De PvdA in Veendam

‘Alsof wij er zo slonzig uitzien’

Ook in het rode bolwerk Veendam verloor de PvdA tijdens de Tweede-Kamerverkiezingen dramatisch. Wat bewoog de Oost-Groningers, en valt de partij daar nog vlot te trekken? Margalith Kleijwegt ging het vragen.

Medium hh 63913117
Veendam – ‘Vroeger zag ik overal PvdA-posters, in maart hing er helemaal niets!’ © Kees van de Veen /HH

‘Ik had deze slechte uitslag verwacht en het gekke was, het deed me niets’, zegt pvda-partijprominent Jan Köller, woonachtig in Borgsweer, gemeente Delfzijl, over de uitslag van de Tweede-Kamerverkiezingen van afgelopen maart, toen de pvda van 38 naar negen zetels kelderde. Zelfs in het noorden was de klap genadeloos. In de voormalige veenkolonie Veendam stemde 42 procent van de bevolking in 2012 nog op de pvda, nu nog maar 9,5 procent. Dit van oudsher trotse rode, strijdbare bolwerk was weggevaagd en in handen gekomen van de SP en de pvv.

Niet iedereen reageerde zo berustend als voormalig afdelingssecretaris en Statenlid Jan Köller. Er waren er genoeg die verbijsterd waren door deze verschrikkelijke nederlaag. Maar Köller – ‘Ik ben oud gestaald kader, een man van keiharde principes’ – noemde de uitslag onontkoombaar voor een partij die in zijn ogen al jaren haar uitgangspunten verloochende.

Als ik hem vraag wanneer het fout ging met de pvda hoeft hij geen seconde na te denken. Geëmotioneerd en met stemverheffing: ‘Toen Felix Rottenberg samen met Ruud Vreeman voorzitter werd.’ Dat is inmiddels wel twintig jaar geleden. Maar hij volhardt: ‘Zij hebben de partijraad, dat was onze spreekbuis, uitgeschakeld. Vanaf dat moment hadden wij geen invloed meer in Den Haag terwijl wij het noorden juist een stem wilden geven. De sterke band met de kiezer was heel belangrijk voor de partij, en die is daarna nooit meer hersteld.’ Toch blijft Köller lid. ‘Ik zit nu eenmaal aan die partij gebakken, het is de pvda, of niets.’

Ondanks zijn ongezouten kritiek op de pvda is hij boos op de kiezers die naar GroenLinks, de pvv of de SP zijn vertrokken, die het geduld of de energie niet opbrachten om de partij weer vlot te trekken. Een tikkeltje somber: ‘Stemgedrag wordt niet meer ingegeven door wat we zijn of waren, we laten ons veel te veel leiden door de waan van de dag.’

In de jarenlange trouw aan de pvda blijken in en rond Veendam flinke scheuren te zijn gekomen. De SP werd in maart in Veendam de grootste partij, op de voet gevolgd door de pvv, daarna kwamen de vvd, cda, d66 en dan de pvda. Wat is er aan de hand? Dat vroeg ik aan actieve leden, aan leden die hun lidmaatschap opzegden, aan lokale politici en aan gewone buurtbewoners. Ik wilde ook weten of kiezers tips hadden. Hoe kon de pvda er weer bovenop komen?

Voor Köller is het antwoord simpel: de pvda moet het directe contact met de kiezer herstellen, investeren op lokaal niveau. Begin jaren zeventig, vertelt hij, maakte Anne Vondeling, een belangrijk pvda’er die Kamerlid, minister en Kamervoorzitter was, een wandel- en fietstocht door het land omdat hij de kiezers wilde leren kennen. Iedereen was welkom om mee te reizen en ook Köller fietste een tijdje met hem op. Zo ontstond er die broodnodige saamhorigheid die tegenwoordig ver te zoeken is.

