Klimaatoplossingen

Als vriendelijk vragen niet werkt

De staat van de wereld is zo alarmerend dat radicale maatregelen zijn vereist. Maar welke maatregelen dan? Een econoom, wetenschapper en activist buigen zich over de vraag. Maar voor een echte oplossing is vooral politieke moed nodig.

Droogte in de Laguna de Aculeo, Paine, Chili.  15 mei 2018 © Matias Delacroix / Reuters / ANP

Al jaren schrijf ik over de aantasting van de leefomgeving en de opwarming van de aarde – en vooral over manieren om een positieve bijdrage te leveren aan al deze ontwikkelingen. Door ons gedrag, aanpassingen van ons consumptiepatroon en lid te worden van allerlei organisaties. En door erover te praten. Want ik ben nu eenmaal meer van het gesproken en geschreven woord dan van het feitelijk verzet. Als u mijn lichaamsbouw kent, dan begrijpt u dat.’ Dit zei cabaretier Dolf Jansen twee weken geleden in zijn gesproken column in het radioprogramma Vroege vogels. Daarna volgde een opsomming van al het ergs dat de wereld overkomt – van stalbranden en afnemende biodiversiteit tot een brandende Amazone – en de verbijstering en woede die klimaatopwarming ontkennende politici bij hem oproepen. ‘Het is de gekte voorbij.’ Uiteindelijk trekt Jansen de conclusie dat ‘we daadwerkelijk in verzet moeten komen’. Want ‘er komt een moment dat ook ik me moet realiseren dat schrijven en praten niet voldoende is’.

Het gaat fout met de wereld, het is een beklemmend gevoel dat steeds meer mensen overvalt. Jarenlang geloofden we dat het wel goed zou komen. Met af en toe een demonstratie, een mars en heel veel conferenties zou iedereen tot het juiste inzicht komen: de beperking van door menselijke invloeden veroorzaakte uitstoot van CO2 is noodzakelijk om grote rampen te voorkomen.

Parijs moest het moment van de ommekeer worden. Maar het wereldwijde akkoord – in december alweer vier jaar geleden – heeft tot nu toe nog niets concreets opgeleverd. Sterker nog, de tegenkrachten lijken alleen maar sterker te worden. Wereldmacht Amerika heeft inmiddels het verdrag opgezegd en ook president Bolsonaro van Brazilië legt de gemaakte afspraken naast zich neer. En zelfs in Nederland heeft al het gepolder aan klimaattafels waarvoor vooral de grote vervuilers waren uitgenodigd tot nu toe nog geen ton minder CO2 opgeleverd. Alleen rechters roepen het kabinet in een enkel geval tot de orde.

Bij actievoerders vindt radicalisering plaats. Groepen als Extinction Rebellion en Code Rood blokkeren wegen, pleinen en bruinkoolmijnen. Brave demonstranten overtreden de wet. En zij zijn niet de enigen. Voor weerman en meteoroloog Gerrit Hiemstra is de situatie inmiddels zo urgent dat hij op Twitter regelmatig fel in discussie gaat met zogenaamde klimaatsceptici die misleidende informatie blijven verspreiden. Wetenschappers starten blogs om pseudokennis te ontmaskeren en de wetenschappelijke feiten te blijven herhalen. Ook bij mensen die het geleidelijke overlegmodel omarmden, neemt het ongeduld toe. De wetenschapper en jarenlange regeringsadviseur die we voor dit stuk spraken, de econoom en de Nederlandse VN-vertegenwoordiger: allen zijn er sterk van overtuigd dat de tijd van pappen en nathouden voorbij is. De smeltende polen, de ontdooiende toendra en de brandende Amazone vragen nu eenmaal om radicale maatregelen.

‘Sinds het tweede kabinet-Kok hebben we eigenlijk niets wezenlijks meer bereikt.’ Klaas van Egmond werkte in de jaren zeventig als luchtonderzoeker bij de voorloper van het rivm. Hij was al klimaatwetenschapper toen het klimaatprobleem nog nauwelijks bestond, zegt de emeritus hoogleraar milieukunde en duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht. ‘Het was de tijd van de zure regen en het gat in de ozonlaag, twee problemen die we nagenoeg hebben opgelost.’

