#6: Dino Suhonic en Dounia Jari

‘Als zelf-bevrijde queer moslim ben je een mooie exotische fantasie tot je kritiek op het Westen uit’

Mounir Samuel blogt de komende tijd over kritische denkers, recalcitrante rebellen en gepassioneerde gelovigen die de islam van binnenuit proberen te hervormen. In aflevering 6: Dino Suhonic (33) en Dounia Jari (31), activisten van Stichting Maruf.

Ze zijn een geolied stel, de Bosnisch-Nederlandse Dino Suhonic (33) en Marokkaans-Nederlandse Dounia Jari (31). Goedlachs. Assertief. Snel. Vloeiend elkaars zinnen afmakend.

Begin december vierde Stichting Maruf haar vijfjarig lustrum. De organisatie noemt zichzelf ‘het internationale platform voor queer moslims’. Met een breed scala van lokale evenementen, trainingen en internationale activiteiten timmert de organisatie gestaag aan de weg. De organisatie vormt een vitale life-line voor veel (jonge) LHBTIQ’ers van islamitische afkomst. Ondertussen groeit echter ook de erkenning van buitenaf. Zo won de organisatie afgelopen week het Roze Lieverdje 2018, een prijs voor een persoon of organisatie die zich bijzonder heeft ingezet voor de emancipatie van LHBTIQ’ers in Amsterdam.

Hoe het duo terugkijkt op vijf jaar bouwen aan een platform voor en door queer moslims? Jari: ’Toevallig bladerde ik eerder vandaag door de jaarboeken. Dat helpt altijd heel erg om inzichtelijk te maken wat je als organisatie al hebt gedaan en bereikt en hoe vooruit te kijken. Wat voor mij opvalt zijn de hoeveelheid activiteiten die we hebben gedaan en de uitbreiding van de zichtbaarheid van de gemeenschap. Aan activiteiten staat voor ons stipt op één de intensieve training ter versterking van het bewustzijn van queer moslims – QMEP of queer muslim empowerment program genaamd – omdat we daarin echt naar de kern gaan van het versterken van de doelgroep. In de afgelopen vijf jaar doorliepen zo’n negentig Nederlandse queer moslims dit programma.’

Toevallig ken ik een groot aantal van de deelnemers. Om in een veilige setting voor het eerst bewust uit te komen voor de eigen geaardheid en/of gender-oriëntatie, openlijk vragen te kunnen stellen bij bepaalde culturele en religieuze opvattingen over homoseksualiteit en LHBTIQ’ers uit eigen kring te ontmoeten is voor velen niet alleen ongekend belangrijk, maar ook vormend en zelfs levens veranderend. Veel jongeren vertelden mij emotioneel hoe het voor hen was voor het eerst mede-queer moslims te ontmoeten en eindelijk iets te voelen van begrip en (h)erkenning.

Jari: ’Alles wat buiten QMEP erbij komt kijken is ook belangrijk, zoals de internationale conferenties, de queer iftars tijdens de ramadan of het deelnemen aan debatten en het zelf organiseren daarvan (sinds kort organiseert Maruf een maandelijks debat op de scheidslijn van gender, geaardheid, religie, kleur en maatschappelijke vraagstukken – ns). Vergroting van de zichtbaarheid van de organisatie is heel belangrijk omdat de doelgroep ons daardoor beter kan vinden. We weten allemaal als geen ander hoe moeilijk het is om een goede plek te vinden waar je jezelf kunt zijn, waar je kunt werken aan je identiteit en persoonlijke ontwikkeling. Tegelijk is die doelgroep voor ons ook weer een inspiratiebron omdat we zo weten welk narratief we naar de media over moeten brengen. Daarbij helpen ze ons heel erg bij onszelf te blijven en ons eigen verhaal niet te vergeten. Als je persoonlijke ontwikkeling dusdanig positief is vergeet je hoe de struggles waren. We hebben relaties. Wonen samen. Hebben een fijn team. Goede banen. Natuurlijk, soms gaat het minder, maar je vergeet toch al snel die keiharde struggle aan het begin, toen je dacht dat je de enige was, niemand kende zoals jij, met niemand kon praten. En als je dan aan iemand vertelde hoe het zat, je net die hulpverlener ontmoette die zei: “Ah joh, vertel het gewoon aan je ouders, het komt wel goed, als je maar gelukkig bent.” Dat laatste is een grote misvatting trouwens.’

