Het verziekte DNA van GroenLinks

Amateuristische twitteraars

GroenLinks is kleiner dan ooit. Als de leden regeringsmacht willen om hun idealen te bereiken, moet de partij zichzelf opheffen. Zo niet, dan blijft voor GroenLinks slechts de rol van aanjager over.

Wil je de ware aard van het beestje leren kennen, vergeet in de politiek dan de op schrift gestelde idealen of tijdens congressen verwoorde toekomstbeelden. Kijk naar het gedrag van een partijleider en andere partijprominenten en je komt veel meer te weten over een politieke partij. Zo ook bij GroenLinks.

Neem donderdag 13 september, de dag na de verkiezingen. Toen kwamen de flink uitgedunde fractie en de nog op tien Kamerleden berekende groep fractiemedewerkers bij elkaar. Om de klap die de kiezer had uitgedeeld met elkaar te verwerken. Niet alleen Kamerleden verliezen hun baan als de kiezer een fractie meer dan halveert, ook een groot aantal fractiemedewerkers wordt werkloos. Maar wie waren niet bij deze emotionele bijeenkomst aanwezig? Partijleider Jolande Sap en partijvoorzitter Heleen Weening. Geen van tweeën had het gewoon menselijke inzicht dat op die ochtend bij de fractie hun eerste verantwoordelijkheid lag. Geen van beiden had de statuur om te eisen dat dat op dat moment belangrijker was dan bespreken of de partij­leider nog kon aanblijven. De twee bleven in hun Rotterdamse hotel waar ze de verkiezingsnacht hadden doorgebracht om over de ontstane situatie te praten. Sap kwam alleen even naar Den Haag om met de andere fractievoorzitters te praten over de eerste stap in de kabinetsformatie.

Veelzeggend was ook de handelwijze van Sap rondom de politietrainingsmissie in Kunduz. Als ze die missie echt niet had gewild, zoals de fractie had besproken, dan had ze begin 2011 niet met minister-president Mark Rutte aan een keukentafel moeten gaan zitten om te onderhandelen over de voorwaarden ervan. Sap deed dat toch, kreeg van Rutte wat ze vroeg en zette daarmee haar fractie en haar partij voor het blok. Vraag is wat erger is: onervarenheid of opzet?

Of kijk naar het twittergedrag van de voorgangster van Sap, medialieveling Femke Halsema. Toen Sap vorige week vrijdag uiteindelijk toch terugtrad, omdat de partijtop het vertrouwen in haar alsnog had opgezegd, twitterde Halsema dat die haar voorlopig niet meer hoefde te bellen. Over je graf heen regeren heet dat, en dan nog wel via Twitter. Van hun partijgenoten moeten ze het hebben bij GroenLinks.

Vergeet ook Tofik Dibi niet. Toen hij zich dit voorjaar kandidaat stelde voor het leiderschap van de partij was dat niet alleen een dolksteek in de rug van zijn fractiegenoot Sap, maar in die van de hele partij. Ongeleid projectiel Dibi. Dat een partijcommissie, juist aangesteld om te oordelen over de geschiktheid van personen, hem ongeschikt voor het leiderschap noemde, kon niemand verbazen. Maar toen die commissie die conclusie trok, waren de rapen gaar. Ook dat lieten ze elkaar voornamelijk via Twitter weten, daarmee het bestuur voor het blok zettend. Terwijl niet zo heel lang geleden GroenLinks zich in meerderheid juist tegen een lijsttrekkersreferendum had uitgesproken uit angst dat zich ongeschikte kandidaten zouden aandienen.

Hoe verziekt de verhoudingen zijn bleek ook afgelopen zaterdag op de partijraad in Utrecht. De dagvoorzitter liet direct aan het begin weten dat Tof Thissen, Eerste-Kamerlid en voorzitter van de commissie die Dibi ongeschikt achtte voor het partijleiderschap, niet aanwezig kon zijn omdat deze ‘echt ziek’ was. Met de nadruk op echt, ‘want anders wordt daar weer over gespeculeerd’, voegde hij daaraan toe.

