De Hongaarse premier Viktor Orbán op dinsdag 1 februari 2022 tijdens een persconferentie met de Russische president Vladimir Poetin. Sinds 2017 heeft Orbán een groot deel van de (regionale) kranten in bezit. © Yuri Kochetkov / AP | Associated Press

Te midden van bosachtige, lage heuvels ligt het Hongaarse dorpje Penc. Het is een prachtige herfstdag, eind november. Gele en oranje bladeren liggen om een gedenkzuil in de berm van een zijstraat. Blaffende honden springen tegen de hekken op. Ik loop met de Hongaarse datawetenschapper József over de straat. Hij op de stoep aan de linkerkant van de weg, ik aan de rechterkant. We stoppen een krant, die op A4’tjes is afgedrukt, in de brievenbussen. De honden komen dichtbij. József zegt iets, maar ik versta hem niet. ‘Wat zeg je?’ Ik versta hem nog steeds niet. Hij schreeuwt: ‘Het is net oppositie voeren. Orbán blijft er maar doorheen blaffen.’

József is een van de vrijwilligers van Nyomtass Te Is, die onafhankelijk nieuws naar het Hongaarse platteland brengt. Opgericht in 2017, nadat Orbáns mensen nagenoeg alle regionale media in handen hadden gekregen, probeert deze krant onafhankelijk nieuws te blijven bieden aan de gebieden die daar nu van verstoken zijn. In aanloop naar de Hongaarse verkiezingen op 3 april 2022 is het doorbreken van Orbáns propagandamachine van wezenlijk belang geworden. Ook de Hongaarse oppositieleider Péter Márki-Zay zoekt samenwerking met deze beweging.

Hoe kan uitgerekend een nieuwsbrief een verschil maken in de aankomende verkiezingen? Hoe is Hongarije op dit punt beland?

Het is 8 oktober 2016. De redactie van de oppositiekrant Népszabadság, een van de meest gelezen kranten buiten de Hongaarse hoofdstad, staat tot haar stomme verbazing voor een gesloten deur. Na zestig jaar onafhankelijke berichtgeving is de krant die ochtend per direct gesloten in opdracht van een regeringsgezinde zakenman, die de nieuwe eigenaar werd. De redacteuren krijgen niet eens de kans hun persoonlijke bezittingen uit het kantoor op te halen. Gedurende de zomer van 2017 volgen de kleinere regionale kranten. Een voor een worden ze opgekocht door regeringsgezinde ondernemers. Aan het einde van de zomer concludeert persvrijheidwaakhond Reporters Without Borders dat de volledige regionale pers in Hongarije nu onder controle staat van de Orbán-regering. En dat is sindsdien zo gebleven.

Een dictatuur was er dus blijkbaar niet voor nodig om de persvrijheid in Hongarije te slopen. De persvrijheid blijft de jure grotendeels intact, hoewel er sinds de pandemie wel een wet is bijgekomen die de regering in staat stelt om journalisten op te sluiten die ‘misinformatie over de pandemie’ zouden verspreiden, een wet die gemakkelijk misbruikt kan worden. De censuur onder Orbán is subtieler dan opsluiting van journalisten en wettelijke censuur: in plaats daarvan leiden Orbáns maatregelen indirect tot zelfcensuur. De plekken waar een onafhankelijke journalist voor zou kunnen werken, zijn opgeheven of overgenomen door regeringsgezinde zakenlui. Een Hongaars journalist kan tot op zekere hoogte schrijven wat hij wil, maar niet waar hij dat wil. Met onafhankelijk onderzoek kun je bij steeds minder kranten terecht. Onafhankelijke journalistiek is veroordeeld tot de marge.

