Hoe privé is ons gezicht?

Altijd in close-up

Online hadden we onze privacy al opgegeven, en nu lijken we dat met alle camera’s, poortjes en zelf geïnstalleerde apps ook in de offline wereld te gaan doen. Maar wat als gelaatsherkenningssoftware in verkeerde handen valt?

Zes uur, het einde van de werkdag. De beveiligingspoortjes van je werk gaan automatisch open zodra je gezicht gescreend is. Voordat je naar huis gaat wil je nog even sporten en boodschappen doen. De deelauto van je werk registreert je gezicht en past zich meteen aan jouw instellingen aan: de stoel gaat naar voren, de spiegel stelt bij, je favoriete radiostation springt aan. In de sportschool check je in en uit met je gezicht. Bij de supermarkt sta je in de snelle rij, want jij betaalt met je gezicht. In de parfumerie word je direct door de camera herkend en krijg je een bericht op je smartphone dat jouw favoriete luchtje in de aanbieding is. Voldaan kom je thuis, met boodschappen en sporttas onder de arm. Gelukkig zwaait de voordeur al open want de camera heeft je op afstand herkend. Je thuisrobot begroet je bij naam, vraagt hoe je dag was en laat je weten dat het hele huis gestofzuigd is. Tevreden plof je op de bank.

Als het aan Peter Hoekstra ligt, medeoprichter van biometrisch herkenningsbedrijf 20Face uit Enschede, zou de toekomst er over vijf jaar zo uit kunnen zien. Zijn bedrijf ontwikkelt gezichtsherkenningssoftware en zegt gezichten nu al op basis van ‘een glimp’ te kunnen herkennen. Ook als het licht slecht is, als je hoofd is afgewend (tot een hoek van zestig graden) of je gezicht deels bedekt is. ‘Onze ambitie is om je niet alleen aan je gezicht, maar ook aan je houding, de vorm van je oor, of aan je geur te kunnen herkennen’, zegt Hoekstra.

Natuurlijk zijn er privacyzorgen, zegt hij, maar die gaan niet over het feit dat je gezicht opgeslagen en herkend wordt, maar over mogelijk misbruik. Neem Facebook: we vertrouwen het bedrijf onze meest persoonlijke data toe in ruil voor toegang tot het platform. Facebook verkoopt die informatie door aan adverteerders. Daar hebben de meeste mensen geen problemen mee, maar wel als die data voor andere doeleinden gebruikt worden, zoals Cambridge Analytica deed om verkiezingen te beïnvloeden.

Wat als kwaadwillenden met de technologie van 20Face aan de haal gaan? Het bedrijf Kairos (vernoemd naar de Griekse god van het geschikte moment) dat gezichtsherkenningssoftware ontwikkelt voor pretparken, filmstudio’s en adverteerders, zei vorig jaar tegen The Guardian dat ze niet met de Amerikaanse overheid samenwerken uit angst voor biometrische surveillance. Is Hoekstra niet bang dat zijn gezichtsherkenningssoftware in de verkeerde handen belandt?

‘Ja, dat kan, pistolen worden ook niet alleen door de good guys gebruikt’, zegt hij. ‘Maar technologische vooruitgang kun je niet tegenhouden. Het is beter dat wij in westerse landen een voorsprong houden en goede wet- en regelgeving maken. Als wij het niet doen, doet een ander het wel.’

Gezichtsherkenning roept een aantal interessante vragen op in tijden van beveiligingscamera’s, sociale media, smartphones en selfies: hoe privé is ons gezicht eigenlijk nog? En was het ooit eigenlijk wel privé? Een gezicht kun je immers moeilijk verbergen en is misschien wel ons meest openbare kenmerk. Bovendien is ons sociale verkeer afhankelijk van het kunnen herkennen en ‘lezen’ van elkaars gezicht. Zo bezien is computergestuurde gezichtsherkenning een door technologie geperfectioneerde menselijke eigenschap. Niks mis mee. Maar een computer kan een gezicht op grote afstand lezen zonder dat we het door hebben, kan naar ‘matches’ zoeken in veel grotere databases dan onze eigen hersenen aankunnen, kan data combineren, en dit alles met grote snelheid.

