Alsof carmiggelt nog leefde

Het door schulden en weglopende lezers getroffen Parool wordt meer en meer een krant met enkel toetjes en geen hoofdmaaltijd. Sinds twee weken is er een nieuwe hoofdredacteur. Het heet dat de krant kosmopolitischer gaat worden. Of al geworden is. Komt er een einde aan het wegsuffen in een pre-multiculturele grachtengordel?
HET TIEN JAAR GELEDEN verschenen boek The Paper, van Richard Kluger, is de beklemmende, want fatale geschiedenis van een kwaliteitskrant met een historie die teruggaat tot diep in de negentiende eeuw en die er na de Tweede Wereldoorlog twintig jaar over deed om te sterven: de New York Herald Tribune. Een plaatselijke krant met landelijke uitstraling. De Tribune was een mammoettanker met een wil van zichzelf. Op zoek naar een plekje om op de rotsen te lopen. Welke bemanning je er ook opzette, de Tribune bepaalde z'n eigen koers.

De Herald Tribune deed ooit weinig onder voor haar directe concurrent: The New York Times. De Tribune was nog in de oorlog een goede tweede, op alle fronten: aantal pagina’s, advertenties, wekelijkse oplage en de oplagen van de prestigieuze zondageditie. Maar met de New York Times ging het almaar beter en met de Herald Tribune almaar minder. De Tribune kwam met een vroege ochtendeditie. Die kostte verschrikkelijk veel geld, trok in eerste instantie extra lezers, later weer niet, werd weer opgeheven. Er waren ook goede ideeën: de onthullingen van een spion, zeventien dagen lang op de voorpagina, midden in de Koude Oorlog. En geen krant in Amerika had zulke goede en invloedrijke columnisten als de Tribune. (Anders dan in Nederland is in Amerika een columnist niet zozeer iemand met een oog voor het laconieke detail en de kwetsende sneer, maar iemand met ingang tot de hogere, politieke kringen. Een columnist van naam kan in Amerika carrières breken. De anti-Kennedy-politiek van de Tribune was een factor van belang.) De Tribune was een sjieke krant en bereikte vooral de beter opgeleiden. Dat was weer interessant voor de adverteerders.
Een van de problemen voor de Tribune was een dramatische terugval onder jonge lezers. Alle opzetjes om jongeren te trekken, pakten verkeerd uit. De voorpagina van het tweede katern ging alleen maar nieuws bevatten voor de city en de suburbs van New York. Geen effect. Uit een in 1963 gehouden enquête bleek dat men algemeen de Tribune een goede krant vond. Maar geen noodzakelijke. ‘I like your paper, but I’ve got to read the Times.’
Waar de trotse redacteuren jarenlang nooit aan grotere veranderingen wilden dan bijvoorbeeld eens een bijlage op tabloid-formaat, waardoor de krant dikker leek, daar kwam de laatste jaren geen einde aan de interne verbouwingen. De sportsectie werd op groen papier gedrukt. Het maakte de krant alleen maar rommeliger en het groene katern verdween weer. Trouwe lezers raakten de weg kwijt in hun eigen krant. Voor het magazine in de zondagbijlage ging ene Tom Wolfe prachtige, literaire reportages schrijven met veel verbeelding en weinig feiten - een techniek die als New Journalism wereldwijd school zou maken. Maar de later zo beroemd geworden Wolfe was zijn tijd vooruit. Een door Wolfe vooral thuis geschreven, cynisch getinte 'reportage’ over het blad The New Yorker wekte, hoe knap geschreven ook, enkel weerzin.
De Tribune begon de meest prestigieuze boekenbijlage van Amerika. De grootste schrijvers werden voor recensies aangezocht. Norman Mailer. Barbara Tuchman. Maar de bijlage maakte miljoenen verlies en leverde wel status maar geen oplageverhoging. Wanhopig op zoek naar de honderdduizend noodzakelijke extra lezers ging men de krant opleuken met columpjes en ander gezelligs. De nieuwsvoorziening schoot erbij in. De Tribune beschreef men als 'all dessert and no main course’. Na jaren was de Tribune kalmpjes weggeschrompeld tot nog geen derde van de Times. In 1966 was het op met de toetjeskrant.
Ook over het Parool verscheen een geschiedenis. In Léés die krant!, van de Vrij Nederland-redacteuren Gerard Mulder en Paul Koedijk, wordt over Het Parool geschreven als was het reeds overleden. Het boek behandelt wat Mulder en Koedijk 'de glansperiode’ noemen, toen de krant onder leiding van Van Heuven Goedhart en Sandberg stond. Die glansperiode zal volgens de auteurs niet meer terugkeren. In een paar alinea’s worden de laatste tien jaar geschetst. Mulder en Koedijk concluderen dodelijk: 'Er werd gesleuteld aan uiteenlopende plannen voor een nieuwe redactionele formule, waarvan een blauwdruk voor een regionaal dagblad er één was. Daarmee was Het Parool aan het einde van dit verhaal terug bij het begin: het was een krant die haar bestaansrecht nog moest bewijzen.’ Let op de verleden tijd.
