Amina Lawal en de anti-steningingsacties

«Als ik iets verkeerds zeg, ga ik eraan»

De Nigeriaanse Amina Lawal is wegens overspel veroordeeld tot dood door steniging. In augustus dient haar hoger beroep. De solidariteitsbrieven per e-mail werken averechts. Een ontmoeting met Lawal en haar advocate in de hoofdstad Abuja.

ABUJA — Om het leven van de alleenstaande moeder Amina Lawal te redden, ondertekenden de afgelopen maanden ruim zes miljoen mensen een internetpetitie op een website van Amnesty International. Wie de humanitaire noodkreet ten gunste van de onfortuinlijke Nigeriaanse nog niet heeft ontvangen, heeft óf een briljante spam-oplossing óf een netwerkprobleem.

Volgens de elektronische kettingbrief zou Lawal op 3 juni 2003 tot haar nek in de grond worden begraven en gestenigd worden wegens een buitenechtelijke zwangerschap die als bewijs werd gezien voor ontuchtig gedrag. Overspel en ontucht zijn volgens de sinds drie jaar in Noord-Nigeria geldende islamitische sharia-rechtspraak misdaden die bestraft moeten worden met dood door steniging. Alleen een internationale handtekeningenactie zou de Nigeriaanse regering ervan kunnen overtuigen Lawals vonnis, dat volgens de briefschrijver reeds door het hooggerechtshof van het land zou zijn bevestigd, te vernietigen.

Maar dit verhaal klopt niet.

Op 3 juni verscheen Amina Lawal met haar advocaten voor de hoogste sharia-rechtbank in haar deelstaat Katsina, in het noorden van Nigeria, in de hoop eindelijk haar veroordeling te kunnen aanvechten. Maar de zitting werd wegens ziekte van enkele rechters voor de tweede keer uitgesteld, nu tot 27 augustus. In tegenstelling tot wat de gewraakte sneeuwbalbrief beweert, heeft het Nigeriaanse hooggerechtshof, dat zich niet zoals de rechtbank in Katsina op het islamitische recht maar op het Romeinse recht beroept, zich nog niet uitgesproken over de zaak. Zodra Lawals beroep het niveau van deze hoogste autoriteit bereikt, zal het vonnis min of meer automatisch worden verworpen. Het is immers in strijd met de Nigeriaanse grondwet.

Niettemin circuleren op het web nog altijd honderden oproepen, petities en noodkreten in verschillende talen over het lot van Amina Lawal. Een aantal hiervan bevat zulke ernstige onwaarheden dat de échte verdedigers van Lawal, haar advocaten, een dringende oproep hebben gedaan alle petities en steunbetuigingen onmiddellijk te staken. Het effect van deze acties zou Lawals zaak meer kwaad dan goed doen. Amnesty Nederland houdt de verwijzing naar de Spaanse website op «een misverstand».

Baobab for Women’s Human Rights (BWHR) is een van de Nigeriaanse non-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de vrijspraak van Lawal langs juridische weg. Directeur Ayesha Imam schreef in reactie op de maillawine een open brief waarin zij opriep alle brievenacties te staken en zette die op haar beurt op het internet. In haar epistel legt Imam uit dat een internationale protestbrievencampagne zelden de meest effectieve methode is om mensen in penibele situaties te helpen. In het geval van Lawal kunnen zulke campagnes zelfs averechts uitpakken, schrijft ze: «Als mevrouw Lawal op dit moment al fysiek gevaar loopt, dan komt de dreiging van mensen die in reactie op de internationale druk, of de pogingen daartoe, hun recht tot zelfbeschikking willen etaleren.» Imam doelt op zogenaamde burgerwachten (vigilantes) die de naleving van de regels van de sharia op particulier of hoogstens lokaal gezag in het noorden van Nigeria in de gaten houden. Maar ook een gouverneur die zijn autonomie tegenover de federale en internationale bemoeienis wil demonstreren, kan een serieuze bedreiging vormen voor de veiligheid van een sharia-veroordeelde.