Op een avond in mei praat ik met de pvda-fractievoorzitter van Veendam, Ans Grimbergen, met actief pvda- en vakbondslid Josh Tepper en met Ankie Beenen, voormalig wethouder en nu Statenlid in het oud-Hollandse stadhuis van Veendam. In de hoogtijdagen had de pvda dertien zetels en nu nog maar vier. GemeenteBelangen is met acht zetels de grootste partij.

Ja, zeggen ze alle drie, het grote verlies in Veendam is hard aangekomen en nee, de oorzaak van het debacle ligt niet één, twee, drie voor het oprapen. Veendam ligt aan de rand van het aardbevingsgebied, de woede over de gaswinning heeft geen doorslaggevende rol gespeeld. Ze vertellen dat in Loppersum, hart van het aardbevingsgebied, de vvd tot ieders verbazing zelfs de op één na grootste werd.

In Veendam is er opvallend veel steun voor lijsttrekker Lodewijk Asscher, ze vergeven hem die malle lijsttrekkersverkiezing en hij maakt tenminste een betrouwbare indruk. Ze hopen dat hij het goed zal gaan doen. Diederik Samsom lag daarentegen niet helemaal goed in Veendam; dat hij met de vvd in zee was gegaan, werd gezien als verraad. Er is ook waardering voor Lilianne Ploumen, vanwege haar lef om She Decides op te richten, een fonds voor geboortebeperking in ontwikkelingslanden, nadat Donald Trump had besloten de Amerikaanse subsidie hiervoor in te trekken, maar ook omdat ze gewoon is en prettig overkomt.

Voor wie de Veendammers geen goed woord over hebben, is voorzitter Hans Spekman. Met zijn zelfgebreide truien roept hij bij velen vooral irritatie op. ‘Alsof Spekman wil laten zien dat hij één is met ons, met de arbeider’, wordt door bewoners gezegd. Veendammers hekelen de misplaatste solidariteit van Spekman. ‘Eigenlijk beledigt hij ons. Alsof wij er zo slonzig uit zouden zien. Ben je gek, wij kleden ons altijd netjes en we zijn goed verzorgd.’

Ankie Beenen merkte tijdens de afgelopen campagne dat er weinig animo voor de partij was, minder Veendammers dan anders waren bereid een rode roos van haar aan te nemen. Nog steeds verbaasd: ‘Ik kreeg niet eens de gelegenheid om ons beleid uit te leggen. Ze liepen me gewoon voorbij.’

Ze schrok toen ze merkte dat de vrienden van haar volwassen zoon geen van allen nog pvda stemden. Ze waren uitgeweken naar GroenLinks en d66. En, zegt ze zachtjes: ‘Vroeger zag ik overal pvda-posters als ik door mijn wijkje fietste, in maart hing er helemaal niets!’ Zij zoekt de oorzaak van het verlies net als Köller in de verkwanseling van de sociaal-democratie. Niet alleen de arbeidersklasse maar ook de middenklasse is de dupe: te weinig betaalbare huizen, geen baangarantie en de kosten voor de zorg. ‘De bodem wordt onder onze mensen weggetrokken.’

‘We leggen niet goed uit waarom we bepaalde maatregelen nemen’, is de analyse van Josh Tepper. Hij is timmerman, werkt in de bouw en is zes jaar geleden lid geworden. Vol vuur: ‘Er is nog nooit zoveel voor elkaar gebracht als door dit kabinet.’ Met als minpuntje: ‘Onze bewindspersonen spraken onvoldoende aan, ze zijn zo hoogopgeleid dat ze te ver van onze kiezers af staan.’

