Roma in Hongarije

Als het zo doorgaat, vertrekken we

Het geld is op in Hongarije, de bevolking is ontevreden en de regering ligt onder vuur. Ook de Roma moeten het ontgelden. Hun positie verslechtert alleen maar. ‘Er is een culture of poverty onder de Roma.’

LUI ZIJN ZE, volgens Milena Ludanyi, een struise Hongaarse uit Gyöngyöspata, een dorp tachtig kilometer ten oosten van Boedapest. ‘Zigeuners werken niet, ze teren alleen maar op hun uitkeringen. Kijk eens naar die huizen daar. Vroeger waren ze prima onderhouden. Maar tegenwoordig vervalt alles, sinds er steeds meer zigeuners komen.’ De verzorgd uitziende vrouw heeft een paar minuten haar emoties kunnen beheersen, maar nu spuit het eruit. 'Het zijn trouwens niet alleen die zigeuners waardoor ons dorp naar de verdoemenis gaat. Het ligt ook aan de politici van de LMP (De Groene Partij - jk) en aan de joden.’

Terwijl Ludanyi haar hippe zonnebril, bezet met nepdiamantjes, op haar neus drukt, beent ze met driftige passen een paar meter verder. 'Daar aan de overkant bevinden zich een paar wijnkelders. Eentje is van mijn ouders. Tegenwoordig zijn ze niets meer waard, omdat ze geheel door zigeuners zijn omringd. Constant stelen ze uit de wijnkelders. Het liefst zou ik uit dit dorp verhuizen. Maar ik kan niet weg, want ons huis is niets meer waard.’

Dat laatste klopt waarschijnlijk, want sinds er vanaf begin maart honderden extreem-rechtse types door het dorp marcheerden die Roma in elkaar sloegen en aankondigden militaire zelfverdedigingstrainingen te organiseren op een steenworp afstand van de Roma-huizen staat het dorp al maandenlang negatief in de belangstelling. De neonazi’s zijn verbonden aan paramilitaire organisaties als Szebb Jövöért en Vederö, die op hun beurt verbindingen hebben met Jobbik, een rechts-extreme partij die bij de parlementsverkiezingen in april 2010 maar liefst zeventien procent van de Hongaarse stemmen binnenhaalde. Peter Juhasz, de kettingrokende jurist van mensenrechtenorganisatie TASZ, ondersteunt de Roma in Gyöngyöspata. Hij vreest de opkomst van Jobbik. 'Als jurist noem ik Jobbik geen neonazipartij, maar ze zijn zeker fascistoïde en ondemocratisch. De gebeurtenissen in Gyöngyöspata zijn slechts het begin van wat nog komen gaat, daarvan ben ik absoluut zeker. De Hongaarse economie staat er slecht voor en in tijden van crisis wordt altijd een zwart schaap gezocht.’

Het politieke klimaat in Hongarije is bepaald niet in het voordeel van de Roma. Grote delen van de bevolking hebben het gevoel dat de vorige regeringen er niets van hebben gebakken. De sociaal-democraten kregen daarom een enorme afstraffing tijdens de verkiezingen vorig jaar. Nu is het tijd voor andere partijen en hardere geluiden. De regering-Orbán, die vorig jaar tijdens de parlementsverkiezingen weliswaar een overdonderende absolute meerderheid van de stemmen binnenhaalde, staat echter onder druk door zowel haar eigen bezuinigingsdoelstellingen als de buitenboordmotor aan de rechterkant: Jobbik. 'De regering is in de peilingen al flink onderuit gegaan’, vertelt Szilvia Hamor. Tot enkele jaren geleden werkte ze op de economieredactie van Népszabatság, Hongarije’s grootste krant. Tegenwoordig verzorgt ze mediatrainingen voor jonge Roma-vrouwen. Hamor: 'Om aan de Europese normen te voldoen, moet de regering flink bezuinigen. Dat betekent korten op uitkeringen, korten op kindergeld, korten op de Hongaarse variant van Melkert-banen, die vaak door Roma werden uitgevoerd. Bovendien wordt de wetgeving aangescherpt op diefstal van bijvoorbeeld brandhout. Minderjarigen kunnen tegenwoordig voor een klein vergrijp al de gevangenis in. Het is duidelijk tegen wie deze maatregelen gericht zijn.’

