De media buigen voor jongeren

Als ik de baas was van het journaal…

De wereld vergaat. Alweer. Uitputtend onderzoek heeft aangetoond dat jongeren dom, lui en oppervlakkig zijn. Er rest niets anders dan hun eisen in te willigen: ze gaan een kinderkrant maken.

Jongeren kijken veel tv, maar commercieel. Ze lezen wel boeken, maar pulp. Het zwaarst verraden zijn de kranten: jongeren lezen massaal Sp!ts en Metro. Om te overleven storten de serieuze dagbladen zich nu in avonturen met tabloidformaat.

In januari gooide de Volkskrant zijn katernen op zaterdag om, om meer plaats te maken voor lifestyle en andere thema’s «dicht bij de lezer». «Bij de nieuwe indeling heeft de Volkskrant zich niet laten leiden door de onderwerpen, maar door twee belangrijke vragen: wat dóen lezers met elk katern – en wat doet elk katern met de lezers?» aldus de folder voor adverteerders. De voorpagina en nieuwspagina’s zijn volgepropt met meningen, columns en verstilde tafereeltjes uit «het gewone leven».

Wat is er gebeurd? Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) publiceerde vorig jaar herfst een studie over lezen, luisteren, kijken en internetten. Vooral voor kranten voorspelde het SCP niet veel goeds: «Naarmate het geboortejaar stijgt, daalt de tijdsbesteding aan gedrukte media aanzienlijk. Omgekeerd verlopen de zaken voor commerciële televisie en nieuwe media.» De bevindingen van het SCP waren in grote lijnen al bekend. Artikel na artikel verscheen over de «generatie die niet meer leest», zoals Herbert Blanken van de Volkskrant in juni 2002 schreef. Dat is een valse hyperbool, want uit hetzelfde onderzoek van het SCP bleek dat de totale tijd die mensen aan media besteden niet is veranderd. Nieuwe media zijn simpelweg opgenomen in het pakket.

Maar de mythe van het vluchtige kind is desondanks geboren. Als voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren riep Pieter Broertjes van de Volkskrant in 2001 nog op tot «concurreren op het scherpst van de snede, op journalistieke kwaliteit». Het volgende jaar sprak ook hij somber: «De krant is niet meer de informatiedrager bij uitstek voor wie op de hoogte wil blijven van wat er in de wereld omgaat. De leesarme generatie is in aantocht.» En begin dit jaar zei hij: «We stellen ons nu gelukkig de vraag hoe het komt dat we er onvoldoende in slagen een krant te maken die relevant is. Nabijheid, daar gaat het om.»

Nabijheid is het thema van 2005. Jongeren willen over zichzelf lezen. Maar kunnen deze klassieke vooroordelen over «de jeugd» serieuze kranten niet de kop gaan kosten? Ten eerste: nivelleren. Meer abonnees willen is begrijpelijk. Maar daarmee zul je ook mensen afstoten. Een inhoudelijke knieval voor jonge lezers is een gotspe. Zorg er liever voor dat de redacteuren zich grondiger verdiepen in werelden die ze niet kennen en nieuwe ontwikkelingen niet continu op een doemdenkerige manier beschrijven. Bovendien kan al die hijgerige tijdelijkheid ook oudere abonnees, voorlopig nog een stevige bron van inkomsten voor de dagbladen, vervreemden. Leven we in zulke verschillende werelden dat een gemeenschappelijke krant onmogelijk is?

Ten tweede: concurrentie. Trouw en Het Parool zijn overstag gegaan voor de hippe tabloid. Het is commercieel tot nu toe inderdaad redelijk succesvol. Ook NRC Handelsblad deed vorig najaar een kort experimentje met dit formaat. «Jongere lezers stellen hoge eisen aan de toegankelijkheid en functionaliteit van een krant, die ze eerder toekennen aan kleinere formaten.» Aha, een te grote bladspiegel is kennelijk te verwarrend voor ons. Maar het succes van Metro en Sp!ts ligt niet zozeer in hun vorm als wel in hun inhoud: berichten en staccato-stukjes. Plus rotzooi die niemand leest tenzij hij zich verveelt.

