Alsof er niets aan de hand is

Natuurlijk zijn het geweld en de gruwelen van een oorlog onbegrijpelijk voor wie altijd in vredestijd heeft geleefd, maar misschien is het omgekeerde even onbevattelijk: dat ook in een oorlog het leven gewoon doorgaat. Ook dan worden mensen verliefd, worden er kinderen verwekt, feestjes gevierd, misschien zelfs vakanties gehouden.

Medium otto de kat

In zijn roman Bericht uit Berlijn, die zich eind 1941, begin 1942 afspeelt, roept Otto de Kat telkens het alledaagse bestaan in oorlogstijd op. Dat in het neutrale Zwitserland, waar diplomaat Oscar Verschuur zich bevindt, het leven zijn gebruikelijke loop heeft, is niet zo verwonderlijk. Bern is een ‘oase van rust en recht’, in de winkels is alles te koop, de cafés zitten vol, er wordt gedineerd en gedanst, en de Zwitserse treinen rijden stipt op tijd. Het is voor Verschuur vooral onbestaanbaar dat een paar honderd kilometer verderop een kwijnende stad, Berlijn, ligt, waar de sirenes dag en nacht overheen waaien. In Zwitserland is de werkelijkheid van papier – krantenberichten over de val van Kreta, tankslagen in Afrika, neergehaalde vliegtuigen, ze blijven abstract.

Opmerkelijker is het dat ook in Londen, dat in die eerste oorlogsjaren heftig door de Duitsers wordt gebombardeerd, de tuinman schoffelt en snoeit alsof er niets aan de hand is, de zon schijnt en de vogels zingen. En zelfs in Berlijn, waar Verschuurs dochter Emma in de lommerrijke wijk Dahlem woont, knipt de tuinman geruststellend de heg en klinkt soms het ploppende geluid van een tennisbal tussen de bomen, in een ‘volstrekte verachting van wat er gaande was in de wereld’. Tijdens Emma’s verjaardag, een tafel vol gasten, kan haar man speechen alsof het vrede is. ‘Hartje oorlog, hartje Duitsland, kon het waar zijn dat we daar waren met de pretentie er niet te zijn?’

Het onbevattelijke van dat alledaagse, De Kat weet het subtiel te schilderen. Want niet alleen de lezer is zich bewust van de spanning tussen de oorlog en het gewone leven, ook de personages lijken een dubbel bewustzijn te hebben: het leven kan zich wel als doodnormaal voordoen, het is toch alsof ze toneelspelen, alsof ze de vijan­dige omgeving wegtoveren. Alsof het doodnormale ‘pretentie’ is.

Ondanks de nadruk op het gewone is Bericht uit Berlijn een oorlogsroman, waarin de levens van de personages ontwricht raken. Een ongebruikelijke oorlogsroman is het wel, want de ontwrichting wordt niet direct veroorzaakt door geweld en de brute normloosheid die oorlog kenmerkt, ze ontstaat indirecter, maar heeft alles met het gebeuren in de wereld van doen. Om te beginnen leiden de personages al een versplinterd bestaan. Zoals Oscar Verschuur zich realiseert als hij het woord ‘huis’ hoort: zijn huis is hij al tijden kwijt. Dat komt doordat hij diplomaat is, en gewend om over de aarde te zwerven, maar ook omdat zijn vrouw, Kate, in Londen verblijft en zijn dochter Emma met een Duitser is getrouwd en in Berlijn woont. De oorlog heeft hun thuisloosheid alleen maar versterkt.

Daar komt bij dat Verschuur niet slechts een ‘diplomatieke vrijbuiter’ is, die in Zwitserland vluchtelingen helpt, maar ook ‘beroepsverduisteraar’ en ‘sporenwisser’ is. Hij is eraan gewend te leven naar de leefregel van Goethe: ‘Beoordeel wat zichtbaar is, en respecteer wat verborgen is.’ Hij leefde, anders gezegd, altijd al op gespannen voet met de werkelijkheid, omdat hij de geheimen waar hij op stuit met niemand kan delen, omdat veel van wat hij doet zich in het verborgene afspeelt. En dan wordt hij in de oorlog met een geheim geconfronteerd dat hij niet zomaar kan verduisteren. Zijn dochter weet via haar man, die voor Adam von Trott (een van de bestaande historische figuren in het boek) op Buitenlandse Zaken werkt, wanneer de Duitsers Rusland zullen binnenvallen. Zij stelt hem op de hoogte van de datum van ‘Operatie Barbarossa’, in de hoop dat hij zijn contacten inlicht. Het stelt hem voor een immens dilemma: hij weet wat het is om te zwijgen, maar moet hij dat nu ook doen? Brengt hij zijn dochter dan niet in gevaar? Het leven van zijn dochter tegenover de miljoenen Russen die bij de Duitse inval zullen sneuvelen.

De Kat laat niet alleen het leven van Verschuur uit het lood vallen. Het dilemma raakt alle personages. En alle personages – Verschuur, zijn vrouw, zijn dochter, bij wie in afwisselende hoofdstukken het perspectief ligt – worden door de oorlog als het ware op scherp gezet. Hun ontheemdheid is er niet alleen schriller door, ze zijn op een rare manier ook ontvankelijker. Verschuur door een verliefdheid, die hem terugslingert naar de ongeschonden jaren vóór de dood van zijn vader; Kate door een Congolese militair die ze verzorgt, een jongen die ‘op golven van willekeur van Afrika naar Europa was verdreven’. Hij werpt haar terug naar haar eerste grote liefde.

Bericht uit Berlijn is een fijnzinnige roman, die historisch nauwgezet de eerste oorlogs­jaren tot leven brengt, en wel zo dat je vergeet dat je een historische roman leest. Dat komt niet alleen door de precisie waarmee De Kat de innerlijke woelingen van zijn personages beschrijft, maar ook door zijn geserreerde, soms poëtische stijl. Lees bijvoorbeeld wat de Congolese soldaat in Kate teweegbrengt: ‘Het was alsof er onwaarschijnlijk ver weg in haar van alles werd uitgepakt, raadselachtige enveloppen werden opengescheurd, een gevoel alsof er diep in haar gebladerd werd in papieren die daar ­opgeborgen lagen.’


Otto de Kat, Bericht uit Berlijn. Van Oorschot, 205 blz., € 17,50