nederpop

Altied ‘n beetie harfst

Daniël Lohues

Het is herfst in het Drenthe van Daniël Lohues. Als je deze weken uit het raam kijkt, zou je het nog geloven ook. ‘De kleuren van vandage/ duuzend soorten gries/ de horizon is uutgumd/ net zo as de tied’, zingt de kleinkunstenaar op zijn nieuwe album Allennig IV. Lohues, die in 1997 doorbrak met zijn toenmalige band Skik, bezong de afgelopen vier jaar de jaargetijden. Allennig I ('alleen’ in het Drents) was het relaas van een winterdag, Allennig II en III waren respectievelijk de lente en de zomer. Nu is het laatste deel verschenen - de oogst is binnen.
Lohues vertelt in zijn piano- en gitaarliedjes de grote verhalen van kleine mensen. Met zijn Allennig-reeks is hij zo langzamerhand de chroniqueur van het Drentse leven geworden, die het bovendien niet nalaat om grootmoeders wijsheden opnieuw te overdenken: 'Pries de dag nie, veur ’t aobend is’ zong hij op het eerste Allennig-album, op het tweede 'Oma had geliek’ en op nummer drie 'Nooit stoppen met probeern’.
Ook op Allennig IV is weer zo'n staaltje Drentse logica en nuchterheid te vinden. 'Elk mens die hef zich 'n kruus te dragen/ Op zich bennen die kruuzen precies eben groot/ ’t verschil is de iene hef der iene van piepschoem/ En de ander die hef ’m van lood’. Elk huisje heeft zijn kruisje, dus tel je zegeningen, zegt Lohues. En dan nog iets: 'A'j almaol joen kruus op 'n bulte zoln gooien/ En as dan daornao deur 'n engel zegd weud/ Pak mar weer iene, maakt niet uut welken/ Dan zuuk ie uuteindelijk, as ’t der op ankomp joen eigen der weer tussenuut.’ Hij heeft waarschijnlijk nog gelijk ook.
Bij Lohues proef je op elk Allennig-album die mengeling van liefde voor zijn streek en bewijsdrang naar buiten toe. Dat levert overigens prachtige liedjes op, wanneer Lohues de koningin vraagt of het platteland 'echt plat blieben mag’ of wanneer hij benadrukt dat 'ten oosten van de iessel’ de halve wereld ligt. Toch lijkt dat activisme - tegen oprukkende bebouwing, het geloof en het Westen - op deze laatste plaat enigszins te zijn verschoven naar berusting. Een lied als Zo giet dat hier zegt wat dat betreft genoeg. Doordeweeks wordt er gewerkt en eet men sperziebonen met appelmoes. In het weekend blijft de kerk steeds vaker leeg, zelfs een pastoor komt er steeds minder, men drinkt bier en op zondagavond wordt er chinees gehaald: 'mooi thuus uut eten’. Ook muzikaal is Lohues minder uitbundig. Een van de muzikale hoogtepunten, Op 'n dorp is iederiene een beroemdheid, is zelfs een cover van de Amerikaanse countryzangeres Miranda Lambert. Toch slaagt Lohues erin met zijn hertaling een echt Drents verhaal te vertellen. 'Elke tante, buurvrouw, winkelier/ Wet waor iederien de mosterd haalt’. Conclusie: in elk dorp is het hetzelfde liedje, er wordt altijd geroddeld. En dat is volgens Lohues 'soms hielemaol niet mooi’.
Lohues noemt zichzelf steeds vaker 'troubadour’. Met een gitaar op de rug en een mondharmonica in zijn zak trekt hij langs de theaters om verhalen te vertellen. Zoals dat van een mecanicien uit Drenthe die na een ongelukkige aanrijding moord in de schoenen geschoven kreeg en nog altijd in een cel in Alabama zit. Vreselijk verhaal, zwaarmoedige klank, maar een tekstueel pareltje. Als je de hele Allennig-reeks achter elkaar beluistert is het elk seizoen een beetje herfst en is het op Allennig IV gewoon een beetje meer herfst.

Daniël Lohues, Allennig IV, label: Play It Again Sam