Tien jaar later De wereld na 9/11

Amerika heeft zijn moment gehad

Het afgenomen gezag van Amerika en de wankele economische situatie waren al in gang gezet voor de aanslagen van 9/11. Die legden de rot bloot, en waren niet de oorzaak.

TIEN JAAR NA 9/11 weten we dat niet de aanslagen zelf, beperkt als gebeurtenis, maar de psychologische en politieke gevolgen ervan Amerika en de wereld hebben veranderd. Ze hebben Amerika’s binnenlandse en buitenlandse politiek doen ontsporen en de positie van het machtigste land van de wereld danig verzwakt. Een proces van relatief Amerikaans machtsverlies was al langer bezig, maar de aanslagen veroorzaakten een tijdelijke verstandsverbijstering in de VS, gevolgd door hoogmoed en de val, erosie van hard power en soft power, verlies van aanzien en respect. De Amerikaanse oorlogen in de 21ste eeuw waren een oprisping, een laatste stuiptrekking van de American Century, nu voorgoed voorbij.
De wereld na 9/11 culmineerde in een gebeurtenis die in zijn praktische, directe gevolgen veel belangrijker zal blijken: de financiële crisis van 2008. 9/11 was een katalysator, de crisis van 2008 een keerpunt.
Objectief beschouwd moet je vaststellen dat de wereld van 2011 er niet vreselijk veel anders had uitgezien als 9/11 nooit had plaatsgevonden. De relatieve machtsvermindering van Amerika, de groei van de invloed en reikwijdte van China en andere opkomende economieën, de verrassende zwakte van de Europese Unie, de financiële onzekerheid, economische stagnatie en politieke verlamming - 9/11 had er alleen indirect mee te maken. Details waren ongetwijfeld anders geweest, maar niet de grote lijn.
Eerst even terug naar die zonnige septemberdag in 2001. Het presidentschap van George W. Bush stond er niet erg florissant voor. De omstreden verkiezingen hadden een president opgeleverd met beperkt gezag. Niettemin had Bush er al historisch beleid doorgejaagd, zijn belastingverlagingen zouden zogenaamd automatisch aflopen op 31 december 2010, maar de buit was binnen. Met veel moeite en de steun van Edward Kennedy had de regering-Bush een onderwijswet door het Congres gekregen, Leave No Child Behind, die perspectief leek te bieden op een consensus zoekend, niet ideologisch gedreven presidentschap. De economie kwakkelde, de dotcom-crisis werkte nog na. Bush leek te zwemmen. Menigeen begon al te denken aan een ééntermijnspresident.
Het werden twee termijnen en het werd een historisch presidentschap. Met dank aan Osama bin Laden. Aan 9/11 ontleende president Bush een gezag dat hij aanvankelijk niet had. De rijen sloten zich, de regering kon doen wat ze wilde. Ideologisch geïnspireerde neoconservatieven namen het buitenlands en defensiebeleid over. Binnenlands zetten Karl Rove en kornuiten zich in voor een rücksichtslose agenda gericht op Republikeinse machtsconsolidatie. Als 9/11 één direct gevolg had, dan was het de redding van president Bush.
Twee observaties zijn belangrijk. Het was een geluk bij een ongeluk dat op 9/11 geen Democratische president in het Witte Huis zat. Als we proberen ons voor te stellen wat er gebeurd zou zijn als de aanslag had plaatsgevonden onder een Democratische regering, schiet de fantasie te kort. Tot in lengte van jaren zouden de Democraten niet meer vertrouwd worden op het punt van nationale veiligheid. Misschien was Al Gore onder die kritieke omstandigheden een betere president geweest, hij en zijn partij zouden door de Republikeinen en de harde rechtse media zijn verpulverd.
