Waarom fotograferen en filmen mensen de slachtoffers van een ongeluk? Bijna negentig procent van de bevolking vindt het niet acceptabel, las ik in onderzoek van het Rode Kruis uit 2018, en toch gebeurt het voortdurend. Destijds was er dat spotje op tv: ‘Gast, ga helpen’. Ook al is dat wel eenzijdig gesteld, alsof je alleen helpers en schoften hebt. Vaak genoeg kun je helemaal niet helpen, dan zijn anderen daar al mee bezig, of erger, is het daar al te laat voor. Maar wat beweegt je ertoe om vervolgens je zakken af te tasten, je tas door te graaien, en als je je telefoon eenmaal gevonden hebt, te gaan filmen? Waar kijk je tijdens het filmen dan naar, vroeg ik me af, naar je scherm of naar de werkelijkheid?

Sommige mensen zetten de beelden op sociale media, op YouTube, TikTok of Twitter. Voor hen is kennelijk alles content geworden, niet alleen hun eigen leven, maar ook andermans dood. Misschien is dat ook wel logisch: als je toch al continu deelt wat je hebt gedaan, wat je denkt, voelt of vindt, wat een nieuwsbericht, film of bekend persoon bij jóu opwekt, als je op die manier alles en iedereen dienstbaar maakt om jezelf te laten zien, dan reduceer je de wereld sowieso tot decor, en de ander tot object. Dood of levend, het maakt niet uit, zolang je timeline maar wordt gevuld.

Omdat het kan, dat is vaak toch het begin van een antwoord op de vraag Waarom? Mensen filmen omdat ze een camera bij zich hebben. Ze delen de beelden omdat sociale media gigantische podia vormen die om optredens vragen. Technologie dwingt haar eigen gebruik af. Niet voor iedereen op dezelfde manier, maar er is bijna niemand die er niet door gestuurd wordt.

Wie de mogelijkheid heeft om altijd te weten waar zijn kind is, wat het doet, welke cijfers het haalt en hoe die cijfers vergelijken met een landelijk gemiddelde, zit dat kind aanzienlijk meer op zijn nek. Wie precies weet hoeveel stappen hij die dag heeft gezet, en dat het er weer geen tienduizend waren, maakt ’s avonds snel nog even een ommetje. Technologie dwingt niet alleen haar eigen gebruik af, het zweept ook op. De cijfers, of bits en bytes, tonen immers dat het altijd beter, sneller, verder kan.

Ik vroeg me af: kijken de mensen die ongelukken filmen later de beelden nog weleens terug? ‘Het was net een film’, zeiden veel mensen op 9-11, toen twee vliegtuigen de torens van het World Trade Center doorboorden. In films is het beeld bekend, daar storten vliegtuigen voortdurend neer. Elk detail wordt uitgelicht, eventueel voltrekken de laatste meters zich in slow motion, wat in werkelijkheid een paar seconden duurt, bestrijkt in films tientallen minuten.

Alsof je elk moment voor een film met een andere afloop zou kunnen kiezen

Misschien werkt het wel zoals bij een voetbalwedstrijd. De paar keer dat ik een wedstrijd in het stadion zag, mistte ik de herhalingen van tv. Live gebeurt alles eenmalig. De overtredingen, de steekballetjes en de goals: vroeger werden ze nog niet vanuit elke hoek getoond. Als je even niet oplette, had je iets belangrijks gemist. Tegenwoordig hangen de schermen (gelukkig?) overal.

Technologie zorgt ervoor dat je niets hoeft te missen. Wie de nasleep van een ongeluk filmt, kan later inzoomen, de beelden vertragen, de gebeurtenissen steeds weer opnieuw afspelen. Net alsof het een film is.

Is dat wat er gebeurde? Op 11 juni, rond een uur of vijf ’s middags, vielen een jongen en een meisje van een dak in Amsterdam. Ze waren zestien en verliefd, allebei hadden net hun eindexamen gehaald, ze overleefden hun val niet. De overbuurvrouw bleek gefilmd te hebben hoe ze op straat lagen. Ze vroeg of ik het filmpje wilde zien. Dat vroeg ze niet zomaar, even daarvoor had ik verteld dat ik de jongen al zijn hele leven ken, daarom was de overbuurvrouw ook van haar balkon naar beneden gekomen, zodat we niet meer midden in de nacht naar elkaar hoefden te schreeuwen.

Eenmaal beneden vertelde ze huilend dat ze al een hele fles wodka ophad, maar de alcohol nog steeds niet voelde, zo overstuur was ze van wat ze had gezien. Ze probeerde uit te leggen waarom ze was gaan filmen, ook al had ik daar niet naar gevraagd. Ze had een middagdutje gedaan en was nog in halfslaap, zei ze, ze had als vanzelf haar telefoon gepakt, het ding als vanzelf omhoog gehouden, als vanzelf op record gedrukt.

Ze was blijven kijken, omdat ze het ongeluk niet wilde negeren. Maar het leek of ze haar telefoon daarna vooral gebruikt had als scherm, of muur, als iets om tussen zichzelf en de werkelijkheid te zetten. Om die werkelijkheid te mediëren, haar minder hard binnen te laten komen, op afstand te houden. Ja, natuurlijk, dacht ik heel even. Natuurlijk ga je na een ongeluk filmen en natuurlijk kijk je ook niet naar het drama recht voor je, maar naar je scherm. Alsof het een film is inderdaad. Alsof je elk moment ook voor een andere film, met een andere afloop, zou kunnen kiezen. Alsof niets van dit alles echt gebeurd is.