Als twintiger, schrijvend voor studentenkrant The Harvard Crimson en het progressieve tijdschrift The New Republic, deelde Antony Blinken de wereld op in goed en fout. Hij deed dat met een mate van zelfovertuiging die zijn positie in de wereld en de geschiedenis typeerde: een Amerikaan in de jaren tachtig, kosmopolitisch opgevoed en verzekerd van een plekje binnen de toekomstige machtselite van zijn land. Uit zijn stukken blijkt dat de jonge Blinken precies wist wat je moest doen met het sovjetblok (dissidenten steunen), met contrarevolutionairen in Nicaragua (ook steunen, maar dan stiekem) en met de Palestijnen (steunen zonder Israël af te vallen). De verbindende factor was Blinkens overtuiging dat waar de VS invloed hadden, de akkers vruchtbaar werden voor democratie. Na verschillende posities op het State Department werd Antony Blinken begin dit jaar Amerika’s nieuwe minister van Buitenlandse Zaken.

Zijn geboortejaar, 1962, en zijn opvattingen maken Blinken tot een ‘’89’er’. Die term werd gemunt door de Bulgaarse politiek wetenschapper Ivan Krastev en duidt de generatie aan die, in Krastevs woorden, ‘gevormd is door de Koude Oorlog, zonder die echt te hebben meegemaakt’. Ze werden volwassen en kregen invloed precies op het moment dat de Sovjet-Unie instortte, waarmee het leek alsof de VS de Koude Oorlog hadden gewonnen. Die ervaring kweekte een generatie met ongeëvenaard geloof in het morele gelijk van hun eigen kamp, dat van de liberale internationalisten. De generatie voor hen kende nog de nederigheid die werd ingegeven door de soms zelfs lijfelijke ervaringen met de vijanden van het liberalisme. De generatie daarna had voldoende reden om ook vraagtekens te zetten bij het op westerse voorwaarden geschoeide liberalisme. Blinkens cohort viel daar volmaakt tussenin, als generatie-end of history. Nu is de vraag hoe iemand als Blinken, hoofdarchitect van het buitenlandbeleid van een grootmacht, aansluit bij het huidige moment.

De echte test voor Amerika’s ‘nieuwe’ buitenlandbeleid moet nog komen

Voor de eerste taak die voorligt blijkt een ’89’er bijzonder geschikt. Onder Trump droeg Amerika plotseling geen liberaal-democratische waarden meer uit en kregen autoritaire leiders en aspirerende autocraten een opkontje. Op het moment dat Rusland dissidenten vergiftigt en opsluit is de overtuiging dat democratieën niet-democratieën de les moeten lezen veruit te verkiezen boven iemand die hoopt dat Poetin zijn beste vriend wordt. En op het moment dat ‘op regels gebaseerd multilateralisme’ weer moet worden opgebouwd nadat het werd afgebroken, is een internationalist als Blinken de juiste man. Het was de Franse president Macron die onlangs met die woorden de klassieke vriendschap tussen de VS en Europa opnieuw beleed in een toespraak voor de Atlantic Council, een Amerikaanse denktank. De VS waren even weggeweest, was Macrons conclusie, en de man die zichzelf tot geopolitieke keizer van Europa heeft gekroond nam de gelegenheid om namens de rest een verweesde kameraad opnieuw welkom te heten.

Tot zover gaat het goed, moet er ook in het Witte Huis worden gedacht, maar het is enkel nog maar herstel. De echte test voor Amerika’s ‘nieuwe’ buitenlandbeleid moet nog komen. En bij de eerste keer ging dat niet goed. Biden hield een telefoongesprek met de Indiase premier Narendra Modi dat bol stond van gedeelde goede bedoelingen. Net daarvoor was in India verschillende onafhankelijke journalisten ‘landverraad’ ten laste gelegd vanwege hun berichtgeving over boerenprotesten tegen de regering. Het klimaat voor de vrije pers is ernstig verslechterd sinds de hindoe-nationalist Modi aan de macht is, vooral door toedoen van zijn partij, de BJP. Afgezien van een algemene uitspraak dat ‘gedeelde toewijding aan democratische waarden’ de basis moet vormen voor vriendschap tussen India en de VS, sprak Biden Modi niet aan op de afkalvende democratie waarvoor hij verantwoordelijk is. Dit lijkt de invloed van Blinken, die hoopt op India als belangrijk onderdeel van een groot blok tegen China.

Zo toont zich het tekort van het ’89-denken, waarin de wereld bestaat uit democratieën en dictaturen. De afgelopen jaren ontwikkelde zich een mengvorm, waarin autoritaire politiek zich democratisch kleedt. Modi’s BJP noemt zich een ‘volkspartij’. In bijvoorbeeld Hongarije en Turkije presenteren de leiders zich als democraten, terwijl ze het kiessysteem en de rechterlijke macht naar hun hand zetten. En inmiddels heeft Amerika zelf ervaring met ‘illiberale democratie’, waarbij een mandaat bij de stembus wordt gebruikt om de democratie te ondergraven. De liberale democratie heeft nieuwe vijanden, die niet passen in de heldere goed-slecht-tegenstellingen van weleer. De vraag is of het Amerika van Blinken en Biden die wel voldoende herkent.