Small img 1094
Veendam – ‘Wij hier stemmen allemaal Wilders.’Niet PvdA?‘Haha, nee, de Partij van de Arabieren zul je bedoelen’ © Foto’s Margalith Kleijwegt

Als wethouder realiseerde Ankie Beenen een totale vernieuwing van de wijk Veendam-Noord, decennialang het ‘roodste’ bolwerk van Veendam. Een buurt met strijdbare bewoners, die ook sociale en andere problemen hadden. De buurt dreigde te verloederen en kon wel een opknapbeurt gebruiken. Dat is gelukt, Veendam-Noord is nu heel aantrekkelijk, veel groen, koophuizen naast huurhuizen, je zou er zo willen wonen. Het stembureau in deze buurt was het nieuwe multifunctionele centrum Meridiaan, met daarin de thuiszorg, een basisschool en kinderopvang. Er omheen huizen voor bewoners op leeftijd, iedereen leeft hier door en met elkaar.

Veendam-Noord ligt er vandaag idyllisch bij. Veel groen, ruisende bomen, kleine en grote vijvers, volwassenen rijden op nieuwe e-bikes, leerlingen van de basisschool lopen hand in hand over de stoep achter de juf aan. Bij het verenigingsgebouw van de redelijk grote Turkse gemeenschap ontmoet ik Özgür Türk. Hij is 39, getrouwd en hij heeft twee kinderen. In verkiezingstijd, vertelt hij, komt de landelijke pvda traditiegetrouw naar Veendam. Vroeger kwamen daar wel honderd Turkse Nederlanders op af. Deze keer waren het er maar acht, vooral bestuursleden die uit beleefdheid gekomen waren. ‘We hebben niets meer van de pvda te verwachten’, legt hij uit. ‘Die tijd is voorbij.’

Zijn vader, die inmiddels geremigreerd is, stemde altijd pvda. ‘Ik vroeger ook, maar niet meer. Ik zie ze als sympathisanten van de pkk, dat is voor ons net zoiets ergs als de nazi’s voor jullie waren.’ Veel leden van de vereniging kozen afgelopen maart voor de partij Denk, ‘die komt tenminste voor ons Turken op’. Türk koos zelf voor GroenLinks, ‘dat is een vlotte partij’. De Tweede-Kamerverkiezingen zijn voor hem maar bijzaak. Veel zwaarder telde het moment dat hij in Deventer afgelopen april mocht stemmen over een grondwetswijziging in Turkije. ‘Het is in Veendam gezellig en rustig en iedereen zegt elkaar gedag, maar Turkije is ons land. De meesten van ons willen uiteindelijk toch terug.’

Aan de andere kant van het uitgestrekte grasveld waar het verenigingsgebouw aan ligt, loopt Jans, hij komt van het winkelcentrum Autorama, met winkels als Action, Aldi, Albert Heijn, Pets Place en Harry’s Lunchroom de trots van de buurt. Jans is vijftig jaar en toen zijn vader een paar jaar geleden overleed, heeft hij zijn moeder in huis genomen, ‘dat moet je doen, toch?’ Omdat zijn moeder aow krijgt, is zijn uitkering gekort. ‘Daar heb ik dertig jaar voor gewerkt en dat geld gaat allemaal naar die buitenlanders en die hebben het al zoveel beter.’

‘Ik kreeg niet eens de gelegenheid om ons beleid uit te leggen. Ze liepen me gewoon voorbij’

Jans was timmerman maar raakte werkloos toen meubelfabriek Marko in 2012 failliet ging. ‘Ik zit aan huis en dat wil je natuurlijk niet. Ik reageer op alle vacatures, van automonteur tot stratenmaker, maar ik word niet eens uitgenodigd voor een gesprek.’

Stemmen doet hij niet, in de politiek gelooft hij niet meer. ‘Vroeger stemde ik pvda, dat was de partij voor de gewone mensen, maar nu?’

Even verder staat André Loorbach te schoffelen in zijn voortuintje. Jarenlang was hij actief binnen de fnv en stemde hij pvda, maar deze keer voor het eerst niet meer. De pvda, zegt hij als zoveel anderen, is er niet meer voor de gewone man.