De tweede observatie heeft te maken met the dog that did not bark, dat wat niet gebeurde na 9/11. De VS schoten niet in een isolationistische kramp. Het was heel goed mogelijk geweest dat Amerika in reactie op de aanval zich had teruggetrokken uit de wereld. In de campagne van 2000 had George Bush een bescheidener Amerika voorgesteld, niet overal vuurtjes dovend en hulp verlenend. Het was een uitkomst waar Osama bin Laden en al-Qaeda op hoopten. Hun belangrijkste motivatie was dat de Amerikaanse troepen na de Eerste Golfoorlog in Saoedi-Arabië waren gebleven. In bredere zin wilden ze Amerika waarschuwen dat je je niet kosteloos met de regio kon bemoeien en daarbij alle kwade krachten kon steunen. In die zin was 9/11 de rekening voor Amerika’s betrokkenheid bij de wereld. Voor een intelligente waarnemer als Osama Bin Laden was de hoop op isolationisme niet zo gek.
De primaire reactie van de regering-Bush was precies de omgekeerde. Ze koos voor een buitenlandse politiek die de Amerikaanse macht en kracht maximaal gebruikte. In deze visie was Amerika in staat de wereld vorm te geven, een nieuwe werkelijkheid te scheppen op basis van pure wilskracht. Internationale instellingen werden als nutteloze ballast genegeerd of opzij gezet. Unilateraal werd het kenmerkende woord.

FAST FORWARD naar 2011. Amerika is een ander land geworden door 9/11, binnenlands en buitenlands. De directe reactie op het gevoel van bedreiging was een gigantisch overheidsapparaat. Het departement van Homeland Security bestond voor 9/11 niet, maar is nu een moloch met meer dan 210.000 medewerkers en een bodemloze budgettaire grabbelton voor staten en politici. De maatregelen op de vliegvelden tonen Amerika in al zijn majestueuze inefficiëntie, niet alleen ergernis veroorzakend maar vooral enorme kosten en productiviteitsverliezen. En een permanent gevoel van onveiligheid.
Niet in dollars te meten is de mate waarin haatzaaierij tegen moslims voet aan de grond heeft gekregen. President Bush probeerde steeds terroristen te scheiden van moslims of de islam. Activisten leggen zich die beperking niet op en inmiddels heeft de ‘wereldwijde anti-islambeweging’ van Geert Wilders ook in de VS stevige wortels geslagen.
Het nationale veiligheidsestablishment won aan macht. Vice-president Cheney bouwde een parallelle structuur op in zijn staf, samenwerkend met het Pentagon en de inlichtingendiensten als het uitkwam, solo opererend als het zijn belangen beter diende. Cheney’s 'éénprocentfilosofie’ hield in dat elk mogelijk risico, hoe klein ook, als reëel en onmiddellijk moet worden ervaren. Dat is niet alleen duur maar ook gevaarlijk. Het bedreigt de open aard van een democratische vrije samenleving. Daarover valt te twisten, zij het niet met Bush en Cheney, die zichzelf een ruime en ongecontroleerde uitvoerende bevoegdheid toekenden. Zoals zo vaak bleken eenmaal opgezette structuren permanent. De regering-Obama heeft de expansieve visie van Bush/Cheney in stand gehouden.
Nog destructiever is de brede acceptatie van schendingen van internationaal recht, mensenrechten en gewone menselijke waardigheid door de eigen regering. De gemiddelde Amerikaan geeft niets om gevangenen in Guantánamo die nooit voorgeleid zijn, laat staan berecht. Een angstig Congres stond president Obama niet toe deze schandvlek weg te werken. Het langetermijneffect is een corrosie van de standaarden in een vrije samenleving.
Radicale islamisten en islamofoben treffen elkaar waar ze menen dat het Westen zwak is, niet genoeg voor zichzelf opkomt en inherent kwetsbaar is. Sommige westerse politici gaan daarin mee en pleiten voor een meer robuuste versie van de westerse samenleving, met wat minder rechten en vrijheden. Dit is misschien wel de gevaarlijkste gedachtekronkel die Bin Laden gelegitimeerd heeft. Dit denken miskent de inherente kracht van een vrij democratisch systeem dat inderdaad kwetsbaar is voor kwaadwillenden, maar tegelijk buitengewoon goed in staat is zich te herstellen van dat kwaad. Misschien kan Noorwegen daar nu een voorbeeld van geven. De vraag die Osama bin Laden heeft opgeworpen is zo oud als de democratie: hoeveel vrijheid mag je opofferen om je vrijheid te beschermen? Helaas is het antwoord van Dick Cheney de norm geworden: de uitvoerende macht bepaalt dat zelf, de burger moet het accepteren en ieder vraagteken daarbij is onpatriottisch, zo niet landverraad.

ZONDER 9/11 zouden de Verenigde Staten geen oorlog zijn begonnen in Afghanistan. Bin Laden slaagde erin de VS en het Westen in brede zin dat ongelukkige en onhervormbare land in te zuigen. Bush begon de oorlog om al-Qaeda uit te schakelen, maar verwaarloosde hem ten bate van zijn andere project, de oorlog in Irak. Niet alleen liet Bush Osama ontsnappen, hij miste ook de kans om snel in en uit Afghanistan te zijn. De mission creep was voorspelbaar en zette de regering-Bush op een koers die ze juist had verworpen: nation building en sociaal werk. Tien jaar later zit Barack Obama met een niet te winnen oorlog die zijn presidentschap ondermijnt en zit de Navo met een door niemand meer gewenste missie die veel meer gewicht heeft gekregen dan hij verdient.
Was de oorlog in Afghanistan min of meer opgedrongen, die in Irak was een gekozen oorlog. Zonder 9/11 had hij nooit plaats kunnen vinden. De neoconservatieve ideologen die al jaren aasden op het omverwerpen van Saddam Hoessein zagen hun kans schoon en haalden een op dit terrein onnozele president over om hun programma uit te voeren. Er was een kleine window of opportunity om Irak aan te vallen, tussen 9/11 en de verkiezingen van november 2004. De kleine leugen was dat Saddam bij 9/11 betrokken was, de grote leugen dat Saddam massavernietigingswapens zou hebben.
De pijnlijkste strategische blunder van de oorlogszeloten was dat ze met Saddam de grootste vijand van Iran elimineerden en zo een onfrisse maar stabiele regionale balans omver schopten. Verlost van hun oude vijand en met de vastlopende VS kon Iran, na de eerste schrik dat het land zelf aangevallen zou worden, zijn regionale positie versterken. Het Iraanse regime kon zijn geluk niet geloven. In deze collusie van strategische stupiditeit ging ook Israël mee, verrassend aangezien de Israëliërs beter dan wie ook weten dat de vijand van je vijand je vriend is.
Winnen van Saddam was makkelijk, maar de democratisering van het Midden-Oosten, te beginnen met Irak, is tragisch ontspoord. Amerikaanse levens en Amerikaans kapitaal zijn nonchalant verspild, om over de Iraakse levens maar te zwijgen. Amerikaanse betrouwbaarheid en discipline werden ondermijnd door een slecht geleid Pentagon en door een aan roekeloze huursoldaten uitbestede vuile oorlog. Een dreigende blamage werd voorkomen door een corrupte deal die het belangrijkste onderdeel was van de surge, maar die zichzelf straks in de staart zal bijten. Irak is geen democratie, het land is ontregeld en op weg naar een nieuw autoritair regime, deze keer van sjiitischen huize, of in elk geval gesteund door Iran.
Op alle niveaus was Irak een rampzalige onderneming. Amerika ondermijnde zijn reputatie in de wereld door arrogant unilateraal optreden, maar bovenal door ongelooflijke incompetentie. Onze ex-ambassadeur Paul Bremer, troetelkind van de Haagse Atlantische elite, speelde een hoofdrol als blunderende Amerikaanse onderkoning. Behalve de politieke generaal David Petraeus is niemand er veel beter van geworden.
De derde oorlog die Bush begon was niet minder destructief. De war on terror diende als dekmantel voor al het bovenstaande en nog veel meer, inclusief geheime gevangenissen, kidnapping, martelen en het uitspelen van Oost-Europese tegen West-Europese bondgenoten. Conceptueel was het een ramp. Oorlog tegen een methode gaat nergens over en tegelijk over alles. Geleidelijk keerde de kreet zich tegen de regering-Bush en werd alles onder de vlag van de war on terror verdacht en bijdragend aan de afbladdering van de Amerikaanse president. Natuurlijk was er al veel langer een meer realistische oorlog gaande tegen terroristen en hun handlangers. Richard Clarke, de terrorisme-adviseur van Clinton, claimde zelfs redelijk wat succes. Maar Bush maakte er een excuus van voor alles wat maar langskwam, daarmee uiteindelijk ook de bestrijding van terrorisme frustrerend.
De neoconservatieve zeloten, binnen en buiten de regering-Bush, in Europa gesteund door politieke pygmeeën die door Bush c.s. als nuttige idioten werden gebruikt, hadden een doelstelling die weliswaar naïef was maar niet abject: breng democratie in een regio waarin door het Westen gesteunde autoritaire machthebbers de stabiliteit bedreigen. Maak van Irak een modeldemocratie en Egypte, Syrië, Iran, Saoedi-Arabië en aanpalende olieboeren zouden als vanzelf volgen.
De autoritaire heersers kwamen met de schrik vrij. Irak werd geen model en toen het in Egypte in 2005 op een eerste confrontatie aankwam, gaven de VS niet thuis en lieten president Moebarak rustig de democratie de nek omdraaien. Het probleem was niet het ideaal; Bill Clinton had het verspreiden van democratie al als Amerikaans doel geformuleerd. Maar Bush was bereid er de Amerikaanse militaire macht voor in te zetten. De meerderheid van de Amerikaanse senatoren, inclusief Hillary Clinton, steunde vanuit dat idee de oorlog. Echt nieuw was dat Bush het verspreiden van democratie een slechte naam gaf en het morele gezag van Amerika verspeelde.
Zou de Arabische lente zonder 9/11 hebben plaatsgevonden? Ja natuurlijk, die lente zat er al heel lang aan te komen. Als iets haar komst heeft vertraagd, dan was het de blinde angst van het Westen voor alles wat ook maar in de verste verte met islamradicalen heeft te maken. Die angst dateert van vóór 9/11: in Algerije werd het resultaat van verkiezingen ongeldig verklaard toen bleek dat de islamisten hadden gewonnen. Sinds 9/11 hebben de autoritaire heersers dankbaar gebruik gemaakt van angst voor de islam om hun eigen regime te legitimeren, inclusief Saoedi-Arabië dat aantoonbaar betrokken was bij het aanjagen van radicalen.
De Verenigde Staten zijn nog steeds de onbetwiste militaire supermacht in de wereld en zullen dat voorlopig ook blijven. De hard power is onbetwist maar minder krachtig omdat de soft power van Amerika schade heeft geleden. Als je je militaire macht gebruikt en je faalt, dan is je afschrikmacht gehavend. Iran is echt niet meer bang voor een grootscheepse Amerikaanse interventie. Soft power is gebaseerd op de illusie van macht, niet op het uitoefenen ervan en al helemaal niet op het falend gebruik ervan.

BIJ ZIJN AFSCHEID in juni 2011 gaf minister Gates van Defensie een tamelijk vernietigend oordeel over de Navo. Aan het bondgenootschap had je niet veel, zei hij. Het slappe optreden in Libië was de laatste druppel. Gebrek aan geld en vooral gebrek aan doorzettingsvermogen en inzet dwongen de Verenigde Staten opnieuw de leiding te nemen in Europa’s eigen achtertuin. Gideon Rachman van de Financial Times concludeerde dat de toespraak de facto het einde markeerde van de Amerikaanse ambitie om de Navo om te vormen tot een wereldwijde militaire arm van een eensgezind Westen. De Amerikanen hebben met dit idee geflirt sinds de afkondiging van de war on terror, maar naarmate de oorlog in Afghanistan zich voortsleepte, kwamen de lasten meer en meer bij de VS te liggen. De Navo zal wel overleven, als bureaucratische kat met negen levens, maar Amerikanen hebben er geen illusies over.
Dit is meer dan enkel de Amerikaanse hoop die wegsijpelt, het is het einde van liberal interventionism, als je dat zo mag samenvatten. Dat begon in 1991 met de ineenstorting van de Sovjet-Unie waardoor de VS achterbleven als enige supermacht. De overwinning in de Eerste Golfoorlog verleidde George H.W. Bush tot een oproep tot een nieuwe wereldorde. Dat was het laatste wat we daarvan hoorden.
