Homohaat in Namibië

«Als het volk dat wil»

Ten aanzien van het (Duitse) verleden toont het Namibische regime een voorbeeldige tolerantie. Ten aanzien van de toch al door oorlog en onderdrukking geplaagde bevolking is het veel minder tolerant. Vooral lesbiennes en homo’s moeten het nu ontgelden. President Nujoma wil nog wel een tijdje aanblijven.

Zum Bücherwurm is een vriendelijk boekenzaakje in het centrum van de Namibische hoofdstad Windhoek. Buiten staat een molen met ansichtkaarten, binnen liggen reisgidsen, fotoboeken, bestsellers en een plank vol vrolijk gekleurde kinderboeken. De antiquarische afdeling bestaat uit een piepklein zijkamertje dat tot aan het plafond is volgepropt met boeken. De bijzondere edities liggen te pronken in een vitrine. De kleurig geïllustreerde Jung Deutschlands Flotten und Kolonial Kalender 1915. Een biografie van Horst Wessel, de Berlijnse SA-leider die in de jaren dertig van de vorige eeuw uitgroeide tot martelaar van de nazi’s nadat hij door communisten was neergeschoten in zijn appartement (zijn hospita had zich er bij hen over beklaagd dat hij weigerde de huur te betalen). En ook een exemplaar van De protocollen van de wijzen van Zion, het beruchte, vervalste document over het joodse streven naar wereldmacht dat geldt als inspiratiebron voor iedere rechtgeaarde antisemiet.

Liefhebbers die het geld niet hebben voor zulke zeldzame relikwieën, kunnen een keus maken uit de boeken die gewoon in het schap staan. Gebonden exemplaren van Deutschland Erwacht. Of de gebundelde redes die de Führer uitsprak tijdens de Partijdagen in 1938. Iets duurder (750 Namibische dollars, dat is zo'n 250 gulden) is het prachtige fotoboek Adolf Hitler: Bilder aus dem Leben des Führers, gepubliceerd in 1935. De foto’s zijn gemaakt door Heinrich Hoffmann, de hof fotograaf van het Derde Rijk in wiens studio Hitler zijn latere eega Eva Braun voor het eerst ontmoette.

Veel van de afbeeldingen heb ik nooit eerder gezien. Een ontspannen Hitler, hartelijk lachend naast zijn vriend Hermann Göring (wiens vader Heinrich hier, in Windhoek, ooit gouverneur was). «Auch der Führer kann fröhlich sein», staat eronder. Op een andere foto zit Adolf Hitler gezellig met gasten aan tafel, op de voorgrond een fors formaat kookpot. «Eintopf, auch beim Reichskanzler!» Een zeldzaam collector’s item? «Ach welnee», zegt Heike Stärk, eigenares van de boekwinkel. «Alleen in Duitsland kun je zulke boeken niet krijgen. Belachelijke censuur. In de hele wereld kun je Mein Kampf kopen, alleen in Duitsland niet.»

«Toch prijzig, zo'n fotoboek», merk ik op. «Verkoopt dat nou een beetje?»

«Zeker wel», zegt Stärk. «Vanochtend had ik hier nog een Italiaanse klant. Die was natuurlijk op zoek naar boeken over Musso lini. Op dat gebied heb ik niet veel, hij vond alleen een enkel boekje over Benito. Maar omdat hij hier toch was, bleef hij nog wat rondkijken, und dann hat er auch der Adolf mitgenommen.»

Om de hoek, op Independence Avenue, koop ik bij een krantenverkoper de Allgemeine Zeitung, de oudste krant van Namibië. Het blad opent met een foto van een demonstratie. «Ik ben blij dat ik homo ben en geen crimineel», heeft een van de betogers op een stuk karton geschreven.

Homo’s, journalisten en vrouwen die het bed induiken met buitenlanders, vormen volgens de 71-jarige Namibische president Sam Nujoma een gevaar voor de prille soevereiniteit van het land. «De vijand probeert nog steeds terug te komen door slinkse ma noeu vres en trucs», zei hij in een feestrede ter gelegenheid van de 41ste verjaardag van de Swapo (South West Africa’s People Organisation), de vroegere bevrijdingsbeweging die al sinds de onafhankelijkheid de meerderheid in het parlement heeft. Volgens Nujoma zijn lesbiennes en homo’s landverraders.

