Claudia Rankine over zwart en wit

‘Als je zoekt op “jongen” krijg je uitsluitend witte jongens’

Citizen van dichteres en essayist Claudia Rankine geeft inzicht in de korte weg van alledaags racisme naar dodelijk politiegeweld tegen zwarten. De bundel is daarmee volgens sommigen een ‘omvattende theorie over racisme in Amerika’.

In het Amerika van nu kan poëzie subversief zijn. Onder de juiste omstandigheden en met de juiste mensen kan zelfs een bundel aanstootgevend en controversieel zijn die al tot boek van het jaar is gekozen door de nationale vereniging van recensenten en de Los Angeles Times. Dat toont het voorbeeld van Citizen: An American Lyric van dichteres, essayist en toneelschrijver Claudia Rankine.

Tijdens een bijeenkomst van Donald Trump in Springfield, Illinois, las de jonge studente Johari Idusuyi pal achter Trump Rankine’s boek. Het was nog vroeg in de verkiezingsstrijd en Donald Trump streed nog om de Republikeinse nominatie. Terwijl Idusuyi en haar vrienden – net als zij jonge, zwarte Amerikanen – een plekje zochten, was een medewerker van de Trump-campagne naar hen toe gekomen om hun een plekje in het midden van het vip-gedeelte aan te bieden. Het was duidelijk waarom: als zwarte toehoorders, telkens in beeld achter Trump, waren zij een visueel alibi tegen de klacht dat Trump alleen witte Amerikanen aansprak.

Idusuyi en haar vrienden waren naar de bijeenkomst gekomen om de kandidaat te zien waar zoveel om te doen was en hun eigen oordeel over hem te vellen. Daar waren ze snel uit, nadat Trump zijn aanhang op zijn platte wijze had opgehitst en anti-Trump-demonstranten hardhandig waren verwijderd. En dus nam Idusuyi als protest haar exemplaar van Rankine’s boek uit haar tas en begon te lezen, de hele bijeenkomst lang. En de hele uitzending lang was zij te zien, achter het opgewonden hoofd van Trump. Een fragment waarin een echtpaar de studente boos aanspreekt omdat ze haar boek leest, werd in de VS miljoenen keren bekeken. The Sane Person’s Reaction to Donald Trump, heette het al snel.

Dat het wapen van protest Claudia Rankine’s Citizen betrof, was een passend eerbetoon aan een boek dat een centrale plaats inneemt in de heftigste en meest beladen discussie in de Amerikaanse samenleving, het debat over ras. Samen met Between the World and Me van de journalist en schrijver Ta-Nehisi Coates geldt Citizen als centraal werk voor Black Lives Matter en andere anti-racismebewegingen die vanaf 2013 ontstonden. Rankine en Coates worden in de VS regelmatig de belangrijkste zwarte intellectuelen van de 21ste eeuw genoemd. Hun boeken gelden als intellectuele wegenkaarten voor een van de meest gespannen periodes in de recente Amerikaanse geschiedenis.

Claudia Rankine is niet gemakkelijk te pakken te krijgen. Zeker niet sinds ze eerder deze herfst de zeer begeerde MacArthur Fellowship kreeg. Deze prijs, die bekendstaat als de ‘Genie-Beurs’, bestaat uit een geldbedrag van 625.000 dollar; volgens de uitbetalende organisatie geen ‘beloning voor voorbije prestaties’ maar een geheel vrij te besteden ‘investering in iemands potentieel’. Rankine lacht het weg. ‘Waarom zou iemand daar ooit extra druk door voelen?’ vraagt ze met understatement.

Large gettyimages 567367983
Claudia Rankine met hond Sammy thuis. © Ricardo Dearatanha / Los Angeles Times / Getty Images

Ik spreek haar in New Haven, een oude industriestad in de noordoostelijke staat Connecticut. Nadat New Havens fabrieken na de Tweede Wereldoorlog één voor één sloten begon de stad aan een lange neergang. Hoewel New Haven maar 130.000 inwoners heeft, staat het in de top-twintig van gevaarlijkste steden in de VS. Maar hier staat wel Yale University, leverancier van een gestage stroom machtige Amerikanen, zoals Hillary en Bill Clinton, George en George W. Bush, John Kerry, Dick Cheney en nog vele anderen. Het is een prachtige campus met gebouwen in federale stijl met parken ertussen, surrealistisch neergeplant in een oud-industrieel landschap. Elitekinderen slenteren sloom naar hun volgende college, terwijl auto’s met luide hiphop en jonge mannen uit de lager gelegen wijken soms langzaam door de straten van de universiteit rollen.