In de toekomst zullen de Verenigde Staten niet meer voorop lopen, geleidelijk aan zelfs niet meer 'leiden van achteruit’ zoals in Libië. Het ongeduldige debat in het Congres over Libië geeft aan dat presidenten zich wel twee keer moeten bedenken voordat ze overzees militair ingrijpen. Het is een direct gevolg van 9/11 en vooral van de daaruit voortvloeiende debacles in Irak en Afghanistan. Een vorm van Amerikaans isolationisme is tien jaar na 9/11 bepaald niet onmogelijk, waarmee Osama bin Laden postuum de winst binnenhaalt.

DAARMEE ZIJN de directe gevolgen van 9/11 wel genoemd. De langetermijnontwikkelingen zoals de opkomst van China en in mindere mate India en Brazilië, de stagnatie van Japan en de zelfdestructie van de EU werden er niet door beïnvloed. Al voor 9/11 waren de aandacht en de belangen van de Verenigde Staten naar de Pacific verschoven, naar de Stille Oceaan, ten koste van de hartelijke banden met de decadente bondgenoten aan de Atlantische Oceaan. Nu is dat definitief.
'Het Amerikaanse moment’, zoals de neoconservatieve analist Charles Krauthammer het in 1990 noemde, was van bijzonder korte duur. Amerika was en is nog steeds de enige supermacht, gemeten aan elke mogelijke definitie van die term. Het onterechte superioriteitsgevoel dat daaruit voortkwam maakte het gemakkelijk de zwakheden in de Amerikaanse positie te ontkennen. Daaraan maakte 9/11 een einde. Hoe je het ook wendt of keert, het was een rechtse directe. Het was geen aanval op de westerse manier van leven, maar een aanval op de rol van de VS als supersheriff van de wereld en op de zelfgenoegzame tevredenheid van de Amerikanen. Je mocht het niet zeggen, maar de VS hadden er wel degelijk om gevraagd. Overtuigdheid van je eigen goede trouw waarborgt niet de moraliteit van je daden, laat staan dat het garandeert dat anderen het zo zien.
Gezag bouw je op. Net als vertrouwen komt gezag op kousenvoeten en vertrekt het te paard. De echo’s van de paardenhoeven zijn sinds lang verstomd. Het was Osama bin Ladens genius dat hij de ballon van Amerika’s arrogantie en zelfvertrouwen kapotprikte. Dat is per definitie onherstelbaar. Dat incompetentie, ongeduld en falende analytische intelligentie, plus gebrekkig leiderschap, afgetopt met een crisis van de bestaande, Amerikaanse, financiële orde, de boodschap van Bin Laden jaar na jaar hebben versterkt, moet een resultaat zijn dat zijn stoutste verwachtingen overtrof. Osama bin Laden scoorde op 9/11, maar het zijn de spectaculaire eigen doelpunten van het Westen die de wereld nadien bepalen.
De wereld na 9/11 is niet stabiel. Niet omdat al-Qaeda of andere terroristen ons bij de keel hebben, maar omdat het Westen zichzelf in de houdgreep heeft genomen. Misschien heeft de boom-bust-economie van de afgelopen tien jaar niets met 9/11 te maken, al zou je het tegendeel kunnen betogen, maar de crisis van 2008 als ondermijning van vertrouwen en zelfvertrouwen heeft meer vernietigd dan die drie vliegtuigen op 9/11. De combinatie van beide is dodelijk. Want dit had Osama goed gezien: de ergste vijand van het Westen is het Westen zelf. Alleen verstandig en geduldig leiderschap kan angstige burgers behoeden voor hun zelfvervullende nachtmerries. De polarisatie en verdeeldheid zijn nu zo groot dat terrorisme niet nodig is om het hele bouwwerk op omvallen te zetten. De wereld na 9/11 is een onzekere, soms tot pessimisme stemmende plek geworden. De aanvallen legden de rot bloot, ze waren er niet de oorzaak van.