Van Egmond is altijd nauw betrokken geweest bij het milieubeleid, vertelt hij op de bovenste verdieping van het Vening Meineszgebouw, waar hij nog steeds promovendi begeleidt. Hij kon het heel goed vinden met de vvd-milieuministers Pieter Winsemius en Ed Nijpels. ‘We hebben in die periode grote successen geboekt door een goede samenwerking tussen wetenschap en politiek, en de technische mogelijkheden waren er.’

Neem bijvoorbeeld de zure regen. ‘Nu gebruiken sceptici dit voorbeeld om de klimaatcrisis af te doen als een hoax’, zegt een geagiteerde Van Egmond, maar dat is flagrante onzin. ‘De bossen stierven af en de overheid heeft op basis van ons wetenschappelijk werk stevig ingegrepen.’ Elektriciteitscentrales, afvalovens en raffinaderijen moesten verplicht rookgasontzwavelingsinstallaties in hun schoorstenen installeren en daardoor zijn de emissies van zwaveloxide met 89 procent gedaald.

Hetzelfde scenario vond plaats bij smog en het gat in de ozonlaag. Door de verplichte invoering van katalysatoren bij auto’s en het verbieden van drijfgassen in bijvoorbeeld koelkasten werden die milieuproblemen goeddeels opgelost. Het geheim uit die tijd: ‘Er waren technische oplossingen en de politiek had een open oog daarvoor. Ed Nijpels luisterde naar betrokkenen en deskundigen, nam een besluit en verdedigde dat in de Tweede Kamer. Natuurlijk nam hij de belangen van industrie en werkgelegenheid mee, maar de overheid hakte de knoop door.’

Met het vallen van de Berlijnse Muur veranderde dat. ‘Ze zaten in Den Haag te juichen van enthousiasme’, vertelt Van Egmond. ‘Ons systeem had gewonnen.’ Het geloof in de marktwerking werd dominant, een kleine overheid werd het heilige doel. De post, spoorwegen, ziekenfondsen en ook de voor het milieu belangrijke energiesector werden geprivatiseerd. ‘Wij kregen als milieuwetenschappers te horen dat we niet meer in Den Haag moesten zijn, maar bij het bedrijfsleven. Zij zouden de milieuproblemen wel gaan oplossen.’

Van Egmond bleef vooralsnog een gelovige in het poldermodel. Hij was de eerste directeur van het Planbureau van de Leefomgeving en zat van 2012 tot 2016 als onafhankelijk kroonlid in de Sociaal Economische Raad (ser). De klimaatcrisis werd intussen alleen maar heftiger.

Wanneer besefte hij zelf voor het eerst de omvang van de problemen? Dat moment staat de wetenschapper nog helder voor ogen. ‘Bij het rivm hadden we altijd een aantal stagiaires en die mochten op een A4’tje aangeven welk probleem we volgens hen nu moesten aanpakken. Een student – de latere hoogleraar Jan Rotmans – kwam toen voor het eerst met een voorstel voor een veelomvattend klimaatmodel. Na enig ongeloof aan onze kant bleek dat een eyeopener te zijn.’

In zijn tijd als pbl-directeur en kroonlid van de ser presenteerde hij kaartenbakken vol met mogelijke duurzaamheidsmaatregelen. Zijn belangrijkste advies: er moet een zware belasting op elke ton uitgestoten CO2 komen. Lange tijd was hij een roepende in de woestijn. ‘De politiek overlegt vooral met meestribbelaars’, vindt Van Egmond. ‘Directeuren die geen belang hebben bij een oplossing en alleen maar willen vertragen. De grootste vervuilers krijgen de belangrijkste plek aan tafel. En het resultaat is, vrij naar Gary Lineker: na twee keer 45 minuten tegen de bal trappen heeft de economie gewonnen.’

‘Als we de tijd hebben, lukt het vast om alternatieven voor fossiel te vinden. Maar hebben we die tijd nog?’

Van Egmond ziet een patroon in het bedenken van maatregelen die zo ingewikkeld zijn dat ze uiteindelijk niets uithalen. Als directeur van het rivm maakte hij het mee in de jaren negentig, toen medewerkers terugkwamen uit Bonn na gesprekken over het emissiehandelssysteem. ‘Hun werd door de gesprekspartners van de industriële partijen met zoveel woorden gezegd dat zij voorstander waren van een ingewikkelde regeling om hun gang te kunnen gaan. Toezichthouders hebben dan de grootste moeite om te kunnen vaststellen of men zich wel aan de regels houdt.’

