Amerika als droom en nachtmerrie

NORMAN MAILER (1923-2007)

Op zaterdagochtend 10 november, vlak na een longoperatie in het Mount Sinai Hospital, Manhattan, stierf Norman Mailer aan een acute niercrisis. Hij werd 84 jaar. Wie hem de Jan Wolkers van de Amerikaanse letteren wenst te noemen, zal in de eerste plaats denken aan Mailers machogedrag, aan zijn hartstochtelijke liefdes en zes huwelijken en aan de viriliteit van veel van zijn personages getekend door oorlog, dood en wraakzucht. Wie schreef zo obsessief over vrouwen en hun elegantie, over Marilyn Monroe en over stoere mannen en Grote Mannenego’s die niet dansen?
Maar wie Mailer heeft gelezen, zal genuanceerder moeten zijn. Zijn eerste roman – The Naked and the Dead (1948) – ging over de Tweede Wereldoorlog en The Castle in the Forest (2007), zijn laatste ook, via de jeugd van Hitler. Die oorlog heeft hem getekend, weerbaar en gebekt gemaakt. Norman Mailer, geboren in Long Branch, New Jersey, komt uit een joods gezin. Zijn vader, Isaac Barnett, was boekhouder; zijn moeder, Fanny Schneider, leidde een zorginstelling. Na zijn Harvard-studie, luchtvaarttechniek, vocht Mailer als soldaat in de Filippijnen. Door zijn betrokkenheid bij die oorlog raakte hij levenslang begaan met wat supermacht Amerika zoal uitspookte in de wereld. De op gewelddadigheid beluste Croft in het al te naturalistische The Naked and the Dead is de vleesgeworden oorlogsmachine en overlevingsdrift, die jaagt op Jappen en zijn eigen angst zo smoort. Niet toevallig is hij Mailers meest uitgewerkte personage. De subtielere, liberalere tegenstemmen in de roman zijn veel zwakker, wat niet wil zeggen dat Mailers debuutroman louter oorlogsgeweld op papier is. Mailer was geen pacifist maar wel een kritische volger van de naoorlogse Amerikaanse politiek.

De roman Why Are We in Vietnam (1967) en het half nonfictionele Armies of the Night (1968) zijn twee kernboeken van Mailer, die zich zowel gretig in de openbaarheid kon storten als zich langdurig kon terugtrekken als een kluizenaar om een lijvig en stevig gedocumenteerd boek te schrijven over een beroemde kunstenaar (Portrait of Picasso as a Young Man, 1995) of beroemde moordenaar (Gary Gilmore in The Executioner’s Song, 1979). In The Armies of the Night zijn de legers demonstranten die in de jaren zestig in Washington oprukken naar het Pentagon. Een van hen is Norman Mailer, die gearresteerd wordt. Het boek, waarin Mailer zelf nadrukkelijk ‘schittert’, heeft twee delen: ‘Geschiedenis als een roman’ en ‘De roman als geschiedenis’. De Amerikaanse vredesbeweging is Mailer in het puur autobiografische eerste deel. Zo maakt Mailer van zijn eigen politiek actieve leven geschiedenis, niet uit puur egocentrisme maar vanuit het idee dat Amerika schizofreen is. Ten tijde van de Vietnamoorlog leek Amerika voor Mailer knettergek.

Why Are We in Vietnam is een roman waarin Mailers obsessie met moord (ook op John F. Kennedy, in het schitterende Oswald’s Tale 1995), promotie voor het product Mailer én engagement vruchtbaar samengaan. Die prikkelende vraag beantwoordt Mailer pas aan het einde van het boek, dat zich in… Alaska afspeelt. De onbetrouwbare verteller D.J. vertelt over een door zijn vader georganiseerde berenjacht van rijke Texanen. Die slaan hun kamp op aan de rand van de witte jungle, tussen cultuur en natuur. Maar Why Are We in Vietnam zoekt naar de grens tussen wildernis en beschaving, tussen het onmenselijke en menselijke. Het kille landschap beïnvloedt de destructieve geest van de jagers, die tegelijkertijd opgejaagden zijn. Wat gebeurt er met een mens die alles achterlaat en de rimboe intrekt? Die betreedt zijn eigen heart of darkness. Verteller D.J. is een doorgeefluik van vele stemmen en tonen: documentair, hallucinerend, fantaserend, zich herinnerend. Maar de stille stem van het ijskoude landschap van Alaska overheerst. Tussen de sneeuw fluistert God op duivelse toon: ‘Fulfill my will, go forth and kill.’ God gaat stil tekeer als een beest wanneer de mens op zichzelf is aangewezen. De geest van de jagers, of opgejaagden, is gevangen in gekte, in doodsangst, in paranoia. Het is een obsessie: iedereen is handlanger van God en de Duivel en Amerika ‘wordt geleid door een raadselachtig meesterbrein’, aldus Mailer.

Al voordat Capote zijn zogenaamde non-fictieroman In Cold Blood (1965) schreef, was Mailer ervan overtuigd dat moordenaars prachtige publiciteit opleverden in een land gefixeerd op geweren. Bovendien weerspiegelden ze ook een ongemakkelijke mentaliteit. De subtitel van Oswald’s Tale, waarin Mailer veel meer dan de jeugd van Lee Harvey Oswald ontrafelt, luidt: An American Mystery. Eigenlijk wilde Mailer het An American Tragedy noemen, naar Theodore Dreisers beroemde roman. Want Amerika zag hij als Droom en als Nachtmerrie, ook na 9/11 (het wtc was volgens Mailer een ‘toren van Babel’ die toch eens neer moest, en verwoestte Amerika Hiroshima niet in drie seconden?). Mailer sluit Oswald’s Tale zo af: ‘Laten we dan maar afscheid nemen van Lee Harvey Oswalds lange en vastberaden droom over een politieke triomf, vrouwelijke goedkeuring en verheven bestemming. Wie van ons kan zeggen dat hij in geen enkel opzicht verbonden is met onze droom? Als Theodore Dreiser niet al zijn laatste grote werk zo genoemd had, zou “een Amerikaanse tragedie” de titel geweest kunnen zijn voor deze reis door Oswalds geteisterde leven.’

Norman Mailer heeft in zijn immense oeuvre van romans, documentaires en biografieën Amerika, zichzelf en zijn lezers altijd een spiegel voorgehouden: kijk eens goed wat je doet, leef het leven groots en meeslepend, dan pas mag je doodgaan.