Americare

Heeft opperrechter John G. Roberts van het Amerikaanse Hooggerechtshof vorige week de grondslag gelegd voor president Obama’s overwinning in november? Of zal de campagne nog vileiner, smeriger, kostbaarder worden?

Over de eerste vraag hebben we niet meer of minder zekerheid, maar het is wel zeker dat de uitspraak geen kalmerende uitwerking zal hebben. De Affordable Care Act, bijgenaamd Obamacare, is het kroonjuweel van Obama’s presidentschap. Door deze wet zal iedere Amerikaan verplicht tegen ziektekosten verzekerd zijn, ook als hij daarvoor belasting moet betalen. Wie aan de Europese verzorgingsstaat gewend is, zal het misschien een achterlijke toestand vinden dat miljoenen Amerikanen het zonder deze verzekering moeten doen. Maar daar moeten we in Europa telkens weer aan wennen. Amerika heeft in menig opzicht een totaal andere traditie.

Op 28 juni heeft het Hof met vijf tegen vier stemmen besloten dat de verplichting rechtsgeldig is. Voor degenen die de Europese normen en waarden gewend zijn, zal het een late maar vanzelfsprekende vervolmaking van de westerse normen en waarden zijn. Heel veel Amerikanen denken er radicaal anders over. In hun ogen is Obamacare een stap verder in de richting van het vervloekte Europese socialisme, de almacht van de staat die nu weer verder het leven van de vrije burger binnendringt. Naar schatting dertig miljoen burgers zullen bij deze wet baat vinden. Maar bij de fanatieke fractie onder de Republikeinen wordt deze sociale, of humanitaire winst niet gewaardeerd. Integendeel, de Tea Party, die nu een kwakkelend bestaan leidt, wordt erdoor gerevitaliseerd.

Paul Krugman, columnist van The International Herald Tribune, econoom en Nobelprijswinnaar, besluit zijn column dit weekend zo: ‘De wreedheid en meedogenloosheid waartegen het Hof zich met deze uitspraak spijkerhard verzet, zijn daarmee niet verdwenen. Maar laten we voorlopig de vlag uitsteken. Dit was een grote dag voor het fatsoen, de vooruitgang en in het algemeen, het volk van Amerika.’ Bekijk het verhoudings­gewijs. De geclausuleerde overwinning van Obama en de reacties bewijzen voorlopig dat de Amerikaanse politieke cultuur een volstrekt andere is dan de Europese. Wij ervaren daarvan voornamelijk de gevolgen in de buitenlandse politiek, maar de binnenlandse verhoudingen zetten de toon van wat Washington bereid is in de rest van de wereld te ondernemen. Vandaar dat de gezondheid van de Amerikanen regelrecht verbonden is met het lot van de rest van de wereld.

Mitt Romney, Obama’s tegenstander, heeft beloofd dat hij, als hij president wordt, de wet onmiddellijk ongedaan zal maken. Daarmee consolideert hij de trouwe Republikeinse achterban die van nature niets van Obama’s nieuwlichterij wil weten. Maar van Romney’s volledige programma hebben we nog geen duidelijke voorstelling. Wel weten we dat hij over een enorme krijgskas beschikt. Romney kan rekenen op krachtige steun van het bedrijfsleven. Het enige wat we nu van de campagne kunnen zeggen is dat van beide zijden met de attack ads, verdachtmakingen van de tegenstander, waarschijnlijk nieuwe dieptepunten zullen worden bereikt. Ook in dit opzicht is Amerika anders dan Europa.

Intussen wordt duidelijk dat we in deze verkiezingen met een nieuwe factor rekening moeten houden: de opkomende generatie. Volgens de meest recente onderzoeken verkeert een groot deel van de jongste kiezers in onzekerheid. Vier jaar geleden was het, na de twee ambtstermijnen van George W. Bush, voor de jongeren geen probleem. Hun generatie snakte naar vernieuwing en in zijn campagne gedroeg Obama zich als een jonge tovenaar.

Vier jaar presidentiële praktijk hebben die glans doen verdwijnen. Hij heeft het einde van de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan aangekondigd, maar de oorlog duurt voort. Over het geheel genomen is zijn buitenlandse politiek in het Midden-Oosten een gemaskeerde halve mislukking. Libië blijft op z’n best een wankele democratie, de moordpartij in Syrië gaat verder zonder dat Washington er iets aan kan doen. Dat is mede het gevolg van de mislukte interventies van Bush, en verder hangt het nauw samen met de veranderde mondiale machtsverhoudingen. Maar met dergelijke verklaringen win je geen verkiezingen. Romney heeft Obama’s buitenlandse politiek laf genoemd. Dat komt beter aan.

Maar de kiezers van de nieuwste generatie, zeventien miljoen, willen vooral weten hoe het met hun toekomst in eigen land is. De crisis is niet voorbij, er zijn de afgelopen maanden zestigduizend banen bij gekomen in plaats van de 125.000 waarop gehoopt was. De werkloosheid is gestegen van 8,1 naar 8,2 procent. Romney noemt het ‘verwoestend nieuws’ en een aanklacht tegen Obama. It’s the economy stupid! zei Bill Clinton indertijd, en hij won. Obama begrijpt het wel, hij doet zijn best, maar op het ogenblik wekt ­Romney de schijn dat hij het kan. Op zo’n manier kun je ook president worden. Dat heeft George W. Bush bewezen.