De weinige onafhankelijke media die nog over zijn, hebben zich naar het internet verplaatst. Dit is problematisch, omdat in Hongarije buiten de grote steden de internetkranten nauwelijks worden gelezen. Niet alleen vanwege slechte internetverbindingen, maar ook omdat de stijl en inhoud van de internetkranten niet aansluit bij het publiek buiten Boedapest. Daar worden veelal de klassieke radiozenders, televisiezenders en kranten gevolgd. In de regio zijn ze sinds Orbáns mediaovername uit 2017 dus overgeleverd aan het nieuws dat regeringsgezinde media hun voorschotelen. Hoewel in deze buitengebieden al vanouds meer op Orbáns partij Fidesz gestemd werd, zal deze mediaovername er waarschijnlijk ook aan bijgedragen hebben dat Fidesz in de nationale verkiezingen van 2018 maar liefst 58 procent van de stemmen op het platteland kreeg.

János László, journalist, oprichter en hoofdredacteur van Nyomtass Te Is, zag Orbáns mediaovername in 2017 met lede ogen aan. ‘Zoals iedereen. Iedereen keek. Ik wilde iets doen. Van de bank afkomen.’ Ik ontmoet hem bij de wekelijkse ‘origami-avond’: de geuzennaam van de wekelijkse vergadering van de beweging, waarin de vrijwilligers van Nyomtass Te Is de stapels geprinte kranten van die week doormidden vouwen. Zo zijn ze klaar voor de verspreiding.

In het gemoedelijke stamcafé is het moeilijk om János rond de tafel te krijgen, want alle anderen willen hem ook spreken. Uiteindelijk zit hij schuin naast me aan een houten tafel: vrolijke ogen, grijs haar, een zwart T-shirt. Tijdens het interview probeert hij de aandacht van zichzelf af te leiden door mij of een van de anderen aan het lachen te maken. Een bescheiden man die niet graag over zichzelf praat.

In 2017 bedacht János samen met zijn zoon en vrienden wat de goedkoopste manier was om het grootste aantal mensen met onafhankelijk nieuws te bereiken. Zo ontstond het idee van een papieren A4’tje, waarop ze de hoogtepunten uit het nieuws van de nog onafhankelijke nieuwssites verzamelden. Dit plaatsten ze online, zodat iedereen het zou kunnen downloaden, printen, vouwen en verspreiden. Zo ontstond ook de naam ‘Nyomtass te is’, wat Hongaars is voor ’Print het zelf’. ‘Het moest voor iedereen even makkelijk beschikbaar zijn’, vertelt hij me, en daarna, met pretogen: ‘We hebben zelfs een download in Peru gehad.’

Waarom Nyomtass Te Is nadrukkelijk voor deze gedrukte vorm heeft gekozen, legt klinisch psycholoog Judit me uit. Als één van de vrijwilligers neemt ze een leidende rol in de organisatie op zich. Ze wil verandering. Niet alleen voor zichzelf maar ook voor haar zoon. Een jongen uit een vrolijke, dynamische generatie, vertelt ze trots, ‘maar we zijn deze jongeren aan het buitenland aan het verliezen. Mijn zoon heeft in Londen gestudeerd en kwam terug, net voor de verkiezingen in 2018. Toen hij hoorde dat Orbán herkozen was, gaf hij bijna over op straat.’

Ze vertelt me dat Nyomtass Te Is door zijn papieren vorm op twee manieren effect heeft. Niet alleen omdat de krant informatie brengt, maar dat ook in levenden lijve doet. Dat voordeel zal een papieren krant altijd ten opzichte van het internet hebben, denkt ze. ‘Als je keer op keer naar een dorp komt, gaat zelfs de grootste scepticus van dat dorp zich afvragen wat er zo belangrijk is dat die gekken er zoveel werk in stoppen.’

De vergaderingen op dinsdag zijn nog maar het voorwerk. Op zaterdagen waaieren de vrijwilligers over de regio uit om de kranten daadwerkelijk te verspreiden. De meeste groepen gaan op eigen initiatief, aangestuurd door hun regiocoördinator, de Hongaren in de buurt van Boedapest hebben de mogelijkheid om zich bij de organisatie in Boedapest aan te sluiten. Ik ga met ze mee.

