Carson McCullers, Het hart is een eenzame jager

Amerika als gekkenhuis

Carson McCullers

Het hart is een eenzame jager

Vertaald door Marion op den Camp

Athenaeum-Polak & Van Gennep,

382 blz., e 24,50

In 1935, midden in de economische crisis, vertrok Carson McCullers (1917-1967) voor de eerste keer naar New York. Op een ondergronds metrostation verloor zij, naïef en ziekelijk meisje uit Co lumbus, Georgia – dat wil zeggen het Diepe Zuiden – al haar geld, zodat ze allerlei baantjes moest aannemen. Maar ze vond ook iemand in de grote stad: een stimulerende docente aan de School of Creative Writing van Columbia University. Vanaf 1936 werkte ze aan The Mute, een roman die uiteindelijk, op 6 juni 1940, als The Heart Is a Lonely Hunter gepubliceerd werd, waarna haar naam meteen werd opgenomen in een rijtje: Sherwood Anderson, William Faulk ner, Erskine Caldwell, Eugene O’Neill, Eudora Welty en (later) Tennessee Williams. Wie deze debuutroman van de toen 22-jarige McCullers leest vraagt zich af waar de schrijfster de levenservaring vandaan haalde die het hart van de roman uitmaakt. Of vergis ik me en gaat het bij het schrijven eerder om verregaande empathie en diepdoorleefde verbeelding?

The Heart Is a Lonely Hunter is een verhaal dat zich afspeelt in het midden van het Diepe Zuiden en draait om een doofstomme man, John Singer, tegen wie de andere personages opkijken en op wie zij al hun problemen en verlangens projecteren. Hij lijkt een geduldig oor voor hun wanhopige verhalen te hebben, hun drang naar gewelddadigheid te begrijpen en hun angsten te bezweren. De blik in zijn groene ogen zou boek delen spreken: «Zijn ogen deden ie mand denken dat hij dingen hoorde die niemand anders ooit had gehoord, dat hij dingen wist die niemand anders ooit had vermoed. Hij leek niet helemaal menselijk.» Maar degenen die op hem inpraten weten niet dat de man met het engelengeduld ook lijdt: hij heeft zijn vriend, met wie hij onafgebroken samen was, aan gekte verloren en be zoekt hem af en toe in een in richting in een andere stad.

Aanvankelijk had de jonge McCullers nauwelijks een idee van de richting die haar roman The Mute uitging. Ze schreef fragmenten over Mick Kelly, een zeer muzikaal schoolmeisje, en misschien wel een Wunderkind (titel van McCullers’ allereerste gepubliceerde verhaal), dat als dochter van een pensionhouder kennismaakt met de raadselachtige John Singer. Zij zwerft door het stadje, praat met de joodse schooljongen Harry Minowitz over muziek, antisemitisme en dreigende oorlog en verlangt naar een carrière als pianiste.

In Esquire blikte McCullers achttien jaar na haar droomdebuut terug op haar eerste schrijfervaringen: ze dobberde op het toeval. De personages doken als vanzelf op. Ze schreef elke dag, maar het geheel kreeg aanvankelijk geen enkele betekenis. Op een dag kreeg ze een flits van inzicht. Ze riep haar moeder en kondigde aan dat ze eindelijk wist dat het centrum van haar roman een doofstomme was en John Singer heette. Haar moeder, overrompeld door de gedecideerdheid van haar dochter, dacht even na en vroeg toen hoeveel doofstommen zij dan kende. «Ik ben er nooit een tegen gekomen, maar ik ken Singer.» De kern van haar vondst was natuurlijk dat ze de vorm voor haar roman had gevonden. Al haar personages draaien als menselijke satellieten om hem heen, tot John Singer besluit uit hun en het leven te verdwijnen omdat het verlies te groot is geworden. The Heart Is a Lonely Hunter eindigt op 21 augustus 1939, een omineuze datum omdat op die dag, vlak voor middernacht, bekend werd dat Molotov (Rusland) en Von Ribbentrop (Duitsland) een niet-aanvalsverdrag hadden getekend, Polen al onderling verdeeld hadden en daardoor de Tweede Wereldoorlog onvermijdelijk maakten.

De roman opent klassiek Amerikaans als de socialistische zwerver Jake Blount het stadje binnenzeilt, zijn el lende en teleurstelling uitvent en uiteindelijk een baantje als monteur vindt. Hij kent niet alleen zijn marxistische klassieken maar ook het klappen van de zweep van de dagelijkse praktijk. Als agitator heeft hij te veel aan ei genbelang, kortzichtigheid, hebzucht en stupiditeit meegemaakt. Hij wil de gospel van het evangelische socialisme wel uitdragen, maar door schade en schande, en door hopeloos mislukte stakingen, is hij wijs en eenzaam geworden en beseft hij dat er maar weinigen zijn die inzicht hebben in kapitalistische verhoudingen. Hij is versplinterd en zoekt bij de eeuwig luisterende Singer begrip, troost en drank om de gewelddadige neigingen in hem de baas te kunnen worden: «En ik ben Hollands en Turks en Japans en Amerikaans. (…) Ik ben iemand die weet. Ik ben een vreemde in een vreemd land.» Deze politieke evangelist ziet Amerika als een gekkenhuis. «Hij ziet hoe mannen hun broeders moeten beroven om in leven te kunnen blijven. Hij ziet kinderen die verhongeren en vrouwen die zestig uur per week werken om te kunnen eten. Hij ziet een godverdomd werklozen leger en miljarden dollars en duizenden mijlen braakliggend land. Hij ziet de oorlog aankomen.» Cafébaas, we duwnaar en verwoed krantenlezer Biff Brannon daarentegen wordt verteerd door een duister verlangen naar het schoolmeisje Mick en beseft ondanks het bijhouden van het nieuws en het runnen van zijn café, dat dag en nacht open is, dat hij niets weet, dat hij geen idee heeft waar hij naar op weg is en dat hij de zin van het leven niet kan vatten.

Vrijheid lijkt een levensgevaarlijk be grip voor de door eenzaamheid verteerde en in potentie gewelddadige mensen in Carson McCullers literaire universum. Zijn het freaks? Heeft Mc Cullers alleen een zwak voor kreupelen, zieken en zotten? «Niets menselijks is mij vreemd», reageerde McCullers op beschuldigingen dat ze vanaf The Heart Is a Lonely Hunter haar romans bevolkte met rare, redeloze en agressieve eenzamen. Ondanks pogingen van McCullers eenlingen om hun «ik» samen te laten smelten met hun zogenaamde naasten en zo «wij» te worden, zijn de resultaten zelden overtuigend. Liefde, een liefdesverhaal? Wat is dat? Als het raadselachtige personage John Singer liefde koestert, is die gericht op zijn vriend die wegkwijnt in een inrichting. Maar het echte verhaal – dat wat de anderen in The Heart Is a Lonely Hunter niet horen – grijpt plaats in de ziel van de minnaar. John Singer, die lijkt op Dostojevski’s prins Mysjkin, is het oog van de storm. En die storm is de opstand van de mens tegen zijn eigen innerlijke isolatie en zijn drang zich volledig te uiten. Die uitdrukkingsdrift wordt echter maar al te vaak ge dwarsboomd door een maatschappij die van verspilling en kortzichtigheid aan elkaar hangt.

The Heart Is a Lonely Hunter is nog altijd een schitterend voorbeeld van Amerikaanse Southern Gothic.