H.J.A Hofland

Amerika helpen

Door het mondiaal kabaal waarmee de vierde verjaardag van de oorlog in Irak gepaard gaat, worden we misschien even afgeleid van wat er verder in het Midden-Oosten gebeurt. Maar nog altijd is het niet uitgesloten dat zich in die baaierd van uitzichtloosheid iets ontwikkelt dat enig perspectief lijkt te bieden. Daarom is het van belang om te weten wat het Westen met de nieuwe Palestijnse regering van nationale eenheid gaat doen.

Premier is Ismail Haniyeh. Hij behoort tot Hamas. Hij is op democratische manier aan de macht gekomen, maar wordt door Israël niet erkend, omdat Hamas weigert Israël te erkennen en geen reden ziet om het geweld af te zweren. Hamas wordt door Verenigde Staten en Europese Unie beschouwd als een terreurorganisatie. De partner van Hamas in deze regering is de nationalistische Fatah-partij. Dan zijn er nog een paar onafhankelijke ministers, van wie die van Financiën en die van Buitenlandse Zaken de belangrijksten zijn. Beiden hebben goede betrekkingen met het Westen onderhouden. Maar Israël wil dus niet met deze regering praten, omdat Hamas er deel van uitmaakt.

Hebben de Palestijnen vorig jaar uit wanhoop in meerderheid voor Hamas gekozen? Daarmee is hun toestand er in ieder geval niet beter op geworden. Na die overwinning werd een internationaal politiek en economisch embargo tegen de regering van de Palestijnse Autoriteit afgekondigd. Vervolgens raakten aanhangers van Hamas en van Fatah met elkaar in een gewapend conflict dat aan driehonderd mensen het leven heeft gekost. Van de Arabische broeders ontvangen de Palestijnen vooral aanmoedigingen om de strijd tegen Israël niet op te geven, maar dat schept geen werkgelegenheid. Het resultaat van het afgelopen jaar is dat de vicieuze cirkel nog knellender is geworden.

Volgens mijn journalistieke leermeester dr. A.L. Constandse geldt in koloniale conflicten een ijzeren wet. Weigert de machtige het gesprek met de gematigden van de tegenpartij, dan krijgt hij de extremen of de extremisten ervoor terug.

Aan deze wet kunnen we nog een vervolg geven. Als de extremisten de gematigden eenmaal hebben vervangen, dan ziet de oppermachtige daarin de rechtvaardiging om het harde, compromisloze beleid voort te zetten. En het volgende vervolg: de machtige partij doet concessies, die dan weer door de zwakkere als ‘te weinig en te laat’ worden beschouwd, zodat de vicieuze cirkel onverminderd blijft bestaan.

Valt het conflict tussen Israël en Palestina koloniaal te noemen? Formeel zal het misschien niet aan alle eisen beantwoorden, maar materieel is het woord van toepassing. Israël houdt Palestijns grondgebied bezet, daar wonen kolonisten. Compromissen worden door de onverzoenlijke vleugel van de Palestijnen beschouwd als te weinig en te laat. Dan komen er nieuwe zelfmoordenaars, die daarmee voor iedere Israëlische regering het bewijs leveren dat met ‘de’ Palestijnen niet te praten valt. Hoewel nog zonder zelfmoordenaars, is de toestand met de intrede van Hamas in de Palestijnse regering weer tot dit stadium gevorderd.

Wat is dan onder deze omstandigheden het begin van een perspectief? Dat de Amerikaanse regering geen totaal embargo tegen dit Palestijnse bewind wil, maar bereid is tot contact met de gematigde onafhankelijke ministers. Verhoudingsgewijs is dit een revolutionaire ontwikkeling. Vorig jaar is in westerse intellectuele kringen een discussie ontstaan nadat de Amerikaanse geleerden John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt in de Londen Review of Books hadden geschreven dat Washington zijn buitenlandse politiek in het Midden-Oosten laat bepalen door Israël en dat daardoor niet altijd het Amerikaanse belang wordt gediend. Het geheim van de Israëlische invloed ligt volgens de auteurs bij de American Israel Public Affairs Committee (AIPAC), na de National Rifle Association de machtigste lobby. Dit leverde de heren veel beschuldigingen van antisemitisme op.

Serieuze kritiek kwam van Michael Massing in de New York Review of Books. Hij spoorde veel slordigheden op. Maar, schreef hij, dit laat onverlet dat de AIPAC ‘een machtig Israël wil, dat vrij is om de gebieden van zijn keuze te bezetten, en een verzwakt Palestijns volk en de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten’. Met medewerking van AIPAC is volgens Massing de ‘routekaart naar de vrede’ in vergetelheid geraakt. Dat extremistische Palestijnen daartoe hebben bijgedragen, spreekt vanzelf, maar het ging er nu juist om hun invloed te neutraliseren.

Nu zijn ze dus gesprekspartners voor Amerika, in een regering die door Hamas gedomineerd wordt. Is dat niet een kleine aardverschuiving? Noorwegen heeft de betrekkingen met de Palestijnse regering genormaliseerd. Zou minister Verhagen ook een stap in die richting durven wagen? Misschien heeft Amerika echt hulp nodig.