Hoofdcommentaar

Amerika en wij

Twee berichten waren voor CNN maandag breaking news. Het eerste ging over de Republikeinse senator Ted Stevens uit Alaska. Die was door een jury schuldig bevonden aan corruptie. Het andere bericht ging over de zangeres Jennifer Hudson. Tijdens de Democratische conventie had ze het volkslied ten gehore gebracht, nu was haar halve familie vermoord. Alle kabelzenders pakten groot uit.
Waar was het nieuws over de ‘verijdelde moordaanslag’ op Barack Obama? Over de skinheads uit Tennessee die eerst 88 gekleurde Amerikanen wilden doodschieten, er vervolgens veertien wilden onthoofden en dan in één moeite door de Democratische presidentskandidaat zouden omleggen?
Het bericht was bijna te bizar om serieus te nemen. De gearresteerde adolescenten zouden, volgens het politierapport, ook zelf hebben onderkend dat de kans nogal klein was dat ze het eerste deel van hun missie zelf ongeschonden zouden volbrengen. In Tennessee zouden ze Obama de komende dagen bovendien niet zijn tegengekomen, want zelfs onder het huidige gesternte valt voor Democraten in die staat bij de verkiezingen weinig te halen. Maar veel Nederlandse media trokken alle registers open: ‘Skinheads wilden Obama vermoorden’, kopte de Volkskrant. ‘Moordcomplot tegen Obama ontmaskerd’, ronkte Nova.
Onderwierpen Amerikaanse tv-zenders en grote kranten als The New York Times en USA Today zich aan zelfcensuur om potentiële moordenaars niet op een idee brengen? Of was het inderdaad non-nieuws, een variatie op een oud thema, dat in een eenkolommertje weggezet kon worden? Het was niet de eerste keer dat een complot tegen Obama aan het licht was gebracht – zoals in de Verenigde Staten met enige regelmaat complotten of doodsbedreigingen worden blootgelegd tegen bijna iedere publieke ambtsdrager.
Of zou het idee van een moordaanslag op de Messias uit Illinois, de man die de eerste gekleurde president van de Verenigde Staten kan worden, juist onze diepste angst belichamen? Hoe vaak niet hebben Nederlandse media (ook dit blad) tijdens de Democratische voorverkiezingen gekleurde taxichauffeurs aan het woord gelaten die beweerden uit angst voor een moordaanslag veilig op Hillary te stemmen? Hun getuigenissen refereerden aan alle mogelijke verwrongen percepties die we in Europa van de Verenigde Staten hebben: geïnstitutionaliseerd racisme, alom aanwezige Ku Klux Klan en multiculturalisme dat niet werken kan. Steeds weer die verwijzing naar de in 1968 geliquideerde Martin Luther King, maar nooit naar onze recentere politieke moord – die op de kale Messias uit Rotterdam.
In Nederland is Obama zwarter dan in Amerika zelf. In de VS werd hij pas een Afro-Amerikaanse kandidaat toen Bill Clinton na de Democratische voorverkiezing in South Carolina een smerige vergelijking maakte met het eerdere succes van dominee Jesse Jackson daar, bij ons is hij al vanaf zijn eerste optredens de-zwarte-man-die-president-wil-worden. Is dat omdat Amerikanen politiek correcter zijn? Zijn Nederlanders racistischer? Geen Amerikaan die de historische waarde van de verkiezing van Obama tot Democratische kandidaat miskende, maar het was de Nederlandse publieke omroep die voor de berichtgeving een speciaal programma inlaste, dat godbetert gepresenteerd werd door de multiculti-anchors Prem Radhakishun en Jörgen Raymann.
Het is alsof we niet willen geloven dat Amerikanen in staat zijn om iemand met een andere huidskleur en een exotische naam tot hun leider te verkiezen. Terwijl, hoe racistisch sommige streken van Amerika ook mogen zijn, gewone Amerikanen in het dagelijks leven vaak meer uitheemse contacten hebben dan de gemiddelde Nederlander. Afro-Amerikanen en verse immigranten met de meest onverstaanbare accenten werken in de hoogste functies bij overheid en bedrijfsleven – en niet louter dankzij positieve discriminatie. Het bij ons afgeschreven multiculturalisme is in de Verenigde Staten springlevend.
Maar terwijl we aan de ene kant de eeuwig optimistische Amerikanen niet in staat achten te kiezen voor de betere kandidaat of we er somberend van uitgaan dat die kandidaat het niet tot de eindstreep zal halen, hebben we Obama paradoxaal genoeg al maanden geleden op het schild gehesen als de onvermijdelijke winnaar. Dat Amerikanen na acht jaar Republikeins wanbeleid met John McCain opnieuw een Republikein zouden kiezen, gaat het Europese bevattingsvermogen evenzeer te boven.
Toch is Obama pas op de golven van de economische malaise daadwerkelijk op zijn Republikeinse tegenstrever gaan uitlopen. Veel kiezers keken domweg naar wat de man voorstaat, en dan blijkt Obama in de plaatselijke context een tamelijk linksdraaiende etatist, waarmee centrumrechts en libertair Amerika in eerdere verkiezingen al genadeloos afrekenden. Natuurlijk zijn er kiezers die zeggen problemen met zijn huidskleur te hebben, maar dat is gezien de resultaten in de voorverkiezingen een minderheid. Nu de crisis dieper klieft dan eerder gedacht, is de ideologie op een zijspoor gekomen en telt nog slechts welke kandidaat het best is voor de eigen
portemonnee.
In Europa had Obama de verkiezingen maanden geleden al gewonnen, maar de vraag of hij voor Europa de meest ideale president zou zijn is niet gesteld. Hij kan het aanzien van de Verenigde Staten veranderen, wat na acht jaar Bush geen slecht idee is, maar in de eerste plaats is hij een kandidaat voor binnenlands gebruik met een neiging naar isolationisme en handelsprotectionisme dat Europeanen normaal gesproken nogal zwaar op de maag ligt. Met het enthousiasme voor Obama hopen we op een soort mirakel in het gidsland dat we even hard wantrouwen als adoreren. We hopen ook op iets wat in Nederland nog niet binnen handbereik ligt. De veelgehoorde vergelijking met Ahmed Aboutaleb, de benoemde burgemeester van Rotterdam, gaat tenslotte mank. Als Obama dinsdag wint, dan is dat omdat de witte kiezer in meerderheid op hem gestemd heeft.