Hoe een partij zich naar binnen keerde

Als het luide debat een zacht gefluister wordt

D66 wilde altijd de muur tussen machthebbers en burger doorbreken. En was tegen dogmatisch en regentesk bestuur. Maar de partij is erg veranderd. Vasthouden aan de macht lijkt prioriteit te hebben.

‘De openheid, de transparantie.’ Vol enthousiasme vertelt Ries de Langen over zijn affiniteit met D66. ‘Amateuristisch en rommelig, maar juist daardoor ook vernieuwend en creatief.’ In 1976 werd hij lid, en trots droeg hij lidmaatschapsnummer #809. Droeg, want ruim twee jaar geleden zegde hij ‘met pijn in het hart’ zijn lidmaatschap op. Hij kón niet anders, zegt hij, omdat de landelijke en provinciale partijbestuurders elk gesprek uit de weg gingen. ‘D66 was bij uitstek een partij waar de politici bereid waren te luisteren.’ Zijn opzeggingsbrief kreeg een standaardreactie vanuit het landelijke secretariaat. ‘Na dik 42 jaar lidmaatschap verwacht je op z’n minst een telefoontje, maar niets.’

De concrete aanleiding voor de scheiding is de manier waarop de partijtop zijn woonplaats Haren uitleverde aan de stad Groningen. Het villadorp met achttienduizend inwoners ging op in de grote stad. Tegen de zin in van bewoners, driekwart van het dorp stemde tégen die samenvoeging tijdens een burgerraadpleging in 2014. De provincie Groningen besloot echter anders onder het mom van financiële kwetsbaarheid en een mogelijk gebrek aan bestuurlijke slagkracht in de toekomst. Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken (D66) zei dat gemeentelijke herindelingen ‘in principe het beste van onderop en vrijwillig’ plaatshebben. Het protesterende Haren is even uitzondering op deze regel.

Ook de Tweede en Eerste Kamer stemden voor samenvoeging, inclusief alle parlementariërs van D66. Ze spraken voor de formaliteit wel daarvoor met de dorpelingen, maar volgens de leden stond de uitkomst al lang vast. ‘Het is coûte que coûte aangenomen, zonder te luisteren naar tegengeluiden.’ Met De Langen vertrokken nog zo’n veertig leden en daarmee is ruim de helft van de ooit actieve Harense afdeling verdwenen.

‘Er is geen enkele poging vanuit het landelijke bestuur gedaan om ons erbij te houden’, zegt Wil Legemaat. Ze was 32 jaar lid en ruim acht jaar raadslid in het villadorp dat een echt D66-bolwerk was. In 2014 stemde 33 procent van de kiezers in Haren op de progressieve partij, daarmee werd D66 veruit dé grootste.

Toch vond de lokale aanhang geen gehoor bij de landelijke top toen het over de omstreden herindeling ging. ‘Tientallen brieven stuurden we, maar een antwoord kwam er zelden’, zegt Legemaat. ‘D66 is bestuurlijk en uitvoerend verworden tot datgene waartegen de partij ooit werd opgericht! Dogmatisch, regentesk en top-down in plaats van luisteren naar onderop’, schreven de vijf raadsleden toen ze eind 2018 hun lidmaatschap opzegden.

Een woordvoerder van de D66 zegt in een reactie dat het landelijk bestuur naar Haren is afgereisd om te praten over de gemeentelijke herindeling. Het is echter niet aan dat bestuur om besluiten te nemen, zegt hij ook. ‘Wij zien het niet als onze taak om politieke standpunten op te leggen aan leden of volksvertegenwoordigers. Niet aan de landelijke fractie, noch aan regionale of lokale vertegenwoordigers.’ De vraag waarom niemand even belde naar de opzeggers (die vaak decennia lid waren) blijft onbeantwoord.