Terug naar Gyöngyöspata. Hoewel de onrust tussen de Hongaren en de lokale Roma al langere tijd bestaat, namen de spanningen pas echt toe toen in april de nationalist Tamás Eszes een perceel kocht dat direct aan de huizen van meerdere Roma-families grenst. Eszes is de zwaar getatoeëerde leider van de burgerwacht Vederö. Hij verkondigde, voorzien van baret en in militair uniform, zelfverdedigingstrainingen in het dorp te gaan houden. Honderden neonazi’s kwamen uit heel Hongarije naar Gyöngyöspata. Ze werden met open armen ontvangen door de plaatselijke bevolking. De neonazi’s gooiden ruiten in, sloegen Roma in elkaar en intimideerden de plaatselijke zigeuners. Pas toen bijna driehonderd Roma tijdens het paasweekend door het Rode Kruis met bussen werden geëvacueerd, werd het zelfs de nationaal-conservatieve regering van Viktor Orbán te gortig. Honderden politieagenten kwamen uit Boedapest; de plaatselijke politie kon de situatie niet aan en blonk ook niet uit in ijver om de Roma te beschermen. Inmiddels lijkt Gyöngyöspata op een vesting; al buiten het dorp controleert een dozijn politieagenten elke bezoeker.

De opkomst van organisaties als Vederö en Szebb Jövöért vormt het hoogtepunt van een jarenlange ontwikkeling in Hongarije. De onvrede over de economische crisis is groot en vindt een uitlaatklep in de richting van de bijna één miljoen Roma in het land. In augustus 2007 werd de extreem-rechtse Hongaarse Garde opgericht. Tot de Garde in 2009 verboden werd, marcheerden haar leden regelmatig door Roma-wijken in heel Hongarije. Het dieptepunt vond begin 2009 plaats, toen neonazi’s in Tatárszentgyörgy het huis van een Roma-gezin in brand staken, wachtten tot de bewoners naar buiten vluchtten en vervolgens de vader en zijn vijfjarige zoon, die in paniek het brandende huis uit renden, in koelen bloede afknalden. De afgelopen jaren zijn minstens zes Roma door extreem-rechts geweld in Hongarije gestorven, minstens 55 anderen raakten gewond. De meeste Hongaren liggen er niet wakker van.

DE ROMA in Gyöngyöspata hebben kortom alle reden om bang te zijn voor wat komen gaat. Dat bevestigt ook János Farkas, de lokale Roma-leider. Zijn huis grenst aan het veld waar Vederö haar paramilitaire training wil houden. 'We zijn bang. Als het zo doorgaat, vertrekken we. Dan vragen we politiek asiel aan in de VS.’ Farkas vraagt zich af waarom de Hongaren hem zo haten: 'We zijn geen misdadigers, we stelen niet, we houden ons aan de regels. We zijn een van de oudste families in Gyöngyöspata, we wonen hier al meer dan vijfhonderd jaar. Waarom zouden wij weg moeten?’ Zijn familie lijdt niet alleen emotioneel maar ook economisch onder de situatie. 'We zijn professionele muzikanten, maar sinds de onrust vraagt niemand ons meer voor een optreden.’

Farkas heeft deze dag zijn mooiste schoenen aangetrokken, zwarte puntschoenen met goudkleurige motieven. Hij draagt een witte blouse met daarover een zwart hesje en een zwarte broek. Onder zijn neus prijkt een trotse snor. In de keuken van zijn huis staan gesmeerde broodjes klaar. Opgedofte vrouwen en dochters trippelen met klikklakkende hakken driftig heen en weer tussen woonkamer, keuken en gasten. Farkas heeft het er maar druk mee deze dagen. Vandaag wil de Amerikaanse ambassadrice in Hongarije zich hoogstpersoonlijk een beeld vormen van de situatie in Gyöngyöspata. En waarschijnlijk wil ze en passant de Roma ervan weerhouden om politiek asiel in de VS aan te vragen. Want op asielaanvragen uit een EU-lidstaat zou ze geen goed antwoord weten. De ambassadrice wordt begeleid door Sándor Pintér, de Hongaarse minister van Binnenlandse Zaken. Hongarije, momenteel voorzitter van de Europese Raad, heeft de Roma-integratie officieel tot een van haar speerpunten van beleid gemaakt. Sinds de Franse president Sárkozy vorige zomer een enorme rel ontketende met zijn uitzettingen van Roemeense en Bulgaarse Roma is het thema hoog op de Europese politieke agenda aangekomen. De Europese Raad van Ministers ging enkele dagen geleden akkoord met een 'EU-strategie voor nationale Roma-integratie’. Volgens deze strategie moet elke lidstaat tot eind 2011 een concreet plan met doelstellingen ter bevordering van de Roma-integratie opstellen. 'Het gaat vooral om maatregelen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg’, volgens Livia Járóka, Hongaars europarlementariër en tevens de enige Roma in het Europees parlement. Hoe de uitvoering van de Europese strategie voor Roma-integratie concreet gemeten moet worden, is nog onduidelijk. Om de Europese Roma te ondersteunen gaat het in de praktijk natuurlijk vooral om geld, dat vanuit Brussel moeizaam zijn weg moet zien te vinden naar het allerlaatste Roma-gehucht in een uithoek van Hongarije. Dat lukt tot dusverre niet goed, volgens Zoltán Balog, de Hongaarse staatssecretaris voor Sociale Integratie. 'Er is ontzettend veel geld ter beschikking uit de Europese sociale en cohesiefondsen, maar er komt voorlopig nog te weinig aan.’ Dat ziet ook Europees commissaris voor Regionale Ontwikkeling, de Hongaar László Andor zo. 'Zo'n zeventig procent van de Europese middelen voor Roma-integratie blijft onbenut.’ Dat is eigenlijk een onvoorstelbare situatie, want, aldus Andor, 'de leefomstandigheden van de Roma in Europa hebben zich de afgelopen twintig jaar verslechterd’.