Small crop lookalikes 1

Bovendien kun je met de alomtegenwoordigheid van camera’s nu bijna overal op straat herkend worden. Humphrey Bogart zou in zijn rol als ontsnapte, onschuldige veroordeelde in Dark Passage nu de tijd niet meer krijgen om zijn gezicht bij een clandestiene chirurg in een achterafsteegje te laten verbouwen: de automatische gezichtsherkenner had hem direct herkend. Net zoals de Chinese man die werd gezocht voor een financieel delict en zich vorige maand een hoedje schrok toen hij tijdens een concert met vijftigduizend toeschouwers door camera’s eruit gepikt werd.

Berichten over gezichtsherkenning gaan vaak gepaard met doembeelden als ‘het einde van anonimiteit in de openbare ruimte’, of ‘de dood van privacy’. Maar hoe erg is dat? Privacy in de openbare ruimte is een relatief recent fenomeen. Toen Kodak eind negentiende eeuw de eerste compacte camera introduceerde ging dat gepaard met het besef dat sommige dingen die in het openbaar gebeuren privé moeten blijven. De Kodak fiends, zoals de eerste overenthousiaste amateurfotografen heetten, legden je op de meest onverwachte momenten in beeld vast. Aan de Engelse kust namen groepen jongemannen het heft in eigen hand en beschermden vrouwen die net uit zee kwamen tegen de opdringerige fotografen, soms met harde hand.

Ook de toenmalige Amerikaanse president Theodore Roosevelt was niet veilig voor de lens en werd gekiekt toen hij de kerk uit kwam. Hij vatte de jonge fotograaf bij de kraag en gaf hem een strenge preek: het was onfatsoenlijk om een man die net een godshuis uit kwam te fotograferen. Wat Roosevelt niet had kunnen bevroeden is dat dik een eeuw later kerken de meest geavanceerde gezichtsherkenning inzetten om de aanwezigheid van kerkgangers te turven.

Hadden we onze privacy online al opgegeven, dan lijken we dat met automatische gezichtsherkenning nu ook in de offline wereld te gaan doen. Wat privé was, is publiek geworden, schreef socioloog Zygmunt Bauman in 2013. Het idee dat we continu bekeken worden is iets positiefs geworden: ik word gezien! Die sociale herkenning geeft ons bestaan betekenis. In onze consumptiemaatschappij geven we graag informatie prijs voor voordeel of gebruiksgemak. Volgens Bauman zijn we daarnaast ook ‘veiligheidsverslaafden’ geworden. Het gevaar lijkt alomtegenwoordig, we zijn gefixeerd op het idee dat je ieder risico kunt uitsluiten. Een veilige samenleving is alleen mogelijk als we voortdurend op onze hoede zijn, als alles wordt gezien. ‘We have become dependent on surveillance being done and being seen to be done’, aldus Bauman. Gezichtsherkenning is daarin de logische volgende stap.

Maar wat zijn de gevolgen? Privé-gegevens en geheimen worden privileges die slechts sommigen zich kunnen permitteren. Anderen die prat gaan op privacy kunnen uitgesloten worden van bepaalde diensten, banen, sociale sferen, het openbare leven. Gezichtsherkenning gaat namelijk verder dan een inbreuk op de privacy alleen. Het kan ook leiden tot een nieuwe indeling op basis van gezichtskenmerken, IQ, seksuele geaardheid, gezondheid of emoties: volgens wetenschappers allemaal van ons gezicht af te lezen. Gezichtsherkenning kan tot discriminatie leiden en tot vormen van in- en uitsluiting als je de toegang tot een stadion, club, metro, vliegtuig of baan ontzegd wordt. Zo kan het tot een opeenstapeling van nadelen leiden voor mensen die eruit gepikt worden op basis van hun gezicht. Social sorting noemt de Schotse surveillance-hoogleraar David Lyon dat.

Te midden van de ophef over Cambridge Analytica maakte Facebook onlangs bekend de optie voor gezichtsherkenning weer aan te zetten voor Europese gebruikers. Met behulp van kunstmatige intelligentie kan het sociale-mediabedrijf jouw gezicht razendsnel herkennen binnen hun database van miljarden foto’s. De gezichtsherkenningsoptie is niet geheel onomstreden. In 2011 haalde Facebook de optie die toen nog automatisch voor iedere gebruiker aan stond in Europa offline vanwege privacyzorgen. Nu denkt Facebook wel aan de strengere EU-privacywetgeving te voldoen die eind deze maand van kracht wordt door eerst toestemming te vragen aan gebruikers.

