Mevrouw de minister

Als mannen onder elkaar

Afgelopen zondag zond de VPRO het eerste deel uit van Mevrouw de minister , een driedelige serie over de rise and fall van een fictieve minister van Sociale Zaken. De succesvolle moeder van halverwege de dertig moet in de harde wereld van de politiek laveren tussen trouw aan de eigen standpunten en loyaliteit aan het kabinetsbeleid — lees: het verloochenen van de eigen principes om een kabinetscrisis af te wenden.

De serie geeft een aangrijpend beeld van de ‘vuile’ kant van de politiek: beleid wordt niet bepaald door wat goed is voor het land, maar door de mate waarin de verschillende ministers ‘het spel’ beheersen. Dat spel bestaat uit geven en nemen. Wie vandaag een overwinning behaalt, moet zich realiseren dat de verliezer van vandaag morgen wel een tegenprestatie verwacht. Eerlijk is eerlijk.

Maar meer nog dan over politiek toneelspel zet Mevrouw de minister aan het denken over vrouwen in de politiek. De serie, die is geënt op de dramatische val van staatssecretaris van Sociale Zaken Elske ter Veld in 1991, brengt ook beelden in herinnering van een huilende Karin Adelmund en een wegkwijnende Winnie Sorgdrager. En wie dan toch bezig is met een lijstje van ‘falende vrouwelijke politici’, kan daar meteen de namen aan toevoegen van de huidige demissionaire ministers Els Borst en Tineke Netelenbos, van wie het beleid ook niet bepaald succesvol wordt genoemd. Waarna de conclusie zich zou kunnen opdringen dat vrouwen misschien niet zo geschikt zijn voor de politiek. Een conclusie die met het overbekende arsenaal aan ongenuanceerde uitspraken kan worden onderbouwd: vrouwen zijn te zachtmoedig voor een hard vak als dat van politicus, ze durven niet over lijken te gaan, ze trekken zich de zaken te persoonlijk aan, ze worden in het debat te emotioneel, ze barsten bij het minste of geringste in tranen uit — kortom: ze weten het spel niet te spelen.

De andere verklaring voor het ‘falen’ van relatief veel vrouwelijke politici is al niet minder clichématig. Volgens deze theorie krijgen vrouwen geen eerlijke kans omdat de politiek, zoals zoveel sectoren van de werkzame wereld, toch nog steeds overwegend een mannenwereld is. Dat betekent dat de wetten die er gelden, zijn gemaakt door mannen. De maatstaven waaraan vrouwen in die wereld moeten voldoen, zijn mannenmaatstaven. Een van de grootste complimenten die je als vrouw in zo’n omgeving kunt krijgen, is dan ook dat je ‘een van de jongens’ bent, een ‘tof wijf’ dat niet zeurt en klaagt en met wie je kunt bomen als mannen onder elkaar.

Los van alle clichés is het een feit dat mannen anders met elkaar omgaan dan vrouwen. En dat vrouwen die in een mannenwereld werken, zich om succesvol te zijn dus een omgangswijze moeten aanleren die vaak intuïtief niet de hunne is. En dat sommige mannen nog steeds niet overweg kunnen met een vrouwelijke baas. Waardoor vrouwen in topposities relatief gemakkelijk al in een vroeg stadium een achterstand oplopen, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Onderzoek wijst uit dat de bedrijfscultuur pas verandert bij dertig procent vrouwen in een organisatie. Pas vanaf dat moment krijgt de werksfeer meer ‘vrouwelijke’ trekken. Van de huidige demissionaire ministers zijn er vier vrouw, wat neerkomt op 26 procent. Dat is dus net te weinig. Het is te hopen dat vrouwelijke talenten zich niet al te zeer laten afschrikken door de ellende in Mevrouw de minister .