IN NOORDOOST-HONGARIJE is de haat tegen de Roma alomtegenwoordig, bijvoorbeeld in Tiszavasvári, een slaperig stadje met veertienduizend inwoners 250 kilometer ten oosten van Boedapest. Voor het gemeentehuis herinnert een marmeren plaquette aan het verdrag van Trianon uit 1920. In dat jaar verloor Hongarije tweederde van zijn territorium aan zes omringende landen. 'Natuurlijk droom ik van de Hongaarse grenzen van vóór 1920’, zegt de plaatselijke burgemeester, de 29-jarige jurist Erik Fülöp glimlachend. Tiszavasvári had afgelopen oktober de twijfelachtige eer om tot de extreem-rechtse hoofdstad van Hongarije te worden uitgeroepen, toen Fülöp voor de Jobbik-partij met 53 procent van de stemmen tot burgemeester werd gekozen. Sindsdien heerst onder de ongeveer vijfhonderd Roma in het stadje angst. In het stadhuis vertelt Fülöp zijn verhaal. 'We zijn de enige partij die een gedetailleerd programma voor onze stad heeft ontwikkeld. We richten ons op werkgelegenheid en de veiligheidssituatie.’ Tijdens het communisme werkten tweeduizend mensen in Tiszavasvári bij Alkaloida, de plaatselijke farmaceutische fabriek. De meesten van hen zijn ontslagen, tegenwoordig werken er nog maar 270 mensen. Veel inwoners zijn werkloos. Fülöp zoekt nu zijn heil bij buitenlandse investeerders. Op het gebied van veiligheid wil Fülöp vooral de 'zigeunercriminaliteit’ aanpakken. 'Meteen nadat ik ben aangetreden heb ik zeventien Roma-woekeraars opgepakt. Die vroegen tientallen procenten woekerrente aan andere Roma voor het geld dat ze uitleenden.’

Wat Fülöp vorige maand ook invoerde, was de Csendörseg, een soort politieke gendarme. Dikkige mannen met gemillimeterd haar lopen in en uit in het burgemeesterskantoor. De Csendörseg bestond ook al voor de Tweede Wereldoorlog in het fascistische Hongarije van Horthy. De gendarme sloeg toen in op iedereen die niet in het spoor liep. Volgens Fülöp hoeft niemand bang te zijn voor de Csendörseg. 'Alleen degenen die de wet overtreden hebben wat te vrezen.’

In plaatsen als Tiszavasvári vormt extreem-rechts inmiddels de norm. Niet degene die extreem-rechts stemt heeft wat uit te leggen, degene die níet op extreem-rechts stemt is in de minderheid. Zoltan Kiss, een 23-jarige student logistiek, stemde ook op Jobbik, vertelt hij zonder blikken of blozen. 'Ik interesseer me eigenlijk niet voor politiek, maar ik heb wel gestemd. De andere partijen hebben de afgelopen jaren compleet gefaald. Zo kan het niet verder in Hongarije.’ Kiss heeft nog een andere reden om op Jobbik te stemmen. Hij zat in de klas met een van de drie dochters van Lajos Szögi, een plaatselijke leraar in Tiszavasvári. Kiss vertelt: 'In 2006 reed Szögi door een dorp een eind verderop. Hij werd op klaarlichte dag door woedende Roma uit zijn auto gesleurd en ter plekke doodgeslagen, omdat ze dachten dat hij een Roma-meisje had aangereden. Dat bleek later niet te kloppen, maar Szögi was dood. Ik ken zijn drie dochters, tegenwoordig gaat het weer goed met hen. Maar sinds de moord op mijn leraar heerst er definitief een anti-Roma-stemming in onze streek.’

