Dak- en thuislozenopvang in Gouda

Als het klokje nergens tikt

Gouda heeft voor zestig daklozen slechts twaalf bedden beschikbaar, ondergebracht bij maatschappelijke opvang Het Kompas. Een week rondkijken levert een beeld op van een kafkaëske carrousel. Vraag is of dit na de reorganisatie van 1 januari verandert.

Medium daklozen2

De een zit het mee in het leven, de ander zit het tegen. Laconiek, met een bijna serene glimlach, doet de twintigjarige Nathalie ’s avonds haar verhaal in de nachtopvang voor dak- en thuislozen in Gouda. Op haar tiende het huis uit, opgegroeid in internaten. Vanaf haar dertiende jarenlange detentie vanwege een zware mishandeling. ‘Ik flipte, heb er zó’n spijt van…’ Op haar achttiende stopte de Jeugdzorg en moest ze ‘het verder zelf maar uitzoeken’.

Ze kreeg een vriendje en trok bij hem in. ‘Maar hij stopte acht maanden huur in z’n neus. Coke, ja.’ De huur werd beëindigd, de relatie ook. Werk had ze niet, haar uitkering bedroeg tweehonderd euro, te weinig voor eigen woonruimte. Zo belandde Nathalie tussen de dak- en thuislozen bij het Leger des Heils. De afgelopen zes maanden meldt ze zich hier elke avond tussen zeven en half acht. Eén nachtje overslaan betekent: het vaste bed kwijt en onverbiddelijk naar de wachtlijst. Om negen uur ’s ochtends moet ze samen met de andere ‘passanten’ het pand verlaten. Overdag? ‘Naar de dagbesteding of de bieb, of een beetje rondlopen.’

Het zeventigduizend inwoners tellende Gouda heeft zo’n zestig dak- en thuislozen en stelt daarvoor twaalf bedden in de nachtopvang beschikbaar. Er is ook een afdeling ‘Herstart’ voor zes daklozen die weer wat zijn opgekrabbeld en een vleugel voor vijf à zes ontheemde gezinnen. Samen vormen de afdelingen de ‘maatschappelijke opvang Het Kompas’. ‘De helft van mijn vrienden ligt ’s nachts buiten te vernikkelen’, weet Nathalie. Ze dealen, ze stelen. ‘Alleen ik ken al zo’n vijftien à twintig jongeren.’ Maar ja, voegt ze er berustend aan toe, ‘Wat doe je eraan? Zo is het leven.’

We keken een week rond bij Het Kompas, spraken met personeelsleden en tekenden de verhalen op van de mensen die over de rand van de samenleving vallen.

De 26-jarige Brenda Zwanikken woont al een maand of drie op de gezinsafdeling. De relatie met de vader van het zoontje ging slecht, maar Brenda kon niet weg. ‘Ik had geen werk, geen inkomsten, geen huis, ik was afhankelijk van hem.’ Ze klopte aan bij de gemeente. ‘Een uitkering kreeg ik niet want mijn partner verdiende te veel. Dan moest ik éérst weggaan, zei de gemeente. Maar ik kon niet weg want ik had geen huis. En ik kreeg geen huis zonder inkomsten.’ Zo simpel kan een kafkaëske carrousel blijkbaar zijn.

Haar vader is overleden, haar moeder is blind en heeft een uitkering. ‘Te weinig om twee extra monden te voeden. En als ik bij haar zou gaan wonen, krijg ik geen uitkering’, vertelt Brenda. Werk vinden? Het lukt haar niet. ‘Ik ben zelf opgeleid als sociaal-psychologisch werker, ik zou híer kunnen werken, zeg ik altijd. Maar in de zorg zijn alle banen zo’n beetje wegbezuinigd.’

Uiteindelijk verliet ze haar man, sliep een poos bij diverse vriendinnen, en werd uiteindelijk door maatschappelijk werk naar het Leger des Heils verwezen. ‘Een dak boven mijn hoofd, ik kan hier koken, praten met mijn begeleider, mijn dingen regelen. En zorgen dat ik hier weer weg kom.’ Over twee dagen hoort ze of ze misschien een huis krijgt: ze staat tweede op een wachtlijst.