Hollanders lijken het maar niet te begrijpen, de extreme identiteitscrisis en strijd van jonge queer moslims die zich zowel binnen als buiten de gemeenschap niet erkend voelen of in staat zichzelf te zijn. En moslim én homoseksueel lijkt zowel voor veel moslims als niet-moslims een contradictio in terminis. De verwikkeling van religie, cultuur, familiewaarden en etnische identiteit maakt het erg moeilijk voor jonge moslims om voor zichzelf te kiezen zonder een groot deel van hun persoonlijkheid op te geven.

Suhonic: ‘Alles wat al een beetje ten oosten van Duitsland ligt heeft een fascinatie met gemeenschapszin. In Rusland had je het communisme. In Japan is de hoogste waarde het opgeven van jezelf voor de samenleving en het land. In de culturen waar de islam een dominante rol speelt zit diezelfde hang naar het collectieve, maar dan nog met een dimensie die niet tastbaar of zichtbaar is wat de zaak heel moeilijk maakt. Dat zien we dus ook bij onze jongeren die zeggen: “Ja, ik kan wel voor mezelf kiezen maar is Allah wel tevreden met mij?” Naast de cultuur, familie, vrienden en omgeving is het ook belangrijk om in te zien hoe belangrijk dit fundament voor velen is – hoe zichtbaar of onzichtbaar ook en hoe raar dit ook klinkt in de westerse oren.

Daarom is het ook zo makkelijk om te zeggen: “Ah neem afstand van je familie, neem afstand van je geloof, neem afstand van je God.” Wat blijft er dan nog over? Natuurlijk zijn sommigen sterk genoeg om dit te doen. Ik dacht zelf ook dat ik totaal met alles moest breken. Dat ik dat wilde, kon en moest. Maar halverwege brak ik omdat ik dacht, wacht eens even, wat heb ik nog? Wat is er nog over van mij? Je kunt je geschiedenis en je wortels niet vergeten omdat ze je vormen tot wie je nu bent. Het was bijna onnatuurlijk wat ik deed. Ik bleef in een gewichtloze situatie hangen. Hing in de lucht zonder zwaartekracht, m’n fundament was weg. Je moet altijd je identiteit met iets vullen, dat gat dat door het uitwissen van identiteiten wordt veroorzaakt kan niet leeg blijven. Ik wil niet hoeven uitleggen waarom mijn islamitische wortels een belangrijk fundament voor mij vormen of moeten toelichten wat dat voor mij betekent. Ik geloof niet in een volledig root-less bestaan. Als mensen het wel kunnen, prachtig. Maar ik zie vaak in de LHBTIQ-gemeenschap in brede zin als gevolg van die ontworteling dat individuen niet helemaal happy zijn. Ja ze hebben een huis, een relatie, maar aan het eind van de dag zijn ze leeg.’

Wat de directeur en lange tijd het enige publieke gezicht van de stichting in de afgelopen vijf jaar het meest had onderschat? ‘De kracht van de éénling’, antwoordt Suhonic resoluut. ‘Ik dacht altijd dat je als collectief moest optreden, de straat op moest gaan, alle tv-shows langs moest gaan wilde je bereik hebben. Maar de grondige, soms trage, verandering gaat al vanzelf als je één sterk individu hebt, laat staan twee, drie, vier of meerdere of zoals wij nu al tientallen die we bereikt hebben en de nodige verandering hebben meegemaakt. Wat ik ook fijn vind en wat vijf jaar geleden echt onmogelijk was om te bespreken is het vraagstuk van zichtbaarheid of niet. De weerstand tegenover het niet publiekelijk zichtbaar of uit de kast zijn was enorm. Mensen zeiden: “Hoe willen jullie dan iets veranderen?” Nu zijn er steeds meer organisaties die het concept overnemen van niet coming-out maar coming-in. Je hoeft niet zichtbaar te zijn als je maar zelf sterk staat in je bewustzijn.’

