Altijd maar praten zeep!

Toen in de jaren dertig een zeepfabrikant een dagelijks hoorspel ging sponsoren, kreeg het genre zijn naam: soap. De huidige televisie-soaps verloochenen hun oorsprong niet. Er wordt nog altijd voornamelijk in gepraat, gepraat en gepraat. Maar ook daarin blijkt vakmanschap mogelijk
MICHIEL: ‘Hoe voel jij je?’ IRENE: ‘Een beetje heen en weer geslingerd. Maar soms denk ik dat het wel goed voor me is.’

Echte praattelevisie is het, soap. Alleen op het hoogtepunt van een zorgvuldig opgebouwde verhaallijn kom je scènes tegen die louter uit handelingen bestaan. Daar is dan een heleboel gepraat aan voorafgegaan, en er volgt nog een eindeloze nabespreking. Meestal val je midden in een gesprek tussen twee, soms drie personages. In dat gesprek wordt steevast essentiële informatie overgedragen. Nooit te veel nieuwe informatie, kalmpjes aan, we moeten nog afleveringen lang vooruit. Het is altijd net genoeg om de situatie een tikje te laten kantelen, om de kijker op te zadelen met de vraag: wat nu? Wat gaat Linda doen, nu ze gehoord heeft dat de jongens die ze voor haar modellenbureau heeft gecast totaal ongeschikt zijn voor het vak? Zal ze het vertellen aan haar compagnon Susan, die het hele zaakje toch al niet vertrouwde? En hoe moet het nu met de eerste opdracht waarvoor die jongens nodig waren? Hoe zal de grote klant reageren die deze opdracht aan Linda en Susan verstrekte?
Bij Soap, de Amerikaanse parodie op de soapserie, stelde aan het eind van iedere aflevering een donkerbruine stem die vragen hardop aan de kijkers. Antwoorden op die vragen konden we alleen krijgen door volgende keer weer te kijken. ‘Find out in the next episode of… Soap!’
PRATEN IS DE MOTOR van iedere soap. Een doofstom personage ben ik in dit genre nog nooit tegengekomen. Begin deze week konden we op de televisie de BBC-ploeg van de Engelse serie Eastenders aan het werk zien in de documentaire Soap in Kazachstan. De 'soap-missionarissen’, zoals de doorgewinterde tv-makers zichzelf onbescheiden noemden, reisden af naar dit voormalige deel van de Sovjet-Unie om de Kazachstanen de geheimen van een goede soap te leren. Met als uiteindelijk doel dat de gewonnen zieltjes na het vertrek van de ontwikkelingswerkers zelfstandig aan het werk zouden kunnen.
Schaterend bespraken de Engelse soap-cracks na afloop van de dagelijkse lessen de ernstige misverstanden onder de beginners. In een poging de personages te creëren die de soap moesten gaan dragen, kwamen de beginnende scriptschrijvers bijvoorbeeld op de proppen met een man die zeven jaar niet wilde praten. Leuk voor in een Russisch sprookje, maar ongeschikt voor in een echte soap. 'Misschien een personage om over zeven jaar te gebruiken’, grinnikten de Engelsen, met een knipoog naar de soaptraditie om verhaallijnen flink vooruit te plannen.
Een ander Russisch personage dat de Eastenders-crew smakelijk weglachte, was een man die met niemand kon opschieten. Zo'n personage kan in een soap niet functioneren. Soapfiguren organiseren zich in vriendenclubjes. Die kunnen onderling langlopende veten uitvechten, maar zelfs de meest haatdragende plaaggeesten onder hen hebben vertrouwelingen met wie zij de stand van zaken bespreken.
Een soapfiguur heeft de onstuitbare drang om voortdurend te berichten over de situatie waarin hij of zij verkeert, en over het gevoel dat daarbij hoort. 'Ik houd van je’, zegt Robert tegen Julian, de jongen die een tijdje als een zoon bij hem en Laura in huis woonde nadat hun zoon Arnie was overleden. 'Ik houd ook van jullie’, zegt Julian, 'maar Jezus, het benauwt me zo. Jullie hebben Arnie nooit kunnen loslaten, totdat het niet anders kon. Ik heb geen zin om dat gat op te vullen.’