Martha Prins (32) is unitleider van het Leger in Gouda. Naast Het Kompas leidt ze ’t Veerhuys, ook in Gouda, bestemd voor langdurig verblijf van dertig mensen met een dubbele diagnose: verslaafd en een psychische stoornis. ‘De maatschappelijke opvang in Het Kompas wordt gefinancierd uit wmo-gelden. In 2014 kregen we bijna vijf ton. Dat is twee ton te weinig’, zegt Prins droogjes. Het gat wordt gevuld met sponsorgelden.

Er zijn niet genoeg bedden, weet Prins, terwijl de behoefte toeneemt. ‘Er zijn dagen dat de mensen non-stop aan de deur kloppen voor hulp. De ggz, de geestelijke gezondheidszorg, bouwt het aantal langdurige bedden af en op straat neemt het aantal verwarde personen snel toe. Wij zien het, de politie weet het. Wij zijn gewoon niet berekend op deze zware ggz-klanten. En dit speelt landelijk.’

In ’t Veerhuys, waar Prins ’s middags een overleg heeft, wordt ze aangesproken door een Marokkaanse vrouw. Eind veertig, zwarte djellaba, paarse hoofddoek en donkere zonnebril. De vrouw is bij vlagen psychotisch. Recent heeft ze tijdens een psychose zichzelf de ogen uitgestoken. Tastend met een blindenstok gaat ze Prins voor naar haar kamer. ‘Ik wil in een kleinere instelling wonen’, steekt ze van wal, ‘of in een instelling voor blinden. En ik wil overdag meer te doen hebben. Nu lig ik de hele dag maar op bed of zit te roken.’

‘Waarom wil je nu wel actie ondernemen?’ vraagt Prins. ‘Vóór je psychose wilde je helemaal niks.’

‘Ja… ik weet niet’, zegt de vrouw.

Prins regelt later telefonisch dat de vrouw naar de dagbesteding kan.

Daarna buigt ze zich met twee collega’s over een andere casus: een Veerhuys-bewoner die een celstraf heeft uitgezeten en aansluitend voor een tbs-achtig natraject naar een forensisch-psychiatrische kliniek zou gaan. Bij de rechtbank is echter verzuimd de man meteen aan te houden en naar de kliniek te brengen. Dus brachten de medewerkers van het Leger hem. De kliniek wilde de man op deze basis echter niet aannemen. Hij kon zich wel vrijwillig laten opnemen, maar dat wilde de man weer niet. Terug naar ’t Veerhuys mocht niet, want dan moest hij eerst vervangende detentie uitzitten. De man meldde zich toch bij ’t Veerhuys, werd opgehaald door de politie, waarna de officier van justitie vanochtend meldde dat de man alsnog naar ’t Veerhuys mocht. ‘Lang leve de bezuinigingen op de ggz en de koehandel die soms plaatsvindt’, laat Prins zich ontvallen.

Welzijnswerk is soms ook daadwerkelijk koehandel, weet Johan Koeman (55), directeur van het Leger des Heils in de regio Rotterdam. Hij vertelt over een recent overleg met een externe crisismanager van de gemeente Gouda. ‘Die man zei gewoon: we willen dertien procent bezuinigen, maar jullie mogen een tegenbod doen.’ Gouda wilde het digitale systeem ‘Stipter’. Gemeenteambtenaren, zo was het idee, voeren keukentafelgesprekken met daklozen en leggen de zorgvraag vast in het systeem. Bijvoorbeeld: de heer Jansen heeft onderdak, begeleiding en hulp bij het regelen van financiën nodig, dit is de prijs per uur, welke organisatie biedt? Koeman wordt weer boos als hij eraan denkt. ‘Een veilingsite! Een Marktplaats-systeem, bieden op mensen!’ Het Leger en twee andere regionale organisaties voor begeleid wonen hebben botweg geweigerd hieraan mee te doen. Pikant detail: de betreffende crisismanager arriveerde bij het overleg in een Jaguar en heeft connecties met het bedrijf dat het computersysteem levert.

Medium daklozen1

In de maatschappelijke opvang Het Kompas steekt Suzanne (42) een sigaretje op. ‘In principe zijn wij een heel normaal gezin’, vertelt ze. Maar wel een gezin zonder dak boven het hoofd. Met man en vier kinderen (tussen vier en vijftien jaar oud) zit ze al negen maanden bij het Leger in Gouda.

