Als wolken voor een regenbui

De verhalen in de Outline-trilogie van Rachel Cusk zijn zo repetitief en bezwerend dat je er in hoog tempo doorheen wilt razen, verlangend naar de ontlading.

Rachel Cusk laat de lezer zelf de pointe ontdekken © Siemon Scamell-Katz

Hoe vat je de werkelijkheid in een verhaal? Probeer je de werkelijkheid simpelweg zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven? Of geef je ook ruimte aan het beschrijven zelf? Hoe wanhopiger je probeert ieder aspect van de realiteit een plek te geven, hoe meer je laat zien dat die realiteit zélf niet meer dan een verhaal is. Hoe dichter je de werkelijkheid nadert, hoe duidelijker je de constructie ziet. En dat voelt niet echt, maar juist onwerkelijk.

In Rachel Cusks romans Outline (2014), Transit (2017) en Kudos (2019), samen de Outline-trilogie, staat de relatie tussen werkelijkheid en fictie voortdurend onder spanning. Dat begint al bij de vorm, want het betreft hier autofictie, dat genre dat noch autobiografie noch fictie is, en op de een of andere manier allebei tegelijk. Net als Rachel Cusk is de hoofdpersoon schrijver, moeder en pas gescheiden. Maar ze heet niet Rachel Cusk, ze heet Faye. In Outline is Faye in Athene om een cursus creative writing te geven, in Transit zit ze midden in de verbouwing van haar nieuwe huis in Londen en in Kudos bezoekt ze een literair evenement ergens in Zuid-Europa.

De overige gebeurtenissen in de trilogie spelen zich niet af in Faye’s leven, in haar werkelijkheid, maar in de verhalen die haar worden verteld – door familie en vrienden, een ex die ze na jaren weer tegenkomt, haar makelaar, een interviewer, een toevallige voorbijganger. Gesprek na gesprek ontstaat er een lappendeken van verhalen, waarbij ieder verhaal weliswaar zijn eigen patroon heeft, maar waarin bepaalde kleuren, vormen en ritmes steeds terugkeren.

Alle verhalen zijn zwaar van betekenis, als wolken voor een regenbui, maar ze laten zich nooit helemaal grijpen. Het maakt de Outline-trilogie duizelingwekkend repetitief, bezwerend zelfs, waarbij je wordt aangespoord om er in hoog tempo doorheen te razen, verlangend naar de ontlading van regen. Maar de bui blijft uit, het is aan de lezer om de pointe te ontdekken.

Cusk schrijft over de vervreemding die je voelt als je van het ene leven in het andere glipt

Van Faye zelf krijgen we niet meer te zien dan de outline uit de titel, de omtrek die zich aftekent tegen haar gesprekspartners. Haar eigen bijdragen aan die gesprekken blijven grotendeels onbeschreven, wat ze denkt en voelt blijft een raadsel. Ook de verhalen die ze aanhoort gaan over outlines: over schimmen en stand-ins, schijnwerkelijkheden en schaduwlevens.

In Transit vertelt Faye’s vriendin Amanda over de anonieme one-night-stands die haar het gevoel gaven dat ze een rol vervulde in een vaststaande constructie, als ‘de onzichtbare getuige van iemands eenzaamheid, een soort spook’. En in Kudos raakt Faye aan de praat met een man wiens hond zijn plaats in het gezin innam wanneer hij op zakenreis was. Nu is hij vervroegd met pensioen en is de hond dood. De verhalen reflecteren Faye’s eigen schaduwleven, waarvan ze in de eerste pagina’s van Outline getuigt als ze vertelt hoe ze het huis dat ze met haar gezin had gedeeld na haar scheiding zag veranderen in ‘een graf (…) van iets wat ik niet met zekerheid een realiteit of een illusie kon noemen’.

