Alweer niks te melden

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar toen Lenny Kravitz ruim twintig jaar geleden debuteerde, gold hij als de potentiële toekomst van de popmuziek.

Multi-instrumentalist, geweldig zanger, man met een boodschap, een heldere visie op opnamemethoden, schrijver van zowel lieflijke (Let Love Rule) als felle (het antiracistische Mr. Cab Driver) nummers. Hij bleek ook nog eens een zeer charismatische live-artiest, die zich omringde met briljante muzikanten, met wie hij festivalweides moeiteloos plat speelde.

Het vervreemdende is dat een deel van dit verhaal nog steeds opgaat. Lenny Kravitz is nog steeds een uitzonderlijk getalenteerde muzikant, zijn liveband is fantastisch, en Kravitz is een vitale performer gebleven. Dat hij niettemin niet de baanbrekende artiest is geworden die zijn debuut leek aan te kondigen, ligt aan een aantal zaken, en die komen allemaal samen op zijn nieuwe album Strut.

Herman Brusselmans begon ooit een roman met de zin: ‘Ik heb alweer niks te melden en dat zal ik doen in een pagina of zeshonderd à zeshonderdvijftig, we zullen zien.’ Lenny Kravitz had zijn nieuwe album kunnen beginnen met de mededeling: ‘Ik heb alweer niks te vertellen en dan zal ik doen in een nummer of twaalf, dertien, we zullen zien.’ Het eerste nummer van het album gaat over seks. Het heet: Sex. Het derde nummer gaat over seks. Het heet: Dirty White Boots. Want dat mag de sekspartner van Lenny graag dragen, daar wordt Lenny geil van. Er zijn honderdduizenden popnummers over seks geschreven. Sterker: je zou kunnen betogen dat seks de reden is dat popmuziek überhaupt bestaat. Het valt niet mee daar nog originele songteksten aan toe te voegen, maar dat hoeft ook niet: je kunt het ook zoeken in de vorm, zeker als je het muziektalent van Kravitz hebt.

Maar zijn nummers zijn verre van broeierig. Ze klinken juist vlak, ingehouden en fantasieloos: alle ingrediënten voor beroerde seks. En wanneer na dertig seconden wel duidelijk is hoe het nummer zich verder gaat ontwikkelen (níet; het duurt alleen nog een minuut of vier), ga je vanzelf naar de teksten luisteren. Dat is bij Kravitz zeker de laatste jaren een oefening in plaatsvervangende schaamte. ‘Girl I need you right here next to me/ You’re the one that brings me ecstasy/ Girl I need your lovin’ every day/ You’re the only one who could make me stay.’

Er is één onderwerp denkbaar waarover bijna net zo veel liedjes zijn geschreven als over de liefde. De stad New York. Ook daarover staat een nummer op het nieuwe album van Kravitz. Het heet: New York City. Eén passage eruit: ‘You know she’s my heart/ I really love New York City/She’s lived and died so many times/ You know life can be real tough/ On my New York City.’

Kan het simpeler, luier, onnozeler? Ja, Kravitz kan dat. Hij heeft een nummer geschreven over iemand die jarig is. Het heet: Happy Birthday. Dat is ook het refrein.

Strut is een album waarop geen enkele artiest trots zou kunnen zijn. Maar een artiest met de potentie van Lenny Kravitz zou zich er dood voor moeten schamen.


Kravitz speelt op 19 november in Ziggo Dome