De Hongaarse ontevredenheid past in de trend van verrechtsing in Europa. Veel Hongaren verlangen naar eenvoudige, populistische oplossingen. Het zogenaamde Roma-probleem is echter niet eenvoudig op te lossen, meent Michael Raumer, een perfect Hongaars sprekende Duitser die sociaal werk doet in Magyarkécsme, een afgelegen Roma-dorp in het zuiden van Hongarije: 'Investeren in de Roma betekent dat het geld kost, tijd, begeleiding, toewijding. En daaraan ontbreekt het aan alle kanten in Hongarije.’ Volgens Raumer heerst er een culture of poverty onder de Roma: 'Veel zigeuners zijn niet gewend om een prestatie te leveren in ruil voor een beloning. Daar is niets discriminerends aan, het is gewoon een vaststelling. Wanneer ik na mijn geboorte met een Roma-kind uitgewisseld zou zijn en hier zou zijn opgegroeid, dan zou er waarschijnlijk ook niet veel van mij zijn terechtgekomen, terwijl het Roma-kind in Duitsland examen zou doen. Het heeft heel erg met de omgeving te maken.’

Voor 1989 hadden de Roma in elk geval werk. Ze hadden meestal eenvoudige baantjes in de zware industrie, werkten in de mijnen of in de gecollectiviseerde landbouw. Bijna al die bedrijven zijn inmiddels gesloten. De eersten die de laan uitvlogen waren de Roma. Het is bijna onmogelijk voor deze laaggeschoolde mensen om nieuw werk te vinden. 'Ik heb mijn cv naar tientallen bedrijven gestuurd’, vertelt Zsuzsa Kerenyi uit Magyarkécsme, een energieke 21-jarige Roma-meid. 'Eigenlijk is het zinloos. Ik krijg nooit antwoord terug, want aan mijn adres zien ze dat ik uit een Roma-dorp kom.’ Eerder werkte ze een half jaar als straatveger in haar dorp, maar geld voor dat soort sociale baantjes is door de regering stopgezet. Volgens Michael Raumer nemen veel bedrijven principieel geen Roma aan: 'Hongaren klagen over “luie Roma die niet willen werken”. Als je ze vervolgens vraagt of ze een Roma zouden aannemen, zeggen ze: “Natuurlijk niet!”’ Volgens Raumer zitten veel jonge Roma vast in een vicieuze cirkel: 'Het is heel moeilijk voor hen om aan de apathie in hun dorp te ontsnappen. Als het ze al lukt om een plek te bemachtigen op het gymnasium in de nabije stad Pécs komt het niet zelden voor dat ze daar zó door de Hongaren gediscrimineerd worden dat ze hun opleiding afbreken.’

En dat terwijl Hongarije juist erg bij een Roma-elite gebaat zou zijn. Zo'n elite bestaat nauwelijks. Er bestaat weliswaar een speciaal klasje met Roma-studenten aan de centrale universiteit in Boedapest, financieel ondersteund door de van oorsprong Hongaarse filantroop George Soros. Maar het gaat om relatief weinig studenten. Staatssecretaris Balog wil daarom het aantal Roma-gymnasia uitbreiden, naar het voorbeeld van het zogenaamde Ghandi-gymnasium in Pécs. Deze school verwierf de afgelopen jaren veel erkenning als voorbeeld voor bevordering van jonge Roma. Het gymnasium, dat sinds twee jaar door een Roma-vrouw wordt geleid, is echter in opspraak gekomen, vertelt Richard Karsai, een ex-leraar aan de school. 'De directrice heeft inmiddels dertig leraren ontslagen, waaronder mij, omdat ze geen tegenspraak duldt. Er gaan geruchten over corruptie. Staatssecretaris Balog moet haar eigenlijk ontslaan, maar dat zou politiek zeer incorrect zijn: de enige Roma-directrice in het land wordt door een rechtse regering ontslagen! Mede daardoor hapert de ontwikkeling van de Roma-gymnasia.’

Tamasne Balatoni, de schooldirectrice in Magyarkécsme, heeft geen problemen de Roma-kinderen te motiveren om naar school te komen. 'De vraag is veel meer wat er daarna gebeurt. Wat is het perspectief voor de kinderen? Er is absoluut geen werk in de omgeving. Het is een ramp dat de vaders ’s ochtends niet de deur uit gaan om geld te verdienen. Dat is geen goed voorbeeld. Daarom raad ik mijn scholieren inmiddels aan om later naar het buitenland te vertrekken. Een paar werken al in Duitsland en Oostenrijk. Er is geen alternatief.’