Nederlandse energiebedrijven importeren Colombiaanse bloedkolen

‘Als ze me willen vermoorden, dan moet dat maar’

18 september 2013 - Ondanks duizenden moorden en honderdduizenden ontheemden kopen Nederlandse energiebedrijven nog altijd massaal steenkolen uit omstreden Colombiaanse mijnen. Drie jaar praten in een Steenkooldialoog heeft niets opgeleverd. Minister Lilianne Ploumen overweegt maatregelen.

Medium colombia2

‘Bij wat ik heb moeten doorstaan is de hel waarschijnlijk nog de hemel op aarde. Ik heb jarenlang dag in, dag uit gewacht op het moment dat mijn man terug zou komen. Het ergste was misschien wel toen tijdens het proces in de Verenigde Staten de advocaat van Drummond me tijdens een zitting een papiertje en een potlood toeschoof. “Wat is je prijs?” vroeg hij. Ik kon het niet geloven. “Wat is de prijs als je man is verdwenen? Je ziet hem nooit meer lachen, hij zal zijn kinderen niet zien opgroeien, u mag mij een prijs noemen”, heb ik geantwoord. Na afloop van het proces verontschuldigde hij zich. Daarna kwam zijn collega naar me toe. Ze vroeg: “Sorry, maar het gaat u toch om een schadeloosstelling voor het verdwijnen van uw man?” “Dat klopt”, antwoordde ik, “maar ook al zou Drummond nog tweeduizend jaar steenkolen in Colombia winnen, dan nog is alle winst van het bedrijf niet genoeg om de verdwijning van mijn man te compenseren.”’

Claudia Balcero zit in de schaduw van een grote mangoboom achter haar huis in Valledupar en huilt geluidloos. Op 9 maart 2000 zag ze haar echtgenoot Israël Roca voor het laatst. Roca werkte voor het cti, onderdeel van het Colombiaanse justitiële apparaat. Die dag werd hij met zes collega’s opgeroepen om een lijk te onderzoeken, gevonden langs een zandweg op anderhalf uur rijden van Valledupar. Van de zeven mannen werd nooit meer iets vernomen.

Het waren de hoogtijdagen van de paramilitairen in Colombia, die rondom Valledupar heer en meester waren en terreur uitoefenden onder de plattelandsbevolking. Duizenden mensen verdwenen, werden afgeslacht voor de ogen van hun geliefden. Soms waren de slachtoffers vakbondsleiders, soms boeren die op de ‘verkeerde’ plek woonden, maar vaak waren het gewoon willekeurige mensen. De para’s werkten regelmatig samen met politie en leger en verdreven, volgens verklaringen van gevangen genomen paramilitairen, ongewenste personen. Hiervoor werden ze betaald door de Amerikaanse steenkoolmijn Drummond en het Zwitserse Glencore (in Colombia: Prodeco). Het ging om grond, en daarmee om veel geld. Het noorden van Colombia heeft de grootste steenkoolvoorraden ter wereld. Het zwarte goud ligt vrijwel meteen aan de oppervlakte en is voor de grondbezitters gemakkelijk te delven en te exporteren, naar bijvoorbeeld Nederland.

‘Er zijn allerlei theorieën over wat er op 9 maart 2000 is gebeurd, maar uiteindelijk weet niemand de waarheid’, zegt Claudia Balcero. Na aanwijzingen van gevangen genomen paramilitairen was ze aanwezig bij een deel van de meer dan honderd lijkopgravingen. Haar man werd echter nooit gevonden. Balcero: ‘Het staat vast dat Drummond de para’s heeft betaald om het vuile werk op te knappen. Voor mij is het duidelijk dat Drummond medeverantwoordelijk is voor zijn dood.’ Ze is nog lang niet klaar met het bedrijf. ‘De laatste keer dat ik thuis bedreigd werd was in 2010. Ze kwamen gewoon in een pick-up van Drummond en stopten hier voor het huis. Verder ben ik in 2011 als getuige in Alabama geweest om tegen de mijn te getuigen.Met de 592 nabestaanden van 131 slachtoffers hebben we een proces tegen Drummond aangespannen. Ik moest om veiligheidsredenen een half jaar in de VS blijven, want vanwege de B in mijn achternaam heette de zaak “Balcero versus Drummond”. Ik werd voortdurend bedreigd.’