De naam van Wim Kok valt opvallend vaak tijdens gesprekken; door commissaris van ing te worden, verkocht hij zijn ziel aan het grootkapitaal. Veendammers begrepen het niet en, hoor ik keer op keer, dat deed echt pijn. Loorbach stemde deze keer op Jesse Klaver, omdat hij jong is en eerlijk overkwam. Lokaal stemt hij ook niet meer pvda, maar GemeenteBelangen.

Loorbach is een zachtmoedige man die de gevoelens van veel Veendammers verwoordt: de politiek moet zich voor de gewone burger interesseren, gemaakte beloftes nakomen, en duidelijk zijn, net als Pim Fortuyn was. Die naam valt voortdurend als lichtend voorbeeld, zelfs bij mensen die pvda stemmen. Fortuyn, hoor je, gebruikte niet van die ingewikkelde termen. Hij snapte de kiezer en hij had een vooruitziende blik. Als zo iemand weer opstaat, stemt heel Veendam op hem.

Loorbach heeft een paar tips voor de pvda: weg met die eigen bijdrage voor de zorg, voer de dienstplicht weer in, en, misschien het belangrijkste: maak de uwv-machinerie menselijker. Uit eigen ervaring weet hij hoe afschuwelijk die is: ‘In 2012 ben ik thuis komen te zitten, bij een reorganisatie lag ik eruit. Aan de vakbeweging had ik niets. Het waren vreselijke tijden, ik was 48, te oud en te duur. Ineens was mijn bestaan volstrekt onzeker. Ik leed daar enorm onder, maar bij het uwv kun je alleen via internet contact maken. Ik heb nooit een werkcoach gezien, nooit. Ik wilde dolgraag werken maar ik werd door niemand geholpen, ik voelde me zo alleen. Ik was bang dat we ons huisje moesten verkopen. Uiteindelijk was een vrouw bij de bank onze reddende engel, zij zette zich voor ons in. Ik ben inmiddels weer aan het werk, al heb ik nog geen vast contract. Ik ben minder somber, ik heb weer hoop gekregen.’

De grootouders van veel Veendammers streden voor betere arbeidsomstandigheden. Het gemeenschappelijke doel was lotsverbetering en emancipatie. Van die onderlinge solidariteit is, ook dankzij het succes van die emancipatie, weinig meer over.

De in totaal elf kinderen, neven en nichten van Frits Muurman, oud-wethouder en oud-raadslid in Veendam, stemden deze ronde geen van allen meer op de pvda. Zelfs zijn neef, die nog wel lid is, koos voor de SP. En een nichtje verruilde de pvda voor de pvv. Terwijl ze de denkbeelden van Geert Wilders niet eens onderschrijft. Ze wilde benadrukken dat de politiek te ver van haar af was komen te staan en stemde dus uit protest pvv. Twee andere neven zeiden de pvda vaarwel en kozen voor GroenLinks.

Hoe anders was dat in de tijd dat Frits Muurman opgroeide. Zijn geschiedenis is zowel indrukwekkend als exemplarisch: ‘Ik kom uit Muntendam, een paar kilometer hier vandaan. Een dorp dat nóg roder was dan Veendam. Wij waren thuis met z’n zevenen, we hadden de Vara-gids en lazen Het Vrije Volk, een socialistische krant. We zongen samen strijdliederen…’ en hij neuriet: ‘Op socialisten, sluit de rijen, het rode vaandel volgen wij…’ Er werd gestreden voor een fatsoenlijk bestaan, en, misschien nog belangrijker, er was saamhorigheid.

‘Het mooie was dat we allemaal in hetzelfde schuitje zaten’, vertelt Muurman, ‘ons bestaan was karig, maar we waren niet arm. Wij gingen niet met vakantie, maar dat maakte niet uit want niemand ging met vakantie, mijn vriendjes ook niet. In deze streek stemde bijna iedereen cpn of pvda. En vergeet niet, de vakbeweging was heel sterk. Ik ging naar de ulo, de vroegere mavo, en dat was heel wat, mijn vriendjes gingen op hun veertiende, vijftiende aan het werk. Wij leefden toen aan de onderkant van de samenleving, maar er is veel bereikt, we hebben het beter gekregen. De keerzijde is dat jonge mensen, ook mijn kleinkinderen, veel minder geïnteresseerd zijn in politiek, ze zijn meer bezig met hun eigen carrière.’