Bosbranden in Krasnoyarsk, Oost-Siberië, Rusland. 1 augustus © Russian Federation service aviation and forest / EPA / ANP

‘Handelsakkoorden gebruiken om milieudoelstellingen te bereiken? Daar was ik in mijn masterscriptie nog zwaar op tegen.’ Mark Sanders is opgeleid als een klassieke econoom. ‘Ik vond toen dat je die zaken niet door elkaar moest laten lopen. Handelsakkoorden zijn er voor handelsbeleid, overheden voor het milieubeleid.’

Nu is Sanders hoofddocent economie van transitie en duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht. Hij is lid van het Sustainable Finance Lab en onderzoekt ‘de interactie tussen ondernemerschap, financiering en duurzame economische ontwikkeling in brede zin’. Hij ontwikkelt multidisciplinaire programma’s over innovatie, duurzaamheid en de energietransitie, onder meer samen met milieuwetenschappen aan dezelfde universiteit. ‘En ik zie dat economen dan echt een toegevoegde waarde kunnen hebben.’

Van een klassieke econoom naar een groen-economische wetenschapper: waar begon bij hem de ontwikkeling? Sanders kan zich dat moment nog goed herinneren. Nicholas Stern, de voormalige hoofdeconoom van de Wereldbank en adviseur van de Britse regering, presenteerde in 2006 tijdens een economenconferentie in New Orleans zijn beroemde rapport Stern Review on the Economics of Climate Change, en toonde in de sessie aan dat de economische gevolgen van de opwarming van de aarde enorm zijn. ‘Ik ging natuurlijk niet voor niets naar die sessie, het onderwerp had mijn belangstelling’, relativeert Sanders de doorbraak. ‘Maar Stern formuleerde wel heel pregnant dat klimaatverandering een groot marktfalen betreft en daarom juist voor economen een enorme uitdaging is.’

Het grote probleem bij CO2-uitstoot is dat de opbrengsten van beperkende maatregelen de hele wereld betreffen, maar niet direct het bedrijf of land dat de investeringen doet, legt Sanders uit. ‘Als je je uitstoot vermindert, heb je daar zelf geen voordeel van. Oorzaak en gevolg liggen bij klimaatproblemen in tijd en ruimte zo ver uit elkaar dat het moeilijk is om mensen te overtuigen van de noodzaak van maatregelen. Met roetfilters en katalysatoren heb je tenminste nog schonere lucht in je eigen omgeving. Van minder CO2 uitstoten merk je zelf helemaal niets.

De Utrechtse wetenschapper gelooft niet dat stoppen met economische groei de oplossing is. ‘Dan zou de overheid moeten gaan bepalen wie er niet meer op vooruit mag gaan.’ Maar dan moeten we wel naar duurzame groei streven.

Hij wil niet dat ingenieurs uiteindelijk de dienst gaan uitmaken. ‘Nee, géén klimaatdictatuur. In een democratie moeten we alle betrokkenen bij maatregelen betrekken, burgers en bedrijfsleven.’ Maar raakt de tijd niet op? De ommekeer is nog steeds niet bereikt, de scenario’s worden steeds donkerder. ‘Uiteraard raakt mijn geduld ook op’, verzucht Sanders. ‘Ik heb kinderen, en je vraagt je af in wat voor wereld zij opgroeien. Als we de tijd hebben, lukt het vast om alternatieven voor fossiel te vinden, daarvan ben ik overtuigd. Maar de vraag is natuurlijk: hebben we die tijd nog?’

‘Ik hoef toch geen actie te voeren?’ riep Liset Meddens uit tijdens haar sollicitatiegesprek voor de functie van directeur van 350.org, later Fossielvrij NL. ‘Bij mij zat de angst diep dat je als pleitbezorger niet meer serieus genomen wordt als je bijvoorbeeld een weg blokkeert. Dat je dan weggezet wordt als linkse hippie.’ Nu is ze fulltime een groene vergadertijger en actievoerder.

Hoe alarmerend de situatie was, besefte ze voor het eerst toen ze ging studeren. ‘Ik groeide op in een Limburgs dorp. Daar heb ik lang gedacht dat we in een prachtige wereld leefden waarin alles koek en ei was. Toen ik in Utrecht begon aan mijn studie milieu-maatschappijwetenschappen, bleek het tegendeel het geval. Ik werd geconfronteerd met grafieken en andere cijfers die lieten zien hoe ernstig de ontwikkelingen waren. Ik schrok me een ongeluk.’ Ze realiseerde zich ook dat de fundamentele ongelijkheid in de wereld en de klimaatcrisis met elkaar verbonden waren.