‘De GGZ bouwt het aantal bedden af en op straat neemt het aantal verwarde personen toe. En dit speelt landelijk’

De ellende begon vijftien jaar geleden toen hun oudste kind ziek bleek. Een jaar van ziekenhuisopnames en stress en Suzanne en haar man hielden de administratie niet goed bij: post belandde in een doos en de een dacht dat de ander de huur en de rekeningen betaalde. Binnen de kortste keren hadden ze tienduizend euro schuld. De kredietbank vond de situatie echter ‘niet uitzichtloos genoeg’. De schuld liep op, in 2011 volgde beslag op het inkomen, ‘we hielden vijfhonderd euro om van te leven. Zo’n vérgaand beslag mág helemaal niet, maar het gebeurt wel.’ In 2012 pakte het gezin, ten einde raad, het boeltje op en reed met een vouwcaravan naar Zweden. Ze vonden baantjes, probeerden deels te leven van het land en de vis in de meren. Maar ze voelden zich eenzaam en waagden de sprong naar Canada, waar familie woont. Het ging echter mis met de werkvergunning en ze kregen tien dagen de tijd om Canada te verlaten. ‘Terug in Nederland bleken de schulden opgelopen tot bijna honderdduizend euro. De huur van de woning hadden we niet opgezegd, er waren ontruimingskosten bovenop gekomen, rente, incassokosten, boetes.’

Vanaf Schiphol meldden ze zich bij maatschappelijk werk in Amsterdam. Die verwees naar de gemeente Gouda, waar ze het laatst stonden ingeschreven. Gouda stuurde het gezin naar Krimpen aan den IJssel, ‘want daar hebben jullie langer gewoond’. Krimpen zei: ga maar naar Rotterdam. Rotterdam verwees weer naar Gouda. Gouda verwees weer naar Moordrecht, waar ze inmiddels op een vakantiepark verbleven. ‘De ambtenaar daar zei: “U bent hier helemaal niet. Volgens de administratie bent u helemaal niet in Nederland.”’

Ten einde raad schreef Suzanne een mail aan Tweede-Kamerleden en aan burgemeesters in de regio. De burgemeester van Gouda legde de mail op het bureau van het hoofd sociale dienst. Binnen een dag kwamen de zaken in beweging: het gezin kreeg een postadres bij het Leger des Heils, waarna een uitkering kon worden aangevraagd. Hoe het verder moet, is onduidelijk. Vanwege de huurschulden krijgt het gezin geen nieuwe woning. ‘Ik heb het van miljoenen kanten bekeken, ik zie geen oplossing. De gemeente weet het ook niet meer, die heeft het opgegeven.’

Bij het Leger zitten niet alleen de klassieke zwervers, zegt Suzanne. ‘Hier zitten ook nette gezinnen met dikke vette pech. Niemand ziet het aan ons dat we hier wonen, niemand gelooft het als ik het vertel. Maar we wonen hier wel.’ Ze vindt het moeilijk. Boven alles mist ze privacy. Haar oudste zoon loopt binnen. ‘Het is goed dat opvang als deze er is. Maar het is niet goed om hier te zijn’, vat hij het bondig samen.

‘Wij hebben zelf grote fouten gemaakt’, zegt Suzanne. ‘Maar als mensen hulp vrágen en ze worden weggestuurd, dan breek je ze. En let maar op: wij zullen niet de enigen zijn.’

De Antilliaanse Jeannethal (33) zit met drie kinderen (14, 12 en 7) ook op de gezinsafdeling. Tot 2006 woonde ze in Nederland, daarna keerde ze terug naar Curaçao. In juli 2014 kwam ze weer naar Nederland, op de vlucht voor de vader van haar kinderen. Ze belandde in Den Haag en Vlaardingen, maar moest voor een uitkering toch naar Gouda waar ze tot 2006 was ingeschreven – maar waar ook haar schoonfamilie woont die ze op straat liever niet tegenkomt. ‘Werk vind ik niet, ik solliciteer me suf maar ze vinden me al te oud. En van 730 euro uitkering kan ik geen huurhuis met meer dan één slaapkamer betalen.’ Ze geeft de strijd op, in januari gaat ze terug naar Curaçao.