Alle politieke verenigingen kennen botsingen van belangen tussen landelijke kopstukken en lokale partijtijgers. Haren was ook voor het cda een zware dobber. Toch ligt deze botsing bij D66 gevoeliger dan bij de andere partijen, en niet alleen omdat het villadorp in het noorden een grote vrijzinnige aanhang had. Nee, de pijn zit vooral in de dichte luiken van het gestaalde partijkader in Den Haag. Dat een partij als D66 niet thuis geeft, een partij waar de charismatische oprichter Hans van Mierlo liefdevol sprak over ‘een stille revolutie die kanalen graaft van de burgers en hun frustraties naar de centra van de macht’, dat deze open partij niets meer van zich laat horen, dat doet zeer.

En lang niet alleen in Haren. Zo zegde ook raadslid Bert Terlouw uit Raalte afgelopen zomer zijn D66-lidmaatschap met pijn in het hart op. De verpleegkundige kon het niet meer aanzien hoe zijn partij omging met de zorg – en in coronatijd tegen meer loon en waardering stemde voor het zorgpersoneel. Het smeulde al langer: het gerommel met het referendum en het geloof in de marktwerking in de zorg zag hij met lede ogen aan.

Hij ging niet over één nacht ijs. Hij kon en kan immers prima overweg met het regionale en lokale bestuur. Hij richtte in 2009 nota bene zelf de afdeling Raalte op en in 2017 stond hij – ‘op eigen kracht’ – op de kandidatenlijst voor de Tweede-Kamerverkiezingen. ‘Ik koos ooit voor D66 vanwege de openheid, het vertrouwen hebben in de mensen. Maar veel is al in Den Haag beklonken, veel is al uitgewerkt tot in detail. Ik heb lang gedacht dat ik van de partij af dreef, maar ineens besefte ik: nee, de partij drijft van mij af.’

D66 ís ook veranderd. Voorstanders spreken van de broodnodige professionalisering van de partij, critici zien eerder een partij die koste wat het kost vasthoudt aan de macht, en daardoor uit angst de lijnen wel heel erg kort houdt. Hoe je er ook naar kijkt, in 2006 transformeerde de partij intern en dat is de laatste jaren vervolmaakt.

Na een rampzalige deelname aan het kabinet-Balkende II werd de partij electoraal bijna van de kaart geveegd. Ze stond een tijd op nul zetels in de peilingen, maar wist tijdens de parlementsverkiezingen van november 2006 onder aanvoering van Alexander Pechtold toch nog drie zetels binnen te slepen. D66 had de politieke dood in de ogen gekeken, en daarom kreeg de nieuwe lijsttrekker van de partijcoryfeeën alle ruimte.

Al in het vroege voorjaar van dat verkiezings-jaar – toen Pechtold het besluit moest nemen om zich te kandideren – werden de plannen gesmeed, beschreef Vrij Nederland in 2014 in het artikel ‘Hoe D66 een bedrijf werd’. Dat gebeurde tijdens een besloten bijeenkomst in het Haagse herenhuis van Carla Pauw, die in de jaren daarvoor partijleiders als Van Mierlo, Jan Terlouw en Els Borst adviseerde. Ook aanwezig waren oud-partijvoorzitter en senator Gerard Schouw (die later Tweede-Kamerlid werd), wethouder Ingrid van Engelshoven (later partijvoorzitter, Kamerlid en nu minister), bestuurslid Gerben Jan Gerbrandy (later europarlementariër) en Frans van Drimmelen. Laatstgenoemde is partner van het zeer invloedrijke lobbykantoor Dröge & Van Drimmelen. Hij was van 1999 tot 2004 penningmeester van D66 en wilde toen ook al de organisatie herstructureren – hij liep echter te hoop op de Kamerfractie.

