Als het een meisje is slacht men een schaap, als het een jongen is twee

Mijn broer en ik © Xena Maria Evers / VPRO

Xena Maria Evers heeft vier zussen maar was van kleins af vooral dikke maatjes met broertje Falco. Samen op judo, op de achterbank naar training of verre wedstrijden en nooit uitgepraat. Maar uitgerekend die soul mate, nu 31, werd moslim, trouwde, kreeg drie kinderen en gaat vrijdags naar de moskee als zij naar de club gaat. De documentaire Mijn broer en ik is een poging hun vertrouwdheid terug te winnen – wat niet meevalt, al was het maar vanwege zijn halal geslacht vlees versus haar vegetarisme; en, hoe zou het anders kunnen, door hun visie op ‘man en vrouw’. Haar intentie lijkt me oprecht, zij het naïef, maar, eerlijk is eerlijk, het is natuurlijk ook haar kans op een spannende film.

Daar zitten ze dan in zijn auto op weg naar een religieuze bijeenkomst in Duitsland. Beschaafde rap klinkt, kennelijk door haar ingebracht, en onzeker vraagt ze: ‘Deze tekst is wel oké toch?’ ‘Ja’, is het zuinige antwoord, ‘maar er zit erg veel ego in. Hoor maar: superstar. De weg die wíj proberen te volgen is om níets te worden.’ Meer Boeddha dan Mohammed in mijn oren, maar ik ben religie-leek. Misschien ligt de sleutel in het feit dat Falco het soefisme aanhangt. De mystieke tak van Allah-gelovers, waar soennitische hardliners weinig van moeten hebben. Falco deed altijd alles vol overgave (een familietrekje trouwens) en reisde windsurfend en blowend de wereld af tot hij de leegte van hedonisme voelde. En de koran ontdekte. Toen werd de overgave ultiem – de letterlijke betekenis van islam immers. Maar waarom? Vooral vanwege de prachtige omgang met armen: de plicht te geven, helpen, want materie betekent niets.

Prompt schiet hij vol. Wij waren ook arm, zegt hij. Tja, denk ik, het zal geen vetpot zijn geweest met vijf kinderen, maar allemaal met de auto gehaald en gebracht naar topsporttrainingen? Behoorlijke opleiding gehad? En daarna de wereld over reizen? Backpacken lijkt me iets anders dan landarbeider in Jordanië of, erger, dienstmeisje in Saoedi-Arabië zijn. En de islam-zuil van de zakat lijkt mij het armoeprobleem in de moslimwereld minder effectief te hebben verminderd dan, pakweg, elders vakbonden en politieke partijen dat deden. Wat uiteraard niets afdoet aan de waarde van de islamitische plicht de minder bedeelde te helpen en aan zijn betrokkenheid daarbij. Maar schiet hij ook vol om Sint Maarten die zijn halve mantel weggeeft? De schenkingen aan goede doelen liggen in Holland torenhoog. Veel te rationeel natuurlijk, die reactie, maar ik blijf het een merkwaardig argument annex emotie vinden.

Terug naar de conversatie: er gaat op de bijeenkomst een schaap geslacht worden vanwege de geboorte van een baby. Als het een jongen is zelfs twee. Dus een meisje is de helft waard, stelt zus. Dat begrijpt ze verkeerd: het offer is ter bescherming van het kind en omdat de man veel meer slechte eigenschappen heeft en zonden begaat dan de vrouw zijn er twee nodig. Oftewel: de vrouw als beter mens dan de man – verwarrende boodschap die ik ook van mijn socialistische vader meekreeg, maar die vond dan weer niet dat de man desondanks de baas in huis moest zijn. Falco vindt dat westerse mannen geen man meer zijn en keihard onder de duim zitten bij hun vrouwen. Hij moet zorgen voor een dak en voedsel en is daarom kapitein op het schip. Daar zit zus dus in de auto en wat ze ook probeert, ze slaat nog geen deukje in zijn gepantserde, door Allah voorgeschreven, mensbeeld.

Door de reis heen zijn gesprekken met hun ouders gesneden. Vader over de rol van religie in hun opvoeding: ‘Volledig afwezig; met dat soort onzin viel ik mijn kinderen absoluut niet lastig’, mede vanwege eigen schadelijke roomse jeugd. Moeder: ‘Allemaal door bejaarde, bebaarde mensen gemaakte regels.’ Ze zijn import op Goeree-Overflakkee en zetten na de verkiezingsoverwinning van de SGP een advertentie in de plaatselijke krant, gericht aan de andere partijen: ‘Wie wil met de SGP samen besturen en zich zo medeplichtig maken aan discriminatie van homo’s en vrouwen?’ Falco is, kortom, heel ver van de boom gevallen. Nee, gesprongen. Komt vaker voor.

Op de feestelijke bijeenkomst in Duitsland wordt iets zicht- en voelbaar van de spirituele aspecten en de rituelen die hem kennelijk aanspreken. En van het gemeenschapsgevoel, waar Xenia buiten staat. Symbolisch gaat ze zitten in de opening van het gordijn, dat vrouwen van mannen scheidt. Ongemakkelijk. Voor Falco zal het hoogtepunt zijn dat de geestelijk leider, de sjeik, bereid is met hen voor de camera te praten. Die stelt vast dat Falco’s bekering broer en zus dichter bij elkaar heeft gebracht. Want? Een moslim wil immers verbinding. Daar lijkt zus veel meer op uit, maar goed. ‘Kan een ongelovige een goed mens zijn?’ ‘Ja, dat kan, maar de meesten zijn het niet want zij hoeven geen verantwoording af te leggen, zoals de gelovige. Ze kunnen alles nemen wat ze willen.’ De terugreis is triest. Xenia heeft het gevoel dat hij daar zijn familie heeft gevonden. Dat hun ouders de deur voor hem hebben opengehouden, ondanks vergaande visieverschillen, vindt hij even prima als wanneer ze dat niet hadden gedaan. Lood om oud ijzer. Voor Xenia rest één lichtpuntje: hij zal niet breken met haar lesbische tweelingzus die draagmoeder voor twee homomannen is. Waarom niet? Omdat de sjeik het heeft gezegd. Dus toch verdraagzaamheid en verbinding.