De vader van Muurman kwam uit een gezin met elf kinderen die geen van allen doorleerden. Maar binnen twee generaties vond een revolutie plaats. ‘Mijn vader heeft elf kleinkinderen waarvan er zeven een universitaire studie hebben gevolgd en vier een hbo-opleiding volgden of volgen. De verheffing van de arbeidersklasse is in mijn familie goed gelukt.’

Toch voelt Muurman zich steeds minder thuis bij zijn oude partij, Diederik Samsom heeft de belangen van de kiezer onvoldoende veiliggesteld door die ellendige samenwerking met de vvd, zegt hij. Muurman overwoog op GroenLinks of de SP te stemmen, in ieder geval op een partij die de bankiers en de multinationals wilde aanpakken. Eenmaal in het stemhokje lukte het hem niet. ‘Mijn roots liggen bij de pvda. Geen pvda stemmen zou voelen als een echtscheiding. En vergeet niet: de pvda heeft ons ook gebracht waar we nu zijn. Het liefst zou ik zien dat de pvda een actiepartij voor de werkenden werd. Ik weet zeker: dan hebben ze toekomst.’

Eva is het eens met Muurman. Ze is 25 en komt zoals velen van haar generatie niet aan het werk, daarom doet ze vrijwilligerswerk in centrum Meridiaan in Veendam-Noord. Ze is hoogopgeleid, heeft een master wetenschappelijk tekenen, maar er zijn onvoldoende banen in haar vakgebied. Daar zit je dan met je mooie diploma. Ze is weer bij haar ouders ingetrokken omdat ze de huur van haar kamer niet langer kon betalen. Haar zusje rondde de pabo af, die valt af en toe in, niet te vaak, want anders moet de school haar een vast contract aanbieden. Twee voorbeelden van jonge mensen die doorleerden maar die zich grote zorgen maken. Eva stemde vroeger pvda, nu niet meer, ze twijfelt of de politiek haar wel kan helpen.

Het pvv-geluid is luid en duidelijk te horen in Veendam. Maar het lijkt of veel pvv-stemmers vooral een daad wilden stellen en daarom een provocerend tegengeluid lieten horen. Problemen met de Turkse bevolking zijn er nauwelijks en het geringe aantal asielzoekers dat Veendam opnam kan de hoge pvv-score ook niet verklaren.

‘Geert belooft niets en daarom stem ik op hem’, zegt Eijldert. Hij is een van de zeven oudere mannen die op het pleintje vlak bij het stadhuis zitten. Het is prachtig weer, het zonnetje schijnt, er waait een zachte bries. Sommigen zijn op het muurtje neergestreken, maar Eijldert blijft op zijn scootmobiel zitten, er zit een grote pleister over zijn neus.

‘Dit is het Wilders-hoekje’, zegt een van zijn kompanen. ‘Wij hier stemmen allemaal Wilders.’ Niet pvda? ‘Haha, nee, de Partij van de Arabieren zul je bedoelen.’

De kinderen van Eijldert, een van hen werkt bij de gemeente Veendam, stemmen net als hij op Wilders. Een proteststem? ‘Ja Natuurlijk!’ Wat stemde hij vroeger? ‘cpn.’

En waar protesteert hij tegen? Hij haalt zijn schouders op: ‘Ik ben tegen Europa, faliekant. Niet tegen echte vluchtelingen, die mensen kunnen er ook niets aan doen. Maar toch zeg ik: eigen volk eerst.’