‘Ik heb lang gedacht dat ik van de partij af dreef, maar ineens besefte ik: nee, de partij drijft van mij af’

Maar tijdens de bijeenkomst bij Pauw thuis werd opnieuw een plan bedacht. Pechtold, die van 2002 tot 2005 partijvoorzitter was, wilde niet alleen inhoudelijk van koers veranderen, hij stelde daar als ‘bikkelharde eis’ dat de organisatie op de schop ging. Zo geschiedde. Er kwam één huisstijl, een scoutingcommissie, de talentenklas (die Route66 heet), een wethouderspool, een permanente campagnecommissie en programmacommissies (landelijk en lokaal) en een businessclub (waar leden voor 366 euro per jaar ‘direct en eerlijk’ toegang krijgen tot landelijke politici en adviseurs). Van Engelshoven werd partijvoorzitter en ging brandjes blussen bij lokale afdelingen. Ook regelde zij dat de lijsttrekker meer te zeggen kreeg over de kandi-datenlijst.

In Vrij Nederland bezongen partijprominenten het succes van de professionalisering. ‘We hebben te lang geleefd in de nadagen van de jaren zestig en zeventig, toen ieders mening evenveel waard was’, zei senator en consultant Joris Backer. Hij was eerder topman bij Shell en leidde van 2008 tot 2014 het wetenschappelijke bureau van D66, de Mr. Hans van Mierlo Stichting. ‘Nu geven we veel meer aandacht aan de mening van de experts.’ Tegelijkertijd was hij van 2005 tot 2010 voorzitter van de permanente programmacommissie én schreef hij mee aan de verkiezingsprogramma’s.

‘Je kunt wel volhouden dat alle meningen gelijkwaardig zijn, maar dat is niet zo’, zei Marty Smits. Hij was destijds partner bij de Boston Consulting Group en vicevoorzitter (van 2008 tot 2016) van het D66-bestuur. ‘De meritocratie heeft aan belang gewonnen.’ Smits was destijds voorzitter van de commissie die de verkiezingsprogramma’s schrijft. ‘Wat we nu meemaken is de volwassenwording van D66.’

Ook nu blikt Smits aan de telefoon trots terug. Hij ziet sinds 2007 een rechte lijn omhoog. ‘Geen hapsnap, maar al jaren heeft D66 een consistent sociaal-liberaal verhaal met duidelijk geformuleerde doelen.’ Hij wil resultaten zien, en die ziet hij dankzij die professionalisering. ‘Kijk hoe D66, samen met de ChristenUnie, alle klimaatmaatregelen in dit regeerakkoord heeft gekregen! Vergeet niet dat er in de verkiezingsprogramma’s van de vvd en het cda niets stond over klimaatverande-ring.’

Rob Jetten en Sigrid Kaag na haar eerste speech als D66-leider. Arnhem, 5 september 2020 © Remko de Waal / ANP

En de partij is ook aanzienlijk populairder geworden. Vanaf 2009 won ze er verkiezing na verkiezing zetels bij. Dat kwam zeker door de energie van Pechtold (en zijn anti-Wilders-retoriek en hervormingsagenda), maar ook – zeggen de mensen achter de schermen – door de strakkere organisatie. De partij groeide van tienduizend leden in 2008 naar bijna 29.000 in 2018. Pechtold, en de interne partijcultuur die hij creëerde, maakte mogelijk wat in 2006 nog onmogelijk werd geacht. D66, ooit op sterven na dood, beleefde hoogtepunt na hoogtepunt.

‘Weinigen zullen behoefte hebben om het tegen de klippen op veroverde optimisme van de laatste jaren te verstieren’, schreef Thijs Kleinpaste in september 2016 in De Groene naar aanleiding van het vijftigjarige bestaan van de partij. ‘Enthousiast beleden conformisme is ook bij D66 de eerste stap op weg naar een zetel.’ Toch waren er ook zorgen, hoorde de auteur: ‘Of, zoals een Amsterdams lid van de gemeenteraad zich deze zomer na afloop van een politiek café liet ontvallen: “We hebben weer nieuwe ideeën nodig, want met Pechtold zitten we intellectueel een beetje in een dal.”’

