Kolen uit Australië worden gelost in de haven van Rizhao, China © Wang Kai / AP / AaNP

In een kamer in het ovaalvormige kantoorgebouw in de diplomatenwijk van Beijing rinkelt een telefoon. Het geluid klinkt door de gangen van het hoofdkwartier van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, waar het achter de kleine ramen gonst van de activiteit. De telefoon blijft rinkelen, hoeveel mensen het ook horen. Het geluid wordt genegeerd, telkens weer. Niemand neemt op.

Aan de andere kant van de lijn legt Simon Birmingham, de Australische minister van Handel, de hoorn maar weer op de haak. Dit is de nieuwe realiteit: het lukt de Australiërs niet meer om in contact te komen met de Chinezen. Beijing neemt de telefoon niet meer op, zegt Birmingham vertwijfeld tegen de Australische pers. Welkom in de ijskoude betrekkingen tussen China en Australië.

De ogen van westerse diplomaten zijn in 2020 voorgoed geopend: de langgekoesterde hoop dat China door intensieve handelsbetrekkingen uiteindelijk zou democratiseren is ijdel gebleken. Decennialang verwachtten Europa en de Verenigde Staten dat met het groeien van de welvaart en een opkomende middenklasse China zou veranderen in een opener, democratischer staat, waarmee het bovendien lucratief handel drijven zou zijn. Maar het hardvochtige optreden van de Chinese staat in Hongkong was het definitieve signaal dat China zijn eigen pad kiest, waarbij het zich weinig gelegen laat liggen aan westerse waarden. China is onmiskenbaar totalitairder geworden onder leiding van Xi Jinping, die vanaf 2012 een daadkrachtiger buitenlandbeleid voert en tegelijkertijd de macht van de vrije markt inperkt. Wat te doen?

De Australiërs voeren al decennialang ingewikkeld trapezewerk uit om de vruchtbare relatie met China te onderhouden: geen enkel ander westers land is economisch zo afhankelijk van de Chinezen als Australië. Het is niet overdreven om te stellen dat Australië zijn enorme welvaart dankt aan de handel met China. De spectaculaire groei van de Chinese economie betekende de afgelopen decennia een onstilbare honger naar Australische producten, vooral grondstoffen als ijzererts en steenkool. Een paar duizelingwekkende cijfers: bijna veertig procent van alle Australische export gaat naar China, goed voor zo’n 103 miljard dollar. Alleen al de export van ijzererts en steenkool levert Australië jaarlijks zeventig miljard dollar op. In het laatste jaar voor de coronacrisis steeg de Australische export naar China nog met bijna twintig procent.

De economische afhankelijkheid brengt Australië in een wonderlijke positie: voor een gezonde economie is de relatie met China cruciaal, maar politiek, cultureel, ideologisch en militair is Australië verbonden aan de Verenigde Staten. Die spagaat dwingt Australië tot heel behoedzaam opereren – zeker nu China en de VS meer en meer tegenover elkaar staan.

Als er dus één land is dat veel ervaring heeft met de delicate omgang met China is het Australië, zou je denken. Maar al die ervaring betekent niet dat de relatie soepel verloopt. Integendeel: Australië verkeert sinds een jaar in een ernstig handelsconflict met China. Over en weer klinken bijtende verwijten en harde woorden. De relatie zit op een absoluut dieptepunt. Wat betekent het voor andere westerse landen dat zelfs Australië er niet in slaagt een stabiele relatie te onderhouden met China, ondanks al die ervaring en de wederzijdse economische belangen? Welke lessen zijn er te leren van de Australische omgang met China, nu de opkomst van China door de pandemie zelfs versnelt?

De Chinezen zijn onze vrienden, zei de Australische premier Kevin Rudd nog in 2009. Het waren de gouden jaren van de Australisch-Chinese band: voor honderden miljarden dollars kochten de Chinezen grondstoffen van de Australiërs, die daardoor dertig jaar lang economische groei zagen, een unicum in de wereld. Maar de verhoudingen zijn het afgelopen decennium veranderd. China is geen vriend meer van de Australiërs, die ongerust hebben toegezien hoe China steeds meer uit zijn schulp kruipt. ‘De Chinezen zijn onze klant, de Amerikanen zijn onze vrienden’, zei de huidige Australische premier Scott Morrison vorig jaar. Sindsdien is het alleen maar bergafwaarts gegaan en inmiddels geldt China op de rechterflank van de Australische politiek als ‘geopolitiek tegenstander’. Zelfs het woord ‘vijand’ is gebruikt. ‘Als je China behandelt als een vijand’, zei een Chinese regeringswoordvoerder in november, ‘dan wordt China ook de vijand.’