Die dreiging is serieus. Dat bleek twee jaar geleden toen de jonge straatverkoopster Bariya Ibrahim Magazu van haar bed werd gelicht. Ze was door de lagere sharia-rechtbank in Tsafe, in de deelstaat Zamfara, tijdens haar buitenechtelijke zwangerschap veroordeeld tot 180 zweepslagen. De straf zou echter pas worden uitgevoerd als ze het kind had gebaard en de borstvoeding was afgerond. Terwijl de zaak in hoger beroep nog behandeld moest worden en het zogen nog lang niet was voltooid, kreeg Magazu toch de zweepslagen toegediend. De e-mailcampagnes waren hier debet aan. De gouverneur van de deelstaat wilde met de voortijdige uitvoering van de straf duidelijk maken dat «die brieven van ongelovigen» hem en de rechtspraak in zijn deelstaat geen strobreed in de weg zouden leggen.

Amina Lawal (31) heeft zelf geen weet van de internetacties, zegt haar advocate Hauwa Ibrahim. Ze is er vooralsnog ook niet van op de hoogte dat Amersfoort haar vorig jaar tot «ereburgeres» heeft uitgeroepen.

In afwachting van haar hoger beroep reist Lawal op en neer tussen haar dorp Kurami en het comfortabele huis van haar advocate. Oorspronkelijk kwam ze naar Abuja voor behandeling van en medicijnen voor haar maagzweer en hoge bloeddruk. Inmiddels hoort ze een beetje bij het gezin. Sinds een paar weken logeert ze weer in een van de gastenverblijven aan de andere kant van het grote erf. De kamer waarin ze samen met haar dochtertje slaapt heeft ondanks de sobere inrichting een huiselijke sfeer. Er staan twee bedden, een tafel en een stoel. Op de grond ligt een rieten mat, waarop het meisje onverstoorbaar zit te spelen.

Amina Lawal strekt zich uit op haar bed en gaat op haar zij liggen met een hand onder haar kin. «Ze is moe», zegt de zus van de advocate, die voor de gelegenheid als tolk optreedt. Amina Lawal zelf spreekt alleen Hausa.

«Vroeger was ik een stille», zegt Lawal. «Maar door de situatie moest ik meer praten.» Aan de situatie zelf — haar arrestatie, berechting en vijftien maanden onzekerheid terwijl haar doodvonnis wordt aangevochten — denkt ze liever niet: «Ik word er akelig van. Maar journalisten klaagden dat ik zo terughoudend was. Helemaal niet zoals Safiya, zeiden ze. Die praatte honderduit.» Ze lacht.

Safiya Hussaini werd in 2001 veroordeeld tot steniging. De vrouw was ondanks haar scheiding bevallen van een kind, maar werd in hoger beroep vrijgesproken. Hussaini werd over de hele wereld een bekendheid en schopte het niet in een stad als Amersfoort, maar in het grote Rome tot ereburger. Amina Lawal: «Ik deed mijn best te veranderen.» Maar intimideren liet ze zich niet. «De journalisten maakten me vaak aan het lachen, maar ik heb ze nooit veel verteld. Ik vertel ze wat ik wil vertellen, niet meer.»

Ze heeft de familie in Kurami gevraagd niet meer met de pers te praten. Het liefst ziet ze ook geen journalisten meer naar het dorp komen, maar ze kan niemand tegenhouden. Als ze nu naar huis gaat, valt niemand haar lastig. Ze weet echter dat ze in de gaten wordt gehouden: «De mensen die mij aangaven bij de hisba (zedenpolitie — red.) zijn nog steeds in het dorp. Ik zeg zo min mogelijk, want als ik iets verkeerds zeg, ga ik eraan.»