‘Origami’-avond: vrijwilligers bereiden de verspreiding van ‘Nyomtass Te Is’ voor © Nyomtass Te Is

We verzamelen in de ochtend in de buurt van het oostelijk treinstation van Boedapest. Judit draagt een mondkapje met daarop het logo van de krant. Ze heeft een lijst in haar hand met dorpjes in het Pest-comitaat waar Nyomtass Te Is een verschil zou kunnen maken: op deze plekken – vaak kleine dorpjes van maar duizend tot vijfduizend inwoners – heeft in de vorige verkiezingen tussen de veertig en vijftig procent op Fidesz gestemd, wat betekent dat een klein aantal stemmen hier een verschil kan maken voor de oppositie. Deze swing states zijn de focus van Nyomtass Te Is. De aanwezige vrijwilligers worden over deze plekken verdeeld.

Ik word ingedeeld bij de groep die naar Penc gaat, een klein dorp veertig kilometer ten noorden van Boedapest met ongeveer veertienhonderd inwoners. Samen met József en zijn moeder en Justina, een scheikundelerares, delen we een auto. ‘Je moet veel geld hebben om het tegen Orbán op te nemen.’ waarschuwt József me vanachter het stuur, ‘want je moet al je oppositieactiviteiten helemaal zelf zien te financieren. De oppositie heeft geen toegang tot de staatstelevisie, en ook niet genoeg geld voor de levensgrote advertenties die Fidesz overal verspreidt.’ Voor deze zaterdag leende hij een auto van zijn broer en gebruikt hij zijn eigen benzine. Wanneer we de afslag naar Penc missen, zegt Justina daarom ook boos tegen hem dat dit ‘een duur grapje’ was. Ik kijk naar mijn handen. Op mijn schoot ligt een stapel Nyomtass Te Is-kranten waarop de Hongaarse benzineprijzen staan beschreven: sinds het begin van dit jaar zijn ze door dramatische inflatie ongeveer met een derde gestegen: een record.

In Penc aangekomen blijken er weinig voorzieningen in de buurt. We rijden langs een basisschool, een café, een busstation, een kerk. Verder is er niets. Alleen lange rijen huizen met dichte luxaflex met gaten erin, buiten hangen doeken als gordijnen. We willen een blaadje geven aan een vrouw met een hoge zwarte paardenstaart. Ze heeft haar fiets in de hand en steekt haar hand niet uit. ‘Sorry, ik kijk geen nieuws’, zegt ze vriendelijk. Zulke vriendelijke weigeraars zullen we nog meer tegenkomen op onze tocht. ‘Een frustrerende gewoonte’, vertelt József, ‘de Hongaren kiezen ervoor om apolitiek te zijn ten overstaan van de leugens die er op ze afkomen, maar je kunt helemaal niet apolitiek zijn. Als je niks doet, laat je Orbán zijn gang gaan. Dat is ook politiek.’

Niet alleen de politieke apathie en de totale overname van alle media door de Orbán-regering droegen bij aan Orbáns populariteit op het platteland in 2018. Een andere reden is közmunka, het systeem van arbeidsafhankelijkheid dat Orbán in 2014 heeft ingevoerd. Werklozen kunnen niet langer op een langdurige uitkering rekenen, in plaats daarvan heeft Orbán dit systeem tot de belangrijkste werkloosheidsvoorziening gemaakt. Burgemeesters kunnen extra budget krijgen voor het aanbieden van tijdelijke banen aan werklozen. Denk aan: spoordienst, plantsoendienst, schoonmaken. Zij krijgen echter zo weinig betaald dat ze amper rond kunnen komen van hun salaris. Op deze manier raken ze afhankelijk van de burgemeester.

‘Het creëert een systeem van angst’, legt József me uit, terwijl hij een A4’tje in een stalen buis, die als brievenbus fungeert, probeert te duwen. ‘Werknemers binnen de közmunka stemmen hun politieke voorkeur op de voorkeur van de Fidesz-burgemeester af. Niemand verplicht ze zo te stemmen, maar omdat zij voor hun inkomen extreem afhankelijk zijn van de burgemeester, durven ze geen risico’s te nemen.’ Ook op die manier heeft Orbán zich van een trouwe achterban op het platteland verzekerd.