Beijing en Canberra verschillen al veel langer van inzicht over cruciale zaken als democratie, mensenrechten en de machtsverhoudingen in de Stille Oceaan, maar doordat zowel Australië als China profiteerde van de wederzijdse handel werden die verschillen met de mantel der liefde bedekt. In 2014 bracht Xi Jinping nog een staatsbezoek aan Australië en een jaar later tekenden de landen een vrijhandelsverdrag.

Het geluk duurde tot 2018, want toen ging de sneeuwbal van ergernis steeds harder rollen. Toen kondigde de Australische regering aan dat het Chinese telecombedrijf Huawei uitgesloten zou worden van de aanleg van het 5G-netwerk. Volgens de Australiërs zou daarmee een te groot risico ontstaan dat de Chinese overheid via een achterdeurtje in de systemen van Huawei toegang zou krijgen tot cruciale Australische sectoren. De Australiërs voerden bovendien campagne bij hun traditionele partners de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Canada en Nieuw-Zeeland om Huawei ook de wacht aan te zeggen. Dat schoot de Chinezen volledig in het verkeerde keelgat. Het publiekelijk uiten van kritiek en verdenkingen ligt zeer gevoelig bij de Chinese Communistische Partij, die zich dan op een mondiaal toneel in haar hemd gezet voelt. De wrevel over de onbehouwen Australiërs is nooit meer weggegaan.

In Australië heerst een diepgewortelde angst voor ‘de Aziatische hordes’ die ooit het land zouden kunnen overspoelen. Dat sentiment leidt nu en dan tot onverkwikkelijke taferelen: een Australisch parlementslid stelde in 2020 voor om alle Australiërs van Chinese komaf een loyaliteitsverklaring te laten tekenen – een ronduit racistisch voorstel.

In Canberra intussen, groeit de invloed van de inlichtingendienst en rechtse bewindslieden, die een assertiever China-beleid voorstaan, vertelt Lai-Ha Chan, hoogleraar aan de University of Technology Sydney en gespecialiseerd in de betrekkingen tussen China en Australië. ‘Deze groep overheidsfunctionarissen denkt dat de relatie met China in de toekomst louter zal verslechteren. Bij hen leeft bovendien sterk het idee dat Australië een regionale grootmacht moet zijn, die andere landen ter verantwoording moet roepen. Ze voelen zich tegelijkertijd heel nauw verbonden met de Anglosaksische landen. Dat alles bemoeilijkt een goede relatie met China.’ Het Australische defensiebudget kreeg vorig jaar een impuls van tientallen miljarden, en Australië sluit samenwerkingsverbanden met landen als India, Maleisië en Indonesië om zijn positie ten opzichte van China te versterken, zowel strategisch als economisch.

In Australië bestaan grote zorgen over Chinese inmenging in Australische politieke partijen, op universiteiten en bij cruciale bedrijven. Verhalen daarover staan veelvuldig in de Australische pers, en met name de kranten van de rechtse mediamagnaat Rupert Murdoch, die de liberale flank van de Australische politiek altijd steunt, jagen zo de vrees voor China aan. Mede daardoor voerde Australië in 2018 wetten in tegen buitenlandse investeringen, om zo Chinezen buiten de deur te houden.

Het wantrouwen groeit: vorig jaar bleek uit onderzoek van de denktank de Lowy Institute dat slechts 23 procent van de Australiërs gelooft dat China het goede zal doen, terwijl twee jaar geleden nog ruim de helft van de Australiërs vertrouwen had in China. Negentig procent van de Australiërs vindt dat de regering nieuwe afzetmarkten moet zoeken om minder afhankelijk te worden van China.