De Outline-trilogie gaat over de vervreemding die je voelt wanneer je van het ene leven in het andere glipt, na een scheiding of verhuizing, na een grote verandering of juist wanneer je stilstaat en ziet hoe alles om je heen verandert. Dat gevoel van onwerkelijkheid roept niet alleen vragen op over de constructie van onze realiteit, wat echt is en wat niet, maar ook over keuzevrijheid. Zijn we werkelijk bij machte om ons leven richting te geven? ‘Er was een groot verschil (…) tussen wat ik wilde en wat ik schijnbaar mocht hebben’, zegt Faye in Outline, ‘en totdat ik me daar ten slotte voorgoed bij neergelegd had, besloot ik om helemaal niets te willen.’

Die paradox, het actieve besluit om passief te zijn, tekent de trilogie, waarin iedereen machteloos staat tegenover een leven dat bij voorbaat vastligt. Personages met een grote wilskracht kiezen ervoor om alles op zijn beloop te laten, zelfdiscipline wordt ingezet om niets te doen, vrijheid is altijd schijn en sommige locaties kun je alleen bereiken door te verdwalen. De controle die Faye verloor bij haar scheiding krijgt ze terug door zich over te leveren aan passiviteit.

Een van Faye’s gesprekspartners merkt op dat we worden aangetrokken door ‘de herhaling van pijnlijke ervaringen’, waarmee hij bedoelt dat we de fouten en trauma’s van onze ouders overdoen. Ook de vele verhalen over ouders en kinderen, waarbij Cusks sympathie altijd bij de kinderen ligt, gaan over de schijn van keuzevrijheid. Hoe vrij zijn we eigenlijk als onze levens niet meer zijn dan patronen, die al vóór onze geboorte door onze ouders zijn uitgelegd?

In Transit vertelt Amanda dat de verbouwing van haar huis al jaren gaande is omdat ze een relatie heeft met de man die de verbouwing doet, en hij weet dat als het werk gedaan is, hij bij haar zal moeten intrekken. Verderop in het verhaal blijkt dat Amanda’s relatie haar jeugd herhaalt: haar ouders verdienden hun geld met het verbouwen en verkopen van huizen. Zodra een huis klaar was, verhuisden ze. De metafoor die Faye’s kapper Dale eerder in de roman gebruikte om het uitgaansgedrag van zijn vrienden te beschrijven, namelijk een eindeloos roterende draaideur, komt ook hier van pas. Een constante beweging betekent nog niet dat je vooruit komt; soms is het beter om stil te staan.

In Kudos maakt de kalme melancholie van de eerste twee delen ten slotte plaats voor een scherpe, zelfs vileine ondertoon. De personages zijn onsympathieker, soms op het karikaturale af, en de thema’s zijn weliswaar dezelfde maar worden breder getrokken en politiek gemaakt: de Brexit komt voorbij (met ‘leave’ versus ‘remain’ als ultieme Outline-kwestie), alsook het feminisme, het klimaat en de staat van de literatuur. Maar vooral zijn er nare vaders en boze moeders, wat doet vermoeden dat ook Faye, die inmiddels is hertrouwd, haar passiviteit heeft ingeruild voor woede. Kudos eindigt met een uitermate akelige scène op een naaktstrand waarin Faye ditmaal niet zelf voor passiviteit kiest maar kort wordt gehouden door een haatdragende man – een unhappy ending.

Ik prefereer het slot van Transit, sowieso het beste deel uit de reeks, waarin een hausse aan symbolen over opsluiting en transparantie – open en dichte deuren, doorbroken muren, glazen huizen en mist – wordt afgesloten met het ontroerende beeld van Faye die ’s ochtends vroeg haar logeeradres verlaat, en daarmee een patroon doorbreekt: ‘I let myself silently out of the house.’


Basje Boer is schrijver en criticus. Naast Cusk noemde ze Jennifer Egan, A Visit from the Goon Squad; Arnon Grunberg, Fantoompijn; Sheila Heti, How Should a Person Be? en Michel Houellebecq, De kaart en het gebied