Amerika is een fantasie

Geert Mak somt in zijn achtervolging op John Steinbeck de overbekende Greatest Hits uit de Ameri­kaanse Geschiedenis op, terwijl de Amerikanen zelf die nauwelijks nog kennen.

Medium mak reizen zonder john

In september 1960 ondernam schrijver John Steinbeck een tocht door Amerika, vanuit zijn woonplaats Sag Harbor, aan de oostkust, over het platteland, langs de grote steden, de kleine dorpen, en weer terug – met in zijn hoofd de hamvraag wat Amerikanen Amerikanen maakt. Precies vijftig jaar later, in september 2010, maakte historicus Geert Mak dezelfde tocht, om te onderzoeken wat er van de observaties van Steinbeck is overgebleven, wat er van het goedburgerlijke jaar 1960 in 2010 nog terug te vinden is.

Van beiden werd nooit meer iets vernomen.

Nee, grapje – maar ook dat was een passend einde geweest voor beide projecten: zowel Steinbeck als Mak onderkent het Don Quichot-achtige aspect van de reis, het besef dat hij te grote vragen stelt, dat je niet kunt afdwingen dat de kern van de Amerikaanse identiteit zich zomaar aan je zal openbaren. Toch leverden ze twee buitengewoon leesbare boeken op, Travels with Charley (1962) van Steinbeck, en nu Reizen zonder John: Op zoek naar Amerika van Geert Mak.

Het is verstandig om meteen te zeggen dat het onvergelijkbare grootheden zijn. Travels with Charley is het werk van een romanschrijver, Reizen zonder John het werk van een historicus. Steinbeck is dichtbij, Mak is ver weg. Steinbeck schrijft persoonlijk, loopt op goed geluk een kerk binnen en durft toe te geven hoezeer de woorden van de dominee van dienst hem van energie en hoop voorzien; Mak citeert liever dan dat hij observeert, loopt een kerk binnen en weidt een hoofdstuk lang uit over de Quakers en de Rapture, over de Great Awakening en tv-dominees. Steinbeck is een Amerikaan die in de drie woorden die een klant er ’s ochtends aan vuil maakt om in een koffietent een refill te krijgen de mentaliteit leest van een streek (‘An early morning waitress in New England leads a lonely life’); Mak is een Nederlander die keurig met vaste gasten en voorbijgangers praat maar uiteindelijk zijn autoriteit zoekt in citaten van andere, Amerikaanse, journalisten en historici.

Steinbeck praatte hardop tegen zijn Franse poedel Charley (een unieke hond, schrijft Steinbeck: ‘He respects the right of cats to be cats although he doesn’t admire them. He turns his steps rather than disturb a caterpillar. His ­greatest fear is that someone will point out a rabbit and suggest he chase it’) en excuseerde zich tegen hem als hij voor de route moest vertrouwen op de sterren; Mak werd vergezeld door zijn echtgenote, Mietsie, die hem waarschijnlijk niet eens hoefde te helpen met het instellen van de TomTom.

1960 is een goed jaar voor Mak om te beginnen. In de jaren vijftig was er al veel aan het veranderen, gezinnen trokken en masse naar de snel groeiende suburbs, waar de vrouwen – die tijdens de oorlog nog mannenwerk hadden verricht – weer plaatsnamen in hun formica keukens. De komst van de televisie had de typische porch culture, waarbij het gezin ’s avonds op de veranda zat en met elke voorbijganger een praatje maakte, nagenoeg doen verdwijnen. Maar veel waarden bleven hetzelfde. De verkiezingen van dat jaar gingen over wat John Kennedy de ‘New Frontier’ noemde, de onbegrensde uitdagingen en mogelijkheden die in het verschiet lagen. De Verenigde Staten gingen het decennium in met de overtuiging dat ze wisten wat zo Amerikaans was dat je het nergens anders ter wereld zou aantreffen: zelfgemaakte appeltaart, Coke, een honkbalwedstrijd, een gegrilde hamburger in de achtertuin, een Chevrolet en een tekening van Norman Rockwell in The Saturday Evening Post.

