Als paarden; over Gerrit Krol

Als paarden

Gerrit Krol

Sofa aan zee (roman)

Querido, 91 blz., € 14,50

‘t Komt allemaal goed (gedichten)

Querido, 81 blz., € 18,50

Krolwijzer (aforismen)

Querido, 107 blz., € 14,95

Het is een beetje feest rond Gerrit Krol, hoewel hij lijdt aan de ziekte van Parkinson en aankondigde dat Rondo Veneziano (2004) wel eens zijn laatste, écht nieuwe, roman zou kunnen zijn. In de nasleep van zijn zeventigste verjaardag vorig jaar, en het hem onlangs verleende eredoctoraat aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, buitelen de uitgaven over elkaar heen. Zo verschijnt de roman Sofa aan zee tegelijkertijd met ’t Komt allemaal goed, gedichten, en Krolwijzer, een door Kenneth van Zijl samengestelde bundel aforismen. «Wat mooi is, is moeilijk», staat op bladzijde 51 van die bundeling, en deze uitspraak geldt bij uitstek voor het werk van Krol. Mooi én moeilijk, met tot gevolg dat er naast de officiële Krol-exegese, waarin kwalificaties als «markant» en «post modern» de boventoon voeren, ook veel particuliere liefhebbers zijn die allemaal hun eigen Krol hebben. Beter dan met het gedicht Fanmail uit ’t Komt allemaal goed kan dit laatste niet worden geïllustreerd:

Beste Gerrit,

Veel dank voor «Bijna voorjaar», dat ik uitkijk lezend.

Strikt in de samenhang van jouw benadering van het schrijven

– niets de makkelijke weg –,

jij stelt voor het soort Nederlander die

doet niet denken hij is

rijdend een fiets tenzij het is

in een sterke tegenwind.

Hartelijke groeten,

Elisabeth Moorgate

Krols benadering van het schrijven wordt hierin met de nodige zelfspot samen gevat: niets de makkelijke weg. Een schrijver is een versterker, zei hij een paar jaar geleden in een interview. «Zonder een schrijver in de buurt wordt niemand verstaan. Hij verduidelijkt wat mensen beweegt en roept dat als een middelaar uit naar andere gemeenschappen: ‹Zo zijn wij.›» Met als consequentie dat je, als schrijver, volgens hem niet iets voor je naasten maakt, maar voor de versten, «de mensen achter de horizon». Het is voor Krol een geluk dat die mensen achter de horizon zich wel al bij zijn leven ontvankelijk hebben betoond voor zijn roep.

Er zijn maar weinig schrijvers die het zich kunnen permitteren te schrijven zoals Gerrit Krol. Hij moet het wel heel bont maken, zoals in zijn voorlaatste roman Rondo Veneziano, dat de lust tot lezen verdampt. Dat heel bonte had te maken met ver doorgevoerde fantasieën die een langdradige roman tot gevolg hadden. Krol moet kort en bonkig zijn, dan is hij op zijn best. Het bewijs daarvoor levert hij andermaal met Sofa aan zee, een bewerking of herschrijving van De laatste winter, dat alweer meer dan dertig jaar geleden verscheen. Het slot is anders geworden. In de verantwoording achterin schrijft hij: «Soms meteen, soms na jaren vraagt een boek van mij om herschreven te worden.» Inderdaad heeft Krol het herschrijfkunstje eerder ge flikt; ook zijn debuutroman, De rokken van Joy Scheepmaker, verscheen zoveel jaar na dato in een bewerkte versie.

«Helder» en «indrukwekkend precies» luidden enkele van de kwalificaties die recensenten toentertijd loslieten op De laatste winter, ongeveer de laatste die in je opkomen als je Sofa aan zee leest. Kijk naar het verhaal: twee mannen, een Rus en een Schot, worden ge volgd in respectievelijk Caracas en Lima, maar er zijn ook nog andere mannen, en vrouwen, en die komen elkaar wel en niet tegen. Tot zo ver «het verhaal». Kijk naar een willekeurige zin: «Omdat er ’s winters ‹een deken van koude mist› over de stad ligt, is het, ofschoon gelegen in de tropen, een kille, vreemde stad waar veel indianen wonen die ‹geen deel uitmaken van het economische levenspatroon› van de stad en intussen doen alsof hun neus bloedt en rustig op straat gehurkt zitten achter een stapeltje van vier of zes sinaasappels, als het een vrouw is.» Wat zou de gemiddelde docent aan de schrijversvakschool doen met zo’n zin in een verhaal van een aspirant-schrijver? Met «helder» en «precies» heeft dit schrijven niet zo veel te maken, eerder met «krankzinnig» en «superieur». En dat het een stijl is, weet je als je dertig bladzijden verderop leest: «Er is een donkerrode en zodoende intieme eetzaal waar je, als man, tussen de planten met je vriendin kunt praten over haar huwelijk en daarbij eten.»

Mannen en vrouwen, en de verhouding daartussen, vormen een van de belangrijkste thema’s van Krol. Het is dan ook geen toeval dat bovenstaand fanmail-gedicht wordt afgesloten met een vrouwennaam. Krol is de nerd die toch aan seks denkt. De snijder die alles het liefst als een appel doormidden snijdt, inclusief het verschijnsel vrouw. Om gekeerd geldt dat hij met z’n bèta, z’n systemen, z’n rails en z’n data, het vleesgeworden raadsel man is. Fragiel en tegelijkertijd onneembaar in zijn mathematisch denken. Sofa aan zee wemelt er weer van, van de vrouwen die hun man een plens melk in het gezicht gooien, die van binnen gloeien dat het een aard heeft – «O, hoe woeden in onze ziel de harts tochten, hoe gaan ze tekeer…» – die rondrijden in een rode Ford Mustang, met een geweldig air of schoon ze nauwelijks boven het stuur uit kunnen kijken, die poëtische aanvechtingen krijgen als ze een «lange jongenslul» langs hun ruggengraat omhoog voelen ko men. En dan peinzen: «Ach, zoete ogenblikken. Dat wij elkander likken. Als paarden bij het prikkeldraad.» Om dit soort zinnen lees je, als vrouw, Krol.