‘De sociale dienst en andere instanties zijn te hard geworden. Ik snap het wel, er is in het verleden veel misbruik gemaakt en de deuren zijn dichtgegaan. Maar nu krijgen de mensen die écht hulp nodig hebben die ook niet meer. Want ze vertrouwen niemand meer. Als je eerlijk bent, word je niet meer geholpen. Dus moet je eigenlijk gaan liegen, zeggen dat je psychisch ziek bent en zo. Maar ik wil dat niet.’

‘Het grootste probleem van de gezinnen hier is schulden, budgetbeheer, omgaan met geld’, zegt Annemarieke van Egmond (30), persoonlijk begeleidster (PB’er) van gezinnen. ‘De schulden zijn dusdanig opgelopen dat ze niet meer zijn af te betalen. Verslavingsproblematiek hebben de meesten niet, wel regelmatig psychische problemen. En wat je vaak ziet: een laag IQ.’

Ook Tim Houtman (29), PB’er van de individuele ‘Herstart’-bewoners, kent de problematiek: ‘Negen van de tien keer betreft het huurschuld. En de samenleving verandert, wordt harder als gevolg van de bezuinigingen. Alle instanties trekken hoge muren op, ze kijken exact wat er nog binnen hun takenpakket valt en de rest doen ze gewoon niet meer.’

Hij geeft het voorbeeld van de woningcorporaties. Die hebben afspraken gemaakt over ‘zorgdakconstructies’ voor speciale gevallen, maar weigeren sinds kort mensen voor die woningen als ze een huurschuld hebben. ‘Het gevolg is dat ik de mensen hier niet weg krijg.’

Ander voorbeeld: ‘Tandartsen en huisartsen weigeren onze bewoners gewoon. Dus verwijs ik ze naar een dorpje verderop waar ze niet weten dat dit het adres van het Leger des Heils is.’

Het blijkt het absolute toverwoord in de daklozenzorg: het postadres. Wie niet ingeschreven staat, bestaat niet in het Nederland anno nu. Zonder adres geen uitkering. Zonder uitkering geen woning. Zonder woning geen adres.

Het Leger des Heils mag mensen een postadres verschaffen om deze spiraal te doorbreken. Maar ook dit is aan strikte bureaucratische regels gebonden. Inschrijven moet op de plaats waar je slaapt. Veel ontheemden slapen bij vrienden en kunnen zich daar niet inschrijven omdat die vriend anders wordt gekort op de uitkering.

Medium daklozen3

Zo is er een heel circus ontstaan rond de ‘zestien kruisjes’. Mensen moeten zich zestien keer melden bij de nachtopvang. Als er die nacht geen slaapplek is, krijgen ze een kruisje. Zestien kruisjes geeft recht op een ‘doelgroepverklaring’, een officiële erkenning als zwerver. En het recht op een postadres bij het Leger des Heils. Het leidt tot bizarre situaties. Daklozen die zich ’s avonds melden voor een kruisje, en naar het puntje van hun schoenen staren als er ineens wél plek is. Want ze slapen net zo lief bij vrienden op de bank.

Elke avond tegen half acht verzamelen de kruisjeshalers zich aan de poort van de nachtopvang. Eén man wil ternauwernood kwijt dat hij uit huis is gezet en ‘de nacht maar in het casino gaat doorbrengen’. Groepswerkster Samantha Bergwijn (30) noteert hun namen en weg zijn ze, terug de Goudse nacht in. Twaalf personen behoren deze avond tot de gelukkigen voor wie wel een bed beschikbaar is. Eén voor één druppelen ze binnen. Een moeder en haar dochter – ‘Sorry, ik kan er niet over vertellen’, zegt de moeder met tranen in haar ogen.

De vijftigjarige Marokkaan Aziz. De veertigjarige Iraniër Nasser Failly. De Pool Marek. Een Irakees. Een jonge Marokkaanse vrouw. Een zwijgzame Nederlander van middelbare leeftijd. De 42-jarige Nederlander Raymond. En de twintigjarige Roy, die hier in de opvang een relatie met Nathalie heeft gekregen.