Het niet focussen op uit de kast komen ligt aan de basis van de aanpak van Stichting Maruf. Anders dan COC en de meeste andere roze organisaties werkt Maruf niet toe naar dat westerse ideaal van ‘uit de kast komen’. Problematisch? Uit eigen ervaring en observatie weet ik hoe schadelijk een dubbelleven is en hoe funest voor een duurzame gezonde relatie. Ik raakte mijn beide islamitische partners (en grote liefde) kwijt aan hun onvermogen vrijuit voor de liefde te kiezen. Anderzijds onderstreep en erken ik de noodzaak van een veilig proces, de noodzaak van volledige zelf-acceptatie en het creëren van een sterk vangnet, alvorens welke breuk of radicale stap ook. Feit is dat er geen standaard draaiboek bestaat voor een juist uit-de-kast-kom-proces en dat persoonlijke verhalen en situaties vaak sterk uiteenlopen.

Jari verscheen jarenlang bewust niet in de media. Hoewel een graag geziene gast in het debat, is dit haar publieke interviewdebuut. Achter de schermen was ze betrokken bij de oprichting van Maruf en speelt de voorzitter een belangrijke sleutelrol, maar omdat ze niet volledig uit de kast was (of is) en de reactie op een islamitische Marokkaans-Nederlandse queer andere vormen aanneemt dan die op iemand als Dino, besloten ze beiden dat om wille van haar veiligheid Suhonic het woord zou voeren. Nu is ze klaar voor de stap naar buiten. Bijzonder, afgezien van de Marokkaans-Nederlandse agente Souad Boumedien is ze de nieuwste (en wellicht enige) zichtbare Marokkaans-Nederlandse vrouwelijke queer in het land.

Jari: ‘Ik vind de vergelijking wie het nu moeilijker heeft, een man of vrouw als ik, altijd problematisch omdat je het verhaal van de ander niet kent. Maar in algemene zin wordt van een vrouw eerder verwacht dat ze trouwt, ze heeft van jongs af aan minder bewegingsvrijheid, je mag blij zijn als je met je vriendinnetjes naar de stad mag als je tiener bent, je mag blij zijn als je op jezelf mag wonen als je gaat studeren (een unicum). Mannen hebben meer bewegingsvrijheid, kunnen een huwelijk langer rekken, bemoeienis van de ouders meer afstoten. En dan spreek ik nu nog puur vanuit het oog van de gemeenschap, niet eens de samenleving in brede zin. Zo is er de socialisatie als vrouw: hang niet de vuile was buiten, lach niet te hard, heb niet te veel vriendjes, kleed je kuis. Ook al ben je het daar niet mee eens, je internaliseert het wel, dat zorgt ervoor dat het voor veel vrouwen moeilijker is om publiekelijk naar buiten te treden. Je moet veel meer van je af gooien dan een man en nog zul je nooit helemaal die geïnternaliseerde waarden en normen van je af kunnen schudden. Het werkt door in alles, in hoe je je presenteert, hoe je je voelt in een bepaalde omgeving of hoe gevoelig je bent voor het oog van de ander.’

Suhonic: ‘Eén ding is uit de kast komen als niet-hetero. Maar het tweede is om daar nog eens over te praten. Je moet op dingen ingaan waar je normaal in een privé-setting al niet makkelijk over zou praten. Je seksualiteit wordt opeens het centrumpunt van alle aandacht en je zijn. Moet je bedenken, ik word overal gereduceerd tot mijn queer-zijn en moslim-identiteit. Dat vind ik heel benauwend. Ik ben veel meer dan dat, ik kan veel meer zeggen dan dit, maar de media willen je tot één identiteit of conflict terugbrengen. Daarin lijken media vrouwen een stuk minder interessant te vinden. Zeker wanneer ze niet in het beeld van de onderdrukte moslima of het slachtoffer vallen. Arabische bruine exotische homojongens met wasbordjes, dat vinden we sexy en interessant.’