Rankine werd er dit jaar aangesteld als hoogleraar poëzie, een nieuw hoogtepunt in een lange carrière in de wetenschap die voerde langs zeven universiteiten in de VS, van New York tot Texas en Californië. Haar werkkamer biedt uitzicht op een van de mooie binnenplaatsen van Yale, waar studenten intern wonen in roodstenen gebouwen. Hoewel ze in dienst is van de faculteit Engels is ze ondergebracht bij African-American Studies, waar de statige, zwart met wit marmeren gangen vol hangen met aankondigingen van lezingen, boekpresentaties, interviews en discussieavonden over literatuur, ras, gender.

In haar werkkamer staat een paar meter boekenkast, met onder anderen Beckett, Frost en academische bundels. Op haar bureau ligt een paper van een student over whiteness. Aan de muur hangt een poster van zwarte mannen te paard met witte, wapperende kleren – ‘Non Fiction’ staat erboven. Op de deur een intekenlijst voor Rankine’s spreekuur.

Op de lange, luie bank voor de boekenkast zit tijdens het gesprek een jonge vrouw met lang rood haar: Emily Skillings, een New Yorkse dichteres en de persoonlijke assistent van Rankine. Later zal ook een hipster met lange baard, een promovendus van haar, met zijn laptop op schoot plaatsnemen. Op het eerste gezicht lijkt het of Rankine hier al een werkend leven lang verblijft, maar in werkelijkheid is ze onlangs aan Yale begonnen. Naast haar bureau staat een rolkoffer – ze pendelt nog tussen Yale en haar woonplaats New York.

Claudia Rankine is een kleine, elegante vrouw, het haar langer dan op de meeste foto’s die van haar in omloop zijn. Het is een bijzondere ervaring om met haar in gesprek te zijn. Ze is een charismatische vrouw, met een uiterst kalme manier van handelen en een zangerige, bezwerende stem. Vaak valt ze stil om in rust te overdenken welke woorden ze precies wil gebruiken om dan, als een dichter, te antwoorden in ronde, weloverwogen volzinnen. Voor haar antwoorden heeft ze aan woorden genoeg, zonder extra expressie met hand- en armgebaren. Alleen aait ze soms over haar lange ketting. Ze zit vaak zo stil dat het licht in haar kamer, dat aan en uit wordt gezet door een bewegingssensor, een paar keer uitvalt tijdens een lang antwoord.

Rankine moet lachen om de constatering dat haar poëzie kennelijk subversief is in gezelschap van Trump. Ze kent het verhaal natuurlijk, en is er trots op dat haar boek zo is gebruikt. ‘Dit is de kern van het protest zoals dat de afgelopen jaren in Amerika vorm heeft gekregen: zwarte mensen die erop staan dat de aanwezigheid wordt erkend van datgene wat anderen weg willen laten uit hun perceptie van de werkelijkheid’, zegt Rankine. ‘Deze vrouw heeft dat gedaan door haar aanwezigheid op die bijeenkomst, met mijn boek. En omdat zij de perceptie van anderen verstoort met haar aanwezigheid riep zij woede op.’

Zoals te verwachten, verontrust de kandidatuur van Trump Claudia Rankine zeer. ‘Ik begrijp niet dat niet iedereen begrijpt dat onze cultuur zich in een moment van diepe crisis bevindt’, zegt ze. ‘De kern van de kandidatuur van Trump is de herpositionering van witte suprematie in de cultuur van de Verenigde Staten. We zien in zijn kandidatuur dat veel Amerikanen over de geschiedenis van de VS willen zeggen: oké, dat verleden is afgesloten. En dan ook zo compleet afgesloten dat het niet meer uitmaakt wat Trump zegt of doet. Het gaat zijn aanhangers niet om Trump zelf. Het gaat om de bevoorrechting van witheid in de Amerikaanse cultuur.

