Als u begrijpt wat ik bedoel

Hij sloot zich aan bij de Canadese bevrijders, vocht in Indië en handelde in Afrika. Was tegen kruisraketten en bemiddelde tussen supermachten. Ernst van Eeghen, dertiende firmant van ‘s lands oudste bedrijf, Van Eeghen & Co, over zijn twintigste eeuw.
DE KOOPMAN is nu boer geworden. Achter de balusters van de oprijlaan ligt, naar de woorden van de huidige bewoner, het oudste leen van Nederland. Maar als de vierhonderd meter lange toegangsweg van kasteel Berkenrode eenmaal is afgelopen, staan er tussen het hoogstammig hout louter bijgebouwen. Het Heemsteedse buiten van Ernst Henri van Eeghen (79) is al lang van iedere pretentie los. Van de dertiende-eeuwse burcht resten slechts de fundamenten; de kleinkinderen kunnen ze aanwijzen, vlak onder de waterspiegel in de grote vijver.

Ernst van Eeghen, volgens staande uitdrukking koopman te Amsterdam, liefhebbert tegenwoordig wat in kippen. ‘Ik heb er vijfhonderd. Ik zorg dat ik met de prijs van de eieren net even onder Albert Heijn zit.’ Hij verkoopt ze eigenhandig. Hij heeft Berkenrode 'georven, dus wat kan je ermee doen? Een soort lusthof gaat helemaal tegen mijn denken in.’ Dus maakte hij 'een economisch geheeltje’. Inwijkelingen lopen met paarden aan de teugel aan; ook de stallen brengen een centje in. Berkenrode is zelfbedruipend en dat is voor landgoederen in Nederland bijna ongekend. De dertiende firmant van ’s lands oudste firma, het handelshuis Van Eeghen & Co, sinds 1662 op de Herengracht, is ook na zijn pensioen zijn herkomst niet ontrouw geworden. HIJ DRAAGT een bevlekt poloshirtje. Een sleets colbertjasje. 'Rijk? Eigenlijk heeft dat bij mij nooit een rol gespeeld. Ik heb altijd mijn eigen duitjes verdiend. Ik had een allerliefste vrouw die helemaal geen eisen stelde.’ Hij bewoont op Berkenrode een verbouwde stal. Binnen hangen portretten van Thérèse Schwarze en zeventiende-eeuwse voorzaten. Het meubilair is, zoals bij zovelen van zijn standgenoten, een allegaartje van krijgertjes van de laatste tweehonderd jaar. Militaire parafernalia - hij was ritmeester -, animistische trivialia - hij was in Afrika 'handelaar in alles’ - en gesigneerde foto’s van groten der aarde - hij was en is onbezoldigd makelaar in Russisch-westerse entente - doen de ruimte uitpuilen. Zijn moeder was een jonkvrouwe Boreel. 'Ik heb half koopmansbloed en half militair bloed van de Boreelen. Maar Nederland was sinds Napoleon niet in oorlog, dus die Boreelen zijn nooit rijk geworden. Rijke jongen trouwde met arme freule. Mijn moeder was een sterke vrouw. Ze heeft nooit in de Amsterdamse society mee willen doen, gaf niets om mooie kleren en werkte met de dominee die haar getrouwd had in de rooie-lichtjesbuurt. Vijf dagen per week. Op haar fietsje. Incognito. Ze was een echte dame; ze was volkomen niet-snobistisch, als u begrijpt wat ik bedoel. Mijn broer en ik werden door haar volledig ingeschakeld. Met Kerstmis werd onze serre - die was zo groot als dit terras (hij wijst respectabele maten aan - rd) - helemaal gevuld met cadeautjes die wij dan op de fiets moesten rondrijden in de oude buurten. Van drie keer bellen en vijf keer schoppen voor de deur open ging. Ze heeft ons buitengewoon kort opgevoed, vooral met geld. Ik had een meisje in Den Haag waarmee ik later getrouwd ben en een retourtje Den Haag kostte twee gulden veertig. Daar was geen denken aan. “Als je werkelijk van haar houdt, dan fiets je wel op en neer”, zei mijn moeder. Zo ben ik opgevoed: geen flauwekul en denken aan de mensen die het minder hebben.’ Zijn moeder is nog steeds zijn ideaal. Maar dat de Van Eeghens, hoewel toch ook niet van de straat, in de ogen van de Amsterdamse regentendochter van een ander slag waren, ontging hem als kind niet. 