‘Onze ambitie is om je niet alleen aan je gezicht, maar ook aan je houding, de vorm van je oor, of aan je geur te kunnen herkennen’

In Nederland ging Facebooks aankondiging vrijwel geruisloos voorbij. Maar wat betekent het als Facebook een database met gezichtsprofielen of ‘Faceprints’ voor een kwart van de wereldbevolking aanlegt? Weten we waar we toestemming voor geven? Je gezicht zegt niet alleen wie je bent, maar volgens sommige wetenschappers ook hoe slim of gezond je bent, wat je stemt, en wat je voelt. Wat gebeurt er als die informatie ook door anderen gebruikt of misbruikt wordt? Of als je gezicht verkeerd gelezen wordt?

Dat de techniek niet altijd goed werkt, bewees Google in 2015 toen hun algoritme een zwarte vrouw als gorilla aanwees. Drie jaar later is dat probleem kennelijk nog steeds niet verholpen, want Google’s oplossing is nu: de opties gorilla en andere mensapen schrappen voor beeldherkenning. Facebook en Google zijn de absolute voorlopers als het op gezichtsherkenning aankomt. Niemand kan tippen aan hun beeldbanken en vooral niet aan hun rekenkracht. Maar in afwachting van wet- en regelgeving zijn we afhankelijk van hun moreel kompas in de race om deze technologie te verbeteren.

Bij de nieuwste technologische toepassingen kijken we vaak naar plekken als Silicon Valley of China waar gezichtsherkenning ingezet wordt om burgers in de gaten te houden of juist om het consumentengemak te vergroten. Maar ook Nederland is een voorloper op het gebied van gelaatsherkenning. In 2004 startte in Utrecht een proef met gezichtsherkenning om notoire winkeldieven te herkennen. Het heeft ook commerciële potentie: je kunt vaste klanten gepersonaliseerde aanbiedingen doen. Denk aan Tom Cruise die als agent Anderton in de film Minority Report in het winkelcentrum door een kakofonie van adverteerders wordt begroet: ‘Hello John Anderton, you could use a Guinness right about now!’

Heeft iedere Nederlandse winkel dan nu een camera met gezichtsherkenning? Volgens branchevereniging Detailhandel Nederland, die in 2006 voor landelijke toepassing pleitte, valt dat erg tegen. ‘De technologie is nog niet zo ver’, zegt een woordvoerder. ‘De software is best duur en geeft geen honderd procent uitsluitsel. Dat wil je wel als je iemand de toegang tot een winkel ontzegt.’

Bij smartphones en creditcards gaan de ontwikkelingen sneller. De gezichtsherkenningstechnologie werkt dan beter omdat je gericht in de camera kijkt, en er alleen gecheckt hoeft te worden of jij het echt bent. Samsung kwam als eerste met een telefoon die je met je gezicht kunt ontgrendelen, Huawei en Apple volgden. De iPhone X kijkt niet alleen naar specifieke punten in je gezicht om je te herkennen, maar ook naar de vorm.

In China is het al populair om met een selfie te betalen, maar ook Mastercard past het toe en begon uitgerekend in Nederland met testen voordat het creditcardbedrijf de ‘betalen met je gezicht’-functie wereldwijd uitrolde. De reden? Het maakt betalen nog makkelijker: een wachtwoord is niet meer nodig, er komt nog minder fysieke handeling bij kijken, laat staan contact met echt geld, zodat je onbewuster geld uitgeeft.

Zoals je winkeldieven eruit kunt pikken, kunnen ook zwartrijders automatisch aan hun gezicht herkend worden. De Rotterdamse openbaar vervoerder ret kondigde in 2011 aan notoire zwartrijders te gaan identificeren met gezichtsherkenningscamera’s. Sinds kort wil de ret ook ‘vieze mannen’ in de metro weren. Je zou verwachten dat inmiddels alle trams, bussen, metro’s en stations vol hangen met automatische gezichtsherkenners, maar ook de ret-woordvoerder geeft een verontschuldigend antwoord: ‘De techniek werkt nog niet zo goed, soms zijn de beelden niet goed, is er te weinig licht. We blijven wel testen en de ontwikkelingen in de gaten houden.’ Voorlopig is het dus aan mensen van vlees en bloed om zwartrijders of vieze mannen met een OV-verbod er met een foto in de hand uit te pikken.