De laatste jaren is de glans er wel wat vanaf gegaan. Sinds 2018 verloor D66 achtereenvolgens zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen, de Europese verkiezingen en de provinciale verkiezingen. En ook het aantal leden daalt, eind 2020 stond de teller op bijna 25.000, blijkt uit de laatste cijfers van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. D66 is nog wel ietsje groter dan de vvd wat ledenaantallen betreft, maar de groei lijkt eruit.

Tegelijkertijd lijkt de onvrede te smeulen. Vooral over de interne cultuur met ‘stevige campagnes en meer strakheid in politiek handelen’, zoals oud-Kamerlid Boris van der Ham eind vorig jaar schreef in het politiek-wetenschappelijke tijdschrift Idee. D66 was ‘een boerenpartij voor intellectuelen’, ‘met een aversie tegen de macht en ideologische scherpslijperij’. Het leidde tot een partij die door al het goede amateurisme nog geen deuk in een pakje boter kon slaan.

De professionalisering onder aanvoering van Pechtold was noodzakelijk. Maar: ‘Zoals bij alle veranderingen slaat de pendule ook weleens door. Anders dan de sferische D66 van ooit stond de partij afgelopen jaren op het Binnenhof vooral bekend als ultiem geslepen, op het machiavellistische af.’ Het kan, aldus Van der Ham, wat evenwichtiger.

Dat het her en der wat schuurt binnen de partij werd duidelijk op het 112ste congres op 18 november 2020. Niet tijdens de – voor de media bedoelde – speech van Sigrid Kaag waarin ze beloofde ‘het vuur uit haar sneakers te lopen’ om ongelijkheid te bestrijden, wel tijdens de kleinere Zoom-sessies. Daarin bespraken zo’n honderd leden al ’s morgens vroeg zware thema’s zoals de toekomst van de politieke partij.

Simon Otjes, politicoloog bij de Universiteit Leiden, had wel een bemoedigende boodschap voor de bezorgde leden over het veelbesproken versplinterde politieke landschap. ‘Er zijn altijd mensen geweest die ontevreden waren, die hebben nu een stem gekregen’, zei hij. ‘We moeten trots zijn op ons Nederlandse kiesstelsel, dat steeds ook nieuwe geluiden vertegenwoordigt.’ In 1988 ging tachtig procent van de stemmen nog naar het cda, de vvd of de pvda. Dat fletse machtsblok wilde D66 doorbreken – en die missie is, wil Otjes maar zeggen, gelukt. Want die partijen trokken bij de laatste verkiezingen in 2017 zo’n dertig procent van de stemmen. ‘Kiezers zijn echt gaan kiezen’, aldus Otjes. ‘Dus moet je jezelf als partij steeds weer laten zien.’ Het is een algemene trend, licht hij later telefonisch toe, dat partijen professioneler worden. ‘De besluitvorming komt vaker uit de campagneteams en minder vanuit de vereniging.’

‘Op het Binnenhof stond de partij afgelopen jaren vooral bekend als ultiem geslepen, op het machiavellistische af’

Dat wringt bij een politieke partij die zich erop voorstaat een open en bruisende ideeënpartij te zijn. Belangrijke zaken over de koers worden in een te kleine kring besproken, vinden de critici. Bij het afgelopen congres dienden leden meerdere voorstellen in om de leden meer te betrekken. ‘Het campagneteam en de campagneleider nemen nu beslissingen over de kernboodschap waarop leden vooraf geen of weinig invloed hebben’, staat er in een motie die ‘ontraden’ werd door het landelijk bestuur.