Natuurlijk weet Mak dat dit klinkt als een verheerlijkt cliché, als een reclamepraatje. Maar het was een reclamepraatje waar iedereen in de middenklasse in geloofde – een ideaal dat het volk verbond. ‘Er gaapt een kloof tussen de collectieve fantasieën waarmee een land leeft en de dagelijkse realiteit.’ Die gapende kloof werd in anderhalf decennium blootgelegd: de huwelijkse idylle spatte uiteen in Alfred Kinsey’s rapport Sexual Behavior in the Human Male over het seksuele gedrag van de gemiddelde Amerikaanse man (conclusie: tachtig procent van de succesvolle zakenmannen gaat vreemd); Jane Jacobs schreef in 1961 over het gevaar van het stilvallen van stadsvernieuwing in The Death and Life of Great American Cities; Michael Harrington schudde in 1962 Amerika wakker met zijn beschrijvingen van extreme armoede in The Other America; James Baldwin beschreef de lijdensweg van zwarte en homoseksuele mannen in Notes of a Native Son; in 1962 toonde zeebiologe Rachel Carson in Silent Spring aan hoe gevaarlijk door boeren gebruikte pesticiden waren; Betty Friedan benoemde het sluimerende ongeluk van de suburban housewife in The Feminine Mystique; in 1965 kaartte Ralph Nader met zijn Unsafe at Any Speed aan dat de zo begeerde Amerikaanse auto levens­gevaarlijk was.

Allemaal bestsellers, allemaal boeken die voor veranderingen in publieksbeleid zorgden en allemaal boeken die, zoveel jaar later, weinig afbreuk hebben gedaan aan de collectieve fantasie. Nog steeds, ziet Mak, houden Amerikanen vast aan het idee van Amerikaans exceptionalisme en stemmen ze bij verkiezingen lijnrecht tegen hun eigen sociale en economische belangen in, omdat de kandidaat ‘onze normen en waarden’ deelt.

In plaats van dat de fantasie vandaag nog verbindt, verdeelt ze. Amerika is meer dan ooit opgedeeld in kleine gemeenschappen die hun eigen fantasie erop nahouden, maar wier sociale bestaan is uitgehold. Mak haalt David Simon aan, bedenker van The Wire (2002-2008), de nu al legendarische tv-serie over misdaad, politiek en journalistiek in de armste wijken van Baltimore, Maryland, die het heeft over ‘de dood van het werk’. Daarmee bedoelt hij niet alleen het verlies van banen, schrijft Mak, maar ook het verlies van waarde en integriteit die horen bij een normale werkgemeenschap: hij bedoelt ook het oppompen van statistieken, het behagen van superieuren in plaats van zeggen waar het op staat, het vervangen van kwaliteit door vorm en scores.

In Motorcity USA, Detroit, ziet Mak gapende leegstand, overwoekerde verlaten panden, ‘urban prairies’, en schrijft hij over buurten die zo crimineel zijn dat de enigen die de winkels nog durven te bemannen gevluchte Irakezen zijn, die gewend waren aan het geweld en de veertienjarige overvallertjes zonder pardon hun winkel uit knallen. In de landbouwstaten komt hij in druilerige diners waar Amerikaanse arbeiders naar Europese maatstaven dodelijke hoeveelheden bacon en bonen wegwerken, en klagen over de duizenden boeren die ermee opgehouden zijn omdat er geen droog brood meer valt te verdienen. Kon je in 1960 van een fulltime inkomen makkelijk een gezin van meerdere kinderen onderhouden, in 2010 moeten pap en mam er meerdere baantjes op nahouden om rond te komen. En de werkende middenklasse is ook al lang geen eenheid meer, schrijft Mak, maar kun je opdelen in Blue Americans en Red Americans. De blauwe hebben na de seksuele revolutie een nieuwe balans gevonden: ze trouwen niet snel en krijgen minder kinderen, maar werken hard en kennen relatief weinig echtscheidingen en buitenechtelijke geboorten. De Red Americans houden echter vast aan oude normen en waarden maar leven ‘in een krampachtige werkelijkheid, met vroege huwelijken, veel echtscheidingen en steeds meer buitenechtelijke kinderen. De houding van conservatieven, met hun verbod op abortus en anticonceptie en hun onrealistische nadruk op onthouding, werkt deze ontwikkeling in de hand: hun jongeren worden snel en vaak zwanger, trouwen overhaast en scheiden snel.’