In de stad van het lik-op-stukbeleid werd gezichtsherkenning stilletjes ingevoerd. In het van oudsher privacygevoelige Berlijn ging dat anders. Daar zie je veel minder beveiligingscamera’s en ‘blauw op straat’ dan in Nederlandse steden, maar sinds augustus hangen er wel gezichtsherkenningscamera’s boven de roltrappen van station Südkreuz. Privacystrijders maken zich grote zorgen over valse identificaties. Een commentator van Deutsche Welle noemde het zelfs het einde van de democratie: ‘Technologie verandert ons allemaal in verdachten.’ In Moskou hebben ze daar geen problemen mee. In aanloop naar het wereldkampioenschap voetbal worden metro- en treinstations voorzien van gezichtsherkenningscamera’s die twintig gezichten per seconde kunnen scannen.

Voetbalsupporters zijn natuurlijk bij voorbaat verdacht. Daarom moet je bij ADO Den Haag tegenwoordig eerst even in de camera kijken voordat je naar binnen mag. Mensen met een stadionverbod komen er niet meer in. Ook andere voetbalclubs experimenteerden met de techniek, maar niet altijd naar volle tevredenheid. Zo meldt FC Groningen dat er ‘niets concreets’ uit de pilot met gezichtsherkenning is gekomen. ‘Er zijn geen mensen met een stadionverbod getraceerd. Alle beelden zijn inmiddels vernietigd, de camera’s en lege harde schijf weer meegenomen door de leverancier’, mailt een woordvoerder.

Ook op Schiphol is iedereen verdacht totdat het tegendeel bewezen is. Wie door de automatische paspoortcontrole gaat bij de zogeheten e-gates moet in de camera kijken. Die vergelijkt jouw gezicht met de pasfoto die op de chip in je paspoort staat. Schiphol begon vorig jaar zelfs met een proef waarbij je helemaal je paspoort niet meer hoeft te laten zien, maar op basis van gezichtsherkenning direct door kunt lopen. Daarvoor moet je je dan wel eerst registreren. Schiphol testte in het verleden ook een camerasysteem om uitgeprocedeerde asielzoekers te kunnen herkennen die op de luchthaven rondhingen, maar dat werkte niet omdat de gezichten niet altijd goed in beeld waren.

Medium look alikes groene 1

Het zijn stuk voor stuk spraakmakende experimenten, maar werkt het ook? Volgens hoogleraar patroonherkenning en biometrie Raymond Veldhuis van de Universiteit Twente werkt gezichtsherkenning eigenlijk alleen goed als de kwaliteit van de foto’s goed is. De Nederlandse politie checkt om die reden van tevoren de kwaliteit. ‘Als je heel slechte afbeeldingen gebruikt, krijg je altijd wel een match’, zegt Veldhuis. Zijn team werkt aan het verbeteren van de algoritmen, het trainen van de computers om gezichten te herkennen, onder andere voor de politie die sinds 2016 gezichtsherkenningssoftware gebruikt om verdachten op te sporen.

De algoritmen van de FBI hebben het vijftien procent van de tijd mis en pikken vrouwen en zwarte mensen er vaker verkeerd uit

Catch heet dit systeem, dat beelden van beveiligingscamera’s, pinautomaten of van sociale media checkt tegen een database met zo’n achthonderdduizend foto’s van verdachten en veroordeelden. Vorig jaar konden zo 93 verdachten herkend worden, een score van tien procent, maar de biometriespecialist van de politie was er zeer tevreden mee, zei hij tegen NRC Handelsblad: ‘Zelfs als je een foto met een bedekt gezicht of petje door het systeem haalt, rolt er vaak een positief resultaat uit.’ Agenten kunnen nog niet op straat gezichten scannen met de Catch-app, al sluit de politie het in de toekomst niet uit.

De grootste uitdaging zijn lage resolutiebeelden, zegt Veldhuis. ‘Over het algemeen is de kwaliteit van beveiligingscamera’s niet goed genoeg. Voor opsporing zijn de beelden niet geschikt.’ Ook grote databases leveren problemen op bij gezichtsherkenning omdat je meer rekenkracht nodig hebt en omdat het meer matches oplevert. Bij de politie worden de gematchte beelden altijd handmatig gecheckt.

