Dierenbevrijders zijn gederadicaliseerd

‘Als we maar geen communicatiebureau worden’

Enkele jaren geleden zwoeren dierenrechtenactivisten radicale, soms zelfs gewelddadige acties af. Sindsdien behalen ze het ene succes na het andere. ‘Het vegetarische schap in de supermarkt blijft maar groeien.’

Stavenisse, maart 2009. Activisten van het Dierenbevrijdingsfront bevrijden nertsen © Chris de Bode/HH

Opeens ging bij Geoffrey Deckers (49) het licht uit. Tijdens een conferentie van dierenrechtenactivisten in Londen kreeg hij een hersenbloeding. ‘Niet gek als je zeventig uur in de week werkt en overgewicht hebt’, zegt hij inmiddels hersteld in het kantoor van Een Dier Een Vriend (edev) in Den Haag.

Deckers besteedt zijn leven aan het bestrijden van dierenleed. ‘Ik haat mishandeling en ik haat pijnigen. Dat is wat wij dieren aandoen.’ Dat zat er al van jongs af aan in. Afkomstig uit een ‘middle of the road-gezin’ – ‘havo, tennisclub, niet geboren in een kraakpand’ – ging hij op zijn zestiende op excursie naar het slachthuis en ‘was er meteen helemaal klaar mee’. Het Haagse abattoir was toentertijd slecht in het nieuws omdat ze ‘wrakke dieren’ die niet meer konden lopen in een hoekje legden en aan hun lot overlieten. Soms werden ze pas een dag later geslacht. Deckers zag er de angst in de ogen van geiten, schapen en varkens vlak voor de slacht en besloot vegetariër te worden.

Behalve een onderbreking van zeven jaar waarin hij voor Marks & Spencer werkt, is Deckers zijn volledige volwassen leven in dienst van dierenrechtenorganisaties. Zo werkt hij onder meer als regiocoördinator bij de Nederlandse Bond ter Bestrijding van Vivisectie (nbbv), waar hij moet vertrekken door zijn rol bij al te radicale acties.

In 1993 wordt de Nederlandse afdeling van het Amerikaanse peta opgericht. Deckers wordt er directeur en blijft dat tot die afdeling vijf jaar later opgedoekt wordt door financiële moeilijkheden. Samen met een aantal collega’s richt hij edev op, waar hij tot op vandaag werkzaam is.

In de loop van de jaren zag hij steeds scherper waarom hij fulltime in actie moest komen voor de dieren. ‘Het probleem is duidelijk: wij jagen in Nederland meer dan een miljard dieren per jaar over de kling. Dat Nederland in de top-drie van vleesexporteurs van de wereld staat is te gek voor woorden. Daar moeten we vanaf. Is het niet goedschiks, dan zal het uiteindelijk kwaadschiks moeten.’ Uiteindelijk is het doel honderd procent plantaardige voeding. ‘Want we hebben nogal een schuld op ons geladen als mensheid. En de straf, die krijgen we nu. Virussen worden sterker, meer en meer ziektes zijn overdraagbaar tussen mensen en dieren. Je ziet dat we gelijk krijgen. De dingen die wij jarenlang gezegd hebben komen nu uit.’

Het leed dat dieren wordt aangedaan raakt hem sterk, zijn tolerantiegrens is laag. ‘Ik vind je gewoon een loser als je dieren treitert en pijnigt’, zegt hij achter zijn computer in het Haagse kantoor. ‘Ik moet die mensen ook niet in mijn buurt hebben, ik kan er niet tegen. Ik snap niet hoe je een duif twee weken in een hok kunt zetten zonder licht. Dan zit er een steekje bij je los. Ga lekker zelf in de wc zitten voor twee weken. Wat u niet wilt dat u geschiedt, dat doet u een ander niet. Als je zelf wel vindt dat je ballen onverdoofd afgesneden mogen worden, moet je het vooral doen. Maar als je dat niet vindt, dan moet je het niet bij biggen doen.’

In 1987 leidt Deckers’ boosheid hem naar Hudson’s Bay, een veilinghuis voor pelsdierhouders in Nederasselt. Een gezelschap van tien activisten van het Dierenbevrijdingsfront overmeestert de enige aanwezige werknemer en vernietigt vervolgens de administratie. De werknemer, administrateur Sepp Kors, krijgt daarbij een zak over zijn hoofd en handboeien om. De dan achttienjarige Deckers wordt veroordeeld voor diefstal met geweld. Uiteindelijk wordt de gevangenisstraf omgezet in een taakstraf.

De actie kenmerkt de radicalisering van de dierenrechtenbeweging die in de jaren negentig en de beginjaren van deze eeuw gestalte kreeg. Vrouwen met een bontjas werden met verf besmeurd, stallen gingen in vlammen op, pelsdieren werden bevrijd, de deuren van slagers dichtgelijmd. Deckers zei in 1995 in Panorama: ‘Het is oorlog, soms moet je de wereld wakker schudden.’ En dan was er natuurlijk Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn, die ook dierenactivist was.

In 2004 werden de activiteiten van Deckers’ edev nog genoemd in een aivd-nota over radicaal dierenrechtenactivisme in Nederland. Dierenrechtenactivisten zagen volgens de aivd ‘rond de millenniumwisseling aanleiding om zich veel radicaler te gaan opstellen. Hierbij werd een voorbeeld genomen aan het – deels zeer gewelddadig en op personen gerichte – dierenrechtenactivisme in het Verenigd Koninkrijk.’

‘We zijn diep teleurgesteld als Jesse Klaver de vleesconsumptie met hartstocht blijft omarmen’

‘Ik kan niet ontkennen dat het radicalisme op die manier effectief is’, zei historica Amanda Kluveld daarover tegen De Groene in 2009, ‘maar we hebben het wel over terrorisme.’ In haar boek Mensendier hekelde ze destijds de werkwijzen en de filosofie achter dierenrechtenorganisaties. ‘Er wordt door dierenactivisten gedaan alsof hun standpunten buitengewoon rationeel zijn, maar het is volgens mij pure emotie.’

Aan dat soort heimelijke, radicale acties zou hij nu niet meer deelnemen, zegt Deckers. Hij is strategischer geworden, maar hij blijft wel geloven dat je het heft in eigen handen mag nemen als de overheid niet voldoende ingrijpt. Het geweld komt nu met name van de ‘tegenpartij’, benadrukt hij. ‘We mogen eigenlijk van geluk spreken dat er niet meer gewonden en doden vallen. De agressie van dierenbeulen is zo groot, dat hou je niet voor mogelijk. Als we bijvoorbeeld hier in Rijswijk bij het proefdiercentrum demonstreren waar ze met mensapen werken, dan proberen die professoren en doctoren je gewoon van de sokken te rijden.’

Volgens een aivd-nota uit 2007 is er sprake van ‘een toename van persoonsgerichte acties, in de vorm van zogenaamde “home visits”. Daarbij krijgen directeuren en onderzoekers van farmaceutische ondernemingen in de woonomgeving te maken met (vaak nachtelijke) acties van dierenrechtenactivisten. Naast verbaal geweld en bedreigingen is in veel gevallen sprake van vernielingen (meestal aan auto’s).’

Bijna de volledige aivd-nota wordt aan één organisatie gewijd: Respect voor Dieren (RvD), die zich volgens de nota heeft ‘ontwikkeld tot de belangrijkste dierenrechtenactivistische groepering van Nederland’. De aivd schrijft over een ‘gestage radicalisering in de modus operandi’ van de organisatie. Grote man bij RvD: Robert Molenaar.

In de donkere Deense nacht werden ze besprongen door vijftien man. ‘We schrokken ons dood’, vertelt Robert Molenaar in het kantoor van Animal Rights in Den Haag, ‘want het zouden zomaar Deense pelsdierfokkers kunnen zijn en dan waren we nog niet jarig. Gelukkig was het de politie.’ Samen met zijn kameraden zat Molenaar vervolgens ruim vijf maanden in de Deense gevangenis, waarvan 21 dagen in volledige isolatie, voor het bevrijden van duizenden nertsen.

Het avontuur begon voor de toen negentienjarige Molenaar op een conferentie met driehonderd activisten in Leiden. ‘Er sprak een Engelsman die beagles had bevrijd uit een proefdiercentrum’, herinnert Molenaar zich, ‘die man had een geweldige uitstraling. Hij was op dat moment wel een voorbeeld.’

De aanwezige Denen vroegen om hulp bij het bevrijden van nertsen, en Nederlandse actievoerders sprongen in de auto. Het was aanvankelijk een fluitje van een cent om honderden hokken open te zetten, vertelt hij, want de hokken zijn aan één kant open en de fokker zelf woont meestal niet in de buurt van de beesten. Of dit soort acties zin hebben? Molenaar twijfelt daar nu wel aan. ‘Een heleboel dieren worden opnieuw gevangen en dat bezorgt ze natuurlijk allemaal extra stress’, zegt hij. ‘Dus dat is niet optimaal. Maar het is voor die dieren wel hun enige kans op overleven: ze zijn allemaal letterlijk ten dode opgeschreven. Dus de individuele dieren die we kunnen redden, die kunnen écht ontsnappen.’