Pas als ze is vrijgesproken zal ze niet meer bang zijn. Dan wil Lawal zo snel mogelijk haar normale leventje weer oppakken en een nieuwe man vinden. Misschien kan ze een klein zaakje beginnen. Dat heeft ze altijd al gewild. Ze kan daarvoor wellicht het geld gebruiken dat ze van sommige meelevende particulieren kreeg gedoneerd. Laatst nog ontving ze liefst tweehonderd dollar van een Amerikaanse vrouw.

Hoewel het totaalbedrag aan giften maar een paar honderd dollar bedraagt, mag in Lawals dorp ondertussen niet de indruk ontstaan dat ze voor haar «misstap» wordt beloond, zegt advocate Ibrahim. «Wat doet ze de hele tijd in Abuja? roepen de mensen dan. Is ze zich soms aan het prostitueren?»

Dat Amina Lawal beroemd is, kan haar al met al onmogelijk zijn ontgaan. Hoe kijkt Lawal hier zelf tegenaan? Ze lacht weer, en kijkt met haar grote zwartomlijnde ogen bijna spottend voor zich uit. Ze is er niet blij mee. Waarom niet, dat wil ze niet zeggen.

Haar terughoudendheid is begrijpelijk gezien de afloop van de zaak tegen Safiya Hussaini. Verscheidene mensenrechten organisaties en particulieren ontfermden zich over Hussaini. Het vurigst werd betoogd in Italië. Daar werden kamervragen gesteld en in Rome werden voor de Nige riaanse ambassade bij kaarslicht nachtwakes georganiseerd. Een Italiaans voetbalteam drukte zelfs de beeltenis van Hussaini op de shirts om tijdens een wedstrijd aandacht te vragen voor de kwestie. Toen Rome, het centrum van het katholicisme, haar na haar vrijspraak ook nog eens huldigde als ereburgeres, brak in Noord-Nigeria de pleuris uit.

De «ontvoering» van Hussaini naar Rome werd gezien als de zoveelste lange neus van het Westen naar de islam. Enkele fundamentalistische islamitische organisaties dreigden Hussaini te doden als zij zich in Italië zou laten bekeren tot het christendom. In een interview verklaarde de gouverneur van de noordelijke deelstaat Sokoto onderkoeld dat hij altijd al wist dat «Italië een land is waar ze prostituees verwelkomen».

Inmiddels is Safiya Hussaini met haar zes kinderen terug in haar eigen dorp. Volgens Hauwa Ibrahim, destijds ook een van Hussaini’s advocaten, maakt zij het goed.

In aanloop naar de Miss World-verkiezingen, die in november 2002 in Nigeria werden georganiseerd, ontving Ibrahim dagelijks verzoeken van de internationale schoonheidskoninginnen om een onderhoud met Lawal. Die verzoeken werden steevast geweigerd. De herinneringen aan de opschudding rond Hussaini’s huldiging in Rome lagen nog vers in het geheugen.

Hauwa Ibrahim: «Door wat er gebeurde met Safiya beseften we dat we in het geval van Amina heel voorzichtig moesten zijn met publiciteit. We hebben die nooit zelf opgezocht. In het begin was mijn beleid in navolging van het advies van Baobab zelfs om alle publiciteit te weren. Maar op een gegeven moment merkten we dat de pers informatie ging zoeken bij mensen die niet direct betrokken waren bij de zaak. Dat leidde tot misverstanden. Toen besloten we dan maar zelf de informatie te geven, dan hadden we tenminste controle over wat er werd gezegd. Maar ik vertel nooit iets over een zaak die nog niet voor de rechter is geweest, alleen over wat al voorbij is. Alles waarmee ik de situatie van mijn cliënten zou kunnen beschadigen, of waarmee ik een rechter of een politicus of zelfs een gewone burger zou kunnen schofferen, laat ik na. Het is een zaak van leven en dood.»

Dit artikel is mede tot stand gekomen dankzij financiële bijdragen van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) en het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten