Amazon-medewerkers krijgen hoger loon, maar geen vakbond

New York – Het begon in juli met een onderzoek door de onlinepublicatie The Intercept, waaruit bleek dat één op de drie huishoudens van Amazon-medewerkers in de staat Arizona voedselbonnen nodig heeft om zich afdoende te voeden. Gesteund door die publiciteit gingen medewerkers in Amazon-distributiecentra in verschillende staten actie voeren voor een minimumloon van vijftien dollar per uur. De onafhankelijke senator Bernie Sanders voerde de druk op Amazon op, onder meer door in Washington de Stop Bezos Act (Jeff Bezos is de ceo van Amazon) te introduceren. Bezos gaf vorige week aan dat het ‘sociale krachten’ waren geweest die hem deden besluiten toe te geven.

In progressief Amerika werd de loonsverhoging met gejuich ontvangen. Amazon is met zo’n 250.000 werknemers en 100.000 seizoensmedewerkers de op één na grootste private werkgever in het land. De verwachting is dat ook andere bedrijven die hun personeel onderbetalen, zoals Disney en McDonald’s, zich gedwongen zullen voelen Amazons voorbeeld te volgen.

Op de website Medium schreef de socialistische commentator Alex Press: ‘15 dollar is niet de volledige slogan. Het is 15 dollar en een vakbond.’ Zonder vakbond kunnen de Amazon-medewerkers zich niet effectief verzetten tegen de lange werkweken en vaak onveilige arbeidsomstandigheden. Bovendien is het nieuwe uurloon slechts een concessie, waarschuwt Press. Amazon heeft al aangekondigd dat beloningen in aandelen en maandelijkse bonussen voor opslagmedewerkers zullen worden geschrapt om de verhoging te kunnen betalen. Bovendien vreest ze dat Amazon steeds meer medewerkers zal classificeren als onafhankelijke contractanten, op wie het nieuwe uurloon niet van toepassing zal zijn. ‘Zoals Bezos allereerst voor zichzelf zorgt, zo moeten medewerkers dat ook doen: vakbond, vakbond, vakbond.’

Matt Bruenig, oprichter van de linkse denktank People’s Policy Project, ziet in het Amazon-succes een les voor de Democraten: als die partij daadwerkelijk loonsverhogingen voor de lagere en middenklasse wil, moet de huidige strategie van investeren in onderwijs en bijscholing de prullenbak in. In plaats daarvan bepleit Bruenig hervormingen die veel weg hebben van het Nederlandse poldermodel, waarin ‘lonen per industrie worden vastgesteld door collectieve onderhandelingen, waarbij de werknemers worden vertegenwoordigd door vakbonden’, zo schrijft hij in The Washington Post. ‘Alleen de concurrentie op de arbeidsmarkt vergroten zal nooit genoeg zijn om de loonsverhogingen te krijgen die we nodig hebben.’