Je ziet de menigten die erop af komen. Ze zijn boos, ze zijn gepassioneerd, over wat zij voelen als een onrecht tegen hen. En dat gevoel van onrecht heeft alles te maken met de aanwezigheid van gekleurde mensen in de VS. Trump en zijn aanhangers spreken over een muur bouwen, over immigratie en mensen buiten houden, over een einde maken aan “criminaliteit” (ze maakt met haar vingers aanhalingstekens bij het woord ‘criminaliteit’ – in de VS een codewoord voor jonge, zwarte oncorrigeerbare criminelen). Maar de bevoorrechting van witheid wordt nooit meer een recht. Zwarte mensen zíjn hier. Ze zijn in de samenleving, de regering, ze zijn deel van de structuur van de VS. En ik denk dat het goed is dat ze aanwezig houden wat aanwezig is.’

Citizen verscheen een paar maanden nadat duizenden Amerikanen in tientallen steden de straat op gingen om te demonstreren tegen politiegeweld tegen zwarte mannen. Op het omslag van het boek staat alleen een capuchon, die symbool staat voor het doden van de tiener Trayvon Martin in 2013, door een buurtwacht in Florida. Een jaar later sloeg de vlam in de pan toen politiemannen twee ongewapende zwarte mannen doodden, Michael Brown en Eric Garner. In Ferguson, Missouri, braken rellen uit die wekenlang aanhielden. De internetcampagne #BlackLivesMatter werd binnen een paar dagen een brede nationale beweging. En de dichteres Claudia Rankine, voorheen alleen bekend bij poëzieliefhebbers, werd een bekende publieke intellectueel.

‘De kern van de kandidatuur van Trump is de herpositionering van witte suprematie in de cultuur van de Verenigde Staten’

‘De timing van mijn boek en de focus ervan convergeerden met het moment in de samenleving’, zegt ze. ‘Ik ben natuurlijk verbaasd over de fall-out die mijn boek heeft gehad. Het was mijn vijfde, en ik heb mijn volledige schrijverscarrière geschreven over ras in Amerika. Als mensen me vragen of ik wist dat dit ging gebeuren, stel ik vaak de wedervraag: “Weet je de naam van mijn tweede boek?” Niemand die het weet. Dus nee, ik was gewend aan een klein lezerspubliek en ik had me dit nooit voorgesteld.

Ik heb me ook niet op een ander publiek gericht. Ik schreef het met dezelfde intentie als Don’t Let Me Be Lonely: An American Lyric. Dat boek schreef ik in 2004, als reactie op de constructies van angst in Amerika nadat het was aangevallen op 9/11. Mijn stijl is: interdisciplinair, cross-over, gebaseerd op veel research. Ik heb die formule opnieuw gebruikt.’

Over uw boek is wel geschreven dat het een terugkeer betekent van politieke poëzie. Hoe ziet u dat?

‘Wie dat schrijft, is geen kenner van poëzie. Yeats schreef al politieke poëzie, vele Latijns-Amerikaanse schrijvers, Milosz, en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Poëzie is altijd een genre geweest dat het persoonlijke naar het politieke brengt. Dat is al zo sinds poëzie bestaat. Ik denk dat als een witte schrijver zulke poëzie schrijft dit wordt geïdentificeerd als transcendent, universeel schrijven. Als een gekleurde schrijver het doet, is het politieke literatuur of poëzie, schrijven dat gemankeerd wordt door identiteitspolitiek. Het werk van een gekleurde schrijver wordt zo ingedeeld in een mindere categorie, die van politiek schrijven. In werkelijkheid is er geen enkel werk dat niet politiek geladen is. Politiek is deel van wie we zijn.’

Het is opmerkelijk dat de voornaamste boeken die nu worden geassocieerd met de discussie over ras in de VS een open brief zijn van een vader aan zijn zoon (Between the World and Me van Ta-Nehisi Coates) en een dichtbundel. De literaire vorm om ras te bespreken in de VS was altijd de roman. Wat zou die verandering kunnen verklaren?

