Altijd bezorgd of hij nog begrepen wordt

Wouter Godijn – Steeds op zoek naar de bijzondere blik © Merlijn Doomernik

‘De redacteur was zich aan het uitkleden.’ Treffende eerste zin van deze roman waarin een oude redacteur van thrillers, fantasy- en sf-romans zichzelf ook figuurlijk ‘uitkleedt’. Het is een uitgebluste figuur, cynisch, gefrustreerd en der dagen zat. ‘De redacteur keek naar zijn slappe borstjes, die hem deden denken aan een Boeddhabeeld, maar ook, vluchtiger, aan de snuit van een miereneter.’ Van ‘echte’ literatuur heeft hij geen hoge pet op, dit geeft Godijn de kans een paar lekkere oneliners los te laten: ‘Literatuur is passé en ik ben vergeten mijn sokken uit te doen.’ En: ‘Mulisch: ich hab, du hast, er hat, een algauw ontsporend speelgoedtreintje.’ Uiteraard komen ook de nodige grappen voorbij over de verhouding tussen schrijvers en hun redacteur: ‘(…) hij fantaseerde hoe hij tegen een schrijver zei dat hij de toevoeging “als een frikandel” moest schrappen’. In ieder geval kijkt de redacteur met verbittering naar zichzelf. Hij gaat naar bed en valt in slaap. De roman bestaat vervolgens uit de navertelling van drie dromen van de redacteur. Drie verhalen die symbool staan voor de problematiek van de redacteur. In alle drie gaat het over de zoektocht van een man naar zijn zus en hun dode moeder. Het eerste is geschreven in de stijl van de historische fantasyroman, het tweede als thriller en het laatste als sciencefiction geschiedenis. Met daartussendoor commentaren van de dromer. Langzamerhand komt de waarheid aan het licht over de dood van de moeder en de gemankeerde incestueuze verhouding van de dromer met zijn zus. Dit klinkt zwaar op de hand, en zeker ook tragisch, maar Godijns verhaal blijft meeslepend en geloofwaardig, wat te maken heeft met zijn opgewekte, soms wat jolige verteltoon, die de tragiek van het geheel niet de overhand laat nemen.

Ook in zijn eerdere prozawerk hoefde je niet te rekenen op een verhaal met een bevredigende oplossing. Deze schrijver houdt niet van expliciete drama’s, hij houdt van de vertellende omweg. Hij zoekt in zijn werk de grenzen op van de realistische vertelling. Ook nu weer, en zijn spel met droom en werkelijkheid blijft tot het dramatische einde intrigeren. De verhaalopzet gaf hem volop de kans zijn grote schrijfkracht te demonstreren en die kans greep hij. Hij maakte van de droomvertellingen geen stijlparodieën, dat zou goedkoop zijn, wel gebruikt hij in de eerste droom de bekende ingrediënten uit de Game of Thrones- en Lord of the Rings-literatuur. De reis met een gezelschap door onbekende streken, de wraak, de verlaten mistige gebieden, de enge kloof, het weidse landschap waar het niet pluis is, de nare ‘monsters’ die onverwacht toeslaan en de ‘vijand’ die zich steeds verder terugtrekt in onherbergzaam land. Land dat langzamerhand verdacht veel begint te lijken op het gebied waarvandaan ze vertrokken zijn: ‘We vochten met de berggeesten tot het licht begon te worden.’

Deze schrijver houdt niet van expliciete drama’s, hij houdt van de vertellende omweg

Ook in de thriller gaat hij satirische ingrepen uit de weg. We herkennen de ingrediënten: de foute opdrachtgeefster, het geweld, de val, de louche tegenstander, de marteling, de gelukkige ontsnapping en de verdwenen zus die helemaal niet verdwenen blijkt te zijn. Mickey Spillane, James Hadley Chase, Raymond Chandler, de topauteurs uit dit genre, zijn niet ver weg. Godijn kent deze stijl, hij geniet ervan en laat het merken: ‘Ze sloeg haar benen – lange benen – over elkaar en vroeg of ze mocht roken. Ze zoog aan haar sigaret alsof ze er nog een rekening mee had te vereffenen – nee: een rekeningetje.’ Groot verschil met de thrillertraditie is dat de ik-figuur de gebeurtenissen in de dromen voortdurend van commentaar voorziet, bijvoorbeeld: ‘(…) fuck, deze zin dreigt net zo lang te worden als die benen’. Dan laat de schrijver realisme los. De ‘held’ in de droom is altijd ‘on the look out’, altijd bezorgd of hij nog begrepen wordt, niks overslaat, de zaken correct voorstelt. Dat wordt wel eens te veel. Maar ik heb er begrip voor: op deze manier krijgen we de verwarring en de gekweldheid van de ‘held’ goed in beeld.

De laatste droom speelt zich in de toekomst af. Er leven nog twee miljoen mensen op aarde, de weinige overlevenden zoeken een weg naar het noorden, naar een mythisch gebied waar het leven nog geleefd kan worden. Klassiek gegeven uit de sf-traditie: wat gebeurt er met de Mensheid na de Ramp? Godijn maakt er een spannend verhaal van met verlaten villa’s, met elkaar bestrijdende groepen, met een danspartij aan het strand en met de nodige ondergangsprofetieën. De verteller in de droom raakt zijn zus kwijt. Is ze ontvoerd? Is ze dood? Hij volgt haar spoor en trekt dieper en dieper onbekend terrein binnen.

Voor de goede orde: de ‘ik’ in dit verhaal is niet de dromende redacteur, maar een figuur die in de droom van de redacteur zijn belevenissen aan die redacteur vertelt. Droom in een droom. Ingewikkeld? Niet als je deze doordachte roman leest, Godijn slaagde erin zijn opzet aannemelijk te maken, uitstel van ongeloof kostte me geen enkele moeite. Dat heeft te maken met zijn opgewekte, precieze schrijfstijl die steeds op zoek is naar de bijzondere blik, het ingenieuze beeld en de treffende formulering. Maar ook met de overtuigende en innemende toepassingen van verschillende stijlen uit de wereld van de pulpliteratuur. Hij koos niet voor de makkelijke weg van de satire, maar laat zien dat hij aan deze literatuur schatplichtig is.