Nu zit GroenLinks dus zonder echte partij­leider, zonder partijbestuur en met een nog slechts uit vier leden bestaande Kamerfractie. Een commissie onder leiding van partijprominent en wethouder te Amsterdam, Andrée van Es, was al kort na de verkiezingen aan de slag gegaan met een onderzoek naar de gang van zaken binnen de partij sinds 2010, het jaar dat de partij bij de verkiezingen na drie zetels winst nog tien zetels had en Halsema het fractievoorzitterschap overdroeg aan Sap. Als dat onderzoek straks op tafel ligt, hoeven in ieder geval geen koppen meer te rollen. Althans niet die van partijprominenten met een partijfunctie, want dat soort koppen zijn er niet meer om af te hakken.

Van Es en haar commissieleden moeten uitzoeken wat er structureel mis is bij GroenLinks. Dan zullen ze uitkomen bij de genen van hun partij, of eigenlijk bij die van hun leden en dus ook bij die van zichzelf. GroenLinksers zijn eigenzinnig, houden niet van procedures en hebben niet bij voorbaat achting voor gezag op grond van iemands functie. Allemaal eigenschappen waar niks mis mee is, ware het niet dat diezelfde eigenschappen ook zorgen voor een zwakke partijstructuur, voor gebrek aan samenwerking, voor politiek amateurisme en voor het ondermijnende getwitter als iets niet naar de zin is.

Nu geldt voor bijna alle politieke partijen dat hun leden zich eerder lijken uit te sorteren op karakter dan dat ze zich aangetrokken voelen tot de precieze inhoud van het partijprogramma. Maar bij GroenLinks lijkt dat nog sterker het geval dan bij andere partijen. Bij het optreden van GroenLinksers vraag je je daarom vaak af: gebruiken ze de partij als hun toneel of zijn ze er voor de partij en de idealen?

Afgelopen zaterdag hield Europarlementariër Judith Sargentini de partijraad voor dat GroenLinks niet op sterven na dood is zoals velen denken. Kijk naar de invloed van de Europese fractie van de Groenen, kijk naar alle gemeenten waar we in het college zitten, probeerde ze haar partijleden op te beuren. Ook hield Sargentini de partijraad voor dat de noodzaak voor duurzame en groene politiek groot is.

GroenLinks heeft drie Europarlementariërs, die samen met groenen uit andere landen de vierde fractie vormen in het Europees Parlement. Verder heeft de partij wethouders in onder meer Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Eindhoven, Den Bosch en Delft. Wie bedenkt dat 2014 zowel voor het Europees Parlement als voor de gemeenteraden een verkiezingsjaar is, begrijpt dat juist uit die gremia stemmen opgingen om Sap te bewegen af te treden. Voor de grootte van hun fractie, hun macht en hun invloed zijn ze, zowel in Europa als op lokaal niveau, afhankelijk van hoe hun partijleider het in Den Haag doet. De persoon Sap kon, na alles wat er was gebeurd, hun herverkiezing niet meer zeker stellen.

Op landelijk niveau heeft GroenLinks in haar 22-jarige bestaan echter nog nooit meegeregeerd. Het hoogste zetelaantal ooit was elf, behaald in 1998. Voor het verwezenlijken van idealen, toch de missie van elke politieke partij, is regeringsmacht geen overbodige luxe. Het dichtst bij kwam de partij in de zomer van 2010 toen de vvd na een mislukte eerste ronde over rechts, om de tafel ging zitten met pvda, D66 en GroenLinks. Die gesprekken liepen echter vast.

Een beetje meegeregeerd heeft GroenLinks in de afgelopen kabinetsperiode vervolgens wel. Ze gaf de doorslag bij de politiemissie in Kunduz en dit voorjaar onderhandelde ze na de val van het kabinet mee over de begroting voor 2013, het zogenoemde Lenteakkoord. Na al die jaren al met al een mager resultaat. De hamvraag die de commissie-Van Es zou moeten beantwoorden is dan ook: waartoe is GroenLinks op aarde? Wil ze regeringsmacht en is die te bereiken gezien het dna van de partij en de omstandigheden in de Nederlandse politiek? Of neemt ze genoegen met de rol van aanjager, wil ze een partij blijven die andere partijen op de huid zit als het gaat om groen en duurzaam?