Heerlijk, zo'n bondige samenvatting. Dan weten alle kijkers weer waar ze aan toe zijn, ook als ze een weekje niet hebben gekeken. Als koeien herkauwen soap-personages hun recente verleden. Hun woorden zijn een gedetailleerde uitleg bij de emotie die ze uitbeelden.
'Ik voel me zo schuldig’, verklaart Julia haar sombere gezicht en haar ineengedoken houding. 'Ik krijg een kindje en ik kan niet bij mijn vriend zijn omdat ik niet weet wie de vader is.’ Voor de luisterende vriendin is het allemaal niks nieuws, maar toch fijn dat ze zichzelf nog eens even heeft samengevat. Dan kunnen we weer verder. 'Ik kan niet vergeten dat ik iemand heb vermoord.’ 'Het was maar een ongelukje.’
Zo'n tekst kom je nergens anders tegen dan in een soap. In iedere andere vorm van drama zou de betreffende moord het centrale thema zijn, het knooppunt van alle handelingen en de subtekst onder iedere dialoog. In een soapserie is zelfs een moord een van de vele gebeurtenissen waar de vele personages mee te maken krijgen. Dramatische gebeurtenissen die ze meestal ongeschonden overleven.
WONDERBAARLIJK is de veerkracht van de soapfiguur. Ridge uit The Bold and the Beautiful laat z'n baard maar weer eens staan als de dood hem voor de tweede keer zijn vrouw heeft ontrukt. Dat is een van de weinige middelen waarmee het personage kan tonen dat de oppervlakte van zijn gladgeschoren bestaan wel degelijk is aangetast. In de kortgeknipte scènes van de soap beschikt hij niet over de tijd die nodig is voor het uitspelen van het diepe verdriet dat hij moet voelen. En niet over de spelkwaliteit die dit vereist. Het zou me ook wat zijn als alle personages hun gevoelens voluit de huiskamers in zouden werpen. Dat is niet te doen bij de hoeveelheid dramatische gebeurtenissen die zich per aflevering en per personage voltrekken. Somber kijken is een veel betere strategie, gezien het minimum aan repetitietijd en de middelmatige spelkwaliteit van de meeste soap-acteurs. De innerlijke leegte laten zien die ontstaat als iemand een onmenselijke hoeveelheid leed te verstouwen krijgt.
Bij sommige personages leidt die leegte zelfs tot een gat in het geheugen. Een Groene-redacteur die al jaren dagelijks naar Goede tijden, slechte tijden kijkt, ergert zich de laatste tijd mateloos aan Daniel, omdat hij telkens zegt dat hij nu voor de tweede keer zijn vrouw heeft verloren. 'Voor de derde keer!’ roept ze hem toe vanaf de televisiebank. Zelf is de arme man de tel kwijtgeraakt. Het is maar goed dat andere personages hem regelmatig herinneren aan zijn meest recente verlies, ander zou hij z'n innerlijke leegte onmiddellijk weer opvullen met het volgende drama.
HET ZAL NIEMAND verwonderen dat de eerste soap een hoorspel was. Een Amerikaanse radioserie, bedacht in de economische depressie van de jaren dertig als goedkoop amusement voor de massa. Een slimmerik kwam op het idee de goedkope radiozendtijd overdag te benutten voor een formule die het grote luisterpubliek en adverterende bedrijven aan elkaar zou koppelen: een doorgaand verhaal over hedendaagse mensen, verdeeld in dagelijkse episoden van een kwartier. Een reclameboodschap van de sponsor moest iedere aflevering inleiden en afsluiten. Een van de eerste sponsors van deze oervorm van soap was zeepfabrikant Proctor & Gamble, die het genre de naam gaf waarmee het blijvend aan de commercie is verbonden: soap.
Intrigerend is dat de soap in deze eerste radiovorm werd gekenmerkt door een aantal eigenschappen die het hedendaagse televisiegenre nog altijd definiëren. In All for Love, de smakelijke soapstudie die Peter Buckman in 1984 schreef, wijst hij op het kale geluid van de radiosoap. De rijkdom aan geluiden en effecten die het meer verfijnde radiodrama begon te ontwikkelen, was te duur voor de soaps, schrijft Buckman. Het achtergrondgeluid dat aan minder goedkoop drama de suggestie van werkelijkheid verleende - verkeersgeluiden buiten bijvoorbeeld, of de stemmen van passanten - werd in soaps achterwege gelaten. Van het begin af aan miste het genre een dergelijk realisme.