Het ultieme voorbeeld van dat laatste? De Turkse en Marokkaanse boot – de laatste deed in verschillende vormen aan drie Amsterdamse canal prides mee. ‘Kijk, als de eigen gemeenschap dit zo wilt is dat natuurlijk prima, maar is de Marokkaanse boot nu echt de ultieme vorm van bevrijding?’ vraagt Suhonic zich niet voor het eerst hardop af. Hij schreef vier jaar geleden in de Volkskrant een kritisch opiniestuk over het fenomeen. Hij vervolgt: ’Wat ik over mee heen kreeg… je wil het niet weten. Maar die hele boot is een perfect voorbeeld van hoe een queer moslim eruit zou moeten zien: hij is uit de kast, hij is bevrijd van de islamitische cultuur, hij is onderdeel en opgenomen in de LHBTIQ-gemeenschap, hij is lekker, hij is mooi, hij is afgetraind, hij draagt een roze djellaba, hij buikdanst, hij weerspiegelt de dromen van duizend-en-één-nacht. De Turkse boot was overigens helemaal te zot voor woorden’ – Jari begint ondertussen hard te lachen – ‘een roze versie van Ottomaanse kleding, opgeplakte snorren en een fez op het hoofd. Extreem oriëntalistisch. Echt, Edward Said zou zich omdraaien in z’n graf.’

In de huidige gepolitiseerde tijdgeest worden homorechten van allerlei kanten gekaapt voor politiek gewin. Dit stelt veel biculturele (moslim-) LHBTIQ’ers voor onmogelijke keuzes. Stichting Maruf durft zich duidelijk uit te spreken in grote prangende vraagstukken en formuleert een heldere reactie op populistische politici die in naam van homorechten de islam bestempelen als een wrede ideologie en daarmee het bestaan van queer moslims niet alleen ontkennen (en onmogelijk maken) maar ook bijdragen aan de tweedeling binnen de islamitische gemeenschap.

Suhonic: ‘In de afgelopen jaren hebben we op een heel activistische manier academische concepten als homo-nationalisme naar de dagelijkse praktijk weten te vertalen. Homo-nationalisme is een systeem waarin het Westsen zichzelf bijzonder exceptioneel en superieur acht omdat hier in de afgelopen decennia homorechten snel ontwikkeld zijn. Het idee ontstaat al snel dat dit altijd al zo was en homorechten dus inherent horen bij de Nederlandse of westerse nationaliteit(en). Iedereen die LHBTIQ-rechten niet accepteert, of anders ziet, is dus niet westers en daarmee ook niet welkom. Kijk maar naar politici die zeggen: “Kijk, moslims hebben moeite met homoseksualiteit, hun identiteit en denken staat haaks op onze samenleving.” Overigens leven we ondertussen in een tijd van post-homo-nationalisme waarin zelfs linkse partijen die concepten overnemen. Dat zie je in het onbewuste idee van “o we moeten moslimhomo’s helpen want dan kunnen ze mooi de dialoog voeren in de eigen gemeenschap zodat ze allemaal mee kunnen in onze westerse ontwikkeling”. Als zogeheten zelf-bevrijde queer moslim zit je eigenlijk bij voorbaat vast in al deze frames. Je bent een mooie exotische fantasie tot je kritiek op het Westen uit of bepaalde zaken in de samenleving aan de kaak stelt. Je queerness maakt je wit, tot het moment dat je moslim-identiteit naar voren komt dan ben je opeens weer zwart.’