Toen via haar studie de mogelijkheid voorbijkwam om voor twee jaar de Nederlandse jongerenvertegenwoordiger bij de Verenigde Naties te zijn, greep ze die mogelijkheid met beide handen aan. Daar volgde een nieuwe schok: ‘Je bent er volledig van doordrongen hoe ernstig de situatie is en vervolgens kom je op een plek waar na weken onderhandelen over een duurzaamheidsakkoord vlak voor de eindstreep de hele zaak wordt afgeblazen omdat in de algemene vergadering een politieke actualiteit prioriteit kreeg. Dan zakt de moed je wel in de schoenen.’

In Dit kan niet waar zijn, zijn boek over de bankencrisis, roept Joris Luyendijk het beeld op van een lege cockpit. ‘Dat gevoel kreeg ik bij de VN ook, het was een stuurloos geheel.’ Toch kreeg Meddens samen met anderen wel degelijk iets voor elkaar. ‘Ik zal nooit vergeten dat het ons gelukt is om in een akkoord een hele passage op te nemen met betrekking tot onderwijs over de klimaatcrisis op scholen wereldwijd. Toen het uiteindelijk werd gepresenteerd stonden we als jongeren op de banken te juichen.’

De druk moet van onderop, door gewone mensen, opgevoerd worden

Vorig jaar ontving Fossielvrij NL één miljoen euro van de Postcode Loterij. ‘Daardoor konden we groeien. Voorheen deed ik alles in m’n eentje, nu zijn we met een groep.’ Ze beginnen hun acties altijd met het schrijven van brieven aan organisaties die banden hebben met fossiele bedrijven. ‘We vragen ze dan om die banden te verbreken.’ De gemeente Den Haag is een goed voorbeeld. ‘Zij zijn gestopt met hun subsidie aan Shell voor het Generation Discover Festival, een jaarlijks marketingfestival voor kinderen. Dat is echt te danken aan de druk van de burgerbeweging’, vertelt Meddens. ‘Je ziet de macht van het bedrijf afnemen door de slimme campagnes van een kleine groep burgers – dat geeft veel hoop.’

Toch gaat het lang niet altijd van een leien dakje. ‘Meestal is brieven schrijven niet genoeg’, erkent Meddens. ‘Het kan een lange weg zijn, met steeds hardere acties.’

Hoe komen we wél tot een effectief klimaatbeleid? Welke maatregelen zijn nu nodig, en hoe zorgen we ervoor dat het gevoel van urgentie breed wordt ervaren? Het zijn vragen waarmee de wetenschapper, de econoom en de actievoerster-tegen-wil-en-dank worstelen. ‘We hebben als wetenschap al vele scenario’s gepresenteerd, en die komen ruwweg op hetzelfde neer’, antwoordt Van Egmond met enige wanhoop in zijn stem. ‘De helft van de benodigde CO2-reductie behaal je door een sterk verminderd gebruik van fossiel, de andere helft door technologische vernieuwing. Wat mist is de politieke wil om daadwerkelijk door te pakken.’

Hij voelt zich regelmatig zoals Statler en Waldorf, de oude mannetjes uit The Muppet Show die vanaf hun balkonnetje kritiek geven op de voorstelling. ‘Ik ben best somber, de noodzakelijke maatregelen zijn geen klein bier. We halen het niet met maatregelen als het harder oppompen van de autobanden en het aanbrengen van radiatorfolie, zoals in het Klimaatakkoord staat. Het gaat echt pijn doen. We redden het niet alleen met technologische innovaties, we moeten ons consumptiepatroon ook aanpassen. En daarvoor is politieke moed nodig. De politiek is echter bang geworden om na te denken over ons waardepatroon en daar sturing aan te geven. Dát is het probleem.’

De enige hoop die hij nog heeft, komt van de Franse president Emmanuel Macron. ‘Die is afgestapt van het platte streven naar economische groei, maar legt de nadruk op de kwaliteit van die groei. Wat levert het op voor de aarde en wat verstaan we onder “vooruitgang”?’