In het bovengenoemde boek The Paper wordt een sombere conclusie getrokken over de toekomst van de Amerikaanse krant in het algemeen. Richard Kluger stelt dat juist de professioneler wordende journalistiek, die heeft geleid tot de onthullende en invloedrijke berichtgeving over bijvoorbeeld Vietnam en Watergate, een grotere afstand tot het lezerspubliek veroorzaakte. Kluger maakt zich zorgen over de commercialisering die zich daarop in de krantenwereld heeft voltrokken. Maar aan de andere kant stelt hij ook de journalistiek zelf verantwoordelijk, die geen oplossing wist te vinden voor de mediacrisis. Het lijkt wel alsof de krant als slaafs servicekanaal nog het enige alternatief is voor een gewisse ondergang.
Wie wel eens een Amerikaanse krant opslaat, ziet het gelijk van Kluger. Alleen de New York Times heeft zich als kwaliteitskrant voor de smaakbepalende elite kunnen handhaven. De Washington Post en The Los Angeles Times hebben nog steeds wel een stevig onthullend potentieel, maar in de praktijk moeten ook die zich vooral verkopen met leuke kleurtjes, korte berichten en een vloedgolf aan servicekaternen. Een schok voor Amerika was het overweldigende succes van een nieuwkomer op de markt die zich als enige echt landelijke krant kon handhaven: USA Today. Geen krant meer voor lezers, maar voor zappers. Uitsluitend korte berichten met een fotootje erbij. Heel veel verstrooiing. Geen sfeer van zichzelf. Geen enkele poging tot opinievorming. Zeg maar het Algemeen Dagblad in de overtreffende trap. Ook zo'n krant die slaafs lezers en adverteerders tracht vast te houden met vlakke berichtgeving en genoemde servicekaternen. En het AD staat niet alleen. In alle landelijke kranten in Nederland rukken de vaarkranten en de reiskaternen dreigend op.
Op regionaal niveau is het met de geschreven pers nog triester gesteld. In Nederland heeft de servicegerichte aanpak de plaatselijke kranten massaal omgevormd van een min of meer eigengereide stem in stad of streek tot een lappendeken van ditjes en datjes. Toen ik ooit als freelancer voor het Haarlems Dagblad werkte, maakte ik daar verhitte discussies mee, waarbij de journalisten, tegen een alarmerend decor van weghollende lezers, zich woedend afvroegen of de hoofdredacteur soms vond dat hun krant de kant van Het Parool op zou moeten. Want in die dagen was Het Parool niet geliefd onder journalisten. Het Parool stond voor plaatsgebonden vervlakking, verlies aan grandeur. Wie nu een blik werpt op het gezichtloos geworden Haarlems Dagblad, weet dat die strijd daar inmiddels allang gestreden is. Een zelfde slag om de lezers sloeg de laatste jaren ook de identiteit van het Utrechts Nieuwsblad weg. Dat alles verklaart de angst van de Paroolredactie voor een stadskrant wel een beetje.
Maar bij Het Parool heeft men op een gegeven moment de kont tegen de krib gegooid. Murw gebeukt door aanhoudende verliezen en oplagedalingen is men voor de eigen lol een krant gaan maken. Of, zoals ex-hoofdredacteur Sytze van der Zee het in een van zijn afscheidsinterviews stelde: 'Bij Het Parool was het geen kwestie van de bezem erdoor halen, maar eerder de mensen weer een gevoel van eigenwaarde geven. Ze werden in het café afgezeken omdat de krant steeds minder voorstelde.’ Inmiddels, zo kan ik steeds weer constateren, is Het Parool onder journalisten een intens geliefde en bewonderde krant.
In de geschiedenis van Mulder en Koedijk, die overigens vooral een geschiedenis is van de politieke ontwikkeling van Het Parool, worden kort twee overbekende veranderingen in de Amsterdamse bevolkingssamenstelling genoemd; de trek van de blanke bevolking uit de arbeiderswijken naar nieuw gebouwde omliggende gemeenten als Purmerend en Almere, en tegelijkertijd de komst van allochtonen in diezelfde arbeiderswijken. Beide ontwikkelingen werden door directie en uitgever aangekaart, maar door de redactie terzijde geschoven. Met grote redactionele tegenwerking werd een regionaal katern opgestart. Een van de eerste beslissingen van Van der Zee, zo stelde hij het nog trots in een afscheidsinterview, was: gelijk die boerenkrant eruit! Moedwillig werden zo trouwe Paroollezers afgestoten.
