Honderd dagen Balkenende IV

Als vanouds

VAN VOORMALIG CDA-parlementariër Hans Hillen is de uitspraak dat een minister tijdens zijn ambtstermijn eigenlijk maar twee gelukkige dagen kent: de dag dat hij voor het eerst achter zijn nieuwe bureau mag plaatsnemen en de dag dat hij dat bureau weer mag uitruimen. Daar tussenin is het ploeteren en zwoegen.
Hillen zei het nog maar weer eens toen de bewindspersonen van het kabinet-Balkenende IV na hun beëdiging door de koningin en een feestelijke ontvangst op hun departement glunderend hun opwachting maakten in de Ridderzaal voor een ontmoeting met de parlementaire pers. Op dat moment klonk de uitspraak van Hillen in de oren van de nieuwkomers waarschijnlijk als die van een pessimistische, oudere man. Maar nu, nog geen honderd dagen later, zullen ze diep in hun hart mogelijk al erkennen dat er waarheid schuilt in zijn woorden.
Want ook het kabinet-Balkenende IV, van CDA, PVDA en ChristenUnie, is alweer een heel gewoon kabinet. Daar doen de mediagenieke bustouren door het land en het grootse diner in de Utrechtse Jaarbeurs met meer dan tweehonderd gasten uit allerlei geledingen van de samenleving niets aan af. Wie daar doorheen kijkt, ziet veel wat hem bekend voorkomt: interne machtsstrijdjes, externe tegenvallers, onverwachte gebeurtenissen, lastige dossiers, de waan van de dag en zelfs vertrouwd beleid. Kortom: het is als vanouds.
Zo heeft dit nieuwe kabinet alweer financiële tegenvallers. In de medische zorg worden de geraamde kosten gigantisch overschreden, iets waarover op het ministerie van Volksgezondheid al vóór de verkiezingen signalen binnenkwamen en wat, gezien de vergrijzing, iedereen had kunnen zien aankomen, maar wat pas dit voorjaar officieel naar buiten kwam. Ook de aardgasbaten laten het kabinet weer eens in de steek, dit keer omdat de winter te mild en de olieprijs te laag was.
Het recente bericht dat er wachtlijsten zijn in de jeugdzorg klonk ook als vanouds. Dat ze even weg waren, was een uitzondering en het resultaat van een met het oog op de verkiezingen eenmalige operatie, die niet voorkwam dat er aan de voordeur gewoon weer een hele rij wachtenden kwam te staan. Het langs elkaar heen werken in diezelfde jeugdzorg, zoals vorige week uit onderzoek naar de dood van het Maasmeisje bleek, was ook al geen groot nieuws meer.
De discussie over de verlenging van de militaire missie in Afghanistan doet denken aan die van ruim een jaar geleden, toen het er nog over ging of Nederland wel naar de provincie Uruzgan moest gaan. Zelfs de opmerking van CDA-minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, dat over de verlenging pas in de zomer gesproken gaat worden, doet denken aan toen: eerst is het te vroeg, daarna te laat.
De berichten dat een bewindspersoon, in dit geval de staatssecretaris van Financiën, de CDA’er Jan Kees de Jager, in zijn vorige leven als ondernemer het mogelijk niet zo nauw nam met de regels, doen vertrouwd aan. Evenals de voorlopige oplossing: een onafhankelijk onderzoek, waarvan de minister-president de uitkomst afwacht.
Interne partijperikelen bij een van de coalitiepartners zijn er inmiddels ook alweer. Na de recente uitlatingen van PVDA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar over het leiderschap van Wouter Bos, is nu voor de volgende hausse berichtgeving over de problemen bij de PVDA het wachten op het rapport van de commissie-Vreeman, die officieel het onderzoek doet naar de negen zetels verlies bij de kamerverkiezingen. Ook de eerste interne ruzietjes binnen het kabinet sijpelen al naar buiten. Het is, zoals gebruikelijk, gesteggel over de besteding van geld, in dit geval het extra geld dat het kabinet voor nieuw beleid heeft uitgetrokken.
Zelfs van dat nieuwe beleid is het nog maar de vraag hoe nieuw het op 14 juni zal blijken te zijn als de concretere invulling ervan bekend wordt gemaakt. Neem de veertig probleemwijken waar PVDA-minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie prachtwijken van wil maken. VVD’er Henk Kamp, vijf jaar geleden korte tijd minister van Volkshuisvesting, had er nog niet zo’n mooie allitererende term voor, maar ook hij had het al over de integrale wijkaanpak.
Toen ging het om 56 wijken, maar het idee erachter was hetzelfde: er moest met vele partijen samengewerkt worden aan zowel de woningen als de openbare ruimte, de sociale samenhang, de economie en de veiligheid in die wijken. Enkele bewindspersonen en andere prominente Nederlanders hadden zo’n wijk geadopteerd. Minister Vogelaar weet daar alles van, want ten tijde van het oude kabinet was zij een van de adoptieouders van zo’n wijk in Haarlem.
Ook waar het gaat om de arbeidsparticipatie is het de vraag hoe nieuw het beleid zal zijn. Uit recent onderzoek naar het effect van Work First-programma’s blijkt dat het aantal uitkeringen daalt als iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt bij de gemeente direct aan het werk wordt gezet. Oftewel: er wordt al werk gemaakt van werk boven uitkering. Ook het idee om brugbanen en opstapbanen in te voeren is niet nieuw, ze heetten vroeger alleen Melkertbanen. Daar wilde het vorige kabinet echter vanaf, omdat deze gesubsidieerde banen geen brug of opstap naar gewoon werk bleken te zijn.
De met veel tamtam aangekondigde participatietop is eveneens meer van hetzelfde, al heette het tot voor kort gewoon voorjaarsoverleg. De top laat overigens op zich wachten, omdat de sociale partners het niet eens kunnen worden over de agenda. Op zichzelf ook al niets nieuws. Grote struikelblok is de verruiming van het ontslagrecht, een probleem dat al sleepte onder het vorige kabinet.
Het krachtdadig aanpakken van de schooluitval is ook al eerder verkondigd. In 2005 zetten CDA-minister van Onderwijs Maria van der Hoeven en haar VVD-staatssecretaris Mark Rutte de aanval op de uitval in. Niet geheel succesvol, zo blijkt uit het meest recente jaarverslag van het ministerie.
Ook de aanval van dit kabinet op de bureaucratie door lukraak te zeggen dat er 750 miljoen bezuinigd moet worden op het aantal ambtenaren is niet origineel, zelfs al decennia oud. Het ziet er ook dit keer naar uit dat elk ministerie gaat zitten passen en meten, maar dat er geen uitgedacht plan voor een andere overheid aan ten grondslag zal liggen.
Is dit alles om pessimistisch van te worden? Misschien is het beter om te zeggen dat wie anders had verwacht, niet realistisch is. De financiële ruimte die een kabinet heeft om een ander beleid te voeren is klein, voor dit kabinet ongeveer zeven procent. Daarnaast is de samenleving te gecompliceerd om te denken dat er van bovenaf flink gestuurd kan worden, het blijft zoeken naar een evenwicht tussen het primaat van de politiek en het luisteren naar de samenleving.
De grootste omslag van Balkenende IV zal waarschijnlijk zijn het dwingend opleggen van waarden en normen: aan ouders die niet goed opvoeden, aan jeugd die te veel drinkt, aan volwassenen die niet willen werken, aan mensen van buiten die de taal moeten leren, aan psychiatrische patiënten die zorg afwijzen. En zelfs hiervan kan gezegd worden dat het niet nieuw is, maar al is ingezet door het vorige kabinet.