In ieder geval zou hij het juridische verhaal nu anders aanpakken. ‘We bleven ontkennen dat we het gedaan hadden, terwijl we feitelijk op heterdaad betrapt waren. We overtreden nu nog steeds wel eens de wet, maar dan komen we er gewoon voor uit en accepteren we de consequenties.’ Zo kwam hij onlangs opnieuw ’s nachts en illegaal op een nertsenfokkerij. Nu niet om de beesten te bevrijden, maar om er de misstanden te filmen. ‘Als ze daar dan een boete voor krijgen, dan was dat het risico waard.’ De beelden heeft hij doorgestuurd naar de nvwa en die kon vervolgens de hoge boetes uitschrijven. ‘Als we nu over de wettelijke grens heen gaan, dan weten we dat er een maatschappelijk draagvlak voor is. We kunnen erg goed uitleggen waarom we die beelden maken: we laten zien wat er mis gaat. Mensen kunnen dat op onze site zelf bekijken.’

Molenaar heeft in zijn activistische loopbaan heel wat organisaties versleten. Hij begon bij het Dierenbevrijdingsfront, stapte daarna over naar Respect voor Dieren. In 2009 splitste die groepering volgens de aivd in twee: een helft bleef dezelfde naam behouden maar voer voortaan een mildere koers; de andere helft ging met hetzelfde radicale elan door, maar deed dat onder de naam Anti-Dierproevencoalitie (adc).

In 2011 kwam naar buiten dat de inlichtingendienst bijna 25 jaar lang gebruik maakte van een infiltrant, Paul Kraaijer. Kraaijer deed zich in opdracht van de aivd voor als journalist en raakte in die rol bevriend met de leiders van dierenrechtenorganisaties. Zo deed hij onder meer een nietsvermoedende Peter Janssen (de vegan streaker) een laptop cadeau die uitgerust was met spionagesoftware. Bij RvD raakte hij bevriend met Molenaar. ‘We waren een makkelijke prooi’, vindt Molenaar. ‘We waren allemaal erg jonge mensen en hij was een stuk ouder. Hij had al een journalistieke achtergrond en wij waardeerden het erg dat hij goede stukken kon schrijven.’

In 2015 veranderde de adc in Animal Rights – een naam die de internationale ambities verried. De club kreeg een bredere agenda en daadwerkelijke sabotage werd afgezworen. Dit was meteen ook het moment dat de aivd de belangstelling voor de dierenrechtenactivisten verloor. In het aivd-jaarrapport van 2017 werden ze niet meer genoemd.

‘Vroeger liep het regelmatig uit op confrontaties, nu pakken de jagers al hun boeltje als wij komen aanrijden’

Een kaal hoofd, een zwart T-shirt plus zwarte hoodie met het logo van Animal Rights: Molenaar heeft nog steeds het uiterlijk van een radicale actievoerder. Tegelijk lacht hij veel, oogt ontspannen. Op de vier prioriteiten van zijn club – bont, slacht, jacht en dierproeven – zijn grote successen behaald. Zo wordt in 2024 de nertsenfokkerij in Nederland verboden, in Rijswijk verdwijnen de mensapen op den duur uit het proefdiercentrum en slachterijen voelen de hete adem van actiegroepen in hun nek. Vorig jaar kwamen er via Animal Rights schokkende beelden naar buiten over het exportslachthuis in het Belgische Tielt. ‘Door onze undercoverbeelden is de slacht twee weken stilgelegd’, weet Molenaar. In de slachthuizen in Nederland en België hangen sindsdien ook camera’s waarvan de beelden door controlerende instanties bekeken kunnen worden.

Molenaar, die zich net als Geoffrey Deckers door duizenden donateurs fulltime kan inzetten voor dierenrechten, heeft zich inmiddels ontpopt tot een gewaardeerd lobbyist. ‘Hij is een aimabel persoon. Natuurlijk maakt hij zijn punten, maar hij luistert ook goed. Bovendien is hij effectief’, zegt bijvoorbeeld Wim de Leeuw, hoofd van de Instantie voor Dierenwelzijn van de Universiteit Utrecht, in NRC Handelsblad. ‘Hij heeft kennis van zaken, beschikt over een breed netwerk, en gaat slim om met pr’, zegt ook het voormalige pvda-Kamerlid Tjeerd van Dekken, die hem leerde kennen bij de strijd tegen medische dierproeven. ‘Hij is niet drammerig, maar heeft wel een sterke eigen wil.’

‘Ja’, zegt Molenaar zelf lachend, ‘we moeten inderdaad opletten dat we geen communicatiebureau worden. Maar wij vinden het belangrijk om voor de poort te blijven staan en om menselijk contact te hebben. Het is al te makkelijk om vanuit je comfortabele kantoortje in Den Haag bij een kopje koffie persberichten rond te sturen. We spreken met alle partijen over dierenrechten.

Het maakt voor de dieren zelf niets uit of de stem die hen beschermt nu links of rechts is. Dion Graus heeft heel duidelijk stelling genomen in het bestrijden van dierproeven en daar zijn we erg blij mee, net zoals we diep teleurgesteld zijn als Jesse Klaver de vleesconsumptie met hartstocht blijft omarmen.’

Het succes motiveert de activisten. ‘Op zowat elk vlak hebben we gelijk gekregen’, stelt Molenaar. ‘Dat is best wel zeldzaam, denk ik. Wij hebben twintig jaar geleden ook gezegd: veehouderij is slecht voor de dieren en slecht voor het milieu. We werden weggelachen toen we stonden te demonstreren bij een slagersvakbeurs. Nu ziet iedereen wel in dat we wat aan de bio-industrie moeten doen.’

Met genoegen constateert ook Geoffrey Deckers dat het vegetarische schap in de supermarkten steeds groter wordt. ‘Ze zullen nooit toegeven dat het door ons komt, maar ze horen me aan. We zijn geen vrienden met bijvoorbeeld Unilever, dat heel veel palmolie gebruikt – waardoor het leefgebied van de orang-oetans verdwijnt – maar toch komen ook zij met twee margarines waarin die olie niet zit. Onze druk is succesvol. Van de zes miljard legkippen die er in de wereld zijn, is er een substantieel deel uit de legbatterijen gehaald. In Nederland zelf zijn er geen legbatterijen meer, en banken die er elders nog wel in investeren, zetten we onder druk.’

Maar zijn de successen tegelijkertijd ook de oorzaak van de deradicalisering, niet alleen wat actievormen maar ook wat doelstellingen betreft? De camera’s in de slachthuizen zorgen er dan wel voor dat wrakke dieren niet meer geschopt worden, maar dood gaan ze toch. Kippen hebben in plaats van een legbatterij nog steeds maar een A4’tje ruimte waarop ze vrij mogen bewegen. Er werden ook in Nederland nog nooit zo veel koeien, varkens en kippen industrieel gehouden.

In 2007 spreekt de aivd nog over een ‘duidelijke scheiding’ tussen de Partij voor de Dieren en het radicale deel van de Nederlandse dierenrechtenactivisten: ‘De Partij voor de Dieren is in hun optiek een softe organisatie die zich misschien bekommert om “welzijn” maar niet om “rechten” van dieren.’ De radicale activisten lijken met de institutionalisering van de dierenrechtengroeperingen zelf ‘softer’ geworden. Dragen ze op die manier niet indirect bij aan een consensusbeleid dat haaks staat op hun eigenlijke doeleinden?

Robert Molenaar signaleert vooral een verschuiving in de andere richting. ‘De Partij voor de Dieren schuift steeds meer op in onze richting als het om dierenrechten gaat. Tegelijkertijd blijven wij een actiegroep, daarin verschillen we. We gaan bijvoorbeeld jachtpartijen verstoren met toeters. Vroeger liep dat regelmatig uit op confrontaties, nu pakken ze al hun boeltje als wij komen aanrijden. Ons draagvlak zorgt ook voor een milder klimaat.’

Ook Geoffrey Deckers ziet vooral de voordelen van het verschuivende debat. ‘De proeven in Rijswijk moeten van het kabinet zo snel mogelijk met veertig procent inkrimpen. Ik zie dat als een eerste stap richting sluiting. De overheid nog niet, geloof ik, maar dat komt wel.’ Hun organisaties zijn volwassen geworden en dat brengt nieuwe, complexe uitdagingen met zich mee. ‘We willen invloed uitoefenen op de grote ontwikkelingen, voor versnelling zorgen’, zegt Deckers. ‘De groei in plantaardige producten zal nog toenemen. En daar komt ook nog kweekvlees bij. Wat je nu al ziet is dat in heel veel zogenaamde vleesproducten bijna geen vlees meer zit. De producten die overblijven zullen uiteindelijk ook vervangen worden door plantaardige producten.’

‘We leven in een onwaarschijnlijk geglobaliseerde wereld’, weet ook Molenaar. ‘Het vlees van het exportslachthuis in Tielt ligt vooral in de rest van de wereld in de rekken, waar ze de beelden die wij verspreidden nooit zagen. De volgende stap is dan om ervoor te zorgen dat die informatie internationaal verspreid wordt.’

Animal Rights is een zwart-witte organisatie, realiseert hij zich. ‘We zijn honderd procent voor dierenrechten. We zijn ons ervan bewust dat de wereld complexer is dan die zwart-witte antwoorden, maar over een aantal zaken hebben we heel heldere standpunten. Nertsenfokkerijen: sluiten. Slachthuizen: sluiten. Dierproeven: afschaffen. Omdat mensen dieren als minderwaardig beschouwen, mogen we ze fokken, houden en eten. Die discriminatie is fout, in al haar vormen.’