Nyomtass Te Is probeert deze dynamiek op het platteland te doorbreken. ‘Maar er is niet direct een verschil zichtbaar’, drukt János de vrijwilligers op het hart, ‘het is belangrijk om zes keer in dezelfde brievenbus een blaadje te doen. Tegen die tijd raken mensen aan het denken.’ Dat is de methode van Nyomtass Te Is: geef het blaadje aan mensen en vraag ze het eens goed door te lezen, te vergelijken met wat ze op radio en tv horen en daar goed over na te denken.

Het doel van Nyomtass Te Is is om uiteindelijk twee miljoen stemmers te bereiken. Zevenhonderdduizend huishoudens, waar ze een totale gemeenschap van 3500 activisten voor nodig hebben. Momenteel hebben ze ongeveer honderdduizend downloads per week. Ze sporen de nieuwe activisten aan om een foto met de krant naast het naambord van hun dorp te plaatsen op Facebook, om op die manier zichtbaarheid te creëren en elkaar aan te moedigen. Dankzij die foto’s hebben ze een indruk, maar exacte cijfers over hun verspreiding hebben ze niet, omdat sommige groepen ook in het geheim opereren.

Nadat Orbán in 2018 werd herkozen, hield Nyomtass Te Is de krant tegen het licht. De onderwerpen en de stijl veranderden om beter aan te sluiten bij het beoogde publiek, de inwoners van het Hongaarse platteland, vertelt János. Simpelere, heldere taal over niet alleen debatten en nationale politici maar juist ook over lokale zaken, zaken die geheim worden gehouden.

Tijdens de burgemeestersverkiezingen van 2019 leken de aanpassingen én het doorzettingsvermogen vruchten af te werpen. De Hongaarse burgemeestersverkiezingen waren de eerste landelijke verkiezingen waarbij Fidesz in onverwachte gemeenten grote nederlagen leed. Nyomtass Te Is kan daar een rol bij gespeeld hebben. ‘Je kunt het natuurlijk nooit zeker weten’, zegt János, ‘maar op de plekken waar we een sterk en trouw verspreidingsteam hadden, kantelde de stemming. Het mooiste voorbeeld is dat van Tótkomlós, waar de Fidesz-burgemeester met een enorm verschil is weggestemd.’

‘In 2018 was er optimisme, vertelt Judit, maar zonder goede reden. De oppositie was niet verenigd, en nam het platteland niet serieus. Jobbik (in die tijd een extreem-rechtse partij – mvdp) was daar vertegenwoordigd, maar verder niemand. Die veronachtzaming is eigenlijk bizar’, zegt Judit, ‘iedereen heeft familie op het platteland.’

Nu is er wel degelijk een verenigde oppositie onder leiding van Péter Márki-Zay, de grote verrassing uit het kleine stadje Hódmezővásárhely. Daar is Márki-Zay vanaf 2019 burgemeester, aangezien hij een van de mensen is die tijdens de wonderbaarlijke burgemeestersverkiezingen van dat jaar een Fidesz-burgemeester wist te verslaan. ‘In zijn campagne maakte Márki-Zay ook gebruik van Nyomtass Te Is’, vertelt János, ‘toen merkte hij ons al op, en begreep hij hoe we de oppositie in Hongarije helpen. We stellen altijd een kwart van ons blad beschikbaar voor plaatselijke inbreng, en hij maakte daar in zijn regio gebruik van.’

Ook nu, in de aanloop naar de verkiezingen van 2022, zoeken ze samenwerking. Sinds Márki-Záy begin november in een toespraak opriep Nyomtass Te Is te steunen, hebben ze er veel vrijwilligers bij gekregen. ‘Maar’, benadrukt János, ‘wij worden niet zijn blaadje. We zijn niet gebonden aan een bepaalde partij. Wij zijn gewoon een nieuwsbrief die informatie brengt naar plekken waar die informatie anders niet terecht zou komen.’ De echte verandering is vervolgens aan de stemmers zelf. ‘Wij zijn slechts het Trojaanse paard dat de informatie binnenbrengt.’

Marian van der Pluijm (1997) is historica. Momenteel woont ze in Boedapest, waar ze Hongaarse taal en cultuur studeert