Media

Als schapen

Vermoedelijk kent iedereen het experiment van Asch. In groepen van vijf tot zeven personen worden studenten uitgenodigd voor een test naar het gezichtsvermogen. Ze krijgen twee plaatjes te zien. Op het ene staat één verticale lijn, op het andere staan er drie. Vraag: welke van de lijnen op het tweede plaatje is even lang als die op het eerste?

Over het antwoord kan geen twijfel bestaan. De verschillen zijn zo duidelijk dat zelfs een halfblinde ze ziet. Wat één van de aanwezigen in elk groepje echter niet weet, is dat de anderen van tevoren de opdracht kregen een verkeerde lijn aan te wijzen. Na enkele proefvragen geven de proefpersonen dan ook steevast het verkeerde antwoord. De eerste keer verzet de proefpersoon zich nog, de tweede keer voelt hij zich ongemakkelijk, maar vanaf de derde keer neigt hij ertoe zich te conformeren. Uiteindelijk constateerde Asch op basis van een reeks van dergelijke experimenten dat bijna driekwart van de deelnemers zich minstens één keer aanpaste aan de leugen van de groep, dat vijf procent dat voortdurend deed en slechts 24 procent voet bij stuk hield en dus in het eigen en juiste inzicht bleef geloven.
Het is een prachtig experiment dat niet genoeg herhaald en verhaald kan worden. Boodschap: waarheden zijn sociale verschijnselen en veranderen onder druk van de groep. Op het eerste gezicht lijkt dit een open deur ter grootte van een kerkportaal. Bij nader inzien valt er wel wat meer over te zeggen, zeker als het toegepast wordt op een samenleving die individualiteit en rationaliteit hoog in het vaandel draagt - de onze dus. Minstens sinds het eind van de jaren zeventig immers denken we te leven in een ik-cultuur. In een dergelijke cultuur maakt ieder van ons zelf de dienst uit. Wij kiezen. Wij bepalen de koers van ons leven. We zijn allemaal verschillend. Die verschillen koesteren we. Zestien miljoen mensen op dat kleine stukje aarde, die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Land van duizend meningen dus.
Helaas is de werkelijkheid een andere. In ieder geval is dat in mijn ervaring de belangrijkste klacht van in Nederland wonende buitenlanders en een van de eerste constateringen van buitenlandse bezoekers: dat wij zo conformistisch zijn. We zeggen wat iedereen zegt. We leven in een democratie in de ‘ware’ betekenis van het woord: de groep beslist. Hoewel het niet eenvoudig te zeggen is of het conformisme bij ons inderdaad sterker is dan elders, zijn er in ieder geval twee historische argumenten die iets dergelijks zouden kunnen bevestigen: 1. we zijn met velen in een kleine ruimte, aanpassing is nodig; 2. we hebben sinds lang een burgerlijke cultuur, uitzonderlijkheid is ongepast.
Het kuddegedrag (al geldt het in dit geval beslist niet alleen voor Nederland) is zeer goed zichtbaar in de publieksjournalistiek, dat wil zeggen in die journalistiek waarin niet de eigenzinnigheid van de makers maar het conformisme van de gebruikers en dus het getal (kijkcijfers, oplage) de richting bepaalt. Iedereen doet hetzelfde, maakt dezelfde soort programma’s, spreekt over dezelfde onderwerpen, volgt hetzelfde nieuws, interviewt dezelfde personen. Ik overdrijf, zeker.
Bovendien wordt het conformisme verhuld door de snelle afwisseling (van conformismen) en het enorme aanbod. Maar wie, zoals ik beroepsmatig doe, regelmatig publiekstijdschriften leest, kan niet anders dan constateren dat het herhaling op herhaling op herhaling is tot een nieuwe mode een nieuwe reeks herhalingen inzet. Nederland land van duizend meningen? Zeker, maar niet naast maar na elkaar!
Nu zou je verwachten dat wat geldt voor de massa, voor mode, hypes, publieksbladen en commerciële omroepen niet opgaat voor wat vroeger zo mooi en opschepperig 'het denkend deel der natie’ heette. Je zou denken dat daarbinnen eenieder wel degelijk zijn eigen gang gaat omdat niet emotie maar ratio de doorslag geeft. We zijn tenslotte een nuchter volkje. We laten ons geen knollen voor citroenen verkopen. We kijken de kat uit de boom. Het zijn gezegden waarmee we onszelf graag strelen. Helaas is vermoedelijk ook dit minder waar en minder fraai dan gedacht.
Kiezen voor de kudde luidt de titel van een boek dat Jan Willem Duyvendak en een twintigtal anderen in 2004 publiceerden. Het is een belangrijk boek dat onze samenleving op alle gebied, met betrekking tot alle sectoren en alle sociale lagen raakt. Boodschap: we zijn veel minder 'gedecollectiviseerd’ dan we denken, we zijn veel minder heterogeen dan we beweren. Dat geldt ook de kleine groep die zich het sterkst voorstaat op onafhankelijkheid, rationaliteit en objectiviteit. Ook haar waarheden zijn groepswaarheden en dus niet zozeer 'waar’ als gedeeld. Dat is een vreselijke postmodernistische suggestie die we om begrijpelijke redenen weigeren te aanvaarden. Ze maakt immers alles relatief en onszelf belachelijk. Ze kan dus niet waar zijn. Helaas is er weinig dat daarop wijst. Ook bij intellectuelen wordt het korte staafje lang als de omgeving roept dat het zo is. Liever buigen dan buitengesloten worden.