Economie

Als ik jong was

Drie jaar na de crisis houden overheden banken nog altijd de hand boven het hoofd en mogen belastingbetalers de portemonnee trekken om bankiers uit hun zelfgecreëerde crisis te redden.

Gratis geld van de Europese Centrale Bank, garanties dat Griekse afwaarderingen eenmalig zijn en banken iedere eurocent die ze in perifere obligaties steken terugkrijgen en hoge bonussen ondanks gebleken incompetentie, dat alles suggereert dat de greep van banken op staten alleen maar groter is geworden. Drie jaar na de crisis snappen politici nog altijd niet dat banken het probleem zijn, niet de oplossing. En dat respect voor de quasi-ambtelijke bestuurders van deze nutsbedrijven en hun gammele expertise misplaatst is.
Na vier uitputtende eurotoppen is een oplossing voor de eurocrisis verder weg dan ooit, wat Rutte en de zijnen ook mogen beweren. Plechtige beloftes werden keer op keer gebroken en hoge verwachtingen keer op keer teleurgesteld, daarmee het eigen politieke onvermogen alleen maar onbarmhartiger etalerend. December 2011 is de vraag of de euro het redt nog net zo actueel als januari 2011.
2011 was het jaar waarin Europa zijn morele superioriteit achteloos te grabbel gooide, daarmee zichzelf verlagend tot een buitenlandse politiek die macht meet in termen van tanks, vliegtuigen en poen. En waarin het te allen tijde aan het kortste eind trekt: defensiebestedingen zijn in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog altijd meer een contractuele verplichting dan een bron van nationale trots geweest. Tenenkrommend was het tafereel van 26 oktober toen Sarkozy in Cannes gastheer was van de G20 maar in plaats van te gloriëren voor de internationale bühne een wanhopige Griekse president moest kalmeren. Amerikanen, Chinezen en Arabieren stonden erbij en dachten er het hunne van. Toen even later de directeur van het Europese reddingsfonds met de pet in de hand langs de regeringscentra van de opkomende economieën moest om te bedelen voor donaties was de vernedering compleet.
2011 was ook het jaar waarin duidelijk werd dat Europa geen zier geeft om democratie en rechtsstaat. Zonder gêne werden in Griekenland en Italië gekozen volksvertegenwoordigers vervangen door technocraten met certificaten van een discipline die door de crisis pijnlijk als puur obscurantisme is ontmaskerd. Ik heb het uiteraard over de economische wetenschap. Schokkend was met name de zelfgenoegzame wijze waarop Rutte en de zijnen deze technocratische coup als een bewijs van eigen doortastendheid op hun conto probeerden te schrijven. Alsof VVD niet staat voor Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. En alsof Italië en Griekenland net zo tot het barbaarse Verweggistan behoorden als het Chili van Pinochet of het Argentinië van Peron.
En alsof dat nog niet genoeg was, is het Verdrag van Brussel van 8/9 december met opzet zo opgesteld dat de verregaande overdracht van budgetrechten van staat naar Unie die het beoogt niet voorgelegd hoeft te worden aan de eigen kiezers. Het grootste spektakelstuk van het parlementaire jaar - van Miljoenennota, Prinsjesdag en koffertje tot Algemene Beschouwingen - is met een pennenstreek gedegradeerd tot symbolisch ritueel. Pas nadat ongekozen Brusselse technocraten al dan niet hun goedkeuring hebben gegeven, mogen de eigen representanten hun oordeel vellen. Me dunkt dat hier democratische grondrechten in het geding zijn. Niet volgens de Unie. Verkiezingen of referendum? Niet nodig. En dat door dezelfde Unie die tot vervelens toe het vingertje heft als Arabische of Aziatische regeringsleiders het met democratie, mensenrechten en rechtsstaat niet zo nauw nemen.
2011 is ook het jaar waarin pijnlijk zichtbaar werd wat de effecten van de collectieve bezuinigingsgekte zijn, die sinds 2010 over de Europese leiders vaardig is geworden. Vanaf september is de Nederlandse economie met de rest van Europa krakend tot stilstand gekomen. En als het aan onze politici ligt, gaat 2012 ons meer van hetzelfde brengen: krimp, dalende huizenprijzen, stijgende werkloosheid, duurdere overheidsdiensten, hogere belastingen en premies, en meer sociale spanningen tussen stad en land, hoog- en laagopgeleid, zwart en wit, jong en oud, man en vrouw.
2011 ten slotte is ook het jaar geweest waarin de sociaal-liberale droom van een globaliserings-, vergrijzings- en migratiebestendige, postindustriële verzorgingsstaat definitief in duigen lijkt te zijn gevallen. Bij monde van Cohen heeft de PvdA voor de antimeritocratische koers van de oud-linkse SP gekozen en zich bekend tot een conservatieve agenda die de partij alleen maar verder zal schaden. Waarom voor de replica gekozen als je ook het origineel kunt hebben? De kans op een sociaal-liberale coalitie van GroenLinks, D66 en PvdA is daarmee jammerlijk verkeken.
Als ik jong was, zou ik vertrekken.