TONEEL

Altijd elf gebleven

Meneer Ibrahim

Niets menselijks is ons vreemd, dus worden ook wij wel eens wakker uit een dagdroom waarin Hero Brinkman of Martin Bosma, beiden van de belletjestrekkerspartij van de Vrijheid, tergend langzaam het vel van de joods-christelijke traditie over hun zelfingenomen oren wordt getrokken, terwijl Hafid Bouazza Arabische erotische poëzie voordraagt en Job Cohen pittig doorgetrokken oriëntaalse thee schenkt. Er is nu een remedie tegen die koud geserveerde wraakgevoelens: een bezoek aan de voorstelling Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran. Het boek van Eric-Emmanuel Schmitt uit 2001 wás al een goede reden tot vreugde, na het zien van de toneelversie zijn de passaatwinden van onze geperoxideerde vrijheidsapostel en zijn trawanten weer voor maanden moeiteloos en met een brede glimlach te verdragen.
Momo is een joods joch in de Parijse hoerenbuurt dat vriendschap sluit met meneer Ibrahim, de kruidenier in de Rue Bleue (niet echt blauw) die door hem bestolen wordt. Eigenlijk ontstaat de vriendschap andersom, maar dat heeft Momo nog niet door, daar is-ie te jong voor, maar meneer Ibrahim is zelf altijd elf gebleven en daar boft Momo, die het in het leven niet getroffen heeft, mooi mee. De Nieuw Amsterdam, een kleine firma die grossiert in ‘wereldtoneel’, heeft regiemaestro Erik Vos en schrijver Inez van Dullemen uitgenodigd het bescheiden boek voor het toneel te bewerken, waarbij het een eenvoudig wonder is dat ze door ogenschijnlijk bijna niets te doen een leespareltje de andere kunstvorm die toneel heet in hebben getild. In de eerste minuut verandert de ruimte, waar je al een tijd naar hebt zitten kijken (het autokarkas van een ouwe eend dat een wezenlijke bijrol speelt, net als de schommel), in een geraffineerd vormgegeven en belichte (Tom Schenk) speelplek, waar de muziek (Matthijs Vos, ja, inderdaad: familie!) meteen een licht spel begint te spelen met wat een Leitmotiv blijkt te zijn, waardoor we het verhaal worden binnengeleid, zoals meneer Ibrahim zijn Momo het leven-van-de-glimlach binnenvoert.
Saar Vandenberghe speelt het hoertje bij wie Momo zijn spaargeld op mag snoepen om een klein mannetje te worden, ze speelt ook de plots opduikende moeder, een sleutelscène die zo wonderschoon stil wordt gespeeld dat je weet wat je al wist: er zijn geen kleine rollen. Tim Linde knutselt met een vrolijke en stil makende kleinekereltjesbravoure het portret van een joch bij elkaar, dat vol van complexe details zit, rijk als het vele wat hij in korte tijd leert. En Sabri Saad El Hamus als de wijze man uit de winkel van 'tot ’s avonds laat en ’s zondags ook’, deze prachtacteur heeft even alle Noord-Afrikaanse-fonkeldandy-bling-bling van zich afgeschud, hij lijkt thuisgekomen, hartveroverend is zijn portret van meneer Ibrahim. De voorstelling is een 'echte Erik Vos’: het kunstwerk als geheel draagt onmiskenbaar zijn signatuur, die onbenoembaar is, Cézanne die voor de zoveelste keer 'zijn Berg’ schildert, sfeervol en harmonieus, de dissonanten van de dwarse esthetiek schitteren erdoorheen. De berg heet hier trouwens de onhandig door het levende stumperende mens. Alle touwtjes van de meewerkende kunstenaars heeft hij in handen, op beslissende momenten laat Erik Vos ze vieren.
En dan gaan ze vliegen.

Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran is de 'Geheimtipp’ van het seizoen, nog te zien tot eind februari (en daarna hopelijk nog veel langer) in Hoorn, Zoetermeer, Groningen, Amsterdam, Haarlem, Utrecht, Antwerpen en Leiden. www.denieuwamsterdam.nl, 020-6278672