Elk Australisch commentaar komt hard aan in China, vertelt Chan. ‘Het is voor Chinezen, die gewend zijn aan de eenpartijstaat, fundamenteel moeilijk te begrijpen dat in andere landen kranten, politici en opiniemakers niet per definitie de mening van de regering vertegenwoordigen. Als er in Australië kritiek klinkt op China, van wie dan ook, wordt dat de regering aangerekend.’

Een slager verkoopt Australisch rundvlees in een supermarkt in Haikou, China © Yang Xu / China News Service / Getty Images

Door de pijlsnelle economische groei heeft China intussen voldoende zelfvertrouwen om zijn rol als grootmacht in Azië op te eisen: het toont zijn militaire macht in de Zuid-Chinese Zee en deinst niet terug voor grensconflicten met zo’n beetje alle buurlanden. In mei 2020 kwam het zelfs tot wapengekletter aan de grens met India. Tegelijkertijd tracht China de kleine eilandstaten in de Stille Oceaan aan zich te binden met gunstige leningen. Al met al is met de nationalistische Xi Jinping het Chinese geloof in de eigen lotsbestemming als supermacht gegroeid: China wenst zijn stempel op de wereld te drukken.

Toch blijft de vraag of China ooit daadwerkelijk een supermacht kan zijn. Geoff Raby, een Australische oud-ambassadeur in China, meent dat het nooit zover zal komen. In zijn boek China’s Grand Strategy and Australia’s Future in the New Global Order schrijft hij: ‘China is, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, volledig afhankelijk van de internationale markten en buitenlandse leveranciers voor de grondstoffen en energie die het nodig heeft om te groeien. Al die middelen komen via strategische knelpunten, de Straat van Malakka en de Zuid-Chinese Zee. De export vanuit China gaat ook door die zeestraten. In een conflict zouden de VS die knelpunten direct kunnen afsluiten.’ Juist vanwege die beperking ontdekt China onder Xi Jinping dat andere machtsmiddel: het inzetten van zijn economische macht.

Het is belangrijk dat westerse landen hun eigen waarden verdedigen, ook openlijk. Die balans is precair, zo hebben Australische politici gemerkt

In april vorig jaar riep Australië op tot een internationaal onderzoek naar het ontstaan van het coronavirus. Die oproep beschouwt Beijing als een regelrechte provocatie. Sindsdien voelt Australië wat er gebeurt als China besluit zijn economische macht in te zetten. In mei stelde Beijing plots invoerheffingen in van tachtig procent op Australische gerst. Kort daarop stuurde het om onduidelijke redenen Australisch vlees terug, en de Chinese overheid riep haar onderdanen op om reizen naar Australië te heroverwegen, omdat het risico van racistische aanvallen op de loer zou liggen. De Chinese ambassadeur uitte vervolgens het onverholen dreigement dat Chinezen helemaal geen Australische producten meer zouden kopen.

De ruzie werd nog onsmakelijker toen een Chinese overheidsfunctionaris via Twitter een bewerkte foto verspreidde waarop een Australische soldaat te zien was die een mes op de keel van een kind zette, in een verwijzing naar oorlogsmisdaden die Australische soldaten in Afghanistan hebben gepleegd. Beijing trekt zich niets aan van premier Morrison, die excuses eist.

Vooral de maatregelen voor de Australische export komen hard aan. Inmiddels gelden invoerheffingen of beperkingen voor Australische wijn, wol, hout, kreeft, suiker en koper. Zelfs steenkool is niet meer veilig: er drijven eind 2020 tientallen Australische schepen vol steenkool in de Chinese wateren, in afwachting van toestemming om hun lading te lossen. De Australiërs maken de zaak aanhangig bij de Wereldhandelsorganisatie, al weten zij ook dat een onderzoek jaren zal duren. Intussen vrezen ze dat ook ijzererts, de absolute winstmachine van de Australische economie, niet langer onaantastbaar is.

Australische bewindslieden proberen de geest in de fles te krijgen. Ze roepen op tot dialoog, en invloedrijke Australische bedrijven zetten de eigen regering onder druk om te zorgen dat de lucratieve handelsrelatie blijft bestaan. Maar dat wil Canberra niet langer tegen elke prijs. Waar de Australiërs jarenlang hun principiële bezwaren opzijschoven om de handel te laten bloeien, is de houding nu onverzettelijker – of onbuigzaam, zal Beijing zeggen.