Als GroenLinks blijft inzetten op regeringsdeelname, dan zit niet alleen haar dna haar in de weg. Ook zal de commissie moeten mee­wegen wat de afgelopen verkiezingen weer zichtbaar werd: dat verkiezingen in Nederland meer en meer een strijd om het Torentje lijken te zijn geworden. De kiezer wil meebepalen wie er minister-president wordt. Voor kleinere partijen en hun lijsttrekkers is het daardoor steeds moeilijker zich te profileren, en ook hun verkiezingsprogramma’s doen er steeds minder toe.

Dat GroenLinks een verkiezingsprogramma had dat én banen creëerde én goed was voor natuur en milieu maakte geen indruk op de kiezer, terwijl het een bijzondere prestatie is in een tijd van zowel een economische als een energie- en milieucrisis. Het gedoe in de partij was zeker mede debet aan het gebrek aan aandacht voor het verkiezingsprogramma. Maar de inhoud daarvan werd ook verdrongen door de strijd tussen de vvd’er Mark Rutte en pvda-leider Diederik Samsom.

Kan een kleine partij als GroenLinks, die met nog slechts vier zetels op landelijk niveau kleiner is dan ooit in haar bestaan, in dat soort verkiezingsgeweld nog wel blijven hopen ooit deel te nemen aan een regering? En mocht dat toch een keer lukken, zou ze dan genoegen nemen met de kleine rol die de ChristenUnie in het laatste kabinet van Jan Peter Balkenende (2006-2010) mocht vervullen?

Als GroenLinksers hun idealen willen verwezenlijken en daarvoor regeringsmacht onontbeerlijk vinden, zou de commissie-Van Es moeten voorstellen dat de partij zichzelf opheft. Het zou de leden dwingen om hun idealen via reeds bestaande politieke partijen te realiseren. De commotie over een dergelijk voorstel zou groot zijn, maar het zou het begin van een herschikking van het bestaande politieke landschap kunnen betekenen. Er zijn GroenLinksers die hopen dat een kiesdrempel dat politieke landschap gaat veranderen en zo de partij zal dwingen zich te bezinnen op haar voortbestaan. Maar wachten tot een kiesdrempel kleine partijen wegsaneert, heeft weinig zin. Omdat daar een wetswijziging voor nodig is, zal die kiesdrempel er niet komen.Een fusie met een andere politieke partij komt nooit gelegen. Altijd is er wel een reden om het niet te doen, zoals ook nu weer, nu de pvda groot en machtig is en de sociaal-democraten GroenLinks niet nodig hebben. De pvda, die zich nu concentreert op regeringsdeelname, heeft geen zin en tijd om energie in een fusie te steken.

Maar als GroenLinks zichzelf zou opheffen, waar moeten dan al die partijleden, Kamer­leden, raadsleden en Europarlementariërs blijven? Geef ze de vrijheid om zelf te kiezen van welke andere partij ze lid willen worden. Dat past ook het best bij GroenLinksers, ze zullen zich toch niks laten gezeggen.

Zo zal het echter niet gaan. Er zal een onderzoeksrapport komen dat verwijst naar onduidelijkheid in de koers, naar onvoldoende samenwerking tussen allerlei partijgremia, naar onduidelijke procedures, naar onvoldoende training in het politieke handwerk, naar onprofessioneel personeelsbeleid, naar een slechte communicatiestrategie en – als de commissie lef heeft – naar hinderlijk koninginnegedrag van sommige partijleden. En daar zal vurig over worden gedebatteerd binnen de partij.

Tot de volgende Kamerverkiezingen, dus mogelijk tot 2017, zit GroenLinks dan zonder aansprekende partijleider in de Kamer. Van buitenaf kan niemand tussentijds worden ingevlogen. Het kan zijn dat Bram van Ojik, deze week gekozen tot fractievoorzitter, zich ontpopt tot inspirerend leider of dat in de loop van die vijf jaar Jesse Klaver, het jonge talent in de viermansfractie, die rol gaat vervullen. Maar ook in die gevallen zal GroenLinks een partij zijn die zich erbij neer moet leggen dat het een aanjager was, is en blijft. Dat zou de commissie-Van Es er dan ook maar eerlijk bij moeten vertellen.