Maar niet alleen die kleine kring steekt. D66 is inhoudelijk steeds meer gaan leunen op het advies van planbureaus en ministeries. Onder Pechtold, zo klinkt het, is deskundigheid een ideologie op zichzelf geworden. D66, ooit opgericht om de boel op te schudden, is een machtspartij geworden die, fluisteren enkele leden, de rol in het midden van het cda heeft overgenomen. Een al te fel debat binnen de partij wordt als snel vanwege de permanente campagne-stand gezien als schadelijk.

Het oud-lid Legemaat uit Haren kreeg niet het idee dat de partij zat te wachten op betrokken leden. ‘Ja, zo rond campagnetijd kregen we vanuit Den Haag de opdracht positief te twitteren.’ De kloof is zichtbaar op congressen, zegt ze. ‘Daar zit een klein groepje vooraan zelfgenoegzaam in de eigen bubbel. Er is geen oog meer voor de mensen daarbuiten. Ze snappen niet dat ze niet méér zetels halen: want hun boodschap is toch voor iedereen geweldig?’

En het zijn niet alleen de ouderen die dit zeggen met een weemoedig gevoel over de anarchistische beginjaren. Op het zomercongres in 2019 hield voorzitter Dennis van Driel van de Jonge Democraten een vlammend betoog voor méér discussie binnen de partij. Hij haalde een van de laatste tv-optredens van wijlen Van Mierlo aan (Pauw & Witteman, 2010). ‘Hij sprak over de dodelijke omhelzing waarin de uitvoerende en wetgevende macht verkeerde, deze omhelzing is naar mijn idee alleen maar verstikkender geworden.’ En: ‘D66 was dé anti-establishmentpartij van Nederland.’ Juist nu de partij regeert ziet hij de kans: ‘Blaas de boel op, breek het systeem open, maak het transparant.’

Zijn speech kreeg een daverend applaus. De jonge democraat verwoordde perfect het knagende gevoel dat meer leden hadden. Ja, in een coalitie moet je inleveren. Maar is het in de prullenbak gooien van het referendum niet al te enthousiast omarmd door de D66-minister van Binnenlandse Zaken? Moest de fractie niet meer afstand nemen van de door Rutte zo gewenste afschaffing van de dividendbelasting? En waarom werd er niet meteen een stokje voor de rekenrente op de studieschuld gestoken? ‘Is D66 banger voor banken dan voor studenten?’

Vlak na het congres zegde Van Driel zijn lidmaatschap op. In een interview met Demo, het magazine van de Jonge Democraten, zei hij: ‘Ik denk dat heel veel dingen met de mantel der liefde worden bedekt, alles moet maar positief zijn en de discussie wordt gezien als iets negatiefs.’ Hem werd door de partijtop ‘heel veel persoonlijk kwalijk genomen’. Zo kreeg hij na een kritische tweet (‘een dolkstoot in de rug van de partij’) binnen zeven minuten het verwijt ‘de partij te schaden’. Ook vlak voor het congres kreeg hij een reprimande. ‘De partijtop belde mij ’s ochtends om 6.15 om te zeggen dat het een “kutspeech was’’ en dat het de partij “onherroepelijk ging schaden’’.’

Medy van der Laan, Boris Dittrich, Alexander Pechtold en Carla Pauw bij een D66-nieuwjaarsborrel, Den Haag, 12 januari 2006 © Martijn Beekman / ANP

Beeldvorming is leidend geworden bij D66. Wichard de Wolf, van 2013 tot 2015 lid van het landelijke bestuur, schreef in 2017 in een ingezonden stuk in de NRC: ‘De waan van de dag en de volgende peilingen zijn bepalend. Wat minder telt, is de mening van de leden, om het maar een eufemistisch uit te drukken.’ Drie jaar, en twee leiders (Rob Jetten, nu Sigrid Kaag) verder ziet hij niet veel verbeteringen in die interne cultuur. ‘Kaag is een uitstekende keuze, maar het duurt nog wel een paar jaar voordat ze weet hoe de hazen ook binnen de partij lopen. Nu is die partij echt te veel top-down.’