In de zomervan 2010 ontstond in Nederland grote ophef na uitzendingen van Netwerk over de dubieuze praktijken van steenkoolbedrijven in Zuid-Afrika en Colombia. De Nederlandse energiesector besloot daarop om samen met maatschappelijke organisaties als de fnv, Cordaid en ikv Pax Christi uit te zoeken hoe de herkomst van naar Nederland geïmporteerde steenkolen transparanter kon worden gemaakt. Na bijna drie jaar praten tijdens een heuse ‘Steenkooldialoog’ verscheen eind juli het eindrapport Dutch Coal Dialogue. De conclusies zijn ontnuchterend. Ondanks de vele vergaderingen zijn de Nederlandse energiebedrijven nog altijd niet bereid om afzonderlijk bekend te maken waar ze hun steenkolen inkopen. Het argument van bedrijven als Nuon, Essent en gdf Suez: het gaat om commercieel gevoelige informatie, die door de concurrentie gebruikt kan worden. De energiesector wil daarom alleen bekendmaken hoeveel kolen ze gezamenlijk bij verschillende mijnen kopen.

Sjoerd Marbus, woordvoerder van brancheorganisatie Energie Nederland, vindt dit toch winst: ‘De Nederlandse energiebedrijven geven met het noemen van de belangrijkste mijnen een verdergaand inzicht dan energiebedrijven elders in Europa.’ Energie Nederland kan volgens hem ‘geen oordeel’ geven over de vraag of het verantwoord is om door te gaan met de inkoop van steenkolen bij omstreden bedrijven als Drummond en Glencore. ‘Het is de vraag of een beschuldiging of een veroordeling aanleiding moet zijn om een handelsrelatie te beëindigen.’

Medium colombia3

Marianne Moor woonde voor ikv Pax Christi de overleggen bij en zij vindt de Steenkooldialoog mislukt: ‘Nog steeds weten we niet welk energiebedrijf zijn steenkool bij welke mijn inkoopt.’ Het stoort haar dat geen enkele kolenmijn ter plekke is getoetst. ‘Aan de situatie in de lokale gemeenschappen is niets veranderd.’ Rik Hammer van Essent deelt deze teleurstelling: ‘We hebben veel moeite gedaan om een mijn te vinden die wilde meewerken aan eerste toetsing, maar dat is helaas niet gelukt.’ In zo’n toets kan dan worden gekeken naar arbeidsomstandigheden, mensenrechten en milieuaspecten.

Marianne Moor heeft de afgelopen twee jaar getuigenissen verzameld die de voormalige paramilitairen onder ede hebben afgelegd tijdens diverse processen en ze interviewde paramilitairen in gevangenissen in Colombia. Binnenkort verschijnt een rapport van ikv Pax Christi over de handelswijze van Drummond en Glencore. Hieruit komt duidelijk het beeld naar voren dat de paramilitairen in opdracht van Drummond de regio ‘beveiligden’. Moor: ‘Uit de beëdigde verklaringen blijkt dat de mijnen vanaf midden jaren negentig de paramilitairen financierden om hun bedrijven tegen de guerrilla te beschermen en de rust te bewaren onder de arbeiders. Volgens getuigen kwamen de paramilitairen in de bedrijfskantine van Drummond. Ze tankten in de steenkoolmijn en ze zouden eigen contacten hebben gehad onder het personeel. De slachtoffers gaan nog steeds gebukt onder het gebeurde. Wat we willen, is een schadeloosstelling voor deze mensen.’