Lang kon Australië het zich veroorloven om China zijn gang te laten gaan, wetende dat de VS de machtsorde in de Stille Oceaan zouden garanderen. Maar met de wispelturige Donald Trump was die rugdekking allerminst verzekerd. Ook Joe Biden heeft zijn aandacht nu vooral nodig voor binnenlandse problemen, al benadrukt ook hij het belang van samenwerking met de landen rondom China. De jarenlange afwezigheid van de VS speelde China in de kaart en daardoor zag Australië zich gedwongen de tanden te laten zien. Canberra begreep dat het de eigen boontjes zal moeten doppen. Ook met Biden in het Witte Huis zal Australië niet achteroverleunen.

Het weerhoudt China er niet van om Australië consequent af te schilderen als het schoothondje van de Verenigde Staten. Zo heeft Australië wel de lasten maar niet de lusten van het bondgenootschap met de VS, want de ruzie is voor Beijing een uitgelezen kans om signalen af te geven aan andere machtscentra in de wereld. De boodschap aan bijvoorbeeld Japan en de Europese Unie: wie een conflict met China laat oplopen, zal dat voelen.

Australië is de kanarie in de kolenmijn voor de rest van de wereld. De precaire positie toont glashelder de nieuwe realiteit: China is assertief, vol zelfvertrouwen en vast van plan zijn eigen weg in de wereld te kiezen. Het handelsconflict met Australië toont dat China bereid is zijn economisch gewicht in de schaal te gooien om te krijgen wat het wil. Dat zal effect hebben op de rest van de wereld, want China zal volgens sommige berekeningen binnen tien jaar de grootste economie ter wereld zijn. ‘Australië, de Verenigde Staten en het Westen hebben geen andere keuze dan China te accepteren zoals het is – met zijn goede en slechte kanten’, schrijft oud-ambassadeur Geoff Raby.

Het is een realiteit waar Europese landen als Frankrijk, Nederland en Duitsland van doordrongen zijn. Duitsland benoemde de Indo-Pacific tot strategische prioriteit en ook Frankrijk breidt zijn diplomatieke posten in het gebied uit. De Franse president Emmanuel Macron liet aan China weten dat Huawei aan banden wordt gelegd. D66-Kamerleden Jan Paternotte en Sjoerd Sjoerdsma riepen in november op tot een parlementair onderzoek naar ‘de lange arm van Peking’. De twee menen dat Nederland moet leren van Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Australië, landen die onderzoek doen naar de inmenging door China op universiteiten en via culturele instellingen als de Confuciusinstituten.

Maar Nederland hinkt nog op twee gedachten, schreef sinoloog Henk Schulte Nordholt in september in de Volkskrant. ‘De opkomst van China zorgt voor een herschikking van de machtsverhoudingen die Nederland noopt tot een duidelijke stellingname. (…) De belangrijkste strijd van de 21ste eeuw gaat niet meer tussen Oost en West of zelfs niet tussen rijk en arm, maar tussen democratieën en dictaturen. Tussen staten die nog vertrouwen hebben in vrijheid, democratie en rechtsstaat en landen die enkel geloven in macht. Met deze constatering als vertrekpunt kan vorm worden gegeven aan een nieuw China-beleid. Een alleingang van ons land is slim noch effectief. (…) Samenwerken met China is prima, maar we moeten technologisch niet afhankelijk worden en resoluut voor onze waarden staan.’

De lessen van Australië kunnen als leidraad dienen bij een nieuwe China-strategie. Nederland kan niet alleen profiteren van de ervaring van de Australiërs, maar vooral ook van de fouten. Allereerst moet realisme het uitgangspunt zijn, zo schrijft oud-ambassadeur Geoff Raby. ‘Het startpunt moet de wereld zijn zoals die is, niet zoals we die graag zouden willen zien.’