Europa kan onder Macron het voortouw nemen, denkt Van Egmond. ‘We kunnen in West-Europa een coalition of the willing vormen en minstens honderd euro belasting heffen op elke ton geproduceerde CO2, dat is het enige dat werkt in deze marktgedreven economie. En aan de buitengrenzen hef je dan CO2-belasting op geïmporteerde goederen. Je geeft dan niet alleen het goede voorbeeld, je laat ook zien hoe innovatief een duurzame economie is. Bovendien dwing je ook elders veranderingen af. Dat zou kunnen werken.’

‘De overheid moet vooral duidelijkheid geven’, valt econoom Sanders toch enigszins van zijn marktgeloof af. ‘Niet alleen om het proces te versnellen, maar ook omdat het bedrijfsleven, en innovatie, gebaat zijn bij duidelijkheid. Pas als de regels duidelijk zijn, kan de markt zijn werk doen.’ En een investeringsplan vanuit de overheid kan zeker nu geen kwaad. ‘Sommige innovaties moet je vanuit de politiek aanzwengelen. Dat is ook gebeurd bij wind- en zonne-energie. ‘De overheid bracht het vliegwiel op gang en nu vindt de productie plaats zonder subsidie.’

Stel dat de groene noodtoestand wordt uitgeroepen en premier Marjan Minnesma vraagt hem om minister van Economische Zaken (en Klimaat) te worden – wat zijn dan zijn eerste maatregelen? ‘We moeten zorgen dat we de fossiele energie eruit concurreren’, antwoordt hij na enig nadenken. ‘En dat doe je door een flinke belasting op CO2-uitstoot te heffen, ook bij de zware industrie. En dan investeren in het verder ontwikkelen van alternatieven. Dan kan de markt daarna zijn werk doen.’ Ook vindt hij een belasting op vlees een goed idee. ‘De consumptie van vlees is extreem belastend voor het milieu en die kosten moeten in de prijs terugkomen. Ook als hierdoor de productie daalt.’ Lage inkomens mogen dan wel gecompenseerd worden.

Groot zullen ook de publieke investeringen in de energie- en railinfrastructuur zijn. Vooral in hogesnelheidslijnen tussen de verschillende Europese steden. ‘Want van dat vliegen op korte en middellange afstanden moeten we snel af.’ Die investeringen in een infrastructuur voor duurzaamheid zullen ook voor een bestedingsimpuls zorgen, verwacht Sanders. ‘Hoewel de tijd dringt, zul je in een democratie vooral mensen moeten verleiden om groener te gaan leven.’

‘Op het gebied van actievoeren ben ik nog steeds een watje’, zegt Liset Meddens. Onlangs was ze nog bij een bezetting van een bruinkoolmijn in Duitsland. ‘Mensen lopen dan zomaar een mijn in en gaan daar bivakkeren. Ik doe wel mee, maar loop niet vooraan.’

De druk moet van onderop, door gewone mensen, opgevoerd worden, is haar overtuiging. Het is het enige alternatief als vriendelijk vragen niet werkt. ‘De samenwerking met de fossiele industrie moet beëindigd worden, want die gaat gewoon door met het oppompen van olie en het investeren in zoektochten naar nieuwe velden.

Zo stonden er twee jaar geleden acht kunstenaars gehuld in witte jurken op de trappen van het Van Gogh Museum in Amsterdam. Met hun performance stelden ze de sponsorbanden tussen het museum en Shell aan de kaak. Ze dronken een zwarte substantie uit een jakobsschelp (het logo van Shell). Ze werden opgepakt en dagenlang vastgezet omdat er vloeibare stroop op de vloer drupte. ‘Een schande’, vindt Meddens. Maar de actie had uiteindelijk wel succes: het museum verbrak de banden met het olieconcern. ‘Het is toch waanzinnig hoe Shell en andere fossiele bedrijven proberen hun imago op te poetsen door zich te associëren met musea en andere culturele instellingen en dat die dat dan ook nog toelaten.’

Op vrijdag 27 september is de eerstvolgende grote actie: de wereldwijde klimaatstaking. Ook in Nederland moeten duizenden scholieren en werknemers eraan meedoen. Meddens lijkt opgetogen: ‘Het is een kwestie van de lange adem. Ik heb geleerd dat je niet moet toewerken naar een groot moment, maar dat het om de duur en de herhaling gaat. Wij moeten als burgers de politiek overtuigen dat het roer nu echt om moet.’