Veel effect had de kleine demonstratie niet. Nog geen week nadat de spandoeken waren opgerold, voerden veiligheidstroepen in Katutura, de zwarte woonwijk van Windhoek, een razzia uit. Mannen die ringetjes in het oor droegen, werden opgepakt. Als ze hun sieraden niet zelf uitdeden, werden die afgerukt.

Een vergelijking tussen Sam Nujoma en de Zimbabwaanse president Robert Mugabe ligt voor de hand. Beide oude mannen houden krampachtig vast aan hun macht. Twee jaar geleden liet Nujoma de grondwet wijzigen om een derde ambtstermijn van vijf jaar mogelijk te maken. En ook een vierde termijn sluit hij niet uit, «als het volk dat wil». De verkalking van beide regeringen uit zich in toenemende repressie en fanatieke homohaat. Alleen ten aanzien van het verleden toont het Namibische regime een voorbeeldige tolerantie.

Overal in Windhoek zie ik restanten van de koloniale tijd. Robert Mugabe Avenue kruist broederlijk de Krupp Straat en aan de Bülow Straat staan de deuren van Hotel Fürstenhof gastvrij open. Op een keurig gemaaide groene heuvel in het centrum staat een meer dan levensgrote bronzen ruiter ter nagedachtenis van de Duitsers die hier, ver van de Heimat, op Afrikaanse bodem, vielen voor «Kaiser und Reich». Iets verderop, aan de voet van de heuvel opnieuw een monument «zum ehrenden gedenken and die tapferen Deutschen Krieger» die voor Keizer en Rijk in Südwestafrika sneuvelden.

Naar schatting kwamen in Namibië rond de vorige eeuwwisseling tweeduizend Duitsers om bij opstanden. Van de naamloze Afrikaanse bevolking werd de helft uitgemoord. In heel Namibië, 22 keer zo groot als Nederland, wonen — mede als gevolg van die poging tot genocide — maar anderhalf miljoen mensen. Pakweg twintigduizend inwoners, dus iets meer dan een procent, zijn van Duitse afkomst. Maar die ene procent drukt wel een zeer zichtbaar stempel op het openbare leven.

Het is net twaalf uur, de terrasjes zijn nog half leeg. Alles ademt rust en orde in Windhoek. Uit niets blijkt dat dit een Afrikaanse stad is. Auto’s toeteren niet, de huizen zijn proper gepleisterd, de wegen geasfalteerd, de perkjes aangeharkt. Duitse toeristen genieten van het najaarszonnetje of kopen nog wat laatste souvenirs voor zij terugreizen naar Dortmund, Heidelberg of Karlsruhe. De koster van de Deutsche Evangelische-Lutherische Gemeinde poetst zijn oude, helgele Mitsubishi die voor zijn kerkje staat geparkeerd. Dertig jaar geleden verhuisde hij vanuit Zuid-Afrika naar de «Suidwes», zoals Namibië toen nog heette. In 1990 beleefde hij de onafhankelijkheid. «De zwarten werden gek», herinnert hij zich. «Ze dachten dat alles nu van hen was. Ze vergaten voor het gemak maar even dat wij hard hebben moeten werken om dit land te maken tot wat het is. Het was een chaos. Nu gaat het langzaamaan weer wat beter.» Maar toch, hij houdt zijn twijfels. «Namibië heeft helemaal geen president nodig», zegt hij. «Een president wil natuurlijk ook een regeringsvliegtuig hebben en de ministers moeten in Mercedessen rijden. Allemaal geld over de balk terwijl we aan een eenvoudige burgemeester al genoeg zouden hebben. In Johannesburg wonen meer mensen dan in heel Namibië.»

In de kerk staat terzijde van het altaar een boompje met daarin foto’s van kinderen die in Gods goedertieren aandacht worden aanbevolen. De kinderen zijn allemaal blank. Bij de foto’s staan teksten, vaak bijbelcitaten, bijna steeds in het Duits, een enkele keer in het Engels. René Egon Reichstein is met een tekst uit Ezechiël bedacht: «Dan zal Ik u besprenkelen met zuiver water; dan zult gij gereinigd worden van al uw vlekken.» De voor Duitsers in deze contreien toch ook toepasselijke zin die daaraan voorafgaat («Daarom zal Ik u uit de volken weghalen, u uit de landen bijeenroepen, u brengen naar uw eigen land») is weggelaten.

In het middenschip wordt bijna een hele wand in beslag genomen door een gedenkplaat voor de «Helden» die eind negentiende eeuw vielen in de strijd tegen Nama-leider Hendrik Witbooi. Duitse Helden wel te verstaan. Voor de naar schatting tienduizend Nama’s die omkwamen toen ze zich met speren en schilden verdedigden tegen de Duitse cavalerie, zijn nooit monumenten opgericht.