Dat is ook wat opvalt bij alle televisiesoaps, of ze nu Amerikaans zijn of Nederlands: het geluid is uitermate kunstmatig. De visuele aankleding in de Nederlandse soaps is - dank zij sponsors als Ikea - redelijk goed verzorgd, en wat locaties en cameravoering betreft wordt er zo nu en dan zelfs een experimentje gewaagd. Maar het geluid, een van de meest manipulatieve middelen die een film- of televisiemaker ter beschikking staat, wordt zonder een sprankje creativiteit gebruikt.
Misschien is dat kunstmatige geluid een van de pijlers waaraan de soap haar echtheid ontleent. Het is een vertrouwd geluid, dat het drama terugbrengt tot het geruststellende vacuüm van de televisiestudio. Ik kan echt genieten van dat geluid, zeker met de koptelefoon op. Het dunne dichtslaan van de slappe decordeuren, de klikklakkende voetstappen in de huiskamer - het geeft de soap een onpretentieuze doe-het-zelfkwaliteit. Een aanrader is het stalen trappetje van de sportschool in Goede tijden, slechte tijden. Een overtuigende locatie, weer eens wat anders na al die Ikea-huiskamers en Ikea-cafés. Je zou bijna denken dat die sportschool meer is dan dat ene hoekje waar bokser Rik met zijn trainer staat na te hijgen. Maar dat hol klinkende trappetje, dat veelvuldig wordt gebruikt omdat de makers tegenwoordig streven naar een dynamische mise-en-scène, doet de locatie gelukkig verschompelen tot een bordkartonnen wandje in een echoënde studiohal. Een doorgangslocatie waar twee pratende personages hoogstens een scène lang kunnen verblijven, en die in een wip kan worden omgebouwd tot een nieuwe plek des onheils.
Snel en goedkoop produceren, voor de soap zijn dit geen barre omstandigheden waarover men klaagt. Integendeel: produktiedwang is het trotse handelsmerk van de soap. Groot was de paniek bij de voortvarende Eastenders-crew in Kazachstan toen bleek dat de lokale mens zich niet wenste te haasten. 'We moeten volgende week draaien’ riep de Engelse producer in paniek toen bleek dat een belangrijke acteur er van tussen was geknepen. 'Hij is een vrij man’, antwoordde de Kazachstaanse producer, die vond dat je voor zo weinig geld niemand kon vasthouden in de studio. Het feit dat hij de acteur had laten gaan, lag bovendien helemaal in de lijn van zijn producerstaak. 'Een producer moet zijn medewerkers kunnen begrijpen’, stelde hij. 'Absoluut niet’, riep zijn Engelse collega. 'Een producer moet produceren!’ De Engelsen wilden vooruit, eerst de soapmachine opzetten, dan zouden ze later wel zien wat het inhoudelijk zou opleveren.
DAT WAS OOK de visie van Rogier Proper, het hoofd van soapschrijvend Nederland. 'We moeten onderaan beginnen’, was het motto waarmee hij een team van soapschrijvers aan het werk zette. 'Het grote voordeel van deze werkwijze is dat soapschrijvers jarenlang dagelijks bezig kunnen zijn met dit produkt, terwijl veel filmmakers op hun zolderkamer zeven jaar zitten af te wachten of hun grote film ooit wordt gemaakt. In de jaren dat ze niets maken, doen ze geen enkele ervaring op. Ik denk dat onze methode uiteindelijk meer zal opleveren.’
Het lijkt erop dat Proper gelijk heeft gekregen. Van een onderontwikkeld land op soapgebied hebben wij ons in vijf jaar opgewerkt tot een respectabele soapfabrikant. Dit dank zij het pionierswerk van regisseurs als Olga Madsen, die bij de start van Goede tijden, slechte tijden het belang benadrukte van een hoge produktiviteit. In een gesprek bij Sonja Barend gaf Madsen tekst en uitleg over de eerste Nederlandse soap die mede onder haar leiding tot stand zou komen. Madsen sprak niet over inhoudelijke thema’s, niet over de personages of over het verhaal. Ze sprak bevlogen over de on-Nederlandse produktie-omstandigheden, over snel schrijven en meteen opnemen, met zo weinig mogelijk repetities.