‘Onze bewindspersonen spraken onvoldoende aan, ze zijn zo hoogopgeleid dat ze te ver van onze kiezers af staan’

Ze voelen zich achtergesteld: ‘Wij in het noorden krijgen nooit iets.’

Hier is toch meer welvaart gekomen, zeg ik, ook dankzij de pvda? ‘Helemaal niet, kijk naar die voedselbanken, dat is toch verschrikkelijk!’ Maar hebben jullie het beter dan je ouders? Iedereen knikt, zeker hebben ze het beter. Veel beter zelfs. Ook door toedoen van de pvda? Absoluut, beamen ze als uit één mond. En kankeren vervolgens lekker door.

Lokale partijen doen het goed. Soms stapt een pvda-politicus ernaar over. Markus Ploeger, jarenlang wethouder voor de pvda en daarna raadslid, verliet na een conflict de politiek. Inmiddels is hij raadslid voor Kritisch Menterwolde, een lokale partij. Menterwolde ligt op een steenworp afstand van Veendam. ‘We doen het handwerk, gewoon huis aan huis langs de mensen gaan, dat werkt.’ Hij snapt de aantrekkingskracht van de pvv: ‘De afbraak van de zorg, asielzoekers die anders zijn en die geen gordijnen voor het raam hebben hangen, die geen onderdeel worden van de gemeenschap.’

Toen Ploeger zijn lidmaatschap van de pvda beëindigde, kreeg hij geen bezoekje of bedankje maar wel een telefoontje via een callcenter. Of ze hem wat vragen mochten stellen. ‘Na alle inzet die ik voor de partij had getoond bleek er geen daadwerkelijke interesse voor mijn stap te zijn. Dat stak.’ >

De pvda roept agressie op. Het is de partij die het altijd beter weet. Die arrogant is, zich superieur waant. Harry Schoonewille, fractievoorzitter van de SP in Veendam en oud-politieman, is de politiek zelfs ingegaan vanwege de pvda. ‘De bewoners reageerden destijds veel te gelaten op die dominante positie van die partij. Ik vond het zo’n old boys network, daar wilde ik deuken in slaan.’ Het lukte hem meteen, bij de vorige raadsverkiezingen haalde de SP vier zetels. ‘Je moet je niet te goed voelen om het over hondenpoep te hebben’, zegt Schoonewille.

Eind mei diende de pvda tijdens de raadsvergadering een motie in over anoniem solliciteren om zo iedereen een gelijke kans te geven. Zo’n onderwerp, zegt Christel Knot, fractievoorzitter van de zes zetels tellende partij GemeenteBelangen, wordt veel te veel vanuit de pvda in Den Haag gedirigeerd. Ze vindt dat je lokale politici niet moet opzadelen met kwesties die lokaal minder spelen. Vanavond voert ze het woord. ‘Is discriminatie op grond van je achternaam werkelijk een probleem hier?’ vraagt ze nadat de motie is ingediend. De motie haalt het niet.

pvda’ers moeten over het algemeen niets van GemeenteBelangen hebben. ‘Te populistisch’, zegt de een. ‘Het voelt niet goed’, zegt de ander. Knot haalt haar schouders op. ‘Mijn vader komt uit een arbeidersgezin’, vertelt ze. ‘Hij wist wat armoede betekende. Mijn ouders waren trouwe pvda’ers en mijn vader, die bij de spoorwegen werkte, was ook actief in de vakbond. In die tijd was er nog een hoop recht te zetten, er was zoveel maatschappelijke ongelijkheid, de rangen en standen zag je zelfs bij de bakker, waar de vrouw van de boer altijd met u werd aangesproken en de arbeider steevast bij de voornaam werd genoemd. We konden het alleen maar beter krijgen.’

Christel Knot stemde zelf ook pvda, tot Wim Kok ing-commissaris werd. Ze was diep geschokt, waar waren zijn principes? En dat de pvda vervolgens Pim Fortuyn als een malloot wegzette, kon er bij haar niet in. ‘Ze hadden niet door hoe de wereld veranderde.’ Bovendien, zegt ze net als veel anderen, de politieke elite had nog alleen oog voor zichzelf.