Naast de kerk ligt de Alte Feste, een gerestaureerd fort dat diende als uitvalsbasis voor de Duitse troepen die honderd jaar geleden «de vrede tussen de onderling met elkaar strijdende Nama’s en Herero's» bewaakten — een vredesleger in feite. Althans, zo was het volgens de plaquette die bij de ingang is aangebracht. Het is een nogal cynische interpretatie van de geschiedenis, gegeven het feit dat de oorlog tegen de Herero’s bijna uitliep op de finale uitroeiing van dat volk. Eerst werden ze van hun land verjaagd. De Duitse bezetters stelden in Namibië een politiezone in die het grootste deel van het land besloeg. Binnen die zone golden Duitse wetten. Maar niet voor zwarten, die waren rechteloos. Toen het volk ten slotte in opstand kwam tegen de verdrijving, volgde de executie.

«Iedere Herero die binnen de Duitse zone wordt aangetroffen, zal worden doodgeschoten», schreef de Duitse militaire bevelhebber luitenant-generaal Lothar von Trotha in 1904 in een manifest aan de bevolking. «Daarbij maakt het niet uit of hij een wapen draagt of niet, of hij in het bezit van vee is of niet.» Datzelfde jaar had Herero-leider Samuel Maharero de wapens opgenomen tegen zes goed uitgeruste Duitse divisies. De rebellie liep uit op een slachting die driekwart van de Herero-bevolking, 75.000 mensen, het leven kostte. Toen de opstandelingen waren verslagen, dreven de Duitsers hen de woestijn in en vergiftigden de waterputten.

Volgens het blad New African (maart 2000) beschouwen veel historici die zorgvuldig geplande massamoord als een eerste vingeroefening voor de holocaust. «Als wij vrouwen en kinderen toelaten, waarvan de meesten ziek zijn, schept dat een ernstig gevaar voor de (Duitse) troepen», schreef commandant Von Trotha. «Hen voeden is onmogelijk. In mijn ogen is het beter dat dit volk van de aardbodem verdwijnt, dan dat het onze soldaten besmet.»

In de Alte Feste hangt ook een gedenksteen voor de keizerlijke soldaten die tijdens de Grote Oorlog (1914-1918) in Namibië omkwamen, bekostigd — hoe kan het anders — door «Alte Kameraden». De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan de Duitse heerschappij in Afrika. Togo, Kameroen en Tanzania werden onder de Europese overwinnaars verdeeld. Namibië werd door de Volkenbond als mandaatgebied aan Zuid-Afrika toegewezen. De Zuid-Afrikanen exporteerden de apartheid naar hun mandaatgebied, en dus ook de bijbehorende pasjeswet die het de zwarte bevolking, net als in de Duitse tijd, verbood om zonder toestemming van de overheid in blanke gebieden te verblijven. Land dat van de Duitsers geconfisqueerd werd, ging naar blanke Zuid-Afrikaanse boeren, de rijke diamantmijnen kwamen ook in Zuid-Afrikaans bezit. De overgebleven Herero’s raakten onder de nieuwe heersers de laatste restjes van hun land kwijt.

In het koloniale fort is nu het nationale museum gevestigd. Daarin vooral veel foto’s. Oude, vergeelde opnamen van de Duitse onderdrukking. Uitgemergelde zwarte krijgsgevangenen, met zware kettingen aan elkaar geketend. («Mannen worden niet gevangen genomen», verordonneerde Von Trotha, «Ik zal ze neerschieten.») Een portret van Nama-leider Hendrik Witbooi, op wiens hoofd de Duitsers een premie van vijfduizend mark hadden gezet.

In de vitrines hangen ook recentere beelden, van de bevrijdingsstrijd tegen Zuid-Afrika door de Swapo bijvoorbeeld. De foto’s geven een sober, ingehouden beeld van de terreur tegen een bevolking die al vrijwel verpletterd was.

Maar voor sommigen is het toch nog te veel. «De tentoonstelling is zeer eenzijdig!» schrijft Reinhard Zieck uit Luden in het bezoekersboek. «Ik zag geen enkele verwijzing naar het opbouwwerk dat hier door Duitsers en Zuid-Afrikanen is verricht! Wat heeft de Swapo nu eigenlijk sinds 1990 klaar gemaakt?»