Jonge moslims trouwens ook de hele week bij de NTR in Moslims zoals wij, de Nederlandse versie van een gelijknamige BBC-serie. Vier vrouwen, vier mannen tien dagen in één huis. In de bekende formule van gefilmde scènes, doorsneden met achteraf-commentaar van betrokkenen. Een waarlijk gemengd gezelschap, van orthodox tot vaag zoekend; van salafist tot soefi; van Indonesisch-Turkse ouders tot Afghaanse, van Soedanese tot erfelijk Hollandse; van werkloos barman tot stafmedewerker bij ngo klimaatverandering; van vlogster tot sociaal ondernemer. Een soefi-verwant van Falco is er ook bij, maar deze Joanne Boerema zal hij niet moeten want ze noemt zich ‘feministische moslima’. ‘Had je een islamitisch vriendje?’ wordt haar gevraagd. ‘Om meteen maar alle clichés op tafel te gooien’, zegt een ander ad rem. ‘Nee’, lacht ze, ’zo is het niet gegaan.’ Ze volgt joodse en Hebreeuwse studies en heeft kennelijk zeer brede interesse in religie. Leuke meid trouwens. Zoals er meer leukerds van beiderlei kunne in zitten. Maar ja, Heilig Boek en Profeet scheiden ons.

Jammer voor makers en kijkers is dat Selma, die met een hutkoffer kleren aan komt zetten (16.000 abonnees op haar YouTube-kanaal over make-up, kleding en haar dagelijks leven – ‘kijk, dit is een Vuitton-sjaal’) al na dag één weg moet vanwege sterfgeval in de familie. Jammer omdat ze alles er ongeremd uit knalt dat bij haar opkomt en ze een vat vol tegenstrijdigheden is. Zonder sluier, fiks opgemaakt, ruime decolletés (in haar vlogs tenminste), vol zorg over de vraag of ze daarmee wel door de religieuze beugel kan, maar ook huilend en woedend als blijkt dat een rokende huisgenoot de vijf gebeden per dag niet als verplicht ziet. ‘Wel tijd voor het bereiden van een shisha pijp maar niet om te bidden!?’ Oftewel: waar blijven we als we de vijf zuilen niet respecteren? Vreemde mix van ambiguïteit en eendimensionaliteit. Gek genoeg heb ik het gevoel dat het noodlot haar redde van een ervaring die ze maar moeilijk aan kon. Maar misschien komt ze nog terug?

De opzet zit al in de leader: ‘Ik ben salafist, hoi’, zegt Mohamed; ‘ik ben lesbisch, voor jullie informatie’, zegt Döne. Daar ligt een program bedoeld voor de kijker: je hebt moslims in soorten en maten, dus niet generaliseren svp. Deze acht hebben het moeilijk met elkaars opvattingen en praktijken, maar zijn bereid tot praten en luisteren. En, zoals dat in groepsprocessen gaat, brengt gedwongen nabijheid de meesten dichter bij elkaar, ongeacht theologische, ideologische verschillen. Mohamed bijvoorbeeld, die het meest behoudend is, kijkt in de VPRO-gids tevreden terug vanwege ‘opgebouwde verwantschap’ en de goede intenties van iedereen. Die tevredenheid zal ook berusten op het feit dat hij zijn missie geslaagd acht: ik heb recht op orthodoxe opvattingen (de enig juiste, want korangetrouw), maar jullie hoeven daar niet bang voor te zijn: ik voel me onderdeel van deze samenleving. Hij toont zich dankbaar voor de mogelijkheden die hij, als gehandicapte immigrant (nagenoeg blind), in Nederland wel en in het Soedan van zijn ouders niet krijgt respectievelijk zou hebben gekregen. En alcohol, homoseksualiteit en voorechtelijke seks zijn niet oké, ‘maar moet ik daar dan een stempel op zetten als mens? Het is tussen jou en Allah of die keus juist is of niet.’

Op vrijdag gaan ze niet op bezoek in de brouwerij in hun tijdelijk Limburgse dorp (voorstel van barman Hazjir dat bij een deel afgrijzen opwekt en me dan ook meer een proefballonnetje van de redactie lijkt) maar naar de moskee. Voor sommigen een ontroerende spirituele ervaring, voor Döne eentje met gemengde gevoelens: ze wil het geloof van haar vader omarmen maar beseft dat de moskeegemeenschap haar verwerpt als ze zouden weten dat ze de eerste Turkse boot op de Gay Pride heeft georganiseerd. Curieus trouwens dat ze met de islamitische vader heeft gebroken (of andersom) maar dat ze met haar christelijke, liefhebbende moeder alles kan delen. Ach, kijk zelf, zou ik zeggen. En ‘zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’. Of erger je, mag ook: we leven in een vrij land.


Xena Maria Evers, Mijn broer en ik, VPRO 3Doc, donderdag 20 december, NPO 3, 21.45 uur.
Moslims zoals wij, NTR, maandag 17 tot en met vrijdag 21 december, NPO 2, 22.55 uur.