Het mooiste verhaal is ook het subtielste: 'Geborgenheid’. Hier schrijft Canty heel ingehouden over een moeder die een paar dagen alleen de zorg over haar tweejarig zoontje heeft. Vader werkt, komt thuis en constateert dat er iets hopeloos fout zit. De moeder ziet wat er niet is, met alle misverstanden vandien. In dit verhaal is de moederlijke wanhoop kaal en hard beschreven en wordt de titel van de bundel, Een vreeemde in deze wereld, echt waargemaakt.