'Eigenlijk, geloof ik, keek mijn moeder een beetje neer op ons. Kooplieden stonden nooit zo heel hoog aangeschreven. Dat waren mensen die achter het geld aan zaten. En de adel, háár adel in ieder geval, bemoeide zich met landsbelangen, gaf goeie officieren die de veldslagen bij Quatre Bras en Waterloo wonnen en zo. Die hokjesgeest is tegenwoordig verdwenen. Gelukkig maar. Bij mijn kinderen merk ik er niets meer van.’ TERWIJL ZIJN MOEDER met staalblauwe blik de Duitsers trotseerde en ze deed geloven dat de donkerharige joodse kinderen in de onderduik Spanische Flüchtlinge waren, zwom Ernst van Eeghen de rivier over naar bevrijd gebied en sloot zich aan bij de Canadezen. Na de bevrijding trok hij als vrijwilliger naar Indië. 'We waren de eerste troepen die rechtstreeks op Java landden. Snel trokken we verder. De Japanners hadden zich op Sumatra nog niet overgegeven. De mensen zaten daar nog in de kampen.’ Het ideaal zou weldra sneven. Een goed jaar later had Van Eeghen als compagniecommandant-stoottroepen het bevel in de politionele acties. 'Dat was een achterhoedegevecht, dat begreep ik heus wel. We begonnen met het bevrijden van de kampen, maar als je eenmaal aan het vechten bent leef je in je eigen logica.’ Hij laat een stilte vallen. Natuurlijk heeft hij wreedheden gezien, al maakte alleen een heel kleine minderheid zich daar schuldig aan. Bovendien wil hij loyaal zijn. 'Raymond Westerling was een turk die uitging van de theorie dat als je goed terroriseert je de minste slachtoffers maakt, hetgeen militair gezien waarschijnlijk wel waar is. Moreel gezien is het natuurlijk helemaal geen theorie.’ Bij de verovering van een heuvel werd Van Eeghen door 'een hele moedige Batakker’ vanaf acht meter uit hinderlaag neergeschoten. 'Je kan dan niet wegkomen. De rest van het verhaal is onbelangrijk.’ De kogel ging dwars door zijn lichaam - nog steeds heeft hij de hinkende stap - en bleef steken in zijn veldfles. En de Batakker? Van Eeghen, wat verbaasd over zoveel naïviteit: 'Die was vijf seconden later helaas dood.’ ZIJN VADER vroeg hem om in de firma te komen. Maar na een jaar was hij het werk op de Herengracht zat en trok naar Oost-Afrika om 'zijn eigen duiten te verdienen’. Daar handelde hij, met geld van Van Eeghen & Co, in sisal en bijenwas, in oliezaden en machineonderdelen. Hij raakte bevriend met Nyerere, toen nog leraar aan een missieschool en keerde na de onafhankelijkheid in 1962 met de breve van consul-generaal van de nieuwe republiek op zak terug naar Nederland. Dit alles geheel in lijn met de traditie van het familiebedrijf: 'Je opvolger moet altijd ten minste vijf jaar in een ander bedrijf gewerkt hebben. Je komt er nooit rechtstreeks in. Dan ben je een bedorven mannetje, een ventje dat zijn vader opvolgt. Veel te gemakkelijk. Ga eerst in een ander bedrijf maar eens bewijzen dat je het kan. Niks voor niks, hoor!’ Het statige pand op de Herengracht steekt sober af bij buurman Moszkowicz, wiens naam van de gevel afspat. Hij wil zijn zoon niet voor de voeten lopen, maar heeft zijn bureau op de bel-etage toch maar aangehouden. 'Vroeger had je van die studenten in rondvaartboten die toeterden: “Dit is de Gouden Bocht, de bocht is er nog, maar het goud is weg.” En dan keek mijn vader op en zei: “Hoe weten ze dat nou?”(’ Hij gniffelt. 'Er was nog wel wat. De familie gaat al lang mee. De Van Eeghens waren tot voor kort allen doopsgezind. De basis van doopsgezindheid wordt van vader op zoon overgegeven: als de zaken goed gaan weet je maar een ding zeker, dat ze straks slechter gaan. Dus moet je reserveren. Ten tweede: je mag nooit concurrentievervalsend zijn. Doopsgezinde families zijn erg tegen fusies. Fusies zijn er hoofdzakelijk om concurrentie uit te schakelen, om een mooiere prijs te krijgen. Het grote voorbeeld is natuurlijk de VOC. Als doopsgezinden konden wij geen lid worden. De VOC was een monopolie. Wij moesten naar West-Indië gaan waar je harder moest werken voor minder geld. We hadden de knowhow, onze eigen schepen en onze eigen handelsmensen, terwijl de VOC-jongens honderdveertig jaar lang alleen maar couponnetjes hebben geknipt.’ Toen de VOC ten onder ging bleef Van Eeghen & Co gewoon bestaan. Dankzij solide geld. Geld waarvoor gewerkt was. ONGEVEER veertig procent van de winst van Van Eeghen & Co gaat naar charitatieve doelen. De liefdadigheidsstichting van de familie bezit op het ogenblik zeventig procent van de aandelen van het handelshuis. 'Dat heeft ook een groot zakelijk voordeel want we kunnen niet overvallen worden; niemand heeft belang bij ons.’ Verder blijft hij liever in het vage: 'Het gaat om redelijke bedragen. We mogen niet mopperen. We kunnen wat doen.’ Windhandel. Hij ziet het aan vol zorg. 'Wij leven op de pof.’ Als jongen zag hij in de crisisjaren de werklozen in optocht langs zijn huis trekken, gehavend en ondervoed. Commissarissen hielden in de werkkamer van zijn vader de liquidatievergaderingen van in moeilijkheden gekomen bedrijven. 'Die hoogconjunctuur, daar komt wel een einde aan hoor; ik voel het al weer rommelen. We hebben de crisis kunnen uitstellen door steeds meer te lenen. Maar je kunt niet altijd het onderste uit de kan willen hebben. Iedere generatie moet het voor zichzelf weer leren. Men leert niet van vroeger, dat is het gekke. Maar Wall Street zal naar beneden gaan en dat is altijd het begin.’ In het restaurant om de hoek pakt hij de overgebleven chocolaatjes in voor later. Sans gene. Met de oorlog zijn de families gegaan. De deftige koopmansstand, de half grootburgerlijke, half aristocratische ruggegraat van Amsterdam is verdwenen in het niets. 'Daar zijn geen families voor in de plaats gekomen, maar mensen’, zegt Ernst van Eeghen. 'Ik heb niks tegen die mensen, hoor’, vult hij zekerheidshalve aan. 'Ze zijn minder georganiseerd, van diverser pluimage. Maar het is allemaal snel geld verdienen. Ik voel me, laat ik het dan zo zeggen, helemaal niet verwant met deze mensen. Ik bewonder ze in hun werk, maar heb er helemaal geen band mee.’ Dan, proevend: 'Ik geloof dat het verantwoordelijkheidsgevoel van de nieuwe rijken minder is dan bij ons.’ NIET GEHINDERD door schroom, slechts bijbel en noblesse oblige volgend, haalde Van Eeghen midden jaren tachtig de voorpagina’s als zelfbenoemd makelaar in wereldvrede. Nederland stond aan de vooravond van de plaatsing van kruisraketten en de oud-strijder was fel tegen. 'Daar had ik ook militaire argumenten voor: ik pleitte tegelijkertijd voor een versterking van de conventionele bewapening. Met een kernoorlog zinken we onder de zeespiegel voor we het weten.’ Door zijn werk als bestuurslid van de Conference of European Churches had hij wat Russische relaties die hij uitnodigde naar Berkenrode voor informeel overleg met Nederlandse politici. 'De nieuwste koerier van het Kremlin’, sneerde De Telegraaf toen die er achter kwam. De patriciër werd op z'n best gezien als een 'nuttige idioot’ van de Russische nomenklatura. 'Ik ben altijd een beetje in die sfeer van halve diplomatie geweest’, zegt hij nu. 'Ik ben wel eens gewaarschuwd: Is de KGB niet met je bezig? Ik weet zeker dat dat niet het geval is geweest. Op de Herengracht kreeg ik natuurlijk vele keren de BVD op bezoek. Die vragen dan wat je meegemaakt hebt en wat je opinies zijn. Dat heb ik altijd zonder gereserveerdheid verteld. En dat is altijd goed gegaan.’ Van Eeghen kreeg de exacte aantallen en opstelling van de Russische SS20-raketten toegespeeld en zette die handig in. Nederland zag uiteindelijk af van plaatsing. Over het gewicht van Van Eeghens bemiddelingspoging wordt ook nu nog getwist. Van Eeghen: 'Holland is een klein landje hè? Ik heb er in het algemeen, toen ik in de contramine was, weinig plezier van gehad. Aan de andere kant heb ik me van alle kritiek nooit iets aangetrokken. ’t Kan me eigenlijk geen barst schelen. Het gaat mij om communicatie.’ Door twee Amerikaanse congressmen werd hem gevraagd om de 'onverzoenbare’ baptistenfamilie Khailo vrij te krijgen uit inrichting en gevangenis. 