Wees niet te achterdochtig, maar ook zeker niet te naïef. Niet elke wetenschappelijke samenwerking met een Chinese universiteit is problematisch, maar ook de aivd wees in 2019 specifiek op de risico’s van Chinese spionage bij Nederlandse universiteiten. Onderwijsinstellingen en bedrijven zijn zich onvoldoende bewust van het veiligheidsrisico, constateerde de inlichtingendienst. In Australië neemt men maatregelen tegen buitenlandse inmenging, met wetten die gevoelige bedrijfsovernames en problematische geldstromen aan banden leggen. Zoals het bekende gezegde luidt: dat je paranoïde bent, betekent nog niet dat je niet wordt gevolgd.

De Britse historicus Niall Ferguson, fellow aan Stanford University, stelt: ‘Westerlingen zijn altijd onder de indruk van autocratische landen, maar dat is een overschatting van hun mogelijkheden. Het jaar 2020 is, vanwege de pandemie en de manier waarop China daarop reageerde, rampzalig geweest voor China’s reputatie in de wereld.’

De vorige grote ideologische tegenstrever van het Westen was de Sovjet-Unie, dat economisch nauwelijks wat had in te brengen. China echter is een van de grootste economieën ter wereld. Landen lopen het risico van die geldstroom afhankelijk te raken, wat hun bewegingsvrijheid beperkt. Australië heeft te lang geleund op de oneindige geldstroom uit China en nu het handelsconflict oploopt, blijkt hoe problematisch dat is. Ook Duitsland, dat zijn export naar China sinds 2005 zag vervijfvoudigen, worstelt met het Chinese belang voor de economie. Het is dus cruciaal dat landen hun export voldoende diversificeren.

Samenwerking met andere landen is essentieel, zegt Raby. ‘Om het risico van een dominant China te beperken, zal Australië moeten samenwerken met een voortdurend veranderende coalitie van staten, die zich vormt rond specifieke issues en die weer verdwijnt als de noodzaak voorbij is. Daarvoor zal de Australische diplomatie creatief, flexibel, resoluut en consistent moeten zijn.’

Die les brengt Australië reeds in de praktijk. Het sluit handelsverdragen met Indonesië, Vietnam en India en zet in op militaire samenwerking met landen in de regio. Het versterken van internationale organisaties als de Wereldhandelsorganisatie is essentieel om China op zijn verantwoordelijkheden te wijzen als onderdeel van de internationale rechtsorde. Dat onderschreef ook The Economist: ‘Het Westen kan China niet fundamenteel veranderen of negeren. Maar door samen op te trekken, kan het een manier vinden om zaken te doen met een autoritaire staat die het wantrouwt.’

In het contact met China is het belang van slimme diplomatie groter dan ooit. Deskundigen zeggen dat het meer oplevert om via diplomatieke kanalen druk uit te oefenen op Beijing over gevoelige zaken als de mensenrechtensituatie of het optreden in Hongkong. Dan hoeft China niet te vrezen voor gezichtsverlies en staat het meer open voor kritiek. Tegelijkertijd is het belangrijk dat westerse landen hun eigen waarden verdedigen, ook openlijk. Die balans is precair, zo hebben Australische politici gemerkt.

Die westerse waarden van vrijheid, democratie, debat, cultuur en open markten zijn een van de grootste krachten bij het vinden van een nieuwe manier om met China om te gaan. Die kernwaarden vormen de aantrekkingskracht voor talent en innovatie. Het is wat Henry Kissinger ooit ‘soft power’ noemde, als tegenhanger van militaire macht en politieke invloed. Het ontbreekt China vrijwel volledig aan soft power. Het ronkende verhaal van de Chinese Communistische Partij als bron van welvaart en geluk is misschien effectief binnen de landsgrenzen, maar internationaal heeft het nauwelijks aantrekkingskracht.

Niall Ferguson: ‘China is veel kwetsbaarder dan wij ons vaak realiseren. Het is onmogelijk om een vijfde van de mensheid in toom te houden met een systeem dat ooit is bedacht door gekken als Josef Stalin. [Het Westen] heeft misschien een gemankeerd systeem, maar het is veel aantrekkelijker voor ambitieuze mensen dan China ooit zal zijn. Die mogelijkheid om talent aan te trekken is een enorme voorsprong. Niemand in de wereld denkt: was ik maar een Chinees staatsburger.’