Maar de foutmarges blijven. Bij de Champions League-finale in Engeland vorig jaar werden tweeduizend mensen door de gezichtsherkenningssoftware onterecht als crimineel aangemerkt. Gelukkig was dat niet genoeg bewijslast om iemand te arresteren, laat staan te veroordelen. Maar wat als het een stap verder gaat en mensen op basis van gezichtsherkenning worden aangevallen? De dystopische sci-fi-serie Black Mirror bedacht gehackte killer bee drones die mensen vermoorden op basis van gezichtsherkenning. Een vergezochte fantasie? Walmart heeft net het patent aangevraagd op ‘automatic pollinators’ oftewel: bijendrones.

In Amerika, waar privacywetgeving minder streng is, gebruikt de fbi een gezichtsherkenningsdatabase van meer dan dertig miljoen foto’s. Tachtig procent van die foto’s is van non-criminal entities, onschuldige burgers dus. Tijdens een hoorzitting van het Huis van Afgevaardigden vorig jaar bleek dat de fbi gezichtsherkenning al jarenlang toepaste zonder het te melden. Laat staan het over de gebreken te hebben: de algoritmen hebben het vijftien procent van de tijd mis en pikken vrouwen en zwarte mensen er vaker verkeerd uit. Ook worden ouderen beter herkend dan kinderen.

Omdat de algoritmen getraind zijn door mensen op basis van bepaalde beelden kunnen ze moeite hebben om andere etniciteiten te herkennen, denk aan het voorbeeld van Google en de gorilla’s. Dat is zorgelijk in een land waar zwarte Amerikanen toch al een hogere kans hebben om opgepakt en veroordeeld te worden. In de hoorzitting ging het over de voordelen van gezichtsherkenning – je gezicht is moeilijker ‘te kraken’ dan een pincode of wachtwoord – maar vooral over de nadelen. Gezichtsherkenning kan gebruikt worden om mensen lastig te vallen. Het kan de vrijheid van meningsuiting en vereniging beperken als het wordt ingezet bij demonstraties. En het kan realtime gebruikt worden dankzij smartphones en bodycams die ook in Nederland door agenten gedragen worden. De voorzitter noemde deze ontwikkeling ‘hoogst zorgelijk’.

Gedragseconoom Alesandro Acquisti van de Amerikaanse Carnegie Mellon University zou aan je gezicht alleen genoeg hebben om ook je burgerservicenummer te achterhalen. Hij liet in 2011 zien dat het mogelijk is om op straat iemands gezicht met je smartphonecamera te scannen, en dat je door meerdere databases te doorzoeken gezichten kunt koppelen aan burgerservicenummers en andere persoonlijke informatie, zoals Facebook-likes.

Natuurlijk worden dit soort vondsten ook in de praktijk gebracht. In 2016 kwam de Russische datingapp FindFace op de markt om op straat gezichten te koppelen aan VKontakte-profielen, het Russische Facebook. Trefzekerheid? Zeventig procent, volgens de makers van de app. The Guardian noemde het ‘het einde van de anonimiteit in de publieke ruimte’. De ophef was niet van de lucht. Maar nu biedt Facebook dus zelf weer gezichtsherkenning aan en kan het putten uit een van de grootste gezichtendatabases ter wereld. En het bedrijf heeft tegelijkertijd een Facebook-datingservice aangekondigd. Toeval?

Medium crop lookalikes 2

Identificatie is echter maar één aspect van gezichtsherkenning. De volgende stap is emoties aflezen van een gezicht. De Facereader van het Nederlandse bedrijf VicarVision kan een neutrale gezichtsuitdrukking herkennen evenals blijheid, verdriet, boosheid, verrassing, angst, afkeer en walging, maar ook oplettendheid en activiteit. Ze noemen het zelf een ‘objectieve keuring’. Emotieherkenning wordt bijvoorbeeld gebruikt in psychologisch onderzoek, maar kan ook heel nuttig zijn voor marketeers of om sollicitanten te screenen.