Kaag wordt in de campagne neergezet als de ideale buitenstaander, de ultieme verbinder die wars is van het politieke spel. Waar inhoudelijk van onderop weinig mogelijk is, heeft haar persoon wel een eigen ‘grassroots-campagne’ (overgewaaid uit de Verenigde Staten). Door allerlei fans (#TeamKaag) is gebouwd aan een beweging die haar de eerste minister-president moet maken. De campagne is niet zozeer op D66, als wel op Kaag gericht – en dat is opmerkelijk voor een partij die zegt prat op inhoud te gaan in een land waar geen premier maar een partij wordt gekozen.

Bij het landelijk partijbureau houden ze graag de mythe in stand dat Team Kaag spontaan is geboren, van onderop ontsproten. Bedoeld voor iedereen (dus uit alle partijen) die een vrouw in het Torentje wil. D66 doet alsof de partij er nauwelijks mee te maken heeft, maar financiert de campagne wel. Bovendien komen de leuzen op de site (‘nationalisme is een valse belofte’, ‘never gonna give EU up’) overeen met het verkiezingsprogramma. En een medewerker van het landelijke campagneteam kijkt mee om te voorkomen dat ‘(online-)activiteiten gelijktijdig worden gepland’, aldus een woordvoerder. Inhoudelijk bemoeit hij zich nergens mee, wordt bezworen.

Maar het échte Team Kaag laat niets aan het toeval over. Ze is op een rijdende trein gestapt waar ze zelf weinig grote accenten kan zetten. Het verkiezingsprogramma (205 pagina’s dik) lag er al en haar campagneteam stond al klaar. ‘Ze wordt omringd door alexandrianen, zoals wij de vertrouwelingen van Pechtold noemen’, zegt De Wolf. Dat zijn geslepen adviseurs. Voorlichters zijn machtiger dan sommige Kamerleden die straffe trainingen ondergaan. ‘Och, dan zie ik soms mensen op tv die ik goed ken en dan denk ik: “Jee, wat ben jij geprept.” Geef Kamerleden de ruimte en laat ze ook hun eigen ding doen.’

Na het afscheidscongres van Pechtold (in oktober 2018) sprak oud-parlementariër Van der Ham in Met het oog op morgen over ‘een spinmachine’. ‘Als ik nu soms naar de fractie kijk, dan denk ik: kijk eens wat minder naar House of Cards en wat meer naar Sesamstraat.’

‘Wij hebben 25.000 leden die goed gebekt zijn, goed opgeleid en echt wel wat kunnen. Praat met hén’

Kaags team is ook het team van Pechtold. Althans, de helft daarvan, zegt de woordvoerder. Toch zijn alleen maar oude bekenden te zien in de documentaire Sigrid Kaag: Van Beiroet tot het Binnenhof. ‘Jij bent toch die frisse buitenstaander’, zegt campagneleider Sjoerd Sjoerdsma die ook in 2017 campagneleider was. ‘Wij hebben de reflexen hoe je zo’n campagne moet doen.’ Ze zitten in de woonkamer van Kaag waar ook Carla Pauw (‘een vriendin’) present is. Zij was ook adviseur van Van Mierlo, Terlouw, Borst én Pechtold. In het fragment komt ook een voorlichter binnen die jarenlang als schaduw van Pechtold gold.

Frans van Drimmelen, de oud-campagneleider van Pechtold, komt niet in de documentaire voor, maar geldt ook zeker als adviseur. Of gold. De informele adviseur raakte half december in opspraak wegens een #MeToo-kwestie. Een anonieme klokkenluider zou een partijgenoot in 2016 hebben geïntimideerd en gestalkt. De partijtop wist dit en ook Kaag was, erkende ze, geïnformeerd over ‘de casus’. Maar pas toen de #MeToo-kwestie in de media bekend werd, liet ze een onderzoek instellen. ‘Ik ben enorm geschrokken van dit bericht. Ik leid een partij waar we respectvol met elkaar omgaan en die voor iedereen een veilige werkomgeving en politieke vereniging moet zijn.’

