Interview met Aqeela Sherrills

«Amerika is volledig gepolariseerd»

In 1992 deed Aqeela Sherrills iets opzienbarends: hij dwong een vredesovereenkomst af tussen fracties van de Bloods en de Crips, twee rivaliserende bendes in Watts, een van de armste wijken van Los Angeles.

Sinds de jaren tachtig worden de achterstandswijken van Los Angeles geteisterd door geweld van bendes. Als ware minilegertjes, compleet uitgerust met automatische wapens, gaan ze elkaar te lijf. Kern van de strijd: territorium, drugs of het wreken van een vermoord bendelid. Vorm van de strijd: drive by shootings, executies en straatgevechten. Het bendegeweld heeft de afgelopen twintig jaar in LA County aan ruim zestienduizend mensen het leven gekost.
Aqeela Sherrills – lichtbruine ogen, indrukwekkende torso – relativeert het begrip «bende»: «Het bendeleven was leuk als kind en werd niet gezien als iets gewelddadigs. Het was onze rite de passage. De regering heeft de term ‹bende› geïntroduceerd, omdat ze op zoek waren naar een sociale zondebok. Slechts een belachelijk klein percentage van de zogenaamde bendeleden was daadwerkelijk betrokken bij criminele activiteiten. Dat hebben de media opgeblazen en volledig uit zijn verband getrokken. De meeste bendes zijn niet meer dan een surrogaatfamilie, omdat veel van ons onze kernfamilie hebben verloren aan de ware moordenaar: armoede. En je kunt bendes niet opheffen zonder er iets voor in de plaats te stellen. Het gaat erom ze in stand te houden en van nieuwe waarden te voorzien.»
Het lukt Sherrills aanvankelijk om zich afzijdig te houden van het geweld. Tot hij naar de middelbare school gaat. «De middelbare school lag op de grens tussen het gebied van de Crips en de Bloods, we noemden het de gladiatorschool. Kinderen uit beide gebieden gingen er naartoe. Twee jaar voor ik op die school kwam was er een jongen uit mijn buurt, de kant van de Bloods, vermoord door een jongen van de Crips-zijde. Vanaf dat moment representeerde je je buurt: als iemand aan je vroeg waar je vandaan kwam, dan sloeg je hem. You were guilty by association.»

Op zijn zestiende zijn inmiddels dertien van Sherrills’ vrienden gesneuveld. Hij besluit het bendeleven de rug toe te keren. Het jaar 1984 is het «einde van de gladiatorjaren». Tot die tijd werd er nog met blote handen gevochten, vanaf dan komen er steeds meer wapens in het spel. In het midden van de jaren tachtig gaat Sherrills naar de universiteit, waar hij, door een mengeling van persoonlijke problemen en het lezen van James Baldwins The Evidence of Things Not Seen tot inkeer komt. Van Baldwin begrijpt hij dat het de bedoeling van de blanken is om de zwarten elkaar te laten uitmoorden. Dit maakt hem razend: «Ik werd een rebel, een zwarte nationalist, racistisch, gaf blanken van alles de schuld. Dus trok ik de wijken in, roepend dat wij zwarten slachtoffers zijn van racisme.»
Het wordt 1988. Het geweld neemt steeds extremere vormen aan: dat jaar vallen er 1200 doden door bendegeweld in Los Angeles. Het radicale gedachtegoed van Sherrills neemt langzaam een gematigder vorm aan, maar hij volhardt in zijn missie het geweld de kop in te drukken. Hij praat met bendeleden om ze de zinloosheid van hun strijd te doen inzien. Elke dode is een broer, zoon, moeder, dochter. Hoe kreeg hij het voor elkaar in gesprek te treden met jongens voor wie geweld een manier van leven was geworden?
Aqeela Sherrills: «Ik ben opgegroeid met die jongens, ik was één van hen, mijn oudere broers waren drugdealers en gangsters van formaat. Dat was een voorwaarde om met ze te kunnen praten, je moet credibility hebben. Ik moest wel met individuen praten, niet met een groep. Eén op één zei iedereen: ik doe met je mee, maar what about the homies? Collectief waren ze bang om zich bloot te geven.»
Na vier jaar praten lukt het Sherrills in 1992 om de fracties van de Bloods en de Crips een vredesakkoord te laten te tekenen. Het vredesakkoord van Egypte-Israël wordt als mal gebruikt. Footballspeler Jim Brown is een belangrijke katalysator – zowel financieel als emotioneel – bij de totstandkoming van het akkoord.
Sherrills: «Het vredesakkoord verbeterde de kwaliteit van leven. Oude vrouwtjes wandelden weer over straat, kinderen speelden weer in het park. Maar een vredesakkoord tot stand brengen is één ding, het in stand houden is iets heel anders. Vrede is een proces, geen status-quo. Dat proces kent pieken en dalen, en we zitten nu weer in een dal. Twee maanden geleden waren er weer zeven moorden in de buurt. Het is geen totale oorlog zoals voorheen, en bovendien neemt het aantal moorden sinds het vredesakkoord nog steeds af: we zitten nu op 650 moorden per jaar. Dat is veel, maar het is een grote verbetering vergeleken met zo’n vijftien jaar geleden.
Maar hoe je het ook wendt of keert: deze plek is een warzone, waar in de afgelopen twintig jaar meer dan zestienduizend doden zijn gevallen als gevolg van strijd tussen bendes. We moeten dus steeds weer om de tafel zitten om te onderhandelen over de voorwaarden die vrede tot stand kunnen brengen. En dat zullen we blijven doen, steeds maar weer. We moeten op een andere manier leren kijken naar vrede in urban warzones. Iedereen denkt dat vrede rozengeur en maneschijn is, conflict wordt gezien als iets negatiefs. Maar dat is niet waar, conflict is gezond: het schept de kans om relaties te verdiepen, tot de kern van een probleem komen en te kunnen vergeven. Conflicten zul je altijd hebben, het zijn de niet-opgeloste conflicten die leiden tot geweld.»