Jari knikt driftig en vult aan: ‘Ons discours is door de jaren heen heel vaak bijgesteld. We moeten onze kennis en diensten steeds vaker inzetten om islamfobie tegen te gaan. Dan heb ik het over participeren in panelgesprekken, maar ook het corrigeren van het beeld onder moslimjongeren zelf dat de westerse maatstaf van de coming-out de enige heilige waarheid is of er diep van overtuigd zijn dat islam en homoseksualiteit niet samengaan terwijl wij theologische inzichten vanuit allerlei hoeken presenteren die islam en homoseksualiteit wel aan elkaar weten te verbinden. Sommigen komen echt om te horen dat het niet kan en dat het fout zit.’

Suhonic: ‘We hebben meer kennis in huis dan de gemiddelde imam over dit onderwerp. Wij hebben planken vol boeken staan, zoveel mensen gesproken, theologen, imams, wetenschappers en daaruit een methode ontwikkeld die verschillende inzichten en interpretaties aan elkaar verbindt. Voor de meeste imams is homoseksualiteit gewoon verboden en klaar. Ze wijden in het algemeen geen enkele studie aan dit onderwerp. En al halen we imams die wel kennis van zaken hebben vanuit de hele wereld hierheen, dan blijft de mainstream imam zeggen: “Ja, maar zijn uitspraak getuigt niet van het denken van de meerderheid”’, zegt Suhonic gefrustreerd. ‘Ja, wat wil je dan? Wil je de uitspraken van Al-Azhar of Qatar hebben? Jakarta of Riyadh? Wil je Teheran of Ankara hebben? Waar stopt de zoektocht? Er bestaat een hardnekkige illusie dat de moslimgemeenschap één geheel is, de utopie van de oemmah (geloofsgemeenschap), waarin we allemaal één moeten zijn en hetzelfde moeten denken en vinden. En het grappige is dat queer moslims dat denken zo reproduceren. Ze zijn heel erg ingesteld van “o we moeten dit en dat met z’n allen”. Nee, we hoeven niet met elkaar altijd en overal met één stem te spreken en hetzelfde te vinden. We komen niet uit dezelfde landen, uit dezelfde culturen, hebben andere familiesituaties, we hebben niet dezelfde achtergronden.’

‘Zonder in een hele theologische exegese te vervallen,’ vraag ik. ‘Voor al die moslims die echt niet begrijpen hoe homoseksualiteit en islam samen zouden kunnen gaan, wat is jullie belangrijkste uitgangspunt?’
Suhonic zucht hoorbaar en begint dan: ‘Wat is de belangrijkste kernwaarde waar iedere moslim het mee eens kan zijn? Menselijke waardigheid. Ons theologische denken is gebaseerd op de JEFTA-methode: justice, equality, freedom, tolerance and acceptance. Al deze vijf principes zijn koranische principes. Als wij deze waarden als moslimgemeenschap in een interne, van de buitenwereld gevrijwaarde, dialoog rechttrekken zouden we zoveel verder zijn. Natuurlijk is het heel pijnlijk om te zien dat de criminalisering van homoseksualiteit in islamitische landen groeit en de reactie van conservatieve krachten steeds heviger wordt, maar dat is wel het bewijs dat er beweging is, dat er iets gebeurt. In Nederland begon de homo-acceptatie niet na de Tweede Wereldoorlog, het begon in de achttiende eeuw met supergrote homovervolging die bijna een hele eeuw duurde. We zullen een tijd onveiliger zijn, dit is een boemerang, maar uiteindelijk komt de doorbraak.’

‘Maar we zullen ook een weerslag zien in de Nederlandse samenleving’, vult Jari aan. ‘Nu steeds meer queer moslims niet langer hun religie verwerpen, maar bewust op zoek gaan naar hun moslim-identiteit. Wat dat betreft wordt het een heel spannende tijd.’


Dit voorjaar verschijnt Mounir Samuels nieuwste boek God is groot: Eten, bidden en beminnen met moslims (uitgeverij Jurgen Maas)