De resultaten van het onderzoek, uitgevoerd door bureau bing, worden binnenkort verwacht. Het zal ook gaan over wat er precies met de melding is gedaan in de top. Bekend is dat zowel Pechtold als senator Thom de Graaf (de huidige vicevoorzitter van de Raad van State) ook op de hoogte was. Van Drimmelen ziet het onderzoek, zo liet hij weten, met vertrouwen tegemoet.

Van Drimmelen is niet zomaar een lid, hij is invloedrijk en loopt al sinds 1999 mee in de partij waar hij allerlei functies bekleedde. De vertrouweling van de partijtop scoutte via de talentencommissie tot 2018 talenten. Het is de vraag hoe een lobbyist zo een invloedrijke positie kon bemachtigen binnen de partij. Hijzelf zei in 2016 bij Café Weltschmerz dat hij ‘eerder politicus was dan lobbyist’ en dat dit geldt bij meer medewerkers op zijn kantoor. ‘Soms kunnen ze verschillende rollen aannemen. Dat heeft ermee te maken dat er bij die mensen politiek in hun lijf zit.’ Op zijn kantoor werken vooral politici uit (potentiële) regeringspartijen. Naast drie vvd’ers, twee cda’ers en één pvda’er, maar liefst acht medewerkers met een D66-achtergrond. Dat zijn lokale campagneleiders, maar ook oud-beleidsmedewerkers van Kamerleden en zelfs (oud-)kandidaat-Kamerleden. Ingrid van Engelshoven (de huidige minister van Onderwijs) was partner bij Dröge & Van Drimmelen. Ze was toen ook partijvoorzitter.

Het doel van lobby is politieke besluiten te beïnvloeden namens klanten. Hoe dichter de lobbyist bij de parlementariër kan komen, hoe beter. Onduidelijk is hoe D66 in de afgelopen jaren heeft voorkomen dat lobbybelangen door partijbelangen zijn gaan lopen en vice versa. Zo gaf Van Drimmelen in 2019 een masterclass lobbyen (‘hoe werkt lobbyen eigenlijk?’) aan D66’ers in de lokale politiek met een kantoormedewerker die in 2018 campagnemedewerker was van de partij.

Zijn lobbykantoor ‘helpt’ volgens de eigen site ‘bij het navigeren door het Nederlandse poldermodel’, stippelt de ‘beste lobby-strategie’ uit voor verzekeraar Achmea en regelt dat de brancheorganisatie voor intermediairs en brokers wordt ‘gepositioneerd’ als ‘herkenbare en betrouwbare’ gesprekspartner. ‘Dit heeft onder meer geresulteerd in deelname aan verschillende bijeenkomsten van de Tweede Kamer en relevante ministeries.’ Volgens de woordvoerder van D66 heeft ‘ieder lid natuurlijk een bepaalde achtergrond die meeweegt in de persoonlijke opvattingen, maar invloed van bedrijven staan we nooit en op geen enkele manier toe’. Hoe daar dan op wordt toegezien blijft onduidelijk.

‘Wij hechten aan het grondwettelijke recht (art. 19) op een vrije arbeidskeuze’, aldus de woordvoerder. ‘Bij contacten van Kamerleden en medewerkers met lobbyisten wordt geen onderscheid gemaakt tussen wie wel of niet voor D66 heeft gewerkt. Informatie wordt op dezelfde manier behandeld en gewogen.’

