POPMUZIEK Blood Red Shoes

ALS HIJGERS IN JE NEK

Opvallend: veel van de spannendste bands van dit moment bestaan uit twee leden. Een paar maanden geleden was er Midnight Boom, het nieuwe album van het Brits-Amerikaanse duo The Kills. Een heerlijke plaat, die klonk naar de grote stad, naar de nacht, naar lange autoritten, naar neon en licht van lantaarnpalen.
Toen kwam Attack & Release, het nieuwe album van het in moerassen gedrenkte blues en zompige rock-’n-roll gespecialiseerde duo The Black Keys. Ook al een heerlijke plaat. En net als The Kills klonken ook The Black Keys opeens niet meer alsof ze de nacht ervoor nog zelf een garage tot studio hadden omgebouwd, want ook zij hadden een ervaren producer uitgenodigd om hun geluid te verdiepen.
Blood Red Shoes, een jong duo uit Brighton, sloeg op plaat de potten-en-pannenfase over, en werkt op zijn debuut meteen met de producer van de Arctic Monkeys. Er is iets raars met dat album: het duurt veel langer dan het lijkt te duren. Steven Ansell en Laura-Mary Carter lijken het ene na het andere tweeënhalveminutenliedje op de luisteraar af te vuren. Maar wanneer die per ongeluk op het display van zijn cd-speler kijkt, blijken die nummers regelmatig rond de vier minuten te duren. Het is een jachtig album, een album als een hijger in je nek. De spaarzame kritiek die het ontving, betrof de eenvormigheid ervan. Maar die is juist de troef: de nummers drijven op de adrenaline die ze zelf oproepen. Hoogtepunt in dit opzicht is ADHD, dat oproept wat het beschrijft. ‘I’m so bored/ I can’t think straight/ I’m so distracted’, zingt Ansell terwijl hij zo hard en snel mogelijk met zijn drumstokjes op het vet slaat. In de verte klinkt Carter, die dezelfde zinnen hoog en hysterisch herhaalt, als een sirene. ‘I can’t concentrate on anything at all’, zingt Ansell, en wie het nummer op heeft staan, zal hetzelfde ervaren.
Na overdonderende clubshows stonden ze een paar weken geleden op Pinkpop. Het was de Pinkpop van de grote namen. Alle drie de dagen draaiden om de hoofdacts, de miljoenenbands Metallica, Foo Fighters en Rage Against the Machine. Bands met jaren ervaring die weten hoe het werkt, hoe het moet, spelen voor massa’s. En die dat ook met verve deden. Het nadeel van een festival met zulke kanonnen is dat alle andere bands al gauw voorprogramma’s lijken.
Blood Red Shoes openden, op het kleinste podium: de tent. En ze braken die af, met een onweerstaanbare combinatie van ongeremd enthousiasme, innemende stunteligheid en verpletterende inzet. Steven Ansell is bovendien een beest van een drummer. Ze waren een van de weinige kleinere bands wier naam na drie dagen nog op de lippen van de toeschouwers lag.
In interviews hakken ze met genoegen in op bands die ze saai vinden, en dat zijn er nogal wat. Als ze hun eigen optredens als norm nemen, spreken ze hier met recht.

Blood Red Shoes, Box of Secrets, V2. Blood Red Shoes speelt 6 juli op het Metropolisfestival in Rotterdam