‘Dat is inderdaad een opvallend verschil. Ik denk dat de oorzaak ligt in sociale media en de toegang van mensen tot video’s waarop te zien is hoe ongewapende zwarte mensen door de politie worden gedood. Die beelden hebben de gemeenschap onderwezen over realiteiten die altijd al bestonden, maar waarvan mensen konden kiezen het niet te geloven. En plotseling hebben ze daar bewijs van.

Die erkenning van het bewijs drijft het publiek ertoe om meer te weten te willen komen over deze wereld die bol staat van onrecht. Een deel van white privilege is: deze realiteiten niet te hoeven kennen en er niet mee geconfronteerd te hoeven worden. Ik denk dat de aandacht voor andere vormen dan fictie – voor Between the World And Me, voor Citizen, voor verschillende films, zelfs voor Beyonce’s Lemonade – voortkomt uit de bereidheid bij het publiek om eindelijk te zeggen: oké, deze dingen gebeuren.’

Small gettyimages 567367979
‘Er is geen enkel boek dat niet politiek geladen is. Politiek is deel van wie we zijn’ © Ricardo Dearatanha / Los Angeles Times / Getty Images

Claudia Rankine werd in 1963 geboren in Kingston, de hoofdstad van Jamaica, en kwam met haar ouders op haar zevende naar New York. Ze groeide op in de Bronx. Haar jeugd was naar eigen zeggen beschermd, onbezorgd en gelukkig. Ze kreeg een beurs voor een kleine universiteit in Massachusetts en kwam terug naar New York voor haar master’s. Daar kreeg ze ook haar eerste baan, aan Barnard College.

‘De jaren negentig in New York waren een les’, zegt ze. ‘De stad hing aan vleeshaken. Alles wat er gebeurde had met ras te maken. De verkrachting van de Central Park-jogger, waarvoor vijf onschuldige jongens jarenlang vastzaten. Amadou Diallo die met meer dan veertig kogels werd doodgeschoten door vier agenten, die allemaal vrijuit gingen. En in mijn eigen leven maakte ik veel situaties mee waarvan je wist: dit is alleen omdat ik zwart ben.’

Citizen bestaat voor een groot deel uit de beschrijving van precies dat soort gebeurtenissen. Afgaand op de reacties op het boek in de media en de meeste reacties die Rankine krijgt als zij over haar boek praat, spreken vooral die gebeurtenissen in haar boek een breed publiek aan. Rankine beschrijft in de jij-vorm voorvallen die zijzelf, vrienden of collega’s meemaakten.

Een nieuwe therapeut met wie je een afspraak hebt gemaakt, schreeuwt je woest van haar veranda af als je aanbelt. Ze verwachtte iemand anders – o, het spijt haar zo. Je staat in een winkel en een man dringt voor en verontschuldigt zich omstandig – hij zag je niet, hij zag je gewoon echt niet. Je zit in je auto op een parkeerplaats en iemand parkeert naast je, ontmoet je blik, herstart haar auto en parkeert ergens anders.

‘Het zijn verhalen die gekleurde mensen die ik ken me vertelden over de manieren waarop ze worden gedevalueerd. Het is geen fictie’, zegt Rankine. ‘Er zijn veel Afrikaans-Amerikanen die het gevoel hebben dat er eindelijk een boek is dat de realiteit uitdrukt waar zij dagelijks in leven. Er komen regelmatig mensen naar me toe om te zeggen: je hebt de vormen van agressie op papier gezet die ik in mijn dagelijks leven tegenkom.

In werkelijkheid ben ik zeker niet de eerste. Het begon met Du Bois, Baldwin deed het, Wright, Morrison. Maar Citizen verblijft in het alledaagse. En als dat dagelijkse niveau van agressie bewapend wordt en toestemming krijgt om te schieten, zoals gebeurt bij de politie in de VS, dan betekent dat letterlijk de dood. Dit is het traject dat het boek doorloopt, van alledaagse situaties naar de onrechtvaardige dood van zwarte mensen door witte. Mensen herkennen dat als hun dagelijks leven.’