Maar wat als de Facereader door je baas wordt gebruikt, of je partner? Emotieherkenning in het sociale verkeer belooft een gekmakende totale transparantie als in The Circle van Dave Eggers. Maar omgekeerd geldt dat niet: terwijl wij in al onze rollen steeds transparanter worden, gesurveilleerd, gemonitord en gemeten, wordt het steeds onduidelijker wat er met die gegevens gebeurt, hoe de algoritmen werken en wat overheden of bedrijven met de informatie doen. We maken onszelf zichtbaar, maar geven daarmee ook controle weg.

Ook in de zorg liggen de kansen voor het oprapen. Zorgbehoevende mensen kunnen langer thuis blijven wonen als een camera van een afstand het gezicht kan lezen. Is oma eenzaam, een tikje levensmoe? Dan gaan we langs. Of nog beter: de zorgrobot vrolijkt haar op. Gezichtsherkenning zegt zelfs iets over je gezondheid. Met de app Face2Gene (gratis verkrijgbaar in de App Store) kunnen dokters gezichten op zo’n tweeduizend erfelijke ziektes scannen.

De toepassingen lijken, kortom, eindeloos. Als er iemand is die de grenzen van gezichtsherkenning opzoekt, dan is het psychometrie-onderzoeker Michal Kosinski, verbonden aan Stanford. Hij trainde een computer om de geaardheid van gezichten af te lezen. Bij mannen had hij het 93 procent van de tijd bij het rechte eind, bij vrouwen 83 procent. Daarmee scoorde de computer beter dan de gemiddelde mens. Het leidde tot ophef, want in landen waar homoseksualiteit strafbaar is, zou dit wel eens een handige app kunnen zijn. Kosinski wilde slechts aantonen dat de technologie bestaat en wat de gevaren zijn, zei hij. Een tactiek die eerder averechts voor hem werkte. Kosinski was een van de wetenschappers die de techniek achter Cambridge Analytica bedacht: heel precieze profielschetsen maken van mensen op basis van hun Facebook-likes. Ook toen wilde hij naar eigen zeggen waarschuwen hoeveel informatie je van Facebook kunt plukken (Facebook-likes waren toen nog openbaar) en welke gevolgen dat heeft. Maar een van zijn collega’s stapte over naar Cambridge Analytica en de rest is geschiedenis.

Kosinski gaat ondertussen onverstoorbaar verder. Hij bestudeert of je aan de hand van iemands gezicht zijn politieke voorkeuren af kunt lezen, of zijn IQ. Zo zouden scholen studenten kunnen gaan screenen. Je zou zelfs criminele intenties van iemands gezicht af kunnen lezen: het ouderwetse schedel meten, maar dan met algoritmen. Anders dan bij genetische ziektes is het dan nog maar zeer de vraag of die criminele intenties zich ook gaan uiten. Het is pre-crime in de maak – mensen opsluiten voordat ze iets gedaan hebben.

De regulering volgt op de uitvinding en loopt, net zoals bij de eerste Kodak-camera destijds, achter. Biometrie-expert Max Snijder waarschuwde in een rapport van het Rathenau Instituut uit 2015 dat biometrie zich in een juridisch niemandsland bevindt. ‘Als we zo doorgaan, dreigt het recht op anonimiteit helemaal te verdwijnen.’ In Nederland mag je niet zonder goede reden naar iemands identiteit vragen, hierdoor is de macht van de overheid beperkt, zei hij. Als gezichten klakkeloos worden opgeslagen, is dat recht volgens Snijder in het gedrang. Het verschuift de machtsverhoudingen. Gezichtsherkenning geeft een overheid of private partij meer macht ten opzichte van burgers. En het keert de bewijslast om: als je verkeerd geïdentificeerd of geclassificeerd wordt op basis van je gezicht is het aan jou om het tegendeel te bewijzen en tegen het zelflerende algoritme in te gaan.

In de nieuwe EU-wetgeving die 25 mei van kracht wordt staat dat mensen eigenaar zijn van hun eigen gezichtsprofielen. In theorie moeten bedrijven dus toestemming vragen om je gezicht te mogen herkennen en kun je deze informatie opvragen of eisen dat ze gewist wordt. Maar in de praktijk zal het steeds moeilijker worden om voor iedere camera met gezichtsherkenning toestemming te vragen van passanten, zeker als deze camera’s zich in de openbare ruimte bevinden. Dan moeten we, net zoals de Antwerpse kunstenaar Maarten Inghels deed, routes om de camera’s heen gaan zoeken.