Het grootste probleem van de zwarte gemeenschap is zelfhaat, leerde u van Baldwin.
Aqeela Sherrills: «Het belangrijkste bewijs hiervoor is dat zwarte mensen elkaar vermoorden. Blanke mensen haten zichzelf ook, het is een Amerikaans probleem. Het is een gevolg van een proces waarin zwarte mensen zijn geconditioneerd te denken dat ze minderwaardig zijn, en blanken dat ze superieur zijn. In de extreme gevallen plegen zwarte mensen moord en blanke mensen zelfmoord. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. En in Amerika kiest men ervoor dit te veroordelen in plaats van naar de oorsprong van het probleem te kijken.»
U bent opgevoed in de traditie van de Nation of Islam, die in de beginjaren pleitte voor een aparte Afro-Amerikaanse staat. Geen integratie van zwart en blank?
«Integratie tussen zwart en blank in Amerika is een van de ergste dingen die de zwarte gemeenschap is overkomen. We gaven alles op – winkels, scholen, onze waarden – om te kunnen integreren met het witte Amerika, terwijl dat ons nooit heeft geaccepteerd. Ik ben niet voor integratie of segregatie. Waar het mij nu om gaat is dat mensen het mentale en fysieke geweld in hun persoonlijke leven onder ogen zien. We moeten gevoelens van schaamte en schuld durven onderkennen. Dat is een proces op individueel niveau, en verandering kán alleen maar plaatsvinden op individueel niveau.»
Wat merkt u van spanningen tussen moslims en niet-moslims in Los Angeles?
«Niet veel. Wat je hoort is voor een groot deel propaganda. Amerika is een zogenoemde melting pot: moslims, christenen, Crips, Bloods, Republikeinen, Democraten – het komt allemaal op hetzelfde neer in de Amerikaanse cultuur. Mensen verbergen zich achter een idee, een groep, omdat ze bang zijn zich bloot te geven. Iedereen vecht zonder een idee te hebben waar ze voor vechten. Natuurlijk is er meer vijandigheid tegenover moslims. 9/11 triggerde de angst die al bestond in de individuele levens van mensen. Mensen konden nu hun angsten, pijn en frustratie op iets projecteren. Na 9/11 was de blanke gemeenschap doodsbang, maar de zwarte gemeenschap vierde feest: Finally these motherfuckers got hit.»
Is er een overeenkomst in de relatie tussen zwart en blank en die tussen moslims en niet-moslims?
«Tijdens de slavernij werden zwarte mensen gezien als vee, niet als mensen. De blanken fokten met de zwarte bevolking zodat ze sterke mannen kregen. Ze lieten de vader het met de dochter doen, de moeder met de zoon. Vandaag de dag heet dat incest. Dát is de schaamte van de Amerikaanse cultuur, die van de hele wereld eigenlijk. De hele wereld was kolonisator. Neem de Nederlanders. Ik weet zeker dat jullie dezelfde soort conversaties hebben met de Surinaamse gemeenschap.
De hele discussie over moslims en christenen is een rookgordijn, het leidt af van wat er in het verleden verkeerd is gegaan in onze cultuur. Amerika is volledig gepolariseerd. Mensen definiëren zichzelf aan de hand van een religie, en dat is gevaarlijk. Daarom zeg ik ook steeds dat we moeten durven kijken naar het mentale en fysieke geweld in ons eigen leven. Als we dat niet doen, projecteren we alles op een religie. Mohammed zei het zelf: islam will be no more. Mensen volgen een traditie waardoor ze niet hoeven kijken naar de pijn in hun persoonlijke leven. Traditie verhindert introspectie. De hele wereld doet het, iedereen ontkent wat er aan de hand is in onze cultuur.»

Sherrills’ initiatief is uitgegroeid tot een landelijke netwerkorganisatie met ruim tachtig man personeel waar zo’n drie miljoen aan overheidsgeld in omgaat. Hij bezocht brandhaarden in alle grote steden van Amerika om een staakt-het-vuren af te dwingen. Sherrills woont nog in Watts, maar beschouwt de ontwikkelingen in zijn buurt op afstand. Ondanks het feit dat het aantal moorden weer toeneemt, trekt hij niet meer de straat op.
Aqeela Sherrills: «Ik wil geen martelaar zijn. Ik wil mijn leven niet geven voor de waanzin in de buurt. Het hele concept Crips en Bloods is stervende. Dat moet ook. Eerst wilde ik het redden, maar nu realiseer ik me dat het een concept is.»
Van samenwerken met de overheid ziet Sherrills tegenwoordig af: «Ik wil niet meer samenwerken met de overheid, omdat ze niet écht iets aan het probleem willen doen. Ze hebben er te veel belang bij dat het probleem in stand blijft. Het budget van de politie is gebaseerd op de hoeveelheid geweld in de buurt. Toen in 1994 het aantal moorden in de buurt met 44 procent was afgenomen, kwam de politie in opstand: ze deden drive by shootings om de bendes tegen elkaar op te stoken. Geweld is business, het is hun werkgarantie. Wij strijden met de politie om dezelfde dollars van de staat.»