‘We zien dat witte Amerikanen zich het slachtoffer voelen van de mensen die zij onderworpen hebben’

De schetsen van kleine, persoonlijke situaties vormen alleen het begin van Citizen. In het tweede deel analyseert Rankine ras in Amerika aan de hand van kunstenaar Jayson Musson en tennisser Serena Williams. Musson geeft als zijn alter ego Hennessy Youngman advies aan beginnende zwarte kunstenaars, bijvoorbeeld dat ze een boos voorkomen moeten cultiveren om het schuldgevoel van witte galeriehouders te triggeren. Williams is Rankine’s persoonlijke heldin. Door de manier waarop zij inbrak in de witte tenniswereld is zij voor Rankine het meest pregnante voorbeeld van iemand ‘die het meest zwart is als zij wordt afgebeeld tegen een helder witte achtergrond’.

Citizen bevat verder visuele kunst, uitgeschreven gedachten, namen van gedode zwarte Amerikanen, vergelijkingen van het Amerikaanse racisme met de rellen van 2011 in Engeland of Zinedine Zidane’s kopstoot in de finale van het WK voetbal in 2006, reflecties op racistisch geweld en andere stukken tekst. Vanwege de lijn die Rankine aanlegt van alledaags, terloops, soms zelfs onwillekeurig racisme naar de bijna dagelijkse incidenten waarbij politiemannen zwarte mannen doodschieten, wordt het boek wel omschreven als een ‘omvattende theorie over racisme in Amerika’.

Als dat een theorie is, begint die bij Rankine’s fascinatie voor de rol van taal. ‘Taal is iets wat momenten hun realiteit in trekt. De werkelijkheid die tussen mensen vorm krijgt, wordt geconsolideerd door taal’, zegt Rankine. ‘Taal vertaalt het onbewuste van menselijke situaties. Het analyseren ervan staat me toe om te begrijpen wat iemands gevoel voor de realiteit is, wat die persoon belangrijk vindt aan de constructie van de wereld. Dus als ik luister naar iemand die aan mij communiceert dat ik in die wereld niet besta – dat is belangrijk om te weten. Wat vaak gebeurt is dat dingen uit taal worden weggelaten omdat ze van geen waarde worden gevonden in iemands conceptie van de wereld. Mijn poging in het schrijven is om de dingen die worden weggelaten weer terug te halen, het narratief in.

Ik schrijf over intimiteit, over mensen die in dezelfde ruimte zijn en zich tot elkaar moeten verhouden. In die ruimte bestaat een krachtige aantrekkingskracht van de geschiedenis. Hoe voltrekt zich dat? Hoe drijft die kracht ons terug in plaats van voorwaarts? Dat is de vraag die ik in mijn werk stel. We kunnen samen in die ruimte zijn, vol van openheid voor elkaar, en plotseling kan dan de geschiedenis binnendringen, via een moment van wederzijds begrip die jouw witte dominantie en mijn onderworpenheid daaraan bevestigt.

We weten nooit wanneer het zal gebeuren, en dan gebeurt het opeens. En wat gebeurt er daarna? Dat is waar ik oneindig gefascineerd door ben. Hoe die dynamiek in gang is gezet in 1776 met de Amerikaanse onafhankelijkheid en daarvoor, met de slavenhandel. Zelfs nu, met al onze opleiding. Zelfs binnen instituties als deze.’

In de VS wordt een kind van jongs af aan via taal en andere indrukken deze geschiedenis meegegeven en wat die geschiedenis voor het heden betekent, stelt Rankine. ‘Als kind maak je mee hoe je ouders zich verhouden tot anderen, hoe ze zich verhouden tot zwarten en hoe ze zich verhouden tot witten. Hoe witten zich verhouden tot je ouders. De subtiele signalen krijg je al lang mee voordat je je er bewust van wordt. Als een zwart persoon in de wereld krijg je die subtiele signalen de hele tijd. Ik heb een dochter. Als ik met haar bij de ijswinkel ben samen met een vriendinnetje met lang blond haar, komen er mensen op ons af die tegen het vriendinnetje zeggen: o, wat een prachtige krullen heb jij, alsof ik en mijn dochter, die ernaast zitten er niet zijn. Het is deel van onze cultuur, en of je je er nu wel of niet bewust van bent, het heeft invloed op je.