Wil de kwaliteitskrant hiermee echt concurreren? Of kan die ook inhoudelijk nog iets bijdragen? Wie serieus genomen wil worden, moet in alles serieus zijn. Dus ook in amusement. Ja, jongeren consumeren alles: engagement en commerciële prietpraat, buitenlandse politiek en vederlicht entertainment. Maar het is slechts weinigen gegund hun bloederige serieusheid te verenigen met een vorm van vermaak, of dat nu schrijnende satire oplevert (Arjan Ederveen), of zoutzuur cynisme dat lagen lulkoek van politici afbijt (Jeremy Paxman van BBC Newsnight). Voor de minder begaafden geldt: kies één ding en wees er goed in.

Ten derde: de maatschappelijke verantwoordelijkheid van media in een tijd van grote onrust. «Wij moeten beseffen dat er al jaren een stevige vertrouwensbreuk bestaat tussen pers en publiek. Nog maar twintig procent gelooft wat de pers schrijft, 75 procent niet meer», aldus Pieter Broertjes in 2003. Of, zoals Philip Freriks van het NOS Journaal het recent verwoordde: «De nee-stem in het referendum bijvoorbeeld vertrouw ik niet. Maar het volk heeft gesproken en daar kun je nauwelijks een kritische kanttekening bij maken.» Hier doemt het beeld op dat ze zijn overgeleverd aan «de mensen». Worden journalisten gedwongen te vinden wat «het volk» vindt? Kom op zeg. Mensen willen helemaal niet de hele tijd kiezen of nadenken over het waarheidsgehalte van dingen. Daar willen ze een autoriteit voor hebben. Dat geldt zeker voor «de jongeren», die dagelijks een stortvloed aan informatie over zich heen krijgen. Autoriteit is ook: rust uitstralen, niet continu de rel opzoeken. Weten hoe gigantisch groot de maatschappelijke invloed van een «lekker scherp geformuleerde» kop kan zijn. Journalistiek heeft een ongekend maatschappelijk belang in een tijd dat de burger zo wantrouwig is. Val ons niet lastig met pagina’s oeverloos «infotainment».

Ten vierde: internet. Kranten snappen dat ze «iets» met internet moeten, want daar zijn de jongeren. Maar internet is geen vrijstaat, noch een oorlogszone. Er zijn wetten en regels. Een van de grootste problemen van internet is de waarheid. Betrouwbare informatie vinden op internet is een uitputtende activiteit. En op wie moet je varen? Op instituties die je in het «echte leven» vertrouwt: ook kranten. Maar hoe? Weer is het antwoord: wees serieus. Internet is geen dumpplaats voor minder belangrijke dingen of restjes. Je moet een tunnel graven tussen blad en website. Wat moet er op die site staan? Ten eerste de hele krant, liefst teruggaand tot 1815. En gratis, ook voor niet-abonnees. Plus achtergrondinformatie, originele rapporten, beelden en radio-interviews waarop de stukken in de krant zijn gebaseerd.

Is het een goed idee om ervan uit te gaan dat de jeugd geen serieuze inhoud meer aankan dan wel alleen maar over zichzelf wil lezen? Nee. Jongeren zijn niet opeens dommer of egocentrischer geworden. Op je hurken zitten is het domste wat je kunt doen. Er is wel degelijk een doelgroep voor serieuze gedrukte media, al is die niet groot en steeds minder voor abonnementen te vangen, die juist behoefte heeft aan intelligente beschrijvingen van deze wereld. Dat mag soms best saai zijn, maar dat hoeft niet. «Young people want the world as they see it: without filters. It’s why they love ‹The Daily Show›. Because it’s smart, informed, crude and passionate», schreef Eric Celeste bijna twee jaar geleden in de Dallas Observer.

Het zou een schande zijn als alle kranten straks tot leeghoofdige plaatjescollages verworden zijn. Ze knopen een strop van uw eigen vooroordelen.