Intussen is er in Hilversum een ware soapfabriek ontstaan. Drie commerciële zenders met ieder een eigen dagelijkse serie. Alle drie geschreven door één schrijversteam, gecast door één castingbureau en geproduceerd door één producent.
Ook deze kartelvorming is de soap eigen. Toen de bovengenoemde slimme radio-soappionier genaamd Frank Hummert zag dat z'n eerste soap aansloeg, besloot hij onmiddellijk dit succes te vermenigvuldigen. Het schrijversteam dat hij formeerde was, zo schrijft Peter Buckman, een ware plottenmachine. Een soap werd in grote lijnen bedacht, het idee werd aan een sponsor verkocht, en vervolgens werd zo'n verhaallijn uitgewerkt door een groep hardwerkende broodschrijvers. Tussen 1932 en 1940 heeft deze eerste soapfabriek naar het schijnt meer dan dertig goedlopende series op poten gezet.
De eerste houterige uitkomsten van onze eigen Nederlandse soapfabriek bevestigden het vooroordeel dat Madsen met haar on-Nederlandse verhaal had opgeroepen. Soap in Nederland leek een contradictie. 'Alle goede acteurs weigerden’, zei castingdirector Harry Klooster een jaar geleden in de Volkskrant over de begintijd van Goede tijden, slechte tijden. 'Nee, Harry, zeiden ze, ik eet nog liever droog brood. Maar geleidelijk aan is dat veranderd. En als de een het deed, maakte dat het weer makkelijker om ook een ander over de streep te trekken.’ En kijk nu eens naar het vaderlandse sterrendom dat dank zij de soap is herrezen. Onze soaps zijn geen eindstation voor talentlozen, het blijken kweekvijvers voor talent op allerlei gebied. Moeiteloos maken sterren als Antonie Kamerling en Isa Hoes de overstap naar het serieuze werk. En intussen blijven ze trouw aan de opdracht die vadertje Joop van den Ende zijn kinderen heeft gesteld: wees te allen tijde beschikbaar voor de bladen en voor je publiek.
De massaliteit waarmee de Nederlandse soaps worden bekeken, maakt ze tot een fenomeen dat niet aan een paar randdebielen kan worden toegeschreven. Het taboe soap is voorgoed doorbroken. Topmanagers geven openlijk toe dat een soapje op z'n tijd net zo lekker is als een goeie kroket uit de muur. En een deftige schrijver als Marcel Möring gebruikt in een recent interview de soap om het bestaansrecht van de roman aan op te hangen. 'Hoe slecht soaps ook zijn, ze worden bekeken door zoveel mensen omdat men kennelijk die verhalen nodig heeft. Het zijn eeuwenoude thema’s die zelfs in de meest onbenullige vertolking indruk maken. Dat betekent dat de roman nog steeds heel belangrijk is. Wie iets meer complexiteit verlangt dan de soapkijker, heeft literatuur nodig om het leven te begrijpen.’
Let vooral op het genuanceerde 'iets meer’ in deze uitspraken, die typerend zijn voor een tijd waarin de scheiding tussen hoge en lage cultuur voorgoed is geslecht.
EN HET WORDT alleen maar leuker. In de zogenaamde concurrentiestrijd van de soaps, die door dat ene schrijversteam, dat ene castingbureau en die ene producent vaardig wordt uitgespeeld, worden onze eigen soaps steeds ondeugender. Een homoseksuele relatie die in het oeroude, Amerikaanse Dynasty niet verder kwam dan een joviaal schouderklopje tussen de geliefden, leidt bij ons tot een sappige tongzoen of een suggestief, hongerig bijtspelletje van twee heren van middelbare leeftijd. 'De gebeurtenissen in Goede tijden, slechte tijden worden met de dag taboedoorbrekender’, roept de Privé van afgelopen week quasi-bezorgd. Ingezonden brieven in de ochtendbladen schuiven de soap naar voren als verwoestender voor de kinderziel dan het veelbediscussieerde geweld. Het begin erop te lijken dat je iets mist als je tussen zeven en half negen ’s avonds niet afstemt op een van onze commerciële zenders. En dat is toch het hoogste wat een soap kon bereiken.