GemeenteBelangen behaalde in 2010 acht zetels, Knot kwam in de raad en werd in 2014 fractievoorzitter. De pvda zit voor het eerst sinds decennia niet in het college. Prima, vindt Knot. ‘Mensen zijn murw van die oude politiek.’

Medium img 1104
© Foto ‘s Margalith Kleijwegt

Het ledenaantal van de pvda in Veendam is behoorlijk teruggelopen. Jannie Blaauw en Ineke van der Meer zegden beiden hun lidmaatschap op. Net als Edo Schrik. Hij is manager bij de sociale werkvoorziening en schreef de partij over zijn zorgen toen staatssecretaris Klijnsma bekendmaakte die werkvoorziening te willen afbouwen. Te veel mensen met een beperking zouden door die maatregel tussen wal en schip vallen. Hij was niet de enige die bezorgd was, ook de ser waarschuwde Klijnsma. Toen hij geen reactie kreeg van de pvda, was hij boos en zegde zijn lidmaatschap op. Op aandringen van vrienden is hij inmiddels toch maar weer lid geworden. Schouderophalend: ‘Ik kan me moeilijk in een andere partij vinden.’

Dat geldt niet voor Ineke van der Meer, 52. Ze werd lid van de pvda in de tijd dat ze bijstandsmoeder was. Eén keer woonde ze een partijbijeenkomst bij en daar was zij veruit de jongste. Ze was wel een tijdje actief in de Emancipatieraad, ze mocht daar over haar ervaringen als bijstandsmoeder vertellen, dat was zeker nuttig. Maar de laatste tijd stemde ze niet meer op de pvda. Ze was het niet eens met de bezuinigingen in de zorg en ze was zeer gekant tegen die vreselijke flexcontracten. Uit eigen ervaring wist ze hoe fnuikend dat is. ‘Die onzekerheid doet wat met je.’ Na de verkiezingen besloot ze haar lidmaatschap stop te zetten, ze kreeg een wat vreemde reactie waar ze nog om moet lachen: ‘Ze vonden het jammer, schreven ze, maar hoopten me in de toekomst weer terug te zien.’

Het heeft oud-wethouder Ankie Beenen diep geraakt dat Jannie Blaauw, 80, ook haar lidmaatschap opzegde. ‘Zo’n geweldige rode vrouw.’ Haar opa werd zeventig jaar geleden te werk gesteld bij het aanleggen van het kanaal in Vledderveen. Blaauw laat een foto zien met daarop tientallen mannen, haar opa zit trots op de voorste rij. In die tijd was er zoveel om voor te vechten.

Jannie wilde graag verpleegster worden, maar daar was geen sprake van. Haar eerste baantje was op een kantoor in de kartonindustrie waar ze geen cent pensioen opbouwde. Dat vond men in die tijd niet nodig voor vrouwen. Haar twee dochters mochten wel zelf beslissen wat ze gingen studeren, zij verdienen hun geld in de zorg, de oudste is verpleegkundige, de jongste activiteitenbegeleidster. Beiden stemmen linkser dan de pvda, die ze ‘elitair’ noemen. De kleinkinderen, behalve de kleinzoon die op de Partij voor de Dieren heeft gestemd, zijn nauwelijks in politiek geïnteresseerd, iets wat je over de hele linie ziet. Ook in deze familie wordt Pim Fortuyn genoemd als een ‘man met karakter’ die een vooruitziende blik had.

