Alsjeblieft geen regels voor reality-tv

Er waart een spook door Nederland. Sommigen hebben er weliswaar een glimp van opgevangen, maar niemand kan het spook precies omschrijven. De Tweede Kamer heeft er al een heus debat aan gewaagd en minister Dijkstal heeft zelfs met maatregelen gedreigd tegen reality-tv.

Uitgerekend minister Dijkstal. Was hij niet de man die zei dat hij geen maatregelen kon nemen tegen de uiterst reële spoken die in het rapport van de commissie-Van Traa als schuldigen waren aangewezen voor het toelaten van grote partijen drugs? Was hij ook niet de man die zelf verklaarde dat hij niet in staat was controle uit te oefenen op de besteding van extra gelden die aan de politie waren toegewezen? Het is een bekend verschijnsel uit de psychologie: getoonde zwakheid compenseren door een plotseling vertoon van spierballen.
Dijkstal maakte zijn optreden in de Kamer er niet sterker op door een journaaluitzending op één hoop te gooien met reality-tv. Het journaal heeft de plicht ons te laten zien wat er in de wereld gebeurt, inclusief onaangename beelden. Ik heb de gewraakte uitzending over het busongeluk in Frankrijk niet gezien en het is best mogelijk dat de camera te lang heeft vertoefd bij de gezichten van mensen die nog in de vangrail zaten. Dat is dan een fout - maar het is geen reality-tv.
Geheel in overeenstemming met zijn opvattingen verdoezelde Dijkstra met zijn woorden ook het verschil tussen de commerciële en de publieke omroepen. In de jacht op kijkcijfers en dus reclame-inkomsten hebben zij het filmen van slachtoffers van een ramp tot de maat van het nieuws verheven. Zij zijn het die gebruik maken van cameramensen die de scanners van politie en ambulance afluisteren, naar de plek des onheils snellen en zonder enig mededogen het leed van de slachtoffers vastleggen. Met tot nu toe als dieptepunt een televisieploeg die de camera op de schouders van een hulpverlener van een ambulance vastklemde om maar lekker dicht bij het gezicht van het slachtoffer op de brancard te komen.
Maar het spook van reality-tv heeft meerdere gezichten. Ook programma’s waarbij mensen worden gebruikt om de kijker in de veilige huiskamer te doen lachen en gieren, behoren ertoe. En op dat punt scoort de publieke omroep niet beter dan de commerciële. Ook Maarten Spanjer ging in het veel geprezen programma Taxi herhaalde malen over de schreef, onder andere door in te gaan op seksuele avances van een Surinaamse of door een portemonnee te laten slingeren om te zien wat de passagier zou doen. Ik weet dat er na afloop om toestemming wordt gevraagd, maar ik weet hoe dat gaat. Ach, wat geeft dat nu, het is toch maar een geintje. Op dat moment realiseren de betrokkenen zich nauwelijks wat de gevolgen zijn.
Ik herinner me van vele jaren geleden, toen het woord reality-tv nog niet bestond, een uitzending van Sonja waarin een man vertelde dat hij altijd een erectie kreeg als hij zijn vijfjarige dochtertje optilde. Hij zat in de studio en wist dat dat gevraagd zou worden. Ik heb er niettemin met gekromde tenen naar zitten kijken, wetende wat de gevolgen zijn, wat zijn familieleden, zijn vrienden, zijn buren na afloop zouden zeggen.
Reality-tv heeft als kenmerk dat het mensen ondergeschikt maakt aan het programma, dat het hun privacy opoffert om bij de kijker te kunnen scoren. De vier bewindslieden - Dijkstal, Sorgdrager plus de twee staatssecretarissen Nuis en Kohnstamm - hebben beloofd hun uiterste best te doen om richtlijnen te formuleren. Ik verwacht er niets van. Of ze zijn zo ruim geformuleerd dat iedere zondaar zich eraan kan onttrekken, of ze zijn zo gedetailleerd dat ze een bedreiging vormen voor de vrijheid van meningsuiting. De overheid - was die niet op afstand? - kan er beter buiten blijven. Ze moet ook niet klagen want ze heeft zelf ieder middel om te sturen opgegeven door radio en televisie over te laten aan het vrije spel der maatschappelijke krachten. In Engeland kan de uitzendvergunning na enige tijd worden ingetrokken en aan een ander worden gegeven als de desbetreffende zender niets bijdraagt aan het televisieaanbod. Bovendien doet zich dan de vraag voor waarom die regels dan alleen zouden gelden voor radio en televisie en niet voor bladen als Privé, Story en Weekend.
De Raad voor de Journalistiek poogt de ergste uitwassen tegen te gaan. De Raad heeft de klacht van de actrice Gerda Havertong gegrond verklaard nadat De Telegraaf foto’s had gepubliceerd waarin ze beklemd zat in haar auto. Hetzelfde deed de Raad in een klacht tegen Pieter Storms, die met een draaiende camera een bedrijf was binnengedrongen. De Raad keurde die methode terecht niet in alle gevallen af, maar vond in het onderhavige geval dat de zaak niet belangrijk genoeg was om deze uiterste methode te gebruiken.
Maar de Raad kan alleen maar uitspraken doen. Wat ontbreekt, is de rechterlijke sanctie. Tot nu toe is de Nederlandse rechter zeer laks geweest in het beschermen van de privacy van de burger. Een vrouw die was gefilmd toen ze te hard reed en daarbij ook nog in heur haar had gefrunnikt en die door de politie werd aangehouden, werd in het ongelijk gesteld toen de NCRV de uitzending wilde herhalen. Schadvergoedingen worden nauwelijks toegekend. Alleen prins Claus kon enig succes boeken met zijn klacht over de verhalen in de roddelpers over prins Willem-Alexander.
Als de rechter evenveel zorg zou besteden aan de bescherming van de privacy van de burger als hij doet tegenover die van een verdachte, zou er een ander klimaat heersen in Nederland.
Misschien kan minister Sorgdrager, die zo graag de baas van het Openbaar Ministerie wil zijn, het OM een aanwijzing geven in een bepaald geval tot vervolging over te gaan, zoals ze ook deed in euthanasiegevallen. Dat lijkt me nuttiger dan het vaststellen van richtlijnen.