De komst van allochtonen leidde ook al niet tot redactionele bezinning. Men had kunnen streven naar het aantrekken van allochtone intellectuelen, die, intern tot journalist opgeleid, zo althans een deel van de allochtone bevolking aan zich konden binden. Je hoeft maar een blik op de Amsterdamse scholen te werpen om te zien wat je toekomstige lezers zullen moeten zijn. En tien jaar geleden was dat ook al bekend. Maar Het Parool is onverstoorbaar een honderd procent blanke krant gebleven. Een nostalgisch eiland in een almaar multicultureler wordende stad. Alsof Carmiggelt nog leefde.
DE AFGELOPEN PERIODE, waarover Mulder en Koedijk niet meer wilden schrijven, moet er een geweest zijn van grote interne strijd en verwarring. Er lijkt veel gebeurd en tegelijkertijd niets. Hoofdredacteur Sytze van der Zee stapte vorig jaar op, met veel verontwaardiging, veel bitterheid en vooral veel betrokken media-aandacht, want de collega-journalisten vonden het vreselijk wat er allemaal met 'hun’ Parool gebeurde. (Je zou voor de grap eens moeten zien wat de mediabelangstelling is bij een machtswisseling aan de AD-top.)
Van der Zee wilde een krant op tabloid-formaat maken. Niet een krant voor Amsterdam, maar een krant voor Nederland. Voor trendy Nederland: 'slimme solisten’ tussen 25 en 35. De uitgever wilde zoiets als de Leeuwarder Courant, aldus de zeer bittere Van der Zee in een uitgebreid interview met bewonderend collega J. van Tijn in Vrij Nederland.
Dat is de simpele versie van het verhaal. Stadskrant contra trendy tabloid. Uitgever contra redactie. Patstelling. Maar in een ander uitgebreid Van der Zee-interview, in De Journalist, heette het weer: 'Ik was ook bereid tot compromissen. Bijvoorbeeld eerst het tweede katern op half-formaat.’ De uitgever zou Van der Zee alleen maar uitgelachen hebben. Na het opstappen van Van der Zee zou er een nieuwe hoofdredacteur van buiten aangesteld moeten worden. Matthijs van Nieuwkerk, al deel uitmakend van de hoofdredactie en binnen de Paroolredactie genoemd als de meest logische opvolger, stelde zich, tenslotte zittend op de lijn-Van der Zee, niet beschikbaar.
Inmiddels een klein jaar verder is Van Nieuwkerk toch de nieuwe hoofdredacteur geworden. En eind vorig jaar werd het compromis dat Van der Zee op tafel had gelegd, namelijk een tweede katern op tabloid, opeens positief ontvangen door de uitgever. Het vernieuwde Parool, zo werd in november in de Volkskrant aangekondigd, zou in maart 1997 in de winkels liggen. En een stadskrant zou het zeker niet worden: 'Verder houdt de redactie vast aan de landelijke verspreiding van Het Parool en moet de uitstraling van de hele krant “kosmopolitischer” worden.’ In meer recente berichtgeving, in Het Parool zelf, wordt juist gesteld dat het accent nu juist weer wel nadrukkelijker op de hoofdstad zal komen te liggen. Over de twintig miljoen verlies per jaar en het gehalveerde lezersbestand hoor je geen mens meer.
Mulder en Koedijk dichten in hun studie veel belang toe aan de hoofdredacteuren. Men heeft het over de era-Koets. Het tijdperk-Sandberg valt zelfs uiteen in een bezielde en een niet-bezielde periode. Wat valt er zo gezien te verwachten van de overgang Van der Zee-Van Nieuwkerk? Van der Zee maakte als voormalig buitenlands correspondent deel uit van een 'harde’ journalistieke traditie. Het heette dat er in zijn regeerperiode geen voorpagina van de persen kwam zonder zijn directe bemoeienis. Ronduit ijzersterke koppen waren het gevolg. Met veel nadruk op buitenlandse berichtgeving, die vanwege de bezuinigingen vooral afkomstig bleek van buitenlandse kranten, niet van eigen correspondenten. Op de voorpagina heeft de era-Van Nieuwkerk zich inmiddels al aangekondigd. Vooral het nieuws uit de eigen 'culturele’ grachtengordelnavel schuift naar voren. Als Paul de Leeuw last heeft van zijn rug, wordt dat gebracht als was het de Bijlmerramp. Als Parool-columnist Jan Vrijman overlijdt, wordt driekwart voorpagina uitgeruimd.