Jannie Blaauw vroeg haar kinderen en schoonzoons hoe de pvda er weer bovenop zou kunnen komen. Sommige antwoorden doen nostalgisch aan: de aow moet terug naar 65, de 24-uurs-economie moet worden teruggedraaid en ‘kinderen horen niet in de kinderopvang omdat ouders zo nodig moeten werken’. De zorgen van vroeger zijn er niet meer, maar er zijn andere voor in de plaats gekomen en die negeert de pvda. ‘Jongeren moeten een toekomstperspectief hebben, ze moeten een gezin kunnen stichten en hoe kan dat als je geen vaste baan krijgt en dus geen huis kunt kopen.’ Het neoliberalisme, vinden Jannie Blaauw en haar familie, ondermijnt de samenleving.

Vlak voor de verkiezingen in maart stuurde Blaauw een lange brief naar de pvda, de partij waar ze sinds haar achttiende op stemde. Het was de tweede keer dat ze haar bezwaren op schrift stelde; dat ze de eerste keer geen antwoord kreeg, had haar enorm gegriefd. Ze ging er opnieuw voor zitten en deze keer legde ze uit waarom ze niet langer lid wilde zijn. In de laatste zin beloofde ze niet op Wilders te stemmen, op welke partij wel, dat wist ze nog niet. Eenmaal in het stemhokje kon Blaauw, net als Muurman, het niet over haar hart verkrijgen en werd het toch weer pvda. Op haar uitvoerige opzeggingsbrief kwam tot haar grote spijt nooit een reactie.

Het is het voortdurende gevoel als individu, als ‘gewone man’, door de partij vergeten te worden, zoals André Loorbach en anderen zeiden. De pvda is technocratisch, wordt gezegd, weet te vaak wat goed voor een ander is, en voelt de tijdgeest onvoldoende aan, waardoor de nieuwe generatie naar andere partijen uitwijkt.

Is dat gevoel van niet meer mee te tellen terecht? Is de partij onvoldoende geïnteresseerd in of begaan met de ‘gewone man’? Of zijn de kiezers te verwend? Willen ze te veel? Zijn ze onvoldoende bereid ook zelf een bijdrage te leveren? Misschien heeft de pvda de problemen van deze tijd – te veel afgestudeerden voor te weinig banen, flexwerk dat tot te veel onzekerheid leidt, de kosten van de zorg – onderschat, of te laat onder ogen gezien? Want hoe zorg je ervoor dat je de tijdgeest wél weer goed aanvoelt?

pvda-prominent Paul Depla publiceerde onlangs het rapport Op _de__ toekomst_ naar aanleiding van de verkiezingsnederlaag. Daarin stelde hij dat de macht van de pvda de partij in de afgelopen jaren min of meer is opgebroken, haar van de kiezer heeft vervreemd. Want macht is iets anders dan invloed en die hadden de sociaal-democraten juist te weinig, aldus de treffende observatie van Depla. Terwijl de populisten onzekere burgers een stem gaven, deed de pvda dat onvoldoende en dat is precies wat je ziet in Veendam. Weg met de beroepspolitici, richt je op de bestaanszekerheid van je kiezer, vindt Depla. Zorg dat mensen opnieuw betrokken raken, maak van de pvda een beweging.

Dat vindt Frits Muurman ook, net als ex-lid Ineke van der Meer: ‘De partij moet vernieuwen en verjongen, de straat opgaan.’ Een prima idee, vindt Muurman, die als eerste in Veendam de term ‘actiepartij voor de werkenden’ liet vallen, maar ze moeten snel zijn. Ga fietsen, ga wandelen, ga voor mijn part met z’n allen fitnessen of loungen, maar dóe iets, zeggen betrokken Veendammers. Voor het te laat is.

Veendam

Veendammers hebben het beter dan vroeger, ook in de afgelopen jaren steeg het welvaartspeil volgens cijfers van het CBS. 64,8 procent van de inwoners heeft een koophuis, dat is meer dan de 56,2 procent in de rest van Nederland. De werkloosheid is groter dan landelijk: 7,3 tegenover 6,1 procent. In Veendam ligt het opleidingsniveau lager, maar dat is altijd al zo geweest. De bevolking krimpt, maar niet dramatisch.