Volgens Moor zijn er tussen 1996 en 2006, het jaar waarin een deel van de Colombiaanse paramilitairen de wapens neerlegde, enkele duizenden burgers vermoord en zijn er ten minste honderdduizend mensen ontheemd geraakt in het mijnbouwgebied in César. Het zijn cijfers die door verschillende Colombiaanse instanties bevestigd worden. Ze begrijpt dan ook niet dat energiebedrijven nog steeds inkopen bij steenkoolbedrijven met een dubieuze reputatie. Moor: ‘Het Deense energiebedrijf dong heeft zijn inkoop bij Drummond opgeschort totdat er een definitieve uitspraak is in de rechtszaak tegen Drummond in de VS.’ De Nederlandse energiesector handelt totaal anders: de inkoop van kolen door Nederlandse bedrijven bij Drummond nam juist toe, van 7,2 procent in 2010 naar 12,3 procent in 2011. Ongeveer de helft van alle naar Nederland geïmporteerde steenkolen komt uit Colombia.

In reactie op deze cijfers zegt Stefan Wesselink, woordvoerder bij gdf Suez: ‘Wij geloven dat tastbare verbeteringen het best gerealiseerd kunnen worden door het maximaal gebruik van onze invloed, in plaats van te stoppen met zaken doen met een kolenproducent.’ Essent heeft volgens woordvoerder Rik Hammer momenteel geen levercontracten met Drummond. ‘Bedenk verder wel dat noch Drummond, noch een van haar medewerkers tot op de dag van vandaag veroordeeld is, ondanks vele processen en onderzoeken in Colombia en de VS’, zegt hij.

Over die laatste stelling kan gediscussieerd worden. De activiteiten van de paramilitairen in de steenkoolregio leidden in 2001 onder meer tot de moord op drie vakbondsleiders van Sintraminergetica, die zich inzetten voor betere werkomstandigheden bij Drummond. De mannen werden na afloop van hun dienst uit de bedrijfsbus getrokken en in koelen bloede doodgeschoten.

Afgelopen februari veroordeelde een Colombiaanse rechter Jaime Blanco tot 38 jaar cel voor de moord op twee van deze vakbondsleiders. Blanco stond bij Drummond onder contract. Volgens Blanco werd hij door de bedrijfsleiding tot de moorden aangezet. Drummond ontkent echter elke betrokkenheid. De Colombiaanse rechter beval verder een onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid bij de moorden van het management van Drummond Colombia.

De Amerikaanse advocaat Terry Collingsworth vertegenwoordigt de 131 Colombiaanse families die een proces hebben aangespannen tegen Drummond. Hoewel de zaak in juli om technische redenen niet-ontvankelijk werd verklaard in de VS is Collingsworth in hoger beroep gegaan en begint het proces binnenkort opnieuw. Zijn collega, de Colombiaanse advocaat Francisco Ramírez, besloot onlangs een vereniging op te richten van slachtoffers van multinationals in Colombia. Op de oprichtingsbijeenkomst eind augustus in Valledupar waren zo’n 120 slachtoffers aanwezig. Praktisch iedere aanwezige had een familielid verloren.

‘Nog steeds worden mensen bedreigd, nog steeds overheerst de angst’, zegt Ramírez. ‘Eind mei overleefde vakbondsleider Ruben Morrón ternauwernood een aanslag, toen hij in de havenstad Barranquilla op klaarlichte dag werd beschoten.’ Inmiddels is Morrón, die zich inzette voor betere arbeidsvoorwaarden bij Drummond, het land ontvlucht en heeft hij tijdelijk asiel gekregen in Frankrijk.

Een van de getuigen in de Amerikaanse rechtszaak tegen Drummond is Marina Argos. In El Cruce, een stoffig gehucht langs de hoofdweg naar de Caribische kust, zitten we op het terras naast haar huis, onder een afdakje van palmbladeren, op nog geen vijf meter van de plek waar haar man werd doodgeschoten. ‘Op 19 februari 2002 verschenen om twee uur ’s ochtends zo’n dertig paramilitairen in ons dorp’, vertelt de kleine, donkere vrouw. ‘Ze stopten bij ons huis en bonkten op de deur. “Doe open, anders gooien we een granaat naar binnen!” riepen de mannen. “Jullie steunen de guerrilla!” Ze hadden zwarte maskers op, waren niet te herkennen. We moesten op de grond gaan liggen. Ze doorzochten ons huis naar belastende papieren, ze smeten al onze spullen op de grond. Ze waren gekomen met een grote pick-up en een legervoertuig. Alles van waarde namen ze mee, onder meer onze motor. Nadat ze het huis doorzocht hadden, beschuldigden de para’s mijn man ervan dat hij lid was van Sintraminergetica. Hij was geen lid, maar hij werkte wel voor Drummond. Ze sleepten hem naar buiten en daar schoten ze hem dood, hier, voor ons huis, in het bijzijn van onze kinderen. Hij had negen kogels in zijn lichaam.’