‘Je hoeft maar een relatie te beëindigen terwijl het huis op naam van je man staat. Dan sta je op straat. Zó gemakkelijk gaat dat’

De mensen pakken een handdoek en een stuk zeep, gaan douchen en schuiven opgefrist de centrale woonkamer binnen. ‘Alcohol en verkeerde vrienden’, vat Raymond zijn teloorgang samen. Zeven maanden huurschuld à 450 euro per maand, plus 3500 euro ontruimingskosten, totaal elfduizend euro. Zijn uitkering werd stopgezet toen hij de verslavingskliniek verliet. Nu heeft hij eerst een postadres nodig voordat hij zich kan inschrijven bij een uitzendbureau.

Nasser werd afgekeurd voor werk, onder behandeling voor oorlogstrauma’s. Nu wachten op een huis. En overdag ‘op de dagbesteding een bakkie koffie, een spelletje spelen, wat schoonmaken, naar de bieb, kamertje zoeken en vechten voor mijn leven’.

Roy is door zijn moeder ‘uit huis gegooid’. Solliciteren lukt niet, ‘kansloos als ze horen waar ik woon’. Een uitkering krijgt ook hij niet, ‘de gemeente zegt: ga maar naar school. Maar ik héb mijn diploma’s al.’

De avond verloopt rustig. De bewoners lopen in en uit, naar de binnenplaats waar gerookt mag worden. De nachtopvang mogen ze niet verlaten: als ze de straat op gaan komen ze niet meer binnen.

Tegen middernacht zijn vrijwel alle bewoners gaan slapen, op kamertjes met één stapelbed en één eenpersoonsbed. Nathalie en Roy tortelduiven nog wat in de woonkamer voordat ze ieder naar hun eigen kamer gaan. ‘Leger des Heils hè… Samen slapen is er hier niet bij.’

’s Morgens om zeven uur komt de zaak weer tot leven. De meeste bewoners zijn gejaagd – alsof ze naar hun werk moeten. Een snelle kop koffie, een sigaret op de binnenplaats en dan snel naar buiten.

De ‘klassieke zwerver’ à la Swiebertje bestaat niet meer, vertellen de medewerkers van het Leger. ‘Dat zijn hooguit nog de mensen die zich niet wíllen laten helpen, vaak als gevolg van een psychiatrisch ziektebeeld’, zegt begeleider Tim Houtman. Hulpaanbod is er voor vrijwel elke doelgroep. Alleen is het te weinig, te kort. ‘Voorheen mochten we mensen negen maanden opvangen, nu nog maar zes. We hadden ook zestien bedden maar krijgen er van de gemeente nog maar twaalf vergoed.’

Groepswerker Ilona Dulfer (20): ‘Mensen hebben zó snel hun oordeel klaar… Ze denken: in Nederland hoeft niemand dakloos te zijn. Maar je hoeft maar een relatie te beëindigen terwijl het huis op naam van je man staat. Dan sta je dus op straat. Zó gemakkelijk gaat dat. En velen denken: o, de gemeente helpt wel. Maar gemeenten staan echt niet te springen.’

Ze herinnert zich het geval van een jonge, verstandelijk beperkte moeder met twee kinderen. ‘Van de gemeente móest en zou ze naar school, maar dat kon ze echt niet. Ze had alleen een uitkering nodig om een huis te kunnen krijgen. Ik denk dat sommige ambtenaren het werkveld niet kennen. Als je hier werkt, zie je dat er ook uitzonderingen op de regels nodig zijn.’

De hulp kan gevarieerd zijn en gaat veel verder dan alleen bed-bad-brood. ‘Vroeger was het pappen en nathouden en agressie vermijden. Maar de cliënt kwam niet echt verder’, zegt unitleider Prins.

Tegenwoordig worden in een zorgplan de problemen op tien leefgebieden in kaart gebracht. Gezondheid, huisvesting, verslaving, justitie, financiën, psychische stoornissen, sociale vaardigheden, woonvaardigheden, dagbesteding en zingeving. En er worden doelen aan geplakt, bijvoorbeeld ‘geen boetes meer voor zwartrijden’. Prins: ‘Dan blijkt dat sommigen niet wéten dat ze moeten inchecken. Vragen we een OV-chipkaart aan, en een uitkering zodat er geld op kan worden gezet.’

