Televisie

Altijd gelijk

Televisie: Afscheid van tv-persoonlijkheid Marcel van Dam

De allerlaatste Lagerhuis-stelling die dompteur Witteman zijn kleine roofdieren toewierp luidde: «Marcel van Dam heeft altijd gelijk». Die stortten zich er als altijd hartstochtelijk zij het lacherig op, waarbij «vriend» louter de loftrompet stak en «vijand» dat deed na een stekeligheidje: de leeuw werd bij zijn afscheid bejubeld. Verdiend, gezien het complete tv-oeuvre. Al blijft reserve die deels met de programma’s, deels met de persoon van doen heeft. En soms loopt dat dooreen. De drammerigheid te groot; onder het nette pak te veel de straatvechter voor wie de gordel niet heilig is; humor die zelfspot ontbeert. Als «links» er ooit in slaagde weerzin op te roepen vanwege pedante gelijkhebberigheid, dan onder aanvoering van Van Dam.

Bijna alle Lagerhuis-sprekers meldden dat ze de grootste moeite hadden hun omgeving ervan te overtuigen dat Van Dam toch echt «een goeie kerel» of zelfs «aardig» was. Misschien is dat irrelevant en moet het alleen maar om zijn werk gaan, maar wie als persoon niet gepruimd wordt, krijgt minder voor elkaar dan hij zou willen – zeker in een programma dat tracht serieuze zaken op aantrekkelijke manier aan een massa publiek te slijten.

Ook het tribunegekrakeel kon matig bekoren. Al die ingestudeerde en vaak ook nog flauwe oneliners, die enorme ego’s, de overwaardering van het vermogen tot roepen en de afwezigheid van waardering voor luisteren. In het Jongerenlagerhuis is dat nog sterker. Daar worden records gevestigd in het faken van hartstocht over elk denkbaar onderwerp – spiegel van het toenemend lawaai dat via ministeriële uitspraak, krantenkop en tv-debat tot ons komt. Slechts één mevrouw gooide roet in Van Dams feesteten: ze kwam op de Fortuyn-affaire terug, maar deed dat zo warrig dat haar kaarsje uitwoei voor het een fik werd.

Die zaak keerde, waarvoor hulde, integraal terug in De nacht van Van Dam, waarin fragmenten uit zijn tv-verleden door een gesprek met Hanneke Groenteman gesneden waren. Herhaling op «christelijke» tijd waard, alleen al als kleine tv-cultuurgeschiedenis. De Ombudsman-stukjes door kleding, taal en toon (in de Exota-affaire converseren Van Dam en de landelijke limonade-voorzitter als twee zwaar depressieve heren) een mediascriptie waard. En de Achterkant-van-het-gelijk-passages als bewijs van meesterschap. Bovendien: Van Dam heeft waarschijnlijk de Vara gered, al dacht ik daar ooit anders over.

Twee vragen blijven: had For tuyn in zijn boekje van 1997 moslims gedemoniseerd, zoals Van Dam beweerde? Fortuyns woorden in dat debat klinken anders. En had Van Dam Fortuyn in een Vrij Nederland-interview met Eichmann vergeleken – een onterechte beschuldiging volgens Van Dam, waardoor hijzelf over de rooie zou zijn gegaan? Die waarheid doet er toe, al hadden Volkert en Mohamed toch wel geschoten.