In de Colombiaanse deelstaat César draait bijna alles om steenkool. Meer dan de helft van de grond in de regio is in concessies aan steenkoolbedrijven uitgegeven. Afgaande op de miljardenwinsten die bedrijven als Drummond, Glencore en Colombian Natural Resources maken, zou de regio, vanwege de royalty’s die de bedrijven moeten afstaan, inmiddels welvarend moeten zijn. Niets is echter minder waar. Aan de rand van de steenkoolmijnen El Descanso en La Francia, in bezit van Drummond en Goldman Sachs, wonen in de gehuchten El Hatillo, Plan Bonito en Boquerón duizenden arme Colombianen al jarenlang in abominabele omstandigheden. Het Colombiaanse milieuministerie beval de steenkoolmijnen in mei 2010 de bewoners nieuwe huizen op andere plekken aan te bieden, maar daar is niets van gekomen. Ondertussen lijden de inwoners door de stofwolken aan ademhalingsziektes, is het drinkwater vervuild en worden ze geïntimideerd door paramilitairen.

In de stadjes die aan de mijnen grenzen heerst armoede. In La Jagua de Ibiríco, op enkele kilometers van de grootste mijnen, werden vijf burgemeesters op rij veroordeeld vanwege corruptie: allen misbruikten de inkomsten uit de steenkoolwinning. Het lokale kantoor van vakbond Sintraminergetica ziet er, vanwege de constante bedreigingen, met prikkeldraad, geblindeerde vensters, hoge hekken en camera’s uit als een vesting. Momenteel zijn de werknemers van Drummond weer eens in staking.

‘We willen niet meer per uur, maar per maand betaald worden’, vertelt vakbondslid en mijnwerker Luis Fonseca tien kilometer verderop bij de door stakers geblokkeerde ingang van de mijn. ‘Verder willen we erkenning van bedrijfsziekten. Meer dan achthonderd medewerkers zijn ziek geworden door hun werk, ze hebben last van hun rug en schouders of hebben stoflongen. Maar Drummond erkent onze ziekten niet.’ Hij laat een pamflet zien dat de stakers een paar dagen eerder ontvingen van de paramilitaire organisatie Los Rastrojos, waarin ze bedreigd worden. De Colombiaanse vice-president Angelino Garzón stelde daarom begin september dat Drummond zich druk zou moeten maken om het beëindigen van de staking in plaats van paramilitairen in te schakelen om de leiders van vakbonden te bedreigen. Het kwam de vice-president op een brief op hoge poten van Drummond te staan, waarin het bedrijf alle contacten met para’s ontkent en bovendien stelt een goed bod aan de stakers te hebben gedaan.

Medium colombia1

De afgelopen decennia werden niet alleen duizenden mensen in de Noord-Colombiaanse steenkoolregio vermoord, er werden ook honderdduizenden boertjes door paramilitairen van hun grond verdreven, of dusdanig geïntimideerd dat ze hun grond ver onder de marktwaarde verkochten. Niet zelden vond er ook valsheid in geschrifte plaats: de nauwelijks geletterde boertjes kregen opeens een brief in hun hand gedrukt, met hun eigen handtekening eronder die ze nooit hadden gezet, waarin te lezen was dat ze hun grond hadden verkocht. De grond, die aan de rand van de steenkoolmijnen lag, werd vaak opgekocht door dubieuze personen die in contact stonden met paramilitairen. Vaak verkochten die de grond in korte tijd met grote winst verder aan steenkoolbedrijven.