Vrolijker is Mak als hij eenmaal in California aankomt: Hogere Beschaving wat de klok slaat. ‘Geen diners meer met eieren en steaks, maar bistro’s met Franse chansons. Geen four­wheeldrives voor de deur maar een Toyota Prius.’ De meisjes zijn mooi, het weer is lekker. ‘California was niet alleen een staat, het was een fenomeen, een droombeeld. Het was de finale van de Great Migration, de klassieke dwaaltocht naar het paradijs en het Verre Westen.’ Maar ook hier treft hij verdeeldheid aan; op de Interstate 5 van San Francisco naar Los Angeles (zeg maar de A2 van California) kan hij alleen op de linkerrijstrook rijden, de rechter was te versleten. Geen politicus die er iets aan kan doen, want het democratische proces is zo doorgeslagen dat bij elke impopulaire beslissing de kiezer meteen terugslaat via een recall election. In 2010 werd de burgemeester van Livington afgezet omdat hij tegen de zin van zijn electoraat de drinkwatertarieven had verhoogd; dit om de oude waterleidingen te vervangen, waar alleen nog bruinig water uit kwam.

De conclusies die Mak uiteindelijk trekt – grote inkomensverschillen, extreme politieke tegenstellingen, ‘us-versus-them’-_denken, gebrek aan vertrouwen in politiek et cetera – mogen bij de gemiddelde krantenlezer als bekend worden verondersteld (net zoals de auteurs die hij veelvuldig citeert, van Betty Friedan tot Thomas L. Friedman, dat bij de beter geïnformeerde lezer zullen zijn). Toch zit er een gekke, en tegelijk interessante, frictie in _Reizen zonder John: Mak is verslaafd aan geschiedenis, kan zichzelf er niet van weerhouden de overbekende Greatest Hits uit de Amerikaanse Geschiedenis op te dreunen, van generaal Custers domme dood bij Little Bighorn tot het beroemde tv-debat tussen Nixon en Kennedy, maar je vraagt je af hoe historisch onderlegd die collectieve fantasie van Amerika vandaag de dag nog is. De generatie die nu de zo geteisterde middenklasse instroomt komt uit kapotbezuinigde scholen, uit een politiek systeem dat zelfs de simpelste feiten polariseert (‘jij hebt jouw feiten, ik de mijne’) en uit kerkgemeenschappen die zo’n verreikende macht hebben dat ze elk maatschappelijk debat over de normen en waarden van die fantasie kunnen doen kapseizen. Als een objectief historisch bewustzijn zich op zijn dieptepunt bevindt, wat vormt dan de collectieve fantasie? In een boek dat zich zo aanstekelijk aan geschiedenis laaft, was een bezoekje aan een typische high school misschien wel zo ontnuchterend geweest.

In het hoofdstuk over feminisme haalt Mak Betty Draper aan, de meer dan desperate huisvrouw uit de geroemde tv-serie Mad Men, die haar zorgeloze bestaan in jaren zestig suburbia in toenemende mate als een gevangenis ervaart. Mak had ook Don Draper kunnen aanhalen, haar echtgenoot de reclameman die de Amerikaanse droom in tv-commercials van dertig seconden weet te verpakken. ‘There is no such thing as American history’, zegt Draper, ‘only a frontier.’ Amerikanen geloven niet in achteruitkijken, ze kijken alleen naar voren.


Geert Mak, Reizen zonder John: Op zoek naar Amerika. Atlas Contact, 575 blz., € 24,95