MATTHIJS VAN NIEUWKERK werd tien jaar geleden redacteur op de kunstredactie van Het Parool, en daar vervolgens chef. Ook is hij de oprichter van het literaire voetbaltijdschrift Hard Gras. Een vooral literair ingesteld hoofdredacteur dus. En inderdaad verschijnen er in Het Parool steeds meer vooral mooi geschreven stukken. Heel gezellig. Allemaal toetjes. Toetjes waar je wel van moet houden trouwens. Alleen lekker voor wie graag nog eens Elsschot opslaat, maar Mulisch laat liggen, geen nummer van Propria Cures wil missen, maar ieder boek van uitgeverij In de Knipscheer negeert, alles wil weten van de laatste switch van Peter Klashorst, aan een tien pagina’s tellende terugblik op Ischa Meijer nog niet genoeg heeft, onverzadigbaar is qua sfeerstukken over sommige Amerikaanse literatuur, wel van John Fogerty houdt, maar niets wil weten over Michael Jackson, zeker niet als die in Amsterdam optreedt, enzoverder. Heel rigide wordt over het hoofd van de lezer een complex cultureel hobbyspel gespeeld, met schouderklopjes van de juiste personen in de juiste cafés als beloning.
Ik heb er de kranten van donderdag 12 tot zaterdag 14 juni eens op nagelezen: wordt Het Parool een stadskrant of eerder kosmopolitisch?
Als een van de eersten brengt de plaatselijke concurrent van Het Parool, Het Nieuws van de Dag, op een van haar Amsterdam-pagina’s (Het Parool heeft er meestal één) uitgebreid nieuws over een mogelijke groepsverkrachting waarbij Ajax-voetballer Kluivert betrokken zou zijn. In de dagen daarna brengt het Nieuws van de Dag telkens meer eigen nieuws over wat alweer een affaire-Kluivert lijkt te gaan worden. Het Parool volgt met tegenzin met een paar inspiratieloos overgeschreven persberichtjes, diep weggestopt in de donkerste uithoeken van de krant. De Volkskrant heeft er op vrijdag al een eigen journalist op gezet, waardoor de zaak meer profiel krijgt. De top-advocaten A. Moszkowicz en Spong raken erbij betrokken. Het Parool heeft waarschijnlijk iets anders aan het hoofd. Maar wat?
Dan is er een verhitte discussie gaande rondom het Amsterdamse Meertens Instituut, het instituut dat model stond voor Het Bureau van J.J. Voskuil. Polemische stukken, ingezonden brieven, je vindt het allemaal in NRC Handelsblad. Het onderwerp had een fijne reportage kunnen opleveren voor de opening van het literaire katern van Het Parool. Het is tenslotte èn Amsterdams èn in de grachtengordel èn passend binnen de Nieuwkerk-cultuurhobby. Maar het Feuilleton-katern opent op vrijdag met een even tijdloos als oeverloos sfeerstuk over de al zes jaar bestaande boekenmarkt op het Spui.
Er gebeurt helemaal niets in Amsterdam deze zomer, als je Het Parool mag geloven. Heerlijk, loom niets. Zen. Dat is ook de titel van een van de drie Carmiggelt-achtige columns die op zaterdag over de Eurotop verschijnen. De columnisten zaten in een straal van vierhonderd meter hun niets te beleven. Het is dat Het Parool opent met een grappig ooggetuigeverslag van demonstrerende punks en gemene stillen, anders was de Euro-mediastilte echt totaal. Het Nieuws van de Dag opent de vrijdag ervoor sensationeel met de vette kop: 'Oproep tot aanslagen op Eurotop’. En op zaterdag, niet minder vet: 'Spanning loopt langzaam op’.
Spanning? Niet in Het Parool. Op vrijdag opent Het Parool met een kwart-paginagrote foto van een lichtgevende muis. Op zaterdag feliciteert Het Parool zichzelf in een paginagroot 'Opa vertelt’-interview met de tachtigjarige oprichter Wim van Norden. Ja, het was me wat toen Het Parool nog in het verzet zat, en die Carmiggelt, dat was me er ook eentje. Er is een twee pagina’s lang stuk over de zogenaamde 'protestantenband’ die dwars door Nederland loopt. Zonder aanleiding, zonder begin, zonder einde. Twee pagina’s! En heel veel columns. Met oud nieuws over Roel van Duijn, over het Parijs van vroeger, herinneringen aan Klazien uit Zalk, gemijmer op Capri, over Europese eetcultuur, over klassieke muziek in Duitsland, over een exotische zaterdagmiddag of zoiets, over een Russisch dorpje.
Toetjes tot het ploft. Zo'n dood gun je niemand.