Sifredy Culma weet er alles van. De 47-jarige boer neemt me mee naar Santa Fé, de plek waar hij de mooiste jaren van zijn leven sleet. Die goede tijd is lang geleden. Hij staat voor een veld vol oliepalmen en huilt. In zijn hand houdt hij enkele vergeelde foto’s, waarop hijzelf afgebeeld staat, duidelijk jonger, in betere tijden. Op de foto staat hij tussen de rijstvelden. Zijn rijstvelden. Het zijn dezelfde velden als waar nu de palmbomen staan. Op zijn grond. Maar de grond is inmiddels verboden terrein voor hem. Culma: ‘In de jaren negentig vonden er in de buurt van mijn landbouwgrond steeds vaker gevechten plaats tussen het leger en de hier sterk vertegenwoordigde Farc. De paramilitairen beschuldigden ons ervan met de guerrilla te sympathiseren. In 1997 verschenen zo’n driehonderd gewapende mannen die mij en andere boeren uit de buurt verdreven.’

Kort daarop verscheen ene Percy Diazgranados, die zei contacten te hebben met grote steenkoolmijnen in de regio. Hij bood de onzekere boeren aan hun grond op te kopen. Culma: ‘Ik herinner me dat die Diazgranados wilde dat Weimar Navarro, een dorpsleraar, zijn grond aan hem verkocht, maar daar ging hij niet mee akkoord. Hij verkocht het aan iemand anders. Op een dag kwamen de paramilitairen, sleepten hem zijn huis uit en vierendeelden hem met een kettingzaag. Daarna kwam Diazgranados opnieuw om de grond op te kopen van die andere man.’ Na verschillende van dit soort afslachtingen verkochten de meeste boeren uit de regio hun percelen ver onder hun waarde aan Diazgranados. ‘Die verkocht onze grond vervolgens met grote winst aan Carbones del Caribe, destijds een groot steenkoolbedrijf’, weet Culma.

Een deel van deze grond werd vervolgens in 2004 eigendom van de Zwitserse kolengigant Glencore. Het bedrijf deponeert nu een deel van het restmateriaal dat overblijft na de steenkoolwinning op de terreinen van de boeren, een ander deel is met oliepalmen begroeid. ‘Dit was mijn grond’, zegt Culma verslagen, terwijl hij zweet en tranen uit zijn gezicht veegt. Tot op de dag van vandaag wordt hij door allerlei duistere paramilitaire groeperingen bedreigd, vanwege zijn claim op zijn grond. Onlangs trok een beveiligingsunit uit Bogotá zijn bodyguard terug; deze zou niet meer betrouwbaar zijn. Een nieuwe bodyguard is nog niet in zicht. Culma kijkt nergens meer van op. ‘Ik ben jarenlang ondergedoken geweest in andere delen van het land. Dat doe ik niet meer. Als ze me willen vermoorden, dan moet dat maar.’

Culma heeft zijn zaak inmiddels voorgelegd aan het Bureau voor Landrestitutie van het ministerie van Landbouw, dat sinds een jaar een afdeling in Valledupar heeft. Veel hoop op een snelle teruggave heeft hij echter niet. In het departement César wordt 195.000 hectare grond gereclameerd, waarvan tot nu toe nog maar zo’n duizend hectare is toegewezen aan de oorspronkelijke eigenaren. Culma: ‘Steenkoolbedrijven als Drummond en Glencore hebben grote belangen. Ik vrees dat ze niet zomaar hun investeringen zullen opgeven.’


Update 30 juni 2014: PAX deed een oproep aan de energiebedrijven om te stoppen met de import van bloedkolen. De stroomproducenten laten in reactie weten “niet op de stoel van de rechter” te willen gaan zitten.


Beeld: Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen heeft inmiddels met de Nederlandse energiesector en maatschappelijke organisaties gesproken over de uitkomst van de Steenkooldialoog. Volgens een woordvoerder werkt de minister momenteel aan een Kamerbrief over het onderwerp