De structuren die in zulke taal worden doorgegeven, worden ook overeind gehouden in onze media, in kunst, in populaire muziek – “I wish they could all be California girls”. Het is overal waar je kijkt. Negentig procent van onze gekozen politici is wit, van hen is driekwart man. Het zit in de algoritmen op internet: als je zoekt op “jongen” krijg je geen Pakistani’s, latino’s of Afro-Amerikanen, je krijgt uitsluitend witte jongens. Het is structureel.’

Voor Rankine loopt er een rechte lijn tussen die culturele stereotypen en de dode zwarte mannen in de straten van de VS. ‘Zwarte mannen sterven omdat witte mannen hun voorstellingsvermogen niet kunnen bewaken.’ Het is een citaat uit Citizen dat voortdurend wordt gebruikt in het Amerikaanse debat. Rankine wil hiermee het mechanisme duiden dat plaatsvindt in de hoofden van politiemensen die zwarte mannen doodschieten.

‘Het is bekend dat er verklaarde racisten bij de politie zitten, maar de meeste agenten zijn dat niet. Het zijn mensen die denk ik echt geloven dat het voortzetten van racistische structuren buiten hen omgaat. De agent die Michael Brown doodschoot, een tiener, zei achteraf: “Wat ik zag was een demon, ik zag de Hulk.” En ik denk dat dit een oprecht antwoord is. Als hij Michael Brown ongewapend zou zien, en als mens zou zien, zou hij hem niet doodschieten. Maar zo ziet hij zwarte mensen niet.’

Toch lijkt het curieus dat steeds dat citaat wordt gebruikt in het debat. Want het is een eloquent verwoorde gedachte, maar ook vrij vanzelfsprekend.

‘Ja, inderdaad. Maar waarschijnlijk wordt het juist daarom vaak gebruikt – omdat het eigenlijk vanzelfsprekend is. Dat deze agenten zwarte mannen doodschieten heeft niet iets te maken met hen individueel. Het is een kracht die dood en verwoesting veroorzaakt, en die groter is dan de mensen die erin terechtkomen. Het is de kracht van het voorstellingsvermogen in de hoofden van witte mensen, en het is verbonden aan racistische constructies rond het zwarte lichaam.’

U heeft het doden van zwarte mannen in de VS omschreven als ‘spektakel’. Is dit de manier waarop in de VS politiemensen onbewust de daad herhalen van het doodschieten van zwarte mannen?

‘Jazeker. Door het geen spektakel te noemen, maar een onverwachte tragedie, kunnen mensen doen alsof het doden van zwarte mannen iets ongewoons is. Je hoeft het niet te begrijpen als iets wat institutioneel geaccepteerd is, wat deel is van hoe de Amerikaanse cultuur werkt. De reactie is altijd: “O mijn god, dit gebeurt anders nooit.” Maar we weten dat dit wel zo is. Elke keer zou de reactie moeten zijn: “Daar gebeurt het weer.” Dat is een heel andere manier om het te positioneren in relatie tot structureel onrecht.’

Rankine schreef ooit dat ze het liefst plekken wil bereiken die neutraliteit claimen, respectabele plaatsen met diversiteitsdoelstellingen en hoogopgeleide, goedbedoelende mensen. Plaatsen zoals Yale; mensen die nu haar boek kopen. ‘De universiteit is altijd een natuurlijke fit geweest voor me, als plek van dialoog’, zegt ze. ‘Mijn boek is nu omarmd door studenten, staf, en een groot publiek. Op een persoonlijk niveau is dat diep bevredigend voor me, ik kan geloven dat mijn woorden impact hebben. Maar of die waardering iets betekent voorbij waardering; ik weet het niet. We zullen zien.’

Als zij met haar dichtbundel iets heeft bereikt, is dat in ieder geval al weer ingehaald door wat er in de VS gebeurt op landelijk niveau. ‘Deze situatie kan zich alleen maar slecht ontwikkelen’, meent Rankine. ‘We zien dat witte Amerikanen zich het slachtoffer voelen van de mensen die zij onderworpen hebben, wat natuurlijk totaal onlogisch is. Ze hebben nu een leider die oproept tot geweld, tot het kleineren van immigranten, gehandicapten, doven, gekleurde mensen. Als Trump wint, zal dat absoluut verwoestend zijn. Als hij verliest? Misschien even verwoestend.’