Wichard de Wolf noemt de invloed die Van Drimmelen had op de partij ‘ongelukkig’. ‘Zijn rol is uitgespeeld, maar laat het ook een les zijn.’ De luiken moeten open wat hem betreft. Persoonlijke agenda’s (‘kom ik ook nog een keer op de lijst’) moeten weg. ‘De vereniging moet het geluid van de leden kunnen vertegenwoordigen. Zonder last van de fracties. Wij hebben 25.000 leden die goed gebekt zijn, goed opgeleid en echt wel wat kunnen. Praat met hén.’

Ook het kopje ‘interne democratie’ kon wel wat serieuzer genomen worden, zegt Flip Hoedemaeker, raadslid van D66. Als actiegroep Opfrissing diende hij op een congres in 2018 met honderden leden ‘een motie van treurnis’ in over de gang van zaken rond de afschaffing van het referendum. Dat werd wel heel makkelijk weggegooid, vonden de leden. De motie redde het niet, maar werd op democratische wijze weggestemd. ‘D66 is echt nog wel democratischer dan de meeste partijen.’ En daar hoort, zegt hij, ‘gekrakeel’ bij. ‘Dat maakt de boel levendig en dat kan echt wel bij de partij.’

Politieke partijen ‘zijn de belangrijkste schakel tussen mensen en de instituties van de overheid’, speechte directeur Coen Brummer van de Mr. Hans van Mierlo Stichting in november op het congres. ‘Als partijen dat niet doen, laten we de visies op de toekomst van Nederland over aan het operationele denken van planbureaus en ministeries. Vaak slim – zelden gedreven door waarden.’ Hij riep op ‘aanjagers te zijn van de kwaliteit én intensiteit van het democratische gesprek. Binnen onze partij, maar zeker ook daarbuiten. Want als het luide debat in partijen een zacht gefluister wordt, ligt het gevaar op de loer van een technocratisch landsbestuur.’

Rudi Nieuwenhoven is lid van het eerste uur, maar leunt allerminst achterover. Hij ziet bij de partij juist wel veel ruimte voor debat en nam het initiatief tot ‘de open partij’, trommelde 45 actieve leden op en diende een motie in die met 95 procent werd aangenomen op het laatste congres. Hij leest een beroemd citaat op van Van Mierlo uit 1968 over de politieke partijen die in crisis waren. ‘Als je die crisis in een paar woorden wilt samenvatten, dan is het dat de machthebbers in de samenleving steeds meer macht krijgen, en dat er een steeds hogere en steeds ondoordringbaarder muur groeit tussen de machthebbers aan de ene kant en de gewone mensen aan de andere kant.’

Het inspireert Nieuwenhoven (oud-personeelsdirecteur bij kpn en oud-directeur sociale zaken bij werkgeversorganisatie vno-ncw) tot ‘kanalen graven naar het centrum van de macht’. Waar hij tien jaar geleden meehielp met de partij te professionaliseren (‘dat was absoluut noodzakelijk’) wil hij nu verder bouwen aan een open beweging waar iedereen zich welkom voelt.

Dat betekent meer uit de eigen bubbel komen, meer zichtbaar zijn lokaal en meer contact zoeken met verenigingen en het maatschappelijk middenveld. ‘We willen afrekenen met het idee dat we losgezongen zijn van de burger.’ De Wassenaarse partijcoryfee heeft zijn partner in crime gevonden in Jieskje Hollander die in Friesland woont en regiodirecteur bij vervoerder Arriva is. Zij ziet town hall meetings voor zich, waar iedereen over politiek kan praten. Ze zegt dat de Tweede-Kamerleden de gezichten van de partij zijn, daar is alles op gericht. Maar D66 is zoveel meer. ‘We willen laten zien dat we breed in de samenleving aanwezig zijn, los van het formele circuit in Den Haag.’

Nog steeds maakt D66 zich sterk voor het doorbreken van de muur tussen machthebbers en burger, zegt de partijwoordvoerder. ‘Dat gaat met stapjes, en met vallen en opstaan. Niet in de laatste plaats omdat politieke steun bij partijen zoals vvd, cda en pvda vaak ontbrak.’