Ambtenaar, erger je niet

ROTTERDAM WORDT VAAK beschouwd als een politiek-bestuurlijk en maatschappelijk laboratorium. De opkomst van de populistische leider, de inzet van mobiele brigades tegen straatoverlast, interventieteams tegen kindermishandeling, de eerste allochtone burgemeester – in de havenstad beleven heel wat fenomenen hun première en wordt volop geëxperimenteerd met nieuw beleid dat vaak landelijke navolging krijgt.

In dit licht moet misschien ook het ‘meldpunt cynisme’ worden gezien. De gemeente Rotterdam opende onlangs een intern digitaal loket voor haar veertienduizend ambtenaren om melding te doen van ‘bitter gestemde collega’s die de werksfeer ondermijnen’. De eerste reacties waren navrant: daar heb je weer zo’n kliklijn om collega’s te naaien. Of: dat is nou een typisch voorbeeld van de doorgeslagen controlezucht van de overheid. Er is niet veel verbeeldingskracht voor nodig om te bedenken hoe men dit novum hikkend van de lach à la Debiteuren Crediteuren van Jiskefet in de kantines van de gemeenteafdelingen zal hebben ontvangen.
De verantwoordelijke wethouder Bolsius (CDA) haastte zich te zeggen dat het meldpunt niet gezien mag worden als een kliklijn. Het is eerder een ‘steunpunt’ om de bedrijfscultuur van het ambtenarenapparaat te verbeteren. En het gaat niet om ‘personen maar om gedrag’. Want, zo verklaarde hij, ‘cynisme is een grote bron van ergernis. Mensen storen zich enorm aan negatieve energie op de werkvloer en het ondermijnt de arbeidsvreugde.’
En zo ergert de ene ambtenaar zich aan de andere geërgerde ambtenaar met als oplossing een uitlaatklep voor ongenoegen over ongenoegen. Je hoeft echt geen cynicus te zijn om te constateren dat hier een ander probleem achter schuilgaat en dat de oplossing van de Rotterdamse gemeente onderdeel is van een en het zelfde probleem: een diep wantrouwen jegens elkaar.
Dat is niet exclusief voor de Rotterdamse situatie. Cynisme is de uiting van burn out-achtig gedrag dat door de hele samenleving klinkt, met oneliners als: ‘Dat wordt toch niks’ of: ‘Ze hebben weer eens wat verzonnen’ en: ‘Dat kost toch alleen maar geld.’ Het is de gekrenkte houding van werknemers die zich niet serieus genomen voelen door werkgevers en van burgers die zich niet gehoord voelen door politici.
De ironie is dat veel werkgevers en politici het er ook naar gemaakt hebben dat het geloof in de goede bedoelingen en het nut van beleidsmaatregelen is beschadigd. Bovendien is klagen over de ander sowieso een nationale hobby geworden. Uit een onderzoek kwam vorig jaar naar voren dat tachtig procent van de Nederlanders vindt dat er te veel wordt geklaagd. Door anderen welteverstaan en niet door zichzelf. Want ruim driekwart was erg tevreden over zichzelf.
Het creatieve oplossingsvermogen van de Rotterdamse gemeente zal hier weinig aan veranderen, en eerder het tegenovergestelde veroorzaken. Het onderlinge wantrouwen zal toenemen. Want wie meldt wie aan?