'Ernst, wil jij het proberen? Toen ben ik in Moskou naar die KGB-jongen gegaan die bij de Berkenrode-conferentie was.’ De vrouw van de KGB-generaal in kwestie leed aan een ernstige leverziekte en door stom toeval stuitte Van Eeghen op een nieuw medicijn. 'Radimir, now you can do something for me!’ zei Van Eeghen. 'O no, not Khailo!’ riep Radimir nog, maar even later stond de familie op Schiphol. Van Eeghen: 'Ik geloof niet in toeval, maar in de lieve Heer.’ De Khailo-familie vestigde zijn naam in Amerika. 'Kun je niets doen aan al die christelijke dissidenten die in mental institutions zitten?’ werd hem gevraagd. Hij ging naar Moskou, waar Gorbatsjov net aan de macht was. 'Waarom doen jullie toch steeds zo lastig?’ vroeg hij de onderminister van Buitenlandse Zaken. 'We hebben een very bad performance op het gebied van de mensenrechten’, beaamde de Rus. 'Maar als supermacht kunnen wij dat nooit officieel toegeven. Dus verkopen we steeds njet. Maar als jij een conferentie op poten zet waarin je niet alleen mensenrechten aan de orde stelt maar ook drugs, pornografie en prostitutie, dan maken we geen bezwaar.’ Van Eeghen: 'Ik was hier juichend over. Dit was de gelegenheid om de zaak open te kraken. Wat kon mij de rest schelen?’ Tussen de olienootjes bij Atlanta sprak hij met oud-president Jimmy Carter en kreeg echtgenote Rosalyn mee, want die had geen politieke achtergrond. Vervolgens strikte hij mevrouw Giscard d’ Estaing. In Burght Haemstede vond de eerste Burght-conferentie plaats, 'want daar zat een christelijk centrum waar je voor vierentwintig gulden kon logeren met eten en vergaderruimte.’ Over pornografie en ander Russisch ongerief geen woord meer. 'Dat hebben we gewoon toegegeven. Daar hoefde je verder niets meer mee te doen.’ Nog acht Burght-conferenties zouden volgen. Het succes maakte een einde aan de 'vrij onprettige verhoudingen met Buitenlandse Zaken’. Zijn vriend, minister van staat jonkheer Emile van Lennep, opende verdere deuren in Den Haag. Voor de vierde conferentie kreeg hij het Vredespaleis. 'Ik hou niet van bla bla bla. Die internationale vergaderingen zijn vaak zo van good will en geen oorlog voor de kinderen. Ik wil concrete dingen hebben. Een lijst met 402 politieke gevangenen. De permissie om een miljoen Russische bijbels te importeren. De onafhankelijkheid van de Baltische landen op de agenda.’ Het lukte allemaal. 'Ik denk wel eens dat diplomaten het te ingewikkeld maken. Wij praten à titre privé.’ ZIJN VROUW stierf onverwacht. 'Je ziel wordt dan omgeroerd. Als je zoiets meemaakt, het overlijden van je vrouw van wie je zielsveel hebt gehouden, dan voel je toch meteen alle punten waar je tekort bent gekomen. Veel dingen zou ik anders gedaan hebben. Een gedeelte van rouw is ook spijt. Dat maakt je misschien losser in je denken.’ Wat naar boven gaat, gaat ook weer naar beneden. 'Laatst sprak ik in Rusland vooraanstaande militairen. Die zijn erg anti-westers op dit moment. En ze dachten werkelijk dat de Amerikanen Kosovo bombardeerden om straks een uitvalsbasis te hebben tegen Rusland. Ik zei: mensen, hoe kóm je erbij! Maar ze waren absoluut oprecht; ze geloven dat. Ze denken daar dat we agressief bezig zijn. “Jullie menen dat wij voor de Serviërs zijn vanwege de godsdienst en vanwege het ras. Maar dat is helemaal niet waar. Wij steunen de Serviërs vanwege de politiek van de Navo. Vanwege Polen, Tsjechië en Hongarije. Sinds Gorbatsjov hebben wij ons goed gedragen, de nucleaire bewapening beperkt, ons defensiebudget gehalveerd en wat krijgen we als dankjewel op onze boterham gesmeerd? Dat de Navo drie landen aan onze grenzen annexeert.” Van Eeghen zucht. Tijd voor een nieuwe conferentie. Amsterdam, Stedelijk Museum. In het kader van de jaarlijkse homomanifestatie Gay Pride werd een White Party georganiseerd. Het fenomeen is komen overwaaien uit de Verenigde Staten. Dresscode: als het maar wit is.