Agressie is nog wel eens een probleem. De ruiten van het pand worden gemiddeld één keer per kwartaal door gefrustreerde cliënten ingegooid – overal in het pand prijken stickers van ruitschade-herstelbedrijven. Laatst nog drong een ex-bewoner binnen en begon een vechtpartij met een andere bewoner. Deze week wandelt de buurtagent binnen om de aangifte van dat laatste incident af te wikkelen.

Het is een zorg die leeft bij veel medewerkers: wat verandert er bij de transitie per 1 januari 2015 waarbij de zorg overgaat naar gemeenten? ‘Hebben gemeenteambtenaren wel voldoende kennis over deze doelgroep?’ vraagt begeleidster Annemarieke van Egmond zich hardop af. ‘Ik vrees dat veel mensen de pineut worden, dat maatwerk gaat ontbreken en dat ze nog verder de put in worden geduwd.’

En dan is er nog de zogeheten ‘regiobinding’: de eis dat mensen alleen geholpen mogen worden in de plaats waar ze het laatst stonden ingeschreven – of soms zelfs waar ze zijn geboren. Directeur Johan Koeman: ‘Dat is het grootste gevaar: dat de spanbreedte om te helpen stopt bij de gemeente- of regiogrens. Mensen kunnen dus niet meer tijdelijk elders worden opgevangen. Terwijl het soms juist heel goed is om hen even uit de habitat te halen waar het misging.’

Gemeenten, aldus Koeman, doen aan dak- en thuislozenzorg omdat ze geen overlast willen. Echt con amore gaat het meestal niet. ‘Ze zien het, anders dan verslaving of een psychische aandoening, veelal als een eigen keuze waar je ook snel weer vanaf kunt en waar ze weinig geld aan willen spenderen.’

Maar in werkelijkheid is het niet één eenduidige problematiek, legt de directeur uit. ‘Een dakloze heeft geen dak boven het hoofd, maar een thuisloze kan best een eigen huis hebben. De dak- en thuislozen hebben geen dak én zijn thuisloos. Die zitten dus bij ons.’

Thuisloosheid, legt Koeman uit, komt voort uit het niet hebben van allerlei vaardigheden: eigen-verantwoordelijkheidsgevoel, omgaan met financiën, normale omgangsvormen. ‘Ze hebben het allemaal over huisje-boompje-beestje, maar de meesten hebben dat in hun leven nog nooit ervaren. Het is een droombeeld, maar ze weten niet hoe ze er naartoe moeten werken.’ Gemeenten denken vaak dat zo iemand weer alleen verder kan als de leefgebieden eenmaal zijn geregeld. Een illusie, stelt Koeman: ‘Deze mensen leven met een handicap die niet echt zichtbaar is. Zo’n situatie valt niet altijd binnen een jaar om te buigen – maar daarna stopt wel de financiering.’

‘Het Leger des Heils is het opvangputje van de samenleving en de gemeenten lopen niet zo hard’, zegt Eline van der Net (47) van het Bureau Traject Management, de ‘voordeur’ van het Leger. Probleemgevallen worden heen en weer geschoven. Ze vertelt over een vrouw van zestig met een persoonlijkheidsstoornis die eindelijk een woning kreeg. ‘Nu wil de gemeente weer dat ze sollicitatietraining gaat volgen, de vrouw wil niet en nu wordt haar uitkering gehalveerd. Die staat binnen twee maanden dus weer op straat. Wij willen haar liever ook niet opnieuw binnen omdat ze hier veel gedoe veroorzaakt. Doorstromen naar een ander huis lukt niet vanwege de huurschuld. Vrijwillige opname in de ggz wil de vrouw ook niet. Dus wat gaan we doen? We zijn nu in overleg met de ggd.’

Ander geval: een jonge moeder, 27 jaar, met een kind en weer zwanger. Ze moest gaan werken van de gemeente, spande een rechtszaak aan en won die. Inmiddels heeft ze wel een schuld van vijftienduizend euro wegens de eigen bijdrage aan de opvang gedurende de rechtsgang. ‘Als gemeente moet je helemaal niet willen dat mensen in de opvang belanden’, zegt Van der Net, ‘laat staan dat we met z’n allen een gezin hier anderhalf jaar laten zitten. Er moet veel meer worden ingezet op preventie. Want’, besluit ze, ‘eenmaal dakloos is duur, uitzichtloos en